One day we will return!

One day we will return!

donderdag 3 oktober 2013 15:24

Gisterennamiddag slenderde ik door de smalle steegjes van Aida Refugee Camp op zoek naar een vers broodje Falafel. Hoewel ik hier nu zes weken ben, blijf ik nieuwe gezichten zien die me volgen met hun ogen en toelachen met een schaterende “Hello, what’s your name?!”. Dat ik nu nog steeds nieuwe gezichten blijf zien, is echter niet verwonderlijk als je weet dat Aida Camp ernstig overbevolkt is. De populatie bedraagt er 4700 vluchtelingen op een oppervlakte van 66.000 vierkante meter – nog geen vierkante kilometer dus. Het plaatstekort in het kamp zorgt ervoor dat verdiepingen zich blijven opstapelen en de huisjes in het kamp zichzelf als het ware ombouwen tot grote stapelblokken.

Hunkerend naar verse falafel stap ik door met een iets verlegenere “Marhaba, ana Catherine”  als antwoord. Daar mijn linguistisch zelfvertrouwen de laatste dagen wat toegenomen is, waag ik het om een klein gesprekje aan te gaan met Zayah, een meisje dat me vergezeld bij het wandelen. “Wen inty sakne?” “Ana sakne fi Aida Camp mitl inty.”  Enkele woordjes Arabisch helpen me – zij het een minibeetje  – om mijn “daarisweereenrondwandelendetoeristinonskamp”-imago te verminderen.

Dat ze me zien als één van de zovele toeristen die het kamp over de vloer krijgt, is eigenlijk best normaal en begrijpelijk. Gevestigd zijnde in Bethlehem is Aida Camp één van de meest bezochte vluchtelingenkampen in Palestina. Bijna dagelijks droppen taxi’s of bussen enkele welgestelde chinezen, amerikanen of europeanen in het kamp of wandelen dagjestoeristen er binnen. Ze krijgen naar gewoonte een rondleiding door het kamp, nemen tientallen foto’s van (de mooiste) grafitti’s op de afgrijselijke muur die het kamp omringt en springen terug de auto,bus of taxi in die hen veilig naar hun (vaak Israëlisch) vijfsterrenhotel brengt zodat ze wat kunnen bekomen van wat ze gezien hebben. Aida camp wordt op die manier omgetoverd tot een groot openluchtmuseum.

Waar het echter werkelijk om gaat, wordt in het kamp vertolkt door de gigantische Key of Return (foto1). In één van de magazines die Lajee uitgaf, geven jongeren aan hoe zij het kamp ervaren:  “Our camp is a small prison that contains Palestinian refugees. It is a place where our parents and grandparents were forced to live from 1950 until this day.”  Geen openluchtmuseum voor de Aidacampenaars zelf dus maar een gevangenis voor mensen uit 27 verschillende dorpen die jaren geleden hun land moesten achterlaten en afstaan aan Zionisten. Het achtergelaten land, hun huizen op ingenomen land en de “key of return” zijn in Aida waar alles om draait: terugkeren naar wat van hen is, terugkeren naar hun échte thuis.

Morgen neem ik jullie mee naar Al Walaja,” zei Ahmad zaterdag. Al Walaja is het dorp van zijn familie en ligt niet ver van Bethlehem. Het is het dorp waar hij dus oorspronkelijk vandaan komt en waar het land van zijn grootvader ligt. Het oude Al Walaja werd ingenomen in 1948. Een treinlijn werd er getrokken op de green line en verdeelt het land tot een gedeelte waar Palestijnen kunnen en niet kunnen komen. Samen met Feras – een andere vriend en ook afkomstig van Al Walaja – rijden we het nieuwe Al Walaja in. Op het land van dit gedeelte mogen onze beide Palestijnse vrienden namelijk wel  komen. We wandelen door prachtige natuur en staren door de vensterkaders van lege Palestijnse en half afgebroken huizen naar het veld van Ahmads grootvader aan de andere kant van het treinspoor (foto 2). 

Yalla!” roepen Ahmad en Feras plots terwijl ze richting het treinspoor stappen. “Let’s go to my grandfather’s land!” We steken het treinspoor over en stappen over het veld dat ooit tot Ahmads familie behoorde. Hoewel het land hetzelfde was, het gras even groen leek en de stenen op het veld dezelfde vorm hadden, bevonden we ons op dat moment op een stuk land met een heel ander verhaal.  Het voelde zo onjuist en ongelooflijk aan dat zowel Feras als Ahmad – in tegenstelling tot Minne, Charis en ikzelf (die elke mogelijke band met dit stuk land ontbreken) – geen toestemming hadden om op deze grond rond te stappen.  We stapten de heuvel op en botsten halvelings op twee jonge settlers die zich niet wegwijs wisten op het grote stuk land. Ze spraken onze vrienden aan in het Hebreeuws en deze hielpen hen – eveneens in het Hebreeuws – verder. What!? Even recapituleren:  Het land waar we op dat moment op stonden behoorde tientallen jaren tot Ahmads grootvader, werd ingenomen door Zionisten en was nu verboden terrein voor deze Palestijnse jongens. Nu ze er toch voet aan land zetten, wordt hen de weg gevraagd?! 

Feras haalde zijn schouders op en stapte door. Het werd echter nog weerzienwekkender eens we op de heuvel stonden. Met uitzicht op checkpoints en settlements aan de overkant realiseerden we ons dat Ahmads land omgevormd was tot een gigantische toeristische attractie met quads, paardentochten en een mountainbikeparcours.  Verschillende quads met lachend schreeuwende touristen raceden ons voorbij (foto 4). “Peace!”riep één van de één van hen – zich duidelijk niet bewust van tegen wie en op welk land ze dit uitschreeuwde. Ik stond perplex en sprakeloos op de grond genageld, overgenomen door een walgend en haatdragend gevoel.

En dat was nog niet alles. Op een smal wegje iets verder passeerden we een settlersfamilie waarvan de twee kinderen en de mama ons als eerste kruisten, gevolgd door de vader die een maxi-cosy in zijn linkerhand had en jawel… een M16 op zijn rug. (foto 3) “Do you see the gun? It’s because they are afraid of us…” fluisterde de stem naast me.

Zo ongelooflijk ironisch allemaal. Als er nu twee twee personen waren waar ik me op dat moment goed bij voelde, dan waren het wel de twee Palestijnen die met ons door het land slenterden. De woede die in hen opborrelde, verscheen in de blik van hun ogen; het ongeloof en de oneerlijkheid weerklonk in hun gemixt arabisch-engels taaltje. Alles wat we op die tien minuten zagen, overviel me en houdt me de laatste drie dagen non-stop bezig. Dit toont een andere – minder direct zichtbare – dimensie van het conflict. In tegenstelling tot de zichtbaarheid van de muur, de soldaten of de smalle steegjes in het vluchtelingenkamp, konden we op dit moment niets zien, maar was er enkel een intens gevoel van machteloosheid en oneerlijkheid. De rondracende quads en kuierende ruiters namen de plaats in van de schapen of geiten van Ahmads grootvader. De confrontatie met het geweer van de settler was er niet geweest als er geen settlements waren geweest in de eerste plaats.  “This is the life, what can we do?” zuchtte Feras. Inderdaad, wat kan hier nog aan gedaan worden…!?

Hoewel ik de hopeloosheid die hier overheerst meer en meer overneem, denk ik dat een eerste stap in de juiste richting een gedragsverandering van onszelf kan zijn. Een luisterend oor of bewust inlevingsvermogen is immers veel meer waard dan een half uurtje het kamp te bezichtigen, het leed van de inwoners te fotograferen of Palestina op een sensatiegeile manier te bezoeken (want “having been in Palestina is so cool…”). En ja, dit vraagt de moeite om even uit onze luxe-cocon te kruipen. En het feit dat je zelf die dingen niet gezien hebt, is naar mijn inzien slechts een uitvlucht om  jezelf van schuldgevoelens te sparen. Gewoon wat langer stilstaan bij het nieuws, bij de afkomst van de kleren, het eten of wat je ook koopt of alleen al deze tekst met vol inlevingsvermogen lezen, kan een wereld van verschil maken. Wat hier staat is immers maar één actueel voorbeeld van puur onrecht in de wereld. We moeten het soms niet zover gaan zoeken. Ik walg hier evenzeer wanneer ik lees dat uitgewezen Afghaanse kinderen die hun stem laten horen slechts gezien worden als emotionele chantage of dat waterkanonnen ingezet worden voor mensen die vechten tegen de beslissing om hen terug de dood in te sturen. Aan dit soort onrecht werken wij als Europeaan, Belg of Vlaming dagelijks mee.

Ik mag hier dan wel veel leren over Palestina zelf, ik leer nog veel meer over mezelf en over de impact die elke persoon heeft op hoe de wereld eruit ziet. Ik ben er nog meer van overtuigd dat wie zijn stem niet laat horen, alles laat gebeuren en op die manier automatisch meewerkt aan het versterken van het onrecht vandaag. In dit geval ben ik er dan ook van overtuigd dat ons bewust worden van wat wij – als mens – kunnen doen, één van de enige dingen is die mensen als Ahmad en Feras de hoop kan geven dat hun (achter-) kleinkinderen ooit terug in het oorspronkelijke Al Walaja zullen leven…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!