Opbouwen van tegenmacht, enkele principes
Tegenmacht + socialisme + arbeidersbeweging + sociale strijd -

Opbouwen van tegenmacht, enkele principes

dinsdag 23 augustus 2011 14:25

Voor het opbouwen van tegenmacht kunnen we veel leren uit onze eigen sociale geschiedenis. We zetten enkele aspecten op een rij die instructief kunnen zijn voor de opbouw van een tegenmacht vandaag.[1]

Deze tekst verscheen eerder als onderdeel van het boek: De kloof en de uitweg. Een dwarse kijk op ontwikkelingssamenwerking, Epo 2004, p. 86-9.

Motor van de geschiedenis. De grote maatschappelijke vooruitgang van de laatste honderdvijftig jaar: algemeen stemrecht, veralgemeend onderwijs, ziekteverzekering, gewaarborgd pensioen, uitkeringen bij ziekte en werkloosheid, fatsoenlijke werkomstandigheden, achturendag, verbetering van de levensstandaard, betaald verlof, kinderbijslag, enz. kwam er onder impuls van de arbeidersbeweging. Het was niet toevallig de groep die onderdrukt werd, die het voortouw nam in de opbouw van tegenmacht.

Uitbuiting roept verzet op, dat op zijn beurt beantwoord wordt met repressie. Zo ontstaat een dynamiek. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, wordt de geschiedenis niet geschreven door de machtigen maar door de verdrukten.

Strijd. De sociale zekerheid en het algemeen stemrecht lijken vandaag normaal en vanzelfsprekend. Ze zijn echter afgedwongen door strijd. De elites hebben nooit geschenken uitgedeeld en hebben deze realisaties zo lang mogelijk proberen tegen te houden.[2] Alleen als ze niet meer anders konden, of uit schrik om nog meer te verliezen, waren ze bereid toegevingen te doen. Nadien waren ze erop uit om die toegevingen ongedaan te maken.

Bikkelhard. Op enkele brave gijzelingen en bezettingen na verlopen de sociale conflicten tegenwoordig heel rustig in onze contreien. Dat is in het verleden wel anders geweest. Sabotageacties, langdurige bezettingen, militaire blokkades, vernieling van fabrieken en woningen van de patroons, waren onderdeel van de strijd.

Op bepaalde momenten was revolutie kort bij. De repressie was navenant. In de periode van de zestiende tot de achttiende eeuw werden weerspannige arbeiders in detentiehuizen ondergebracht, velen werden gewoon een kopje kleiner gemaakt. In de negentiende en zelfs in de twintigste eeuw was het niet ongewoon dat bij stakingen of betogingen mensen werden neergeschoten.

In 1886 kwamen uitgehongerde arbeiders op straat in Charleroi: 24 betogers werden doodgeschoten, er waren meer dan honderd gewonden. Willekeurig opgepikte arbeiders werden later veroordeeld tot levenslang. Opbouw van tegenmacht is geen romantisch sprookje.

Lange termijn. Geen enkele verwezenlijking is er snel gekomen. Het duurde soms tientallen jaren vooraleer een resultaat behaald werd. Neem het stemrecht. Reeds in de jaren tachtig van de negentiende eeuw waren er massale acties om het algemeen stemrecht in te voeren.

Pas na de Tweede Wereldoorlog was het een feit voor zowel vrouwen als mannen (en nog niet voor immigranten). Er was ook regelmatig terugval. De arbeidersbeweging is geconfronteerd geweest met heel wat zware en bloedige nederlagen, denk maar de mislukte februarirevolutie in Frankrijk in 1848, de Commune van Parijs in 1871, de Spartacusopstand in Duitsland in 1919, het fascisme in Italië, Duitsland en Spanje. Sinds de jaren tachtig heeft het establishment een offensief ingezet tegen de sociale welvaartsstaat. Een lange adem was en is dus nodig.

Eenheid en organisatie. De sterkte van de arbeidersbeweging was haar aantal, de arbeiders waren met veel meer dan hun opponenten. Maar er was een sterke versnippering. Halverwege de negentiende eeuw voltrok de strijd zich in België nagenoeg alleen op het lokale vlak, en vaak zelfs louter op het niveau van de fabriek.

Eenheid tussen verschillende bedrijfssectoren en lokale afdelingen was noodzakelijk om aan slagkracht te winnen. Het realiseren van die eenheid – de vorming van een nationale, intersectoriële vakbond bijvoorbeeld- was allesbehalve evident en heeft heel wat voeten in de aarde gehad.

Alleen de georganiseerde arbeidersbeweging heeft belangrijke successen geboekt. De talloze kleinere groeperingen en communes (anarchisten, utopische socialisten, christelijk geïnspireerde gemeenschappen), die vooral in het begin van de negentiende eeuw bloeiden, hebben de krachtsverhoudingen niet gewijzigd. Velen ervan zijn na verloop van tijd compleet in de mist opgegaan.

Vrij snel ging de arbeidersbeweging zich ook internationaal gaan organiseren. De zogenaamde Internationales waren een belangrijke leerschool voor de ontluikende beweging. De delegaties uit verschillende landen wisselden hun ervaringen uit en discussieerden over strategieën en programma’s.

Politiek bewustzijn. De spontane acties van de arbeiders richtten zich oorspronkelijk tegen de machines. Dat haalde natuurlijk niet veel uit. Al snel maakten ze onderscheid tussen de machines en de kapitalistische toepassing ervan en richtten ze hun aanvallen op de uitbuiters in plaats van op de productiemiddelen.

Ze begonnen te zien hoe het kapitalisme in elkaar stak, welke rol het repressieapparaat, de kerk, het parlement en de media speelden. Het actieterrein werd ook uitgebreid tot de politieke sfeer. Sommige acties op het economische terrein resulteerden in een aantal concessies in het parlement, maar leiden niet tot duurzame successen.

Zo kwam de strijd voor het algemeen stemrecht heel snel centraal te staan. Maar ook groeide de behoefte aan een eigen politieke partij of een politiek front. Dat was absoluut noodzakelijk om op termijn het bestaande staatsapparaat te neutraliseren en een andere maatschappij te bereiken. Een sterk politiek bewustzijn was tenslotte ook nodig om niet meegesleept te worden door burgerlijke of bedenkelijke ideologieën zoals het nationalisme vóór, en het fascisme na de Eerste Wereldoorlog.

Recuperatie. De arbeidersbeweging werd door de upper class hevig bestreden van buitenaf. Maar ze probeerde ook van binnenin de beweging te verzwakken door middel van een dociele bovenlaag te vormen. Lucratieve en zachte jobs in het staatsapparaat en in de industrie dienden als lokaas.

Er ontstond binnen de arbeidersklasse een bovenlaag die geïntegreerd geraakt in het systeem. Ze liet de radicale eisen van de basis gaandeweg vallen en speelde vaak onder één hoedje met de elite. Velen herinneren zich bij ons nog ‘Poupehan’.[3]

Minder gekend is het feit dat Mia De Vits, Karel Van Miert en Wilfried Martens lid zijn of waren van de Bilderberg groep.[4]

Dat is een zeer elitaire en rechtse denktank die voor zijn oprichtingsvergadering gesponsord werd door Unilever en de CIA. De recuperatie kan m.a.w. heel ver gaan. Om dat te vermijden is een radicale democratisering (zowel politiek als syndicaal) nodig en een vertegenwoordiging die correspondeert met de samenstelling van de bevolking.

Noten

[1] Cfr. J. Brepoels. Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn? Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België. Leuven 1988; C. Lis, H. Soly & D. Van Damme, Op vrije voeten? Sociale politiek in West-Europa (1450-1914). Leuven 1985; W. Abendroth, Sociale geschiedenis van de europese arbeidersbeweging. Nijmegen 1972; H. Brar, Social Democracy. The Enemy Within. Londen 1995.
  Slechts met heel veel tegenzin en om revolutie te voorkomen werd algemeen stemrecht toegestaan. In 1890 schrijft socialistisch voorman Cesar De Paepe: “Als wij opkomen voor het algemeen stemrecht, dan is het om een revolutie te vermijden. Hervorming of revolutie, dat is het dilemma waar het Belgische volk vandaag voor staat.” C. De Paepe, Le suffrage universel et la capacité politique de la classe ouvrière. Gent 1890, p. 10, geciteerd in S. Deruette & K. Merckx, De socialistische partij. Geschiedenis, mythen en feiten. Berchem 1899, p.18.

[2] Slechts met heel veel tegenzin en om revolutie te voorkomen werd algemeen stemrecht toegestaan. In 1890 schrijft socialistisch voorman Cesar De Paepe: “Als wij opkomen voor het algemeen stemrecht, dan is het om een revolutie te vermijden. Hervorming of revolutie, dat is het dilemma waar het Belgische volk vandaag voor staat.” C. De Paepe, Le suffrage universel et la capacité politique de la classe ouvrière. Gent 1890, p. 10, geciteerd in S. Deruette & K. Merckx, De socialistische partij. Geschiedenis, mythen en feiten. Berchem 1899, p.18.

[3] Tijdens de jaren tachtig vonden in dit Waals dorpje op geregelde tijdstippen geheime ontmoetingen plaats tussen Jef Houthuys, Wilfried Martens, Fons Verplaetse en Hubert Detremmerie, respectievelijk de toenmalige leider van de christelijke vakbond, de premier van België, de voorzitter van de Nationale Bank en de topman van de bank Bacob. De bijeenkomsten lekten later uit en veroorzaakten heel wat beroering in de Belgische politiek.
[4] Coporate Europe Observatory, Europe Inc. p. 145; www.bilderberg.org/g/Bild-Belgium.html.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!