Onze democratie is de dochter van straatgeweld

Onze democratie is de dochter van straatgeweld

zondag 21 december 2014 01:52

De
burgerij – en in haar kielzog haar media en dus de kleinburgerlijke
moralisten – schreeuwen nog harder moord en brand dan de uitslaande
vlammen aan de Hallepoort gisteren. Want “geweld is onaanvaardbaar” en
“we moeten eensgezind elke vorm van geweld afzweren”.

Leugenaars en Hypocrieten

Onze regeringen en volksvertegenwoordigers zijn niet tegen het
gebruik van geweld. Net hebben ze nog unaniem (met uitzondering van de
PVDA natuurlijk) de inzet van F16’s in Irak goedgekeurd. Die F16’s
bombardeerden eerder ook Afghanistan en Libië.
Daarmee
tonen onze regering en onze volksvertegenwoordigers dat ze geweld als
aanvaardbaar en noodzakelijk middel zien om politieke en sociale
conflicten te beslechten.

Dat
blijkt overigens ook uit de plannen om nieuwe jachtvliegtuigen met
nucleaire capaciteit te kopen (al moeten we daarvoor dan besparen op de
pensioenen, verzorging van kinderen met een ernstige handicap, ons
onderwijs, cultuur en de werkloosheidsuitkering), nieuwe fregatten,
pantserwagens en de inzet van het leger bij binnenlandse onlusten en de
uitbreiding van de Federale Reserve van de politie en het opdrijven van
hun bewapening.

Als de regering en de volksvertegenwoordigers dus
stellen dat ze tegen het gebruik van geweld zijn, dan liegen ze. Ze
zijn er soms voor, soms tegen. En ze eigenen zich het monopolie van het
geweld toe: alleen de staat mag geweld gebruiken, alleen dan is het
legitiem.

Het moge duidelijk zijn dat deze houding niet de minste
grond vindt in moraliteit maar volledig geënt is op het behoud van de
politieke status quo en de economische machtsverhoudingen. In functie
daarvan is geweld soms efficiënt en noodzakelijk, zo meent de staat.

Efficiëntie en noodzaak

Net
zoals de staat moeten ook wij ons in het kader van betogingen en acties
om die status quo (en dus de regering) omver te werpen afvragen of
geweld efficiënt en noodzakelijk is en of er alternatieven zijn.

Ik
zag in de betoging gisteren mensen groene ballonnen uitdelen, anderen
met een petitie rondgaan, een fanfare de Internationale spelen, Peter
Mertens onophoudelijk dezelfde speech afsteken alsof hij in een loop
gevangen zat, anderen de Sirtaki dansen ook al willen we hier geen
Griekse toestanden, een kinderwagen voortduwen, op fluitjes blazen,
lelijke pamfletten uitdelen met tekst die we al kennen en van Brussel
Noord naar Brussel Zuid wandelen.

We mogen ons afvragen of de
ondernemers van dit land en hun regering onder de indruk zullen zijn en
hun plannen gaan aanpassen of opdoeken als er op fluitjes wordt
geblazen. Ik durf dat te betwijfelen. Ik denk ook niet dat ze bang zijn
als de Sirtaki wordt gedanst, als Peter Mertens op straat speecht omdat
hij niet in het Parlement zit, als een fanfare de Internationale speelt
of als iemand zich als kip verkleedt omdat hij gepluimd wordt noch omdat
meer dan honderdduizend mensen van Brussel Noord naar Brussel Zuid
wandelen. Been there done that.

Maar al die elementen zijn
wél van belang omdat ze samen – met de rellen – deel uitmaken van een
breed gamma uitdrukkingsvormen die duidelijk maken dat er niet alleen
protest is tegen de ondernemers en hun regeringen maar dat ook verzet
broeit.

Wat het geweld betreft moeten we ons dezelfde soort
vragen stellen: is het op de openbare weg smijten van terrasstoelen en
-tafels van een volkscafé zinvol, draagt het in brand staken van
bestelwagens van marktkramers bij tot het doel, is het met stenen naar
de politie werpen efficiënt om de boodschap over te brengen.

Op
zich is geen van al deze actievormen efficiënt genoeg. Maar allemaal
samen zijn ze de uitdrukking van de verschillende manieren waarop mensen
hun afkeer en woede uiten. En de brandjes en relletjes halen niet
alleen hier buitenproportioneel het nieuws – met alle andere facetten –
maar ook in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Italië, Griekenland en
Spanje en verder. En daar kijken vele mensen op een heel andere manier
naar het verslag van deze betoging. Die zitten niet niet nee-schuddend
en moreel verontwaardigd te mompelen over de vraag of geweld zomaar moet
kunnen maar die denken veeleer ‘goed zo!’. Of ‘het werd tijd’. Of ook
‘het is nodig anders wordt er toch niet geluisterd’. En ‘ah, ginder
worden ze ook kwaad’.

In die zin draagt het geweld natuurlijk
bij tot de internationale uitstraling van het protest en verzet dat
overigens niet louter noch zozeer gericht zou moeten zijn tegen de
besparingen, de Vlaamse of regering of Michel I met de neoliberale
dogmatici en ultranationalisten. Eigenlijk moeten ze gericht zijn tegen
de EU die alle regeringen budgettaire politiek oplegt die ondraaglijk is
voor de bevolking en niet in hun belang.

Overigens is de basis
van onze representatieve democratie – die maar één vorm van democratie
is en niet de ultieme noch het eindpunt – er niet gekomen via
verkiezingen. Er bestond toen namelijk geen enkelvoudig algemeen
stemrecht. Dat enkelvoudig algemeen stemrecht is het resultaat van
jarenlange directe actie, gewelddadige betogingen, straatgeweld en
kostte zelfs dodelijke slachtoffers.

Onze democratie is de dochter van straatgeweld.

Lest we forget.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!