Onderzoeksmissie naar incident met Freedom Flotilla presenteert rapport aan UNHRC
Afrika, VN, De Wereld, Gaza Freedom Flotilla, UNHRC -

Onderzoeksmissie naar incident met Freedom Flotilla presenteert rapport aan UNHRC

woensdag 29 september 2010 02:52

Maandag 27 september presenteerde de Onderzoeksmissie naar de Israëlische aanvallen op de humanitiare vloot naar Gaza, op 31 mei van dit jaar, haar rapport aan de VN Raad voor Mensenrechten (HRC).

De hallucinante feiten

Rechter Karl Hudson-Philips, voorzitter van de VN Onderzoeksmissie, gaf de HRC het relaas van de feiten, aan de hand van de kritische vaststellingen die de Missie had gedaan en waardoor de Missie tot de conlusie diende te komen dat het gedrag van de Israëlische militairen en het andere personeel tegenover de passagiers van de Gaza Freedom Flotilla (GFF) disproportioneel en excessief was. Er vonden ernstige schendingen van zowel het humanitair recht als van de mensenrechten plaats tijdens en na het incident.

Hij verklaarde dat er geen aanvalswapens aanwezig waren op de GFF buiten enkele katapulten. Echter, toen bleek dat ¨het Israëlische leger (IDF) de Mavi Marmara (MM) wou enteren, bewapende een zeer kleine groep op het schip zich met stukken hout en ijzer afkomstig van de relingen

De Missie heeft vastgesteld dat er geen enkel bewijs bestaat dat er gevuurd werd vanaf de MM naar de Zodiacs met Israëlische soldaten.

De eerste drie soldaten die het schip geënterd hadden werden gevangen genomen, ontwapend en benedendeks gebracht waar ze verzorgd werden door artsen. Hun wapens, met uitzondering van één pistool waar de kogels uitgehaald werden en dat verstopt werd, werden overboord gegooid.

De Missie heeft niet vastgesteld dat één van deze militairen werd neergeschoten door de passagiers. Echter, vanuit helikopters werd tijdens de bestorming van de MM zowel met scherp als met niet-dodelijke munitie geschoten terwijl de soldaten afdaalden op het dek.

Negen opvarenden van de MM werden gedood en meer dan vijftig werden verwond tijdens deze actie. Zes van de overleden slachtoffers werden standrechterlijk geëxecuteerd, van wie twee werden doodgeschoten nadat ze ernstig verwond waren en zichzelf niet konden verweren.

Eenmaal de Israëlische strijdkrachten het schip volledig onder controle hadden, werden alle passagiers, op enkele uitzonderingen na, geboeid en gedwongen urenlang geknield op de open dekken te zitten in barre omstandigheden.

“Zes van de overleden slachtoffers werden standrechterlijk geëxecuteerd, van wie twee werden doodgeschoten nadat ze ernstig verwond waren en zichzelf niet konden verweren.”

De passagiers werden geschopt en met wapens geslagen. Ook de passagiers van drie andere schepen werden onderworpen aan onnodig geweld.

Eenmaal ontscheept in de haven van Ashdod werd gepoogd de deelnemers aan de GFF bekentenissen te doen onderteken waarin zij verklaarden dat zij Israël illegaal waren binnengekomen. Zij die weigerden te tekenen of weigerden vingerafdrukken te laten afnemen werden verder mishandeld met slagen.

De behandeling aan wal was de voortzetting van de behandeling aan boord van het schip nadat de militairen er controle over hadden genomen, dixit Karl Hudson-Philips.

Aan het einde van gans de beproeving, moesten de passagiers verder geweld ondergaan, waaronder slagen, vooraleer ze uitgezet werden via Ben Gurion International Airport.

Juridische classificatie van de feiten

De Missie, afgaande op internationaal recht, merkte op dat tijdens een internationaal, gewapend conflict een blokkade legitiem kan uitgevoerd worden. Echter, stelde ze vast dat op 31 mei 2010 er zich een humanitaire crisis met onaanvaardbare proporties voordeed in Gaza.

De Missie verduidelijkte dat, eveneens naar internationaal recht, een blokkade illegaal is wanneer ze resulteert in buitensporige schade aan de burgerbevolking in relatie tot het concrete en rechtstreekse militaire voordeel te verwachten van de blokkade.

Op basis hiervan was de blokkade onwettig, inclusief alle gevolgen die hieruit voortkomen. Dus ook het enteren van de vloot, tenzij ze gerechtvaardigd kon worden op andere gronden dan de blokkade.

Volgens de Missie bestond er niet dergelijke alternatieve rechtvaardiging, zodat het aan boord gaan van de schepen onrechtmatig was.

 Vrijwaren van de onpartijdigheid

Ongeacht het strakke tijdschema opgelegd aan de Missie, heeft ze voldoende mondeling, schriftelijk en visueel bewijsmateriaal verzameld om een uitgebreide evaluatie van de gebeurtenissen te maken, deelde de voorzitter van de Missie mee.

Karl Hudson-Philips verklaarde dat de Missie het noodzakelijk had geacht om, in eerlijkheid naar alle partijen toe, haar mandaat te herinterpreteren (1) op zulke wijze dat het haar onderzoekstaak kon aanvangen zonder de conclusies vooraf, die duidelijk aanwezig waren in de resolutie die de Missie aangesteld had (2), en om absolute onpartijdigheid te garanderen.

De Missie vond het van voldoende belang te verklaren dat ze van mening was dat bij het opstellen van dergelijke resoluties meer zorg besteed moet worden, om niet de indruk van een veroordeling zonder proces te geven ten aanzien van de te onderzoeken aangelegenheden.

Zij heeft geprobeerd om informatie uit zoveel mogelijk bronnen te verkrijgen, en heeft er veel belang aan gehecht om ooggetuigenverslagen van leden van de Israëlische strijdkrachten en hun bevelhebbers te verkrijgen. De Israëlische regering vond de Missie echter onnodig en overbodig (3).

In haar onderzoek heeft de Missie er bijzondere aandacht aan besteed om meerdere onderzoeken naar dezelfde incidenten te voeren.

Vanzelfsprekend besteedde de Missie aandacht aan ooggetuigen die in persoon verschenen om hun bewijzen te overhandigen. Velen van hen droegen de bewijzen van schotwonden die nog niet volledig geheeld waren. Anderen gaven aan dat verdere chirurgische ingrepen nodig waren om hun herstel te voltooien.

Ander bewijsmateriaal zoals geruchten of bewijsmateriaal verkregen via het internet werd zorgvuldige geanalyseerd en overwogen. Er werd dat belang aan gegeven dat de Missie juist achtte in de algemene context van al het bewijsmateriaal.

Al vroeg heeft de Missie gerealiseerd dat de Israëlische overheid extreme stappen had ondernomen om al het beeldmateriaal betreffende de gebeurtenissen onder haar controle te krijgen.

Reacties van de betrokken landen op het rapport

Israël vindt zich het slachtoffer van vooringenomenheid

Aharon Leshno Yaar sprak voor Israël tijdens de zitting en zei dat Israël er ten zeerste van overtuigd was dat het geen rechtvaardige behandeling kon krijgen van de zaak in deze vergaderzaal. “Haar ervaringen hiermee waren te pijnlijk,” verklaarde hij.

“Tot op heden,” zo zei hij, “had de HRC 33 resoluties gestemd over Israël. Van de 13 speciale zittingen handelden er 6 over Israël. Er was een speciaal agendapunt over slechts één staat, Israël.

“Wanneer de mensen spreken van een obsessie met Israël als de ondergang van dit orgaan,” verkondigde hij, “waren dit de cijfers en trends die ze in gedachten hadden.”

“In de laatste 3 maanden,” stelde hij, “waren er gruwelijke voorbeelden van mensenrechtenschendingen over gans de wereld. Van doodstraffen door stenigingen tot massale verkrachtingen. Van massamoorden en deportaties van etnische minderheden tot de martelingen en executies van verdedigers van de mensenrechten.”

“Maar deze raad richtte haar ogen en inspanningen geconcentreerd in de richting van een makkelijk doelwit, in de richting van Israël,” volgens hem. “De wijze van omgaan van deze raad met de vloot was een perfect voorbeeld van dit gebrekkige orgaan haar methode van omgaan met zaken gerelateerd aan Israël. Een stormloop naar actie alvorens zelfs de eerste feiten bekend waren en een mandaat dat vooraf de verantwoordelijkheid bij Israël legde,” argumenteerde hij. (2)

“Israël gelooft sterk in haar democratie en het hoge niveau en de onafhankelijkheid van haar rechterlijke macht.” “Hoe zouden Israëlische functionarissen kunnen verschijnen voor of interactie hebben met een buitenlands onderzoek terwijl haar eigen commissie getuigenissen hoort,” vroeg hij.

“Bestaat er een andere democratie die kan of zou instemmen met dergelijk parallel proces? Bovendien heeft Israël positief gereageerd op de oproep van de secretaris-generaal om deel te nemen in een onderzoekspanel.”

“Dat is een ongekende stap voor Israël. Een boodschap van openheid en goodwill.”

“Om al deze redenen heeft Israël besloten niet deel te nemen aan de werkzaamheden van het comité van de raad. Niet door een gebrek aan verlangen naar de waarheid, of een angst voor de feiten, maar door een bepaald gebrek aan vertrouwen in deze raad.”

Palestina zet Israël op zijn nummer

Voor Palestina sprak Ibrahim Khraishi. Hij zei dat het ganse incident zich spijtig genoeg afspeelde op volle zee, buiten Palestina. “Vandaag viel Israël burgers aan in internationale wateren, morgen zou het burgers aanvallen in territoriale wateren.”

“Zij die aangevallen werden, waren afkomstig uit 20 verschillende landen (4),” deelde hij mee, “waarvan velen uit Turkije. Een zeer belangrijk land in de regio en een vriend van Israël, dat een belangrijke rol speelde in het bereiken van vrede tussen Israël en haar buren.”

“De offensieve houding van Israël maakte dat het burgers doodde en er was niet een raket, kogel of dodelijk instrument aan boord van de schepen. Ze vervoerden humanitaire hulp en het waren bekende individuen die belangrijke politieke en humanitaire boodschappen met zich meedroegen.”

“Het incident heeft de activisten niet gestopt, en nu zijn er nog meer vloten richting Gaza,” concludeerde Khraishi.

“Toen Palestina Israël opriep te stoppen met het gebruik van geweld, was het omdat het Israël wou helpen,” zei hij. “Het wou Israël helpen om de taal van de vrede en de rede te gebruiken omdat de taal van geweld niet gebruikt kan worden als het zich wil schikken naar de wet.”

“Alle criminelen verantwoordelijk voor dit incident moeten ter verantwoording geroepen worden en de slachtoffers en hun families moeten worden gecompenseerd,” eiste hij.

“Israël moet haar excuses aanbieden aan al diegenen die geleden hebben tijdens dit incident.”

Palestina nodigde de raad uit een speciale zitting te houden om Israël in de gelegenheid te stellen die nieuwe democratie te beschrijven die ze aan het schilderen was met het bloed van de slachtoffers.

Turkije geeft Israël een veeg uit de pan

Voor Turkije nam Oguz Demiralp het woord. “Uitgestelde gerechtigheid is geen gerechtigheid”, poneerde hij. Waarop hij de Onderzoeksmissie dankte voor de tijdige indiening van hun rapport, hetwelk Turkije een excellent werk vindt.

“Met haar resolutie 14/1 (2) heeft de HRC ook prompt gereageerd op de Israëlische militaire aanval op de vloot met humanitaire hulp voor Gaza, waardoor ze bewees dat ze in staat is om onmiddellijk te reageren op urgente situaties,” zei hij.

“Verder vergrootte de Onderzoeksmissie de geloofwaardigheid van de HRC door het vertalen van woorden in daden – slachtoffers van mensenrechtenschendingen hebben nu meer vertrouwen in de HRC als een orgaan van de VN tot hetwelk zij hun roep om gerechtigheid kunnen richten,” nog volgens hem.

“Uitgestelde gerechtigheid is geen gerechtigheid”

“Anderzijds is dit nogmaals een schande voor Israël. Het rapport zet alle feiten op een rijtje: de militaire aanval op de vloot komt neer op een reeks van ernstige schendingen van het internationaal recht, het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake mensenrechten.”

“Een wrede militaire operatie werd georganiseerd tegen onschuldige burgers buiten Israëlische jurisdictie,” verklaarde hij. “Negen personen werden gedood, anderen raakten gewond, werden geslagen, mishandeld, gekweld en vernederd. Alle fundamentele VN-instrumenten voor de mensenrechten werden geschonden.”

“In dergelijk geval zou men van de betrokken overheid verwachten dat ze zich verontschuldigd en de nodige diplomatieke en juridische stappen onderneemt om de situatie recht te zetten. Helaas, Israël heeft ervoor gekozen om haar reputatie van niet-naleving van internationale wetten en normen te versterken, zich onbelemmerd voelend om buitenproportioneel geweld aan te wenden waar en wanneer zij dat wenst, zichzelf boven de wet wanend,” verweet hij Israël.

“Het langdurig onderzoek dat men in Israël voert, wordt door velen gezien als een farce,” deelde hij de vergadering mee. “In het aanzicht van zulk flagrant geval van schending van de mensenrechten, wordt van de HRC verwacht om volharding te tonen door te handelen naar het geproduceerde rapport, dat in haar conclusies beschrijft wat de Israëlische autoriteiten moeten doen om recht te doen geschieden voor alle slachtoffers.”

De VS, EU en VN-Watch

VS hecht niet veel belang aan rapport

Eileen Chamberlain Donahoe nam het woord voor de VS. De VS betreurde het tragische verlies van levens en de letsels bij hen aan boord van de schepen richting Gaza.

De VS was echter bezorgd omwille van de onevenwichtige taal, toon en conclusies van het rapport en drong erop aan dat het rapport niet gebruikt zou worden voor acties die de directe Israëlisch-Palestijnse onderhandelingen die momenteel aan de gang zijn, zouden kunnen verstoren, of voor acties die het moeilijker kunnen maken voor Israël en Turkije om de recente spanningen in hun “historisch sterke bilaterale relatie” te kunnen overkomen .

“De VS geloven in het belang van een geloofwaardig, onpartijdig en transparant onderzoek naar de tragische gebeurtenissen van 31 mei,” zei ze. De resolutie die aangenomen werd in juni velde volgens de VS reeds een oordeel over de feiten voor ze werden vastgesteld en belastte de Onderzoeksmissie met een gebrekkig mandaat. Iets wat de Missie zelf erkent in haar rapport, volgens mevr. Chamberlain Donahoe.

“Door het voordeel van meer tijd en meer overweging was de secretarisch-generaal van de VN er in geslaagd om de steun van zowel Turkije als Israël te verkrijgen voor de oprichting van een onderzoekspanel om de rapporten van de eigen, nationale onderzoeken van deze landen betreffende het tragische incident te ontvangen en te bespreken,” deelde ze mee.

“De VS wacht de uitkomst van deze onderzoeken af.”

De EU, steeds dezelfde slappe thee

Voor de Europese Unie sprak Joëlle Hivonnet. Zij sprak haar diepe bezorgdheid uit aangaande de gebeurtenissen die in internationale wateren hadden plaatsgevonden in mei 2010 en veroordeelde het gebruik van geweld dat had geleid tot de dood van negen burgers.

“De EU had een onmiddellijk, volledig en onpartijdig onderzoek naar de gebeurtenissen en de omstandigheden welke deze omringden gevraagd,” zei ze. “De situatie in Gaza blijft onhoudbaar. Het voortdurende beleid van afsluiting is onaanvaardbaar en politiek contraproductief.” Ze riep op tot een onmiddellijke en onvoorwaardelijke openstelling van de grensposten voor de stroom aan humanitaire hulp, commerciële goederen en personen van en naar Gaza.

Ze deelde mee dat de EU verheugd is over de aangekondigde maatregelen vanwege de Israëlische overheid en riep tegelijk ook op tot een oplossing die Israëls legitieme veiligheidsbelangen adresseerde, waaronder een volledige stopzetting van al het geweld en de wapensmokkel naar Gaza.

Ook steunde de EU de oprichting van een internationaal onderzoekspanel door de secretaris-generaal van de VN naar het vlootincident en voelde zich hoopvol door de oprichting van een onafhankelijke, openbare commissie ingesteld door de Israëlische regering.

De EU stelde voor het rapport van de Missie aan het internationaal onderzoekspanel over te maken en moedigde Israël ten zeerste aan de conclusies van de Onderzoeksmissie van de HRC op te volgen in de context van haar nationaal onderzoek en ook volledig te blijven samenwerken met het onderzoekspanel opgericht door de secretaris-generaal.

VN-Watch beschuldigt HRC van vooringenomenheid

Leon Saltiel die het woord nam voor VN-Watch zei dat de Onderzoeksmissie erkend had dat resolutie 14/1 die het onderzoek had gecreëerd “duidelijk conclusies vooraf” bevatte en dat de “teneur en bewoording van de inleidende en voornaamste onderdelen van de resolutie wees op een bepaalde tendens”.

“In het licht van de lange en welgekende staat van dienst van de HRC in dergelijke zaken, hoorde de Missie zich uit te spreken over haar visie op de redelijke waarschijnlijkheid of er verandering zou optreden op dit punt,” zei hij. Hij vroeg of de Missie enige belangen had die haar werk “hadden geholpen of aangemoedigd, hetwelk nu in de handen was van diegene, die, in de missie’s eigen woorden, hun toevlucht namen tot vooringenomenheid, conclusies vooraf en veroordeling zonder proces.”

“Talrijke artikelen documenteerde de jihadistische intentie en acties van militanten op het schip,” stelde hij. “Dit was bewijs voor wat er werkelijk gebeurd is, van de ware aard van de bedoelingen van de zogenaamde hulpverleners,” verklaarde Saltiel.

Strijdvaardige reacties van de Missie op de kritieken

In zijn slotbeschouwing zei Karl Hudson-Phillips dat hij slechts twee discordante opmerkingen had gehoord. Persoonlijk betreurde hij de verklaring vanwege de ambassadeur van de VS, die de inhoud van het rapport karakteriseerde als onevenwichtig en niet onderbouwd.

Met betrekking tot de opmerkingen van VN-Watch, verklaarde hij dat hij rekening had gehouden met de twee punten die ze opgeworpen hadden. “In ieder geval zouden de punten opgeworpen door VN-Watch de uitkomst van het rapport niet veranderd hebben en zou het de Israëlisch acties niet legaal gemaakt hebben in dit incident.”

“Uiteraard moest de Missie vertrouwen op ooggetuigenverslagen en deden de leden hun best om de onpartijdigheid te handhaven onder de gegeven omstandigheden,” zei hij.

Desmond de Silava, eveneens lid van de Missie, repliceerde in zijn slotbeschouwing dat de Missie haar mandaat, door de HRC gegeven, zeer ernstig had opgevat met het oog op het zoeken van de waarheid binnen de context van de wet.

“Ik heb met interesse geluisterd naar de opmerkingen van de vertegenwoordiger van VN-Watch wiens opmerkingen een fundamentele en werkelijke onbekendheid met de wet verraden,” zei hij.

“Er wordt veel waarde gehecht aan het feit dat sommige mensen aan boord van de MM bepaalde uitspraken hadden gedaan,” argumenteerde hij, “maar waar was de imminente dreiging voor Israël?”

“Zelfs als Bin Laden in hoogsteigen persoon aan boord zou geweest zijn van de GFF, zou dat de blokkade van Gaza nog niet legaal gemaakt hebben,” argumenteerde hij.

“Niettegenstaande, is het eveneens rechtmatig te zeggen dat Hamas een misdaad begaat telkens ze een raket afvuurt op Israël,” voegde hij eraan toe.

“Zelfs als Bin Laden in hoogsteigen persoon aan boord zou geweest zijn van de GFF, zou dat de blokkade van Gaza nog niet legaal gemaakt hebben.”

Mary Shati Diariam, ook lid van de Missie, zei dat het het voornemen was van de Missie om de waarheid vast te stellen en was ervan overtuigd dat ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten gepleegd zijn door de vertegenwoordigers van de Israëlische regering.

“De slachtoffers waren burgers en niet de kern van de strijdende partijen, en dus was de omvang van het geweld disproportioneel en excessief. Een conclusie waar de Missie blijft achter staan,” deelde ze mee.

“Op dit moment is gerechtigheid voor de slachtoffers van het grootste belang,” zei ze, “en de HRC moet er naar toe werken te verzekeren dat gerechtigheid zegeviert en recht wordt gedaan.

“Afgezien van eender welke actie die ingeleid wordt voor juridische genoegdoening, moet de HRC ervoor zorgen dat de bestaande mechanismen voor de mensenrechten van de VN worden gebruikt om dit op te volgen, in het bijzonder het verdragsorganismesysteem,” was haar besluit.

Eensluidende boodschap van andere partijen

Veel van de andere sprekers die deelnamen aan de interactieve dialoog riepen op tot een onmiddellijke opheffing van de blokkade van Gaza.

Sprekers  naast de betrokken landen en de Missie waren de vertegenwoordigers van Pakistan namens de Organisatie van de Islamitische Conferentie, Egypte, Syrië, Cuba, Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië, de Verenigde Staten, Europese Unie, Qatar, Soedan, India namens het India, Brazilië en Zuid- Afrika Forum, Thailand, Libië, Zwitserland, Indonesië, Senegal, Koeweit, Marokko, Jemen, Japan, Iran, Saoedi-Arabië, Maleisië, Algerije, Libanon, Zuid-Afrika, Bangladesh en de Malediven.

Andere sprekers waren Mouvement contre le racisme et pour l’amitié entre les peuples, UN-Watch, en North-South XXI.

Vraag is of Israël ooit rekening zal houden met VN-resoluties die haar niet welgevallig zijn en hoe lang de internationale gemeenschap de huidige gang van zaken nog blijft tolereren. Van de EU en de VS hoeven we blijkbaar niet veel te verwachten.

Samenvatting van de conclusies van het rapport

In de conclusies van haar rapport stelt de Missie dat: “Vrede en respect verdiend hoort te worden en niet uit eender welke tegenstander geknuppeld. Een onfaire overwinning is nog nooit geweten een blijvende vrede te brengen.”

De Missie heeft met stelligheid vastgesteld dat er 31 mei een humanitaire crisis heerste in Gaza. Het overweldigende bewijsmateriaal verkregen uit onbesproken bronnen is haar inziens te overweldigend om tot een tegengestelde mening te komen. Elke ontkenning hiervan kan niet ondersteund worden op rationele gronden.

Om deze reden alleen al is de blokkade die Israël uitoefent onwettig en niet te rechtvaardigen op eender welke grond. Bijgevolg is de actie van het IDF bij het onderscheppen van de MM duidelijk onwettig.

Meerbepaald kan de actie ook niet gerechtvaardig worden op basis van Artikel 51 van het Handvest van de VN (5) dat Israël wil inroepen.

De Missie erkent dat de Israëlische staat recht heeft op vrede en veiligheid zoals elke andere en dat het afvuren van raketten vanuit Gaza op Israëlisch grondgebied een schending zijn van het internationale humanitaire recht. Echter, onder eender welke omstandigheden, is een collectieve bestraffing van de burgerbevolking van Gaza, als antwoord op deze aanvallen, ongeoorloofd.

Het is duidelijk dat het gedrag van de IDF en ander personeel tegenover de opvarende van de GFF niet enkel buitenproportioneel was, maar niveaus van totaal onnodig en ongelooflijk geweld vertoonde. Het optreden verried een onaanvaardbare graad van wreedheid.

Dergelijk gedrag kan niet gerechtvaardigd of getolereerd worden op basis van veiligheidsgronden of enige andere.

Hoewel de Missie van de overtuiging is dat ze in het huidige tijdsbestek niet in staat is geweest om een uitgebreide lijst van alle overtredingen samen te stellen, is ze van mening dat er meerdere overtredingen en misdrijven zijn gepleegd.

“Vrede en respect hoort verdiend te worden en niet uit eender welke tegenstander geknuppeld. Een onfaire overwinning is nog nooit geweten een blijvende vrede te brengen.”

Er is duidelijk bewijs ter ondersteuning voor de vervolging van volgende misdrijven op basis van artikel 147 van de Vierde Conventie van Genève:

  • opzettelijke doding
  • foltering of onmenselijke behandeling
  • moedwillig veroorzaken van zwaar lijden of ernstige schade aan lichaam of gezondheid

Ze is ook van mening dat er een reeks van schendingen van Israëls verplichtingen onder internationale mensenrechtenverdragen hebben plaatsgevonden, ondermeer inzake:

  • recht op leven (art. 6, IVBPR (6))
  • foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (art. 7, IVBPR; CAT (7))
  • recht op vrijheid en veiligheid en vrijheid van willekeurige arrestatie of hechtenis (art. 9, IVBPR)
  • recht van gedetineerden te worden behandeld met menselijkheid en respect voor de inherente waardigheid van de persoon (art. 10, IVBPR)
  • vrijheid van meningsuiting (art. 19, IVBPR)

De Missie is van mening dat het recht op daadwerkelijk rechtsmiddel gegarandeerd moet worden aan de slachtoffers.

Ook stelt de Missie vast dat het in het bezit houden van onrechtmatig in beslag genomen goederen een voortdurend misdrijf blijft en roept Israël op deze goederen onmiddelijk vrij te geven.

Omdat de daders van de ernstige misdrijven gemaskerd waren, kunnen ze niet geïdentificeerd worden zonder hulp van de Israëlische autoriteiten. Zij reageerden op gewelddadige wijze telkens ze dachten dat iemand hen trachtte te identificeren.

De Missie hoopt dat er samenwerking zal komen met de Israëlische overheid om hen te identificeren met het oog op vervolging en om de situatie te kunnen afsluiten.

Ze is er zich echter van bewust dat het niet de eerste maal is dat de Israëlische overheid weigert samen te werken in een onderzoek naar feiten waarbij haar militair personeel betrokken is. De Missie betreurt dan ook dat, nog maar eens, de Israëlische overheid weigert samen te werken aan een onderzoek naar het verlies van mensenlevens door toedoen van haar militairen.

Dit omdat de Israëlische overheid dit onderzoek zelf niet heeft verordend of omdat zij er zelf niet aanzienlijk in vertegenwoordigd is.

De Missie betreurt het dat haar verzoeken om informatie aan de permanente vertegenwoordiging van Israël onbeantwoord bleven.

Initieel was de reden hiervoor dat Israël haar eigen onafhankelijk onderzoek zou voeren naar het incident. Om deze reden en ook omdat de secretaris-generaal van de VN de oprichting van een andere onderzoekscommissie met gelijkaardig mandaat had aangekondigd, werd door Israël meegedeeld dat “een bijkomend initiatief van de HRC terzake zowel onnodig als onproductief is.”

Daar de Missie het met dit standpunt niet eens is, heeft zij de Israëlische vertegenwoordiger voorgesteld zich rechtstreeks tot de HRC te richten en niet tot de Missie met zijn verzoek dat de Missie de indiening van haar rapport zou uitstellen om het mogelijk te maken dat andere onderzoeken afgerond kunnen worden.

Tot op heden heeft zij van de HRC niet dergelijke richtlijn, waarop ze verplicht zou zijn positief te reageren, ontvangen.

Aangezien noch het Israëlische onderzoek, noch het onderzoek opgezet door de secretaris-generaal afgerond zijn, zal de Missie zich onthouden van opmerkingen die het deze onderzoeken onmogelijk zouden maken “ongehinderd door externe gebeurtenissen” af te sluiten.

Alle passagiers aan boord van de vloot die voor de Missie verschenen lieten de indruk na van personen oprecht begaan met de geest van humanisme en doordrenkt met een diepe en oprechte bezorgdheid voor het welzijn van de inwoners van Gaza.

“Alle passagiers aan boord van de vloot die voor de Missie verschenen lieten de indruk na van personen oprecht begaan met de geest van humanisme en doordrenkt met een diepe en oprechte bezorgdheid voor het welzijn van de inwoners van Gaza.”

Negen mensen verloren het leven en verscheidene anderen liepen ernstige verwondingen op. Volgens de observaties van de Missie zijn er diepe psychologische littekens toegebracht door wat een zeer traumatische ervaring geweest moet zijn, niet enkel bij de passagiers maar ook bij de soldaten die verwond werden.

De Missie staat niet alleen met de vaststelling dat er een “onhoudbare” situatie heerst in Gaza. Dit is totaal onaanvaardbaar in de 21ste eeuw. Het is verbijsterend dat iemand de levensomstandigheden van de mensen daar zou kunnen karakteriseren als te voldoen aan de meest elementaire of aanvaardbare levensstandaarden.

Bij alle partijen en de internationale gemeenschap wordt er aangedrongen een oplossing te vinden die alle legitieme veiligheidsbelangen van zowel Israël en het Palestijnse volk adresseert, die evenveel recht hebben op “hun plaats onder de zon”.

“Het is verbijsterend dat iemand de levensomstandigheden van de mensen daar zou kunnen karakteriseren als te voldoen aan de meest elementaire of aanvaardbare levensstandaarden.”

De schijnbare tweedeling tussen het concurrerende recht op veiligheid en het recht op een menswaardig leven kan enkel opgelost worden als oude tegenstellingen ondergeschikt zijn aan een gevoel van rechtvaardigheid en fair-play.

De Missie heeft nagedacht over de positie van humanitaire organisaties die wensen in te grijpen in situaties van langdurige humanitaire crisis, waar de internationale gemeenschap niet bereid is om, omwille van wat voor reden ook, positieve actie te ondernemen.

Te vaak worden deze organisaties beschuldigd van bemoeizucht of, in het slechtste geval, terroristen of vijandelijke agenten te zijn.

Er is onderscheid gemaakt tussen acties ondernomen om crises te verlichten en acties om de oorzaken van crises aan te pakken. Het laatste soort actie word gekarakteriseerd als politieke actie en is daarom niet geschikt voor groepen die als humanitair willen worden geclassificeerd

“Te vaak worden deze organisaties beschuldigd van bemoeizucht of, in het slechtste geval, terroristen of vijandelijke agenten te zijn.”

Dit punt wordt gemaakt vanwege het bewijs dat, hoewel sommige van de passagiers enkel geïnteresseerd waren in het afleveren van voorraden aan de mensen in Gaza, voor andere het hoofddoel was om bewustwording omtrent de blokkade te creëren met het oog op de opheffing ervan als enige oplossing voor de crisis.

Een onderzoek dient gevoerd om humanisme duidelijk te omschrijven als verschillend van humanitaire actie, zodanig dat er een overeengekomen vorm van interventie en bevoegdheid kan bestaan wanneer humanitaire crises ontstaan.

Ze hoopt dat er snel wordt opgetreden door de Israëlische regering. Ze stelt dat er een lange weg af te leggen is om de betreurenswaardige reputatie die dat land heeft van straffeloosheid en onverzettelijkheid in internationale gelegenheden, te keren. Het zou ook hen helpen die oprecht met haar situatie meeleven, om hen te steunen zonder gestigmatiseerd te worden.

(1) Zie Annex 2: Geherinterpreteerde resolutie 14/1
(2) Zie Annex 1: Resolutie 14/1
(3) Zie Annex 3c: Herhaling van vraag om informatie aan de Israëlische vertegenwoordiging.
(4) Zie Annex 4: Gedetailleerd overzicht van schepen, aantal passagiers en hun nationaliteiten
(5) Artikel 51, Handvest van de VN
“Geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een Lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de noodzakelijke maatregelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid heeft genomen. Maatregelen die door Leden zijn genomen bij de uitoefening van dit recht tot zelfverdediging dienen onverwijld ter kennis van de Veiligheidsraad te worden gebracht en tasten op geen enkele wijze de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad ingevolge dit Handvest aan om op enigerlei tijdstip over te gaan tot zulk optreden als hij nodig acht voor de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid.”
(6) Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
(7) United Nations Convention Against Torture

Bronnen:

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!