De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Openbaarheid van bestuur in Vlaanderen: óók een losse flodder?

vrijdag 5 februari 2021 11:46
Spread the love

In 2010 schreef emeritus hoogleraar in de rechten Dirk Voorhoof het artikel “Openbaarheid van bestuur in België: een losse flodder”. Zijn héél sterk artikel verscheen toen in het magazine Samenleving en Politiek. Het artikel klaagde de erbarmelijke realiteit aan rond de federale openbaarheidswetgeving, na circa 15 jaar in voege geweest te zijn. Ter contrast gaf Voorhoof herhaaldelijk als voorbeeld hoe de Vlaamse implementatie van de openbaarheidswetgeving beter functioneerde dan de federale.

Anno 2021 is het hoog tijd om ook eens de praktische realiteit van de Vlaamse openbaarheid kritisch te bekijken, en te zien of we er fier op mogen zijn, of te moeten concluderen dat er nog een héél lange weg te bewandelen valt. Met de hulp van op maat geschreven software heeft een analyse van de 3600+ beslissingen van de Beroepsinstantie inzake Openbaarheid van Bestuur aan het licht gebracht dat ook de Vlaamse wetgeving in essentie dysfunctioneel is, en dat we dus in Vlaanderen ook met een “losse flodder” wetgeving zitten.

Voor wie de openbaarheidswetgeving nog maagdelijk terra incognita is (misschien kent de lezer beter de Angelsaksische uitdrukking “freedom of information”?) moet men weten dat de wetgever uitzonderingsgronden ingebakken heeft voor situaties wanneer de openbaarheid geweigerd kan worden door bestuursinstanties. Een eenvoudig, en volledig voorspelbaar, voorbeeld van een uitzonderingsgrond is de grond voor onredelijke aanvragen: wanneer een burger de wetgeving zou willen gebruiken om bijvoorbeeld kopieën te bekomen van alle harde schijven van alle computers gebruikt door alle gemeenteraadsleden van een gemeente, dan mogen overheden gelukkig genoeg een beleefde njet antwoorden, verwijzend naar Bestuursdecreet 2018, Artikel II.33 1° (“als de aanvraag kennelijk onredelijk blijft..” etc.). Om te weten te komen waar in de Vlaamse praktijk de grijze grens van de redelijkheid ligt, wachten de 3600+ rauwe beslissingen in PDF formaat op de leergierige lezer (zie de Publicaties pagina op vlaanderen.be, die ook tussen haakjes de frustratiebron was die mij gemotiveerd heeft om eerder vermeld programma te schrijven). Enkele gerichte zoekopdrachten leren ons dat het inroepen van de onredelijkheid van een aanvraag een populaire beslissing is bij besturen: de woorden ‘onredelijk’, ‘onredelijke’ en ‘onredelijkheid’ zijn meer dan 1000 keer terug te vinden in het volledig corpus beslissingen. De juridisch scherpere uitdrukking ‘kennelijk onredelijk’ komt meer dan 230 keer voor.

Naast die (redelijke) redelijkheid grond zijn er nog een lijstje extra uitzonderingsgronden die allen, op eerste zicht, ten minste rationeel overkomen. Voor bestuursinstanties die echter liever de burger met een gladgestreken gezicht de middelvinger geven bij openbaarheid aanvragen (en dat zijn er nogal wat) bevat de wetgeving een “super joker” clausule dat nog véél krachtiger is dan de meeste gecodificeerde uitzonderingsgronden. Artikel I.4 in afdeling 2 “Andere definities” van het Bestuursdecreet bevat namelijk de cruciale definitie voor wat bestuursdocumenten zijn in de context van de openbaarheidswetgeving: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Die drie eenvoudige woordjes “in het bezit” zorgen ervoor dat het volledig openbaarheid kaartenkasteel, voor de burger en in de praktijk, in elkaar stort. Want overheden kunnen gewoon beweren dat ze de gevraagde documenten niet bezitten, zelfs als ze ze wel degelijk bezitten, en zo de burger zijn fundamenteel recht op afschrift van bestuursdocumenten ontnemen. Als men de honderden beslissingen van de Beroepsinstantie onder de microscoop neemt die zich gebogen hebben over beroepen tegen besturen die het “wij bezitten dit document niet” argument gebruikt hebben om een aanvraag van tafel te vegen, dan is het duidelijk dat de Beroepsinstantie altijd het beroep van de gefrustreerde burger verworpen heeft. Met andere woorden, het gebruik van het “niet in het bezit” juridisch argument is altijd finaal. Zelfs… wanneer een bestuur legaal gezien in het bezit zou moeten zijn van het opgevraagde document (bvb. de openbaarheid aanvraagregisters zelf, in geval van een aantal aanvragen georganiseerd door de activistische “WOB werkgroep” die in 2012 alle gemeenten in Vlaanderen aansprak met de vraag afschrift van het decretaal verplichte register te bekomen). In verschillende beslissingen vallen wel opmerkingen te lezen in de aard van “De beroepsinstantie is niet bevoegd om zich uit te spreken over de manier waarop dergelijke documenten door de gemeente of haar vertegenwoordigers moeten bewaard worden.” (OVB/2020/170)

Dat de beroepsinstantie blijkbaar weinig zin heeft om andere wetgeving te vermelden die in de praktijk verstrengeld is met de openbaarheidswetgeving, namelijk de provisies opgenomen in Titel III, hoofdstukken 2 (“Deugdelijk bestuur”) en 3 (“Werking”), is een verdere realiteit die de openbaarheid ondermijnt. Want Titel III van het Bestuursdecreet 2018 maakt het illegaal voor een bestuur om bestuursdocumenten door de virtuele papierversnipperaar te halen zonder dat er heel strikte regels gerespecteerd worden. Wanneer leden van een college van schepenen en burgemeester inkomende e-mails behorende tot “lastige” dossiers gewoon deleten na ze al of niet gelezen te hebben, dan begaan ze inbreuken op de archiveringbepalingen voor bestuursdocumenten, en, en passant, ook op de openbaarheidswetgeving. Het helpt de bredere verspreiding en inburgering van een oprechte openbaarheid cultuur niet dat de beroepsinstantie zich over zulke realiteiten niet wil of kan uitspreken.

Sommige gemeenten hebben een gemeentelijke archivaris in dienst, velen hebben dat niet. Zelfs in gemeenten waar een archivaris een gemeentelijk archief opbouwt en onderhoudt, zijn de archivarissen afhankelijk van de goodwill van de rest van het bestuur om bestuursdocumenten te respecteren als eigendom van het volk die onder de bescherming vallen van het Bestuursdecreet. Zelfs het Rijksarchief, dat uiteindelijk de bestemming is voor lokale archieven, blijkt niet bevoegd te zijn om inbreuken tegen de “Deugdelijk bestuur” provisies van het Bestuursdecreet met enige strafmaatregelen aan te pakken. De Vlaamse openbaarheid regels bevatten ook nergens enige provisie voor het bestraffen van instanties die de regels ontegensprekelijk aan hun laars lappen, of dit nu als gevolg is van administratieve incompetentie of erger.

Een andere Bestuursdecreet verplichting die hierdoor eerder theoretisch gebleken is, is bijvoorbeeld de behulpzaamheidsverplichting (Art II.6 “Daarnaast zijn alle personeelsleden van de overheidsinstanties, [..], verplicht om iedereen die informatie zoekt, daarbij te helpen.”) In de praktijk zijn ongeveer één tiende van alle beroepen ingesteld als gevolg van besturen die op openbaarheid aanvragen gewoon niet reageren. Via de eerder vermelde software krijgen circa 2/3den van Vlaamse gemeenten een kleurtje dat weergeeft dat ze schuldig zijn aan één of meerdere beroepen waarbij ze op een openbaarheid aanvraag geantwoord hebben met stilte. Van deze besturen die dus Art II.6 als niet-voor-hen-van-toepassing beschouwen, schieten de meesten wel plots in gang wanneer de beroepsinstantie bij hen aanklopt om te achterhalen waarom de aanvraag met stilzwijgen beantwoord werd. Een bestuur kan dus perfect straffeloos de volgende illegale strategie hanteren bij een aanvraag dat haar niet zint: niet reageren en, alleen indien de aanvrager een beroep instelt, beweren dat het de gevraagde documenten niet bezit.

Dat men zich in Vlaanderen binnen publieke besturen nog te frequent vastklampt aan het volledig voorbijgestreefd idee dat de burger zich beter bezig houdt met haar eigen zaken, bewijzen de vele creatieve manieren van sommige besturen om wakkere burgers te frustreren. Enkele voorbeelden tarten wel de verbeelding. Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), bijvoorbeeld, beweerde gewoon dat het niet onder de wetgeving valt, terwijl het tegengestelde waar is. In zulke gevallen kan men ook niet blindelings op de beroepsinstantie rekenen om de vraag of een bestuur onder de wetgeving valt, of niet, te beantwoorden: sommige beslissingen rond dit frequent terugkomend juridisch knelpunt zijn via de Raad van State moeten gaan om finaliteit te bekomen. Andere instanties (typisch gemeenten) houden tot op vandaag sommige bestuursdocumenten alleen op papier bij. In Leuven bijvoorbeeld, de vierde grootste stad van Vlaanderen en een hoogtechnologische hot spot, bevestigd de administratie dat haar gemeenteraad notulen ouder dan 2013 alleen op het cellulose goedje bestaan. In zulke gevallen van middeleeuwse administratie kunnen besturen de werklast uitzonderingsgrond inroepen wanneer iemand een afschrift zou durven vragen. Want een administratie verplichten om (éénmalig, natuurlijk) naar een scanner te stappen, ook dát gaat te ver volgens de wetgeving (zou het anno 2021 niet eindelijk illegaal mogen zijn om alleen op papier bepaalde bestuursdocumenten bij te houden?).

Sinds het artikel van Prof. Voorhoof is er weinig veranderd op het federale openbaarheid front. De federale openbaarheidswetgeving werkt nog altijd niet, zoals de eigen jaarrapporten van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten al jaren aanklagen (dank u, Mr. Schram). Ondanks de eerder positief klinkende jaarrapporten van de Beroepsinstantie inzake Openbaarheid van Bestuur is onze Vlaamse openbaarheidswetgeving, vanuit het perspectief van de aanvrager, eveneens grondig problematisch. Ons “grondrecht” (Art. 32 van de Grondwet) is in de praktijk voor te veel aanvragen een verspilling van tijd, energie en middelen, in het voordeel van instanties en louche bestuurders (incl. volksvertegenwoordigers) die zijn blijven steken in een democratie-ondermijnende geest die bestond vóór de invoering van de openbaarheidswetgeving, nu al een kwart eeuw geleden. Volgende keer dat men in het nieuws politici opnieuw over “noodzakelijke wetshervormingen” hoort verkondigen, maak dan maar een mentale nota om na te gaan of de openbaarheidswetgeving ook verbeterd zal worden.. of misschien ook niet.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!