Opinie – Wanneer identiteit scheidt

Opinie – Wanneer identiteit scheidt

vrijdag 29 mei 2015 11:54

‘Identiteitspolitiek’ is een andere
manier om te zeggen ‘dat ook het persoonlijke leven politiek is’. Dit
is zeker zo in het geval van ‘gender’. In welke mate je als vrouw of
man gezien en behandeld wordt, beïnvloedt je leven enorm. Heel wat
persoonlijke dingen zijn erg geslachtsgebonden, zoals veiligheid op
straat of een gelijke toegang tot allerlei kansen. En tenslotte klopt
het dat een gedeelde ervaring (zoals als vrouw behandeld worden)
mensen een gevoel van samenhorigheid geeft.

Aan de andere kant is
‘identiteitspolitiek’ soms problematisch. Ooit mobiliseerde het idee
van ‘wij vrouwen’ (tegen ‘zij mannen’) een front dat tal van
maatschappelijke veranderingen kon realiseren. Maar vandaag rammelt
dit unitaire idee aan alle kanten. Ten eerste is het bedenkelijk dat
er slechts twee kampen mogelijk zijn en dat iedereen dient te kiezen
voor één van beide. Daarnaast trekt men alle vrouwen in ‘het goede
kamp’, terwijl er heel wat imperfecte vrouwen zijn. Ook duwt het alle
mannen in ‘het slechte kamp’, terwijl heel wat mannen proberen om zo
goed mogelijk te leven. Een dergelijk oordeel is ook snel blind voor
de effectieve verschillen tussen mensen binnen hetzelfde kamp,
evenzeer als onwillend om gelijkenissen te zien met mensen die niet
tot de eigen groep behoren. Laat staan dat men zou erkennen dat
verschillen ook de ideologie kunnen verrijken.

‘Identiteitspolitiek’ stijl ‘wij
vrouwen tegen zij mannen’ wil soms niet toegeven dat de wereld meer
variatie kent dan slechts vrouwen en mannen. Het gevolg is dat
sommige feministen weigeren om interseksualiteit en gendervariatie
binnen hun wereldbeeld op te nemen. In de Verenigde Staten gaat dat
zelfs zo ver dat bepaalde extremistische kringen binnen de
feministische beweging van hun afkeer voor transgender personen hun
belangrijkste strijdpunt maken. Het is soms zeer de vraag wat deze
‘Trans Exclusionary Radical Feminists’ (zogenaamde TERF’s) eigenlijk
willen, naast het neersabelen en kleinhakken van transgenders.
Transgender vrouwen zijn voor TERF’s ‘female constructs’ en
‘indringers’, terwijl transgender mannen ‘overlopers’ zijn. Daarbij
verdient alleen wie als vrouw is geboren enig vertrouwen en
zusterschap. Wie als man is geboren, kan niet anders dan inherent
slecht zijn. En het is onmogelijk om van kant te wisselen, “because
we said so”…

Het bovenstaande verhaal lijkt te
suggereren dat het niet erkennen van transgender personen eigen is
aan het feminisme. Dat is niet zo. Veel vaker werken transgender
personen en feministen in wederzijds respect samen voor een vrijere
wereld. TERF’s zijn slechts een kleine minderheid, die erg
luidruchtig en vanuit grote overtuiging handelt. Zo vormen hun
woorden helaas krachtvoer voor tegenstanders om alle feministen op
één hoop te gooien en vervolgens te verguizen.

Versplintering maakt krachteloos

Twee feministische golven betekenden
ontzettend veel voor de kansen en de identiteiten van vrouwen. Maar
vandaag is feminisme veranderd in een kabbelend beekje dat nooit
werkelijk de wortels van het patriarchaat bedreigt. De meeste mannen
en vrouwen weigeren zichzelf ‘feminist’ te noemen. Veel mensen denken
zelfs dat mannen en vrouwen vandaag reeds gelijkwaardig zijn. Velen
willen ‘het domme publiek’ daarvan de schuld geven, maar dat is te
gemakkelijk: wanneer een boodschap de harten niet raakt, dan ligt het
probleem in de boodschap zélf, of in de kanalen waarlangs deze is
verspreid. Dus is een grondige introspectie dringend nodig.

Feminisme is niet de enige
bevrijdingsbeweging die zichzelf in vraag dient te stellen. Uit de
Stonewall rellen in 1969 ontstond de ‘gay liberation’. Na die rellen
werden de eisen van drag queens en transgenders actief uit het
homoseksuele eisenpakket geschrapt, ook al hadden deze mensen vooraan
op de barricades gestaan. De nieuwe opinieleiders zagen het als
onmogelijk of onwenselijk om transgender rechten aan het publiek te
verkopen, en dus werd hun bestaan of hun behoren ontkend.

Na de organisatie van homoseksuele
mannen en later ook van lesbiennes, zeiden er mensen: “wel, ik hou
van zowel mannen als vrouwen”. Tot op vandaag strijden deze
biseksuele mensen om aanvaard te worden als een stabiele geaardheid,
eerder dan als ‘onbetrouwbaar en onbeslist’.

Vervolgens vonden transgender personen
hun stem. Hun verhaal ging eerder over gender identiteit dan over
seksuele oriëntatie. Pogingen om een bredere aansluiting te vinden
gingen vaak moeizaam. Heel wat holebi’s vonden transgenders maar
niks. Ook waren (en zijn) er nogal wat transgenders die zeggen “ik
ben heteroseksueel, dus ik wil met holebi’s niets te maken hebben”.
Maar de intolerantie gaat dieper. Heel wat transseksuele mensen haten
‘genderqueers’ die zich niet proberen in te passen als ‘echte vrouwen
of mannen’. Ook ‘crossdressers’ die zich slechts parttime omkleden
liggen slecht in de markt. Sommigen willen best ver gaan om de
veelkleurige transgender alliantie weer uiteen te rukken, zodat men
zelf gewoon ‘normaal man of vrouw’ kan zijn.

Tenslotte praten we niet eens over de
correcte kritiek van gekleurde, arme, oude en/of gehandicapte mensen,
dat ze niet serieus worden genomen binnen zoveel feministische of
LGBT initiatieven. We hebben het ook niet over homomannen die
neerkijken op ‘verwijfde mannen die hen een slechte naam geven’, noch
over lesbiennes die niet houden van ‘butches’ of die ‘femmes’ niet
zien als echte lesbiennes. Enzovoort, enzoverder…

Het patroon dat hier bloot ligt, is er
één van ernstige versplintering. Dit is een droeve situatie, want
hoe bitter sommige discussies ook worden, daarbuiten ‘in de echte
wereld’ merken weinigen daar iets van. Het privilege van de witte
heteroseksuele man staat er nog steeds vrolijk rechtop. Daar is men
zelfs amper begonnen met het overtuigen van mannen dat ook zij niet
vrij zijn. Net zoals vrouwen gesocialiseerd zijn om ‘vrouwelijke’
regels te volgen, zijn mannen opgeroepen om volgens ‘mannelijke’
regels te leven. De resultaten zijn zichtbaar in hun veel hogere
cijfers van zelfdoding, omdat vele mannen zijn geleerd om geen pijn
en emoties te tonen. Over seksueel geweld op mannen wordt niet
gepraat, want het taboe is te groot. En regeringen bestaan uit
‘machtige mannen’ die blijkbaar niet machtig genoeg waren om geen
saaie grijze kostuums te moeten dragen. Zijn ook al deze jongens niet
gewoon gekneed zoals de samenleving hen wilde hebben?

Wat is de grote droom?

De kern van de zaak is dat ‘de normale
wereld’ grotendeels onberoerd zal blijven zolang er binnen allerhande
anti-patriarchale kringen meer onderling wordt gevochten dan
samengewerkt. Dat kan pas veranderen wanneer men structureel meer
empathie wenst op te brengen voor mensen die ‘niet zoals ons’ zijn.
Heel vaak zijn deze verschillen amper relevant, maar worden ze
slechts binnen onze eigen theorieën en punten van
identiteitspolitiek tot enorme proporties opgeblazen. In feite
streeft iedereen echter naar hetzelfde: het recht om eerlijk zichzelf
te zijn en als dusdanig gerespecteerd te worden. Het doet daarbij
weinig ter zake hoe men dan is, zolang men een ander hetzelfde gunt.

Wat is de grote droom? Dat we niet
langer onze energie, onze haat en onze kwetsuren spenderen aan
nodeloze discussies als “wij zijn echt en jullie zijn vals of
fout”. Dan komen wij – feministen, holebi’s, transgenders,
interseksuelen, queers en mannen die het goed menen – misschien
zelfs tot de conclusie dat we met méér zijn dan diegenen die
moedwillig profiteren van een oneerlijk patriarchaal systeem. Vanaf
dat punt vinden we misschien de kracht en de vrijheid om schouder aan
schouder de wereld een andere, mooiere vorm geven.

Mare Van Hove  

(Dit stuk is eerder verschenen in een recente zine van het Gentse queer-collectief Queerilla)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!