Open dialoog in het onderwijs als wapen tegen extremisme

Open dialoog in het onderwijs als wapen tegen extremisme

donderdag 26 mei 2016 14:26

Radicalisering, het is een hot-topic dezer dagen in debatten, zowel onder de bevolking als op het niveau van het beleid. Anders Breivik pleegde als geradicaliseerd persoon vanuit een extreemrechts gedachtengoed een dubbele aanslag in 2011 te Noorwegen waarbij 77 doden te betreuren vielen. In Brussel pleegden moslimextremisten op 22 maart aanslagen waarbij er 31 slachtoffers vielen. Beide feiten werden gepleegd door geradicaliseerde personen, zij het met een totaal verschillende beweegreden. Toch wordt radicalisering vandaag de dag bij ons in één adem genoemd en geassocieerd met de Islam, wat niet verwonderlijk is want momenteel is radicalisering van moslims een acuut probleem. Een probleem waar men ook in het onderwijs een oplossing voor probeert te zoeken.




Het departement voor onderwijs en vorming bracht dan ook op 23 februari van dit jaar een tekst uit met de titel Handvatten voor de preventie, aanpak en omgang met radicalisering binnen onderwijs. De tekst begint veelbelovend. Men stelt dat “radicale ideeën op zich niet problematisch hoeven te zijn. Ze kunnen de bron zijn van positieve verandering en zijn vaak eigen aan de adolescentiefase. (…) Noch radicalisering, noch extremisme zijn verbonden aan een bepaalde etnische, culturele of religieuze groep.” Om dan te besluiten: “Omdat in het huidig maatschappelijk debat er veel aandacht is voor jongeren die naar Syrië vertrekken (…), focussen we ons in dit document daarop”. Verder bevat het document heel wat nuttige adressen waar men hulp kan zoeken in de strijd tegen radicaliserende moslimjongeren.

 Laat me even duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met het feit dat men zoekt naar oplossingen voor een probleem dat zich acuut stelt of dat men zich momenteel enkel focust op moslimjongeren. Wel stel ik me vragen bij de eenzijdige oplossingen die aangereikt worden om radicalisering in onze samenleving tegen te gaan. Binnen het beleid voert men momenteel een echte ‘war on terror’ en benadrukt men de nood aan ‘deradicalisering’. Men moedigt scholen gretig aan om hieraan mee te werken. Men reikt scholen methodieken aan en maant hen aan om aan probleemoplossing en burgerschapsvorming te doen. Standaardmodellen worden vaak geïmplementeerd in de klassen zonder dat de kwesties op een kritische wijze belicht worden. Men vergeet naar de specifieke situatie te kijken.

‘Het vreemde’ wordt in onze rationele samenleving vaak ervaren als een probleem. We proberen via burgerschapsvorming vreemden te assimileren en zoveel mogelijk gelijk te maken aan onszelf. Moslimjongeren zijn echter gevoelig voor radicalisering omdat ze zich mis begrepen voelen in onze samenleving. Ze krijgen minder kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en voelen zich gestigmatiseerd. Tijdens hun middelbare schoolperiode zijn jongeren zeer gevoelig voor uitsluitingsmechanismen en discriminatie. In de puberteit worstelen veel jongeren met zichzelf en met hun identiteit en zijn ze vatbaar voor slechte percepties. Het leerplichtonderwijs moet dus zijn verantwoordelijkheid opnemen in het wegwerken van deze percepties van uitsluiting en discriminatie. Momenteel focust men zich enkel op het opsporen van signalen die kunnen wijzen op een extremer wordende gedachtegang om dan in te grijpen. Men vergeet echter naar de oorsprong van het probleem te kijken.

De deradicaliseringspolitiek en het positieve aandeel dat men hierin verwacht van het onderwijs versterkt echter de wij-zij-dynamiek. Radicalisering en terreur worden voorgesteld als een duidelijk probleem met een duidelijke schuldige en een duidelijke oplossing. We vergeten in eigen boezem te kijken, want het probleem ligt niet enkel bij radicaliserende jongeren, maar ook bij het systeem van onze samenleving. Het onderwijs slaagt er bijvoorbeeld nog steeds niet in gelijke kansen en uitkomsten voor iedereen te genereren. Jongeren voelen zich gestigmatiseerd en gediscrimineerd. Of het hier over louter gevoelens of over feiten gaat, laat ik in het midden, maar het feit is er dat deze jongeren deze perceptie hebben. Hier moet het onderwijsbeleid op focussen en niet op deradicalisering. Het is ook belangrijk kinderen en jongeren aan te leren met een kritische blik te kijken naar alles wat ze zien, horen en lezen op straat en op het internet. Kinderen en jongeren krijgen te maken met een overvloed aan informatie en propaganda. Wij moeten hen leren hier kritisch tegenover te staan en hen het besef bijbrengen dat niet alles wat op papier staat automatisch waarheid is. We moeten hen leren de objectiviteit van bronnen na te gaan.

De school moet bij uitstek een veilig klimaat creëren waarin open dialoog mogelijk is en waarin iedereen zich met zijn talenten en gebreken kan ontwikkelen zonder dat iedereen hetzelfde moet worden. Enkel in een omgeving waar jongeren zich goed voelen, kunnen er optimale leerkansen gecreëerd worden. Dit kan men enkel genereren door in dialoog te gaan met jogneren en te pogen hun bezorgdheden te achterhalen. Men moet openstaan voor gesprek en kwesties bespreekbaar maken op school. Door hoofddoeken en Arabisch op school te verbieden zonder hier een dialoog over aan te gaan, gaan we mensen niet ineens kunnen kneden naar onze idealen. We moeten vooral een antidiscriminatiebeleid voeren en zorgen dat iedereen zich thuis voelt op onze scholen. Polarisering is niet de oplossing. Het onderwijsbeleid moet in eigen boezem kijken en kijken en nadenken over hoe men een school kan creëren waar diversiteit en dialoog mogelijk zijn. We kunnen radicalisering niet bestrijden als een plaag, maar moeten een menswaardige samenleving creëren waarin scholen jongeren de ruimte geven om te zoeken naar hun eigen identiteit. Jongeren zijn niet enkel ‘ons probleem’, ze zijn vooral ‘onze toekomst’. We moeten niet blijven hangen in onze vaste gewoontes want de samenleving evolueert nu eenmaal en wordt hoe langer hoe diverser en ook ons onderwijsbeleid moet hierin volgen. Door radicaal vast te houden aan onze eigen waarden en normen en iedereen hierin te wringen, gaan we geen vredevolle multiculturele samenleving creëren. Het is niet ‘mijn’ samenleving of ‘mijn’ onderwijs, maar het is onderwijs dat openheid biedt aan iedereen om te zoeken naar zijn talenten dat op lange termijn een positieve impact zal hebben. Door een deradicaliseringsbeleid te installeren gaan jongeren zich nog sterker gestigmatiseerd en mis begrepen voelen. We moeten samen actief werken aan een samenleving in evenwicht waar er geen beteren en slechteren zijn. Het onderwijs(beleid) kan hierin een sterke voortrekker zijn. Zij vormen namelijk mee de burgers van de toekomst.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!