Onderzoeksjournalist Glenn Greenwald ‘De surveillance-staat maakt journalistiek kapot’
Glenn greenwald,NSA,Edward Snowden,MO* -

Onderzoeksjournalist Glenn Greenwald ‘De surveillance-staat maakt journalistiek kapot’

zondag 27 oktober 2013 13:49

Auteur: Kristof Clerix
Origineel:http://www.mo.be/opinie/de-surveillance-staat-maakt-journalistiek-kapot

6 oktober 2013 — Als er één journalist is die dit jaar het wereldnieuws heeft bepaald, dan wel Glenn Greenwald. Sinds zijn ontmoeting met NSA-klokkenluider Edward Snowden in mei 2013 publiceert Greenwald de ene onthulling over Amerikaanse surveillance na de andere. MO* trof Greenwald op de Wereldconferentie voor Onderzoeksjournalistiek in Rio de Janeiro. ‘Als Snowden in België had aangeklopt, zat hij nu waarschijnlijk in een Amerikaanse gevangenis.’

De Pontifical Catholic University in Rio was van 12 tot 15 oktober het kader van een internationaal netwerkevent voor onderzoeksjouralistiek. Uiteraard kon Glenn Greenwald niet op het programma ontbreken. Op de derde conferentiedag verscheen de Guardian-journalist voor een goedgevuld gymnasium ten tonele, waar hij werd geïnterviewd door Margo Smit, de directrice van de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Greenwald –doorgaans pokerface, slechts heel af en toe met een glimlach– sprak snel, beredenerd en vlijmscherp.

Onderstaand interview is de weergave van dat gesprek, aangevuld met tussenkomsten uit het publiek en vragen die ik Greenwald achteraf mocht stellen. Pas een dag nadien lekte uit dat Greenwald The Guardian gaat verlaten om samen met eBay-sticheter Pierre Omidyar een nieuw media-platform te lanceren. Al liet hij tussen de regels al een en ander doorschemeren.

Sinds juni slaat u de wereld met verstomming: de ene scoop over spionage volgt de andere op. Blijft het onthullingen regenen?

Greenwald: Ja. Ik zeg dat niet om een hype in stand te houden. Het is gewoon zo. De dossiers die Snowden ons heeft bezorgd, zijn zo complex maar diepgaand dat ik denk dat de meest choquerende en signifikante verhalen nog moeten komen.

België huisvest de Europese instellingen. Ligt er ook nog nieuws op de plank over spionage tegen de EU? 

Greenwald: Laura Poitras (de Amerikaanse documentairemaakster die in Hongkong samen met Greenwald klokkenluider Snowden ontmoette, kc) werkt samen met Der Spiegel aan de EU-verhalen. Voor zover ik weet, heeft ze in dat opzicht nog plannen. Ik kan er nog niet te veel over vertellen, maar er komen zeker nog nieuwe verhalen aan.

De reactie van Europa op het hele spionageschandaal was aanvankelijk bijzonder soft. Hoe zouden buitenlandse regeringen volgens u het best reageren?

Greenwald: Het is niet aan mij om regeringen te zeggen wat ze moeten doen. Mijn rol is de bevolking in te lichten over wat er met hun privacy gebeurt –vaak zonder dat hun regering ervan op de hoogte is, maar soms ook mét diens medeweten en toestemming. Laat burgers overal ter wereld beslissen hoeveel druk ze op hun overheid willen uitoefenen om hun privacy te beschermen.

Waarom gedroeg Europa zich de voorbije maanden zo mak?

Greenwald: Omdat de Europese regeringen over het algemeen geen nationale waardigheid hebben en niet onafhankelijk willen zijn van de Verenigde Staten. Ze vinden het niet erg om door de VS bespioneerd te worden, en zijn bang om Washington voor het hoofd te stoten. Dat zag je duidelijk toen Europese landen het vliegtuig van de Boliviaanse president Evo Morales niet tot hun luchtruim toelieten omdat de VS hen daartoe de opdracht hadden gegeven –ze dachten dat Snowden misschien aan boord was. Zo gedragen West-Europese landen zich al decennia als vazallen van de Verenigde Staten.

Regeringen ter verantwoording roepen

Vandaag bent u zowat ’s werelds bekendste journalist, maar u startte uw loopbaan als advocaat in New York. Waarom heeft u daarna voor de pen gekozen?

Greenwald: Na 9/11 zag ik het politieke klimaat in de VS radicaal veranderen. Machthebbers gingen meer en meer in het geheim dingen ondernemen die voorheen ondenkbaar waren. Mensen opsluiten zonder enige vorm van aanklacht of proces bijvoorbeeld. Ik vond dat klimaat erg ongezond maar ging er vanuit dat de media nooit zouden toelaten dat de regering een bepaalde lijn zou overschrijden. Toch gebeurde dat, en sommige media steunden die gang van zaken zelfs. Daardoor besefte ik dat er een journalistieke kloof was ontstaan die opgevuld moest worden. Regeringen ter verantwoording roepen. Misbruik aanklagen. En dus lanceerde ik begin 2005 mijn eigen blog over politiek, gewoon in mijn appartementje in Rio, spontaan en zonder dat ik echt een plan had.

Wat vond u precies zo problematisch aan de mainstream media?

Greenwald: Zes weken nadat ik met mijn blog was gestart, onthulde de New York Times dat de NSA telefoongesprekken van Amerikanen afluisterde zonder het nodige gerechtelijke bevelschrift. Blijkbaar was de krant daar al vijftien maanden van op de hoogte. De uitgever was destijds echter bij president George W. Bush geroepen. Het was een half jaar voor de presidentsverkiezingen en Bush wilde niet dat de New York Times het verhaal zou uitbrengen. In plaats van Bush in zijn gezicht uit te lachen, gehoorzaamde de uitgever. Bush werd uiteindelijk herverkozen.

De enige reden waarom het artikel uiteindelijk toch is verschenen, is omdat een van de journalisten het zwijgen beu was. Hij wilde het nieuws publiceren in een boek, waarop de New York Times de scoop dan toch maar zelf uitbracht. Het idee dat het belangrijkste en meest invloedrijke medium ter wereld het verhaal zo lang had laten liggen op bevel van de overheid, maakte voor mij duidelijk dat de westerse pers met een fundamenteel probleem zat. 

En dus bleef u bloggen. Hoe kan je daarmee het verschil maken?

Greenwald: Als je tien jaar geleden als journalist een groot publiek wilde bereiken, dan moest je wel aan de slag bij een van de grote mediabedrijven. Je moest je onderwerpen aan alle beperkingen die voor journalistiek golden: de mediahuizen decreteerden welke standpunten aan bod mochten komen. Dankzij het internet hoef je je daar als journalist niet meer aan te onderwerpen –maar kan je toch nog een groot publiek bereiken. Je kunt een blog opstarten, expertise opbouwen rond een aantal thema’s, content aanbieden die elders niet te vinden is, en zo een publiek aanspreken. Zo heb ik het gedaan, en velen anderen ook. Dat proces democratiseert het discours, het diversifieert de media en zet druk op de klassieke grote media om hun gedrag te veranderen –en dat is zeer bemoedigend allemaal.

U klinkt optimistisch. Gaat het net niet slecht met journalistiek?

Greenwald: Een van de opwindenste ontwikkelingen is dat al die klassieke media-instellingen aan het uitsterven zijn. Dat moet gevierd worden. Begrijp me niet verkeerd: het is erg dat mensen hun baan verliezen. Maar goed is dat die media-instellingen de fundamentele uitgangspunten over hun werking opnieuw in vraag moeten stellen. En dat zal tot betere media leiden. Terwijl de New York Times, The Washington Post en Europese media honderden werkkrachten moeten ontslaan, staan er ook nieuwe media op die heel interessante dingen doen. Ze bieden kansen aan jonge journalisten. Dat de klassieke grote media aan het uitsterven zijn, hoeft niet meteen het einde van de journalistiek te betekenen.

Heroïsche journalistiek

Hoe kijkt u terug op 5 juni, de dag dat The Guardian uw eerste artikel over de NSA publiceerde?

Greenwald: Eens ik Snowdens documenten in handen had, was onze zorg om een medium te vinden dat de verhalen wilde publiceren. Dat was minder vanzelfsprekend dan je zou denken. De eerste reactie van media is voorzichtigheid en angst. Ik ben dan uiteindelijk naar The Guardian gestapt, omdat zij beter zijn dan de meeste andere media van die omvang én omdat zij een traditie hebben in heroïsche journalistiek. Maar de advocaten van The Guardian waarschuwden dat de FBI de redactie van de krant in New York zou kunnen binnenvallen en alle materiaal in beslag zou nemen. En dat ook de Britse regering de verslaggeving aan banden zou kunnen leggen.

Ondanks die waarschuwingen zette The Guardian toch door?

Greenwald: Hoewel The Guardian het journalistieke en maatschappelijke belang van het materiaal wel inzag, was er ook daar een moment van twijfel. ‘Gaan we niet gehinderd worden in onze verslaggeving?’ Toen het eerste artikel in The Guardian echter zo intens werd onthaald –van overal ter wereld stroomden reacties binnen– werd de journalistieke vlam bij de uitgevers aangestoken. Vervolgens publiceerden we vijf dagen op rij het ene verhaal na het andere. Dat eerste artikel was een overwinning.

Waarom heeft u de NSA-documenten niet Wikileaks-gewijs en masse publiek gemaakt?

Greenwald: Deels was dat op vraag van Snowden, maar bovendien zou dat ook minder effect hebben gehad. Het punt is dat regeringen wereldwijd –inclusief de Amerikaanse– niet weten welke documenten we in handen hebben. Regeringen maakten in het begin wel eens valse claims als reactie op onze verhalen, omdat ze niet wisten dat wij documenten hebben die die claims kunnen ontkrachten. Dat verklaart waarom sommige regeringen niet staan te springen om op de onthullingen te reageren. Als ze in hun reactie liegen, zouden ze later wel eens door de mand kunnen vallen. Dat is voor mij een van de belangrijkste lessen: mensen met macht liegen wanneer ze geen verantwoording moeten afleggen. Journalistiek dient daarvoor: om kritisch na te gaan wat machthebbers beweren, het te onderzoeken en vervolgens het publiek daarover te informeren.

Betrouwbaar of knettergek?

Vertrouwde u Edward Snowden van meet af aan?

Greenwald: Als je gecontacteerd wordt door een bron die beweert dat hij je een enorme hoeveelheid top secret documenten kan bezorgen, dan vraag je je natuurlijk af of hij betrouwbaar is. Of knettergek misschien? Gaat het niet om een manoeuvre om je creditibiliteit te ondergraven, door je te voeden met valse documenten –zoals het Amerikaanse leger in 2008 met Wikileaks probeerde? De eerste verantwoordelijkheid als journalist is na te gaan of het aangeboden materiaal authentiek is. Dat is niet zo gemakkelijk. Uiteindelijk moet je op je oordeel en intuïtie vertrouwen. Er bestaat immers geen mathematische bewijs voor de echtheid van documenten.

Wanneer wist u zeker dat Snowden geen fantast was?

Greenwald: Na onze aankomst in Hongkong hebben we (Greenwald en Poitras, kc) Snowden zes uur aan een stuk bijna letterlijk opgesloten in zijn kamer en bestookt met vragen. We moesten zijn waarachtigheid testen. Op het einde van die zes uur wist ik absoluut zeker dat Snowden was wie hij beweerde te zijn, én dat de documenten echt waren. Bovendien was ik er ook van overtuigd dat hij eerlijk was over zijn motief om alles openbaar te maken –een gewetensdaad.

Opmerkelijk is dat Snowden als klokkenluider snel naar buiten is getreden.

Greenwald: De hele interactie met Snowden was radicaal anders dan wat je meestal hebt bij gevoelige bronnen. Doorgaans willen die anoniem blijven, maar Snowden wilde vanaf de eerste minuut zijn naam aan het verhaal verbinden. Zijn uitleg was: ‘Als je iets naar buiten brengt dat zo’n enorm effect zal hebben op de hele wereld, dan ben je gewoon verplicht daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen. Ik wil me niet verstoppen.’ Wat enorm nobel en moedig is. Toch hebben we Snowden kunnen overtuigen om de eerste dagen nog uit beeld te blijven. Het verhaal moest immers over de onthullingen zelf gaan, niet over de klokkenluider.

Als je elf dagen samen op een hotelkamer doorbrengt, hoe bewaar je dan nog de nodige professionele afstand tegenover je bron?

Greenwald: Ik weet wel dat er ongeschreven wetten zijn in de journalistiek, zoals dat je je mening niet mag geven over thema’s waar je over schrijft. Of dat je niet te dicht bij je bron mag staan. Ik weet niet wie die regels opgesteld heeft of waar ze vandaan komen. Ik steek niet weg dat ik Snowdens daden heroïsch vind, en dat ik heel blij ben dat hij naar buiten is gekomen met de informatie –omdat ik vind dat de wereld moet weten wat de VS en hun nauwe bondgenoten allemaal uitspoken. Ik geef om Snowden als mens. Ik vind niet dat hij de gevangenis in moet, ben tegen zijn vervolging gekant en vind dat hij asiel moet krijgen. Als je wekenlang met iemand vanop afstand communiceert, vervolgens elf dagen in elkaars gezelschap doorbrengt, en daarna nog bijna elke dag contact houdt, dan ga je niet ontkennen dat je steunt wat hij doet.

Voelt u zich persoonlijk ook verantwoordelijk voor het lot van Snowden?

Greenwald: Je wilt natuurlij ‘Waarom zeggen regeringen dat ze blij zijn met Snowdens onthullingen, maar zijn ze tegelijkertijd niet bereid hem te beschermen tegen politieke vervolging in de VS?’ k je bron zo goed mogelijk beschermen en helpen. Maar vanaf het moment dat de VS een klacht tegen Snowden indienden, werd hij officieel een voortvluchtige. Des te meer je hem daarna nog helpt, des te meer argumenten je de Amerikaanse overheid geeft om je te kunnen beschuldigen van hulp aan een voortvluchtige om zich aan de rechtspraak te onttrekken. Al vanaf het begin bevonden we ons dus in een moeilijke positie. We moesten voortdurend balanceren tussen Snowden de steun geven die hij verdiende, zonder intussen een cadeau te geven aan de mensen in de Amerikaanse overheid die mij en anderen willen vervolgen. Daarom blijf ik liever wat vaag over de concrete steun die we aan Snowden hebben gegeven.

Doelwit nummer één

Waarom hebben jullie destijds uitgerekend in Hongkong afgesproken?

Greenwald: Snowden ging er van uit dat er maar een paar plaatsen op de wereld zijn die niet zouden ingaan op een Amerikaanse vraag tot uitlevering. En hij wilde niet naar mainland China noch naar Rusland. Hongkong heeft bovendien een traditie in dissidentie en vrijheid van meningsuiting.

Als je duizenden top secret geheime documenten lekt en je wordt het doelwit nummer één van de machtigste overheid ter wereld, dan heb je nu eenmaal niet zoveel keuzevrijheid. Dan blijven alleen maar “slechte” keuzemogelijkheden over. Snowden koos voor Hongkong omdat hij er bescherming kon genieten en omdat het er politiek gezien redelijk vrij aan toegaat. Hij had het lang op voorhand gepland. Hongkong was zijn keuze.

België heeft een uitstekende wet op de bronnenbescherming. Was dat geen goed alternatief geweest?

Greenwald: Als ik Snowden had aangeraden naar België te gaan, en hij had mijn advies opgevolgd, dan zat hij nu waarschijnlijk in een Amerikaanse gevangenis. Kleine landen zijn doorgaans niet zo sterk in het weerstaan van enorme Amerikaanse druk. Bovendien zou hij toch niet maar mij hebben geluisterd.

Snowden heeft uiteindelijk een jaar asiel gekregen in Rusland –niet bepaald een land dat geroemd wordt om zijn mensenrechten en persvrijheid. Contradictorisch?

Greenwald: Alsof Rusland zijn ultieme droombestemming zou zijn. De realiteit is dat toen Snowden Hongkong verliet, hij garanties nodig had dat hij naar Latijns-Amerika zou kunnen gaan. Zijn oorspronkelijke plan was om naar Ecuador door te reizen, maar er zijn geen directe vluchten tussen Hongkong en Ecuador. Om van Hongkong naar Latijns-Amerika te gaan, moet je via verschillende landen passeren.

Snowden had van de Cubaanse regering de garantie gekregen dat hij veilig door Rusland zou mogen passeren. Zijn plan was dus niet om in Rusland te blijven. Van Moskou zou het via Havana naar Ecuador gaan.

Maar toen trok de Amerikaanse regering Snowdens paspoort in…

Greenwald: … en kon hij Moskou niet meer verlaten. Vervolgens hebben de VS elk land onder druk gezet waarvan ze dachten dat Snowden er misschien in transit zou passeren. Te beginnen met Cuba. Uiteindelijk zei Cuba dan ook: ‘We gaan je niet zomaar naar Havana laten komen. Als je het toch probeert, leveren we je waarschijnlijk uit aan de VS.’ Zo is Snowden in Rusland gestrand. Niet omdat hij ervoor koos, maar omdat hij ertoe gedwongen werd.

Symbolisch asiel

Hoe gaat het eigenlijk met Snowden in Rusland?

Greenwald: Hij is blij [dat hij daar is], in die zin dat het een beter alternatief is dan een kleine Amerikaanse gevangeniscel voor de rest van zijn leven.

Snowden kon toch ook elders in Latijns-Amerika terecht?

Greenwald: Verschillende Latijns-Amerikaanse landen –waaronder Venezuela, Bolivia en Nicaragua– hebben Snowden asiel aangeboden. Ecuador gaf aanvankelijk ook aan daarvoor open te staan, maar uiteindelijk bood het hem nooit asiel aan.

Venezuela, Bolivia en Nicaragua wilden Snowden symbolisch asiel aanbieden, om aan hun bevolking te tonen dat ze tegen de VS durfden ingaan. Maar eigenlijk waren ze er nooit echt serieus over. Dat weten we omdat Venezuela op eender welk moment –en nu nog– een jet had kunnen sturen naar Moskou om hem op te pikken en naar Caracas over te vliegen. Bolivia en Nicaragua hebben waarschijnlijk die capaciteiten niet.

En Ecuador?

Greenwald: Hetzelfde plaatje. De Ecuadoraanse president [Rafael Correa] houdt van media-aandacht. Hij wordt graag gezien –voornamelijk in eigen land maar ook internationaal– als een moedige figuur die bereid is de VS uit te dagen. En hij heeft ook indrukwekkende dingen gedaan: Julian Assange van Wikileaks asiel gegeven, gevraagd dat de Amerikaanse militairen opkrassen uit Ecuador tenzij de VS ook Ecuadoraanse soldaten toelaten… Maar in dit geval denk ik niet dat hij het ernstig meende. Het was veeleer voor binnenlands gebruik.

Ik denk niet dat er –behalve Rusland– één regering oprechte bereidheid heeft getoond om Snowden te beschermen. Zelfs al zijn er zo veel regeringen wereldwijd die Snowden loven en zeggen hoe dankbaar ze zijn voor zijn onthullingen. Het is aan de bevolking in al die landen om de vraag te stellen waarom dat zo is. Waarom zeggen regeringen dat ze blij zijn met Snowdens onthullingen, maar zijn ze tegelijkertijd niet bereid hem te beschermen tegen politieke vervolging in de VS?

It’s the economy, stupid

De wereldwijde surveillance is nodig in de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad, luidt het argument van de NSA.

Greenwald: De Amerikaanse overheid heeft tot nu toe nog geen enkele verklaring gegeven waarom ze een bedrijf als de Braziliaanse oliereus Petrobras hebben bespioneerd. Of waarom de Canadezen, samen met de VS, het Braziliaanse ministerie van Mijnen en Energie tot doelwit maakten. Of waarom ze conferenties bespioneren waar onderhandeld wordt over economische verdragen. Als dat niet gaat over economische en industriële belangen, waarover dan wel?

Vooraleer wij de NSA-surveillance onthulden, was het argument altijd dat spionage terreuraanslagen tegen de VS moest voorkomen, of dat het was om de activiteiten van pedofielen op internet te stoppen. Denkt iemand dat er terroristen zitten bij Petrobras of pedofielen in het ministerie van Mijnen en Energie? Misschien zijn die er wel, maar ik denk niet dat dat de reden is waarom de VS daar spioneert.

Spelen de NSA & co. die economische informatie ook door aan bedrijven?

Greenwald: The Guardian heeft bericht over de herhaaldelijke ontmoetingen tussen de Canadese geheime dienst die het Braziliaanse ministerie van Mijnen en Energie bespioneerde, en Canadese bedrijven die grote belangen hebben in Braziliaanse grondstoffen en de Braziliaanse energiesector. Als je me om een smoking gun vraagt die mathematisch bewijst dat de VS dat soort informatie overmaken aan Amerikaanse bedrijven, dan moet ik je teleurstellen. Maar ik kan je wel heel wat bewijs aandragen dat toont dat spionage niets te maken heeft met nationale veiligheid en de strijd tegen terrorisme, maar alles met economische redenen.

Wat is het gevolg van al dat gespioneer voor de westerse democratie?

Greenwald: Een van de dingen die zo gevaarlijk is aan de surveillance-staat, is dat ze het evenwicht tussen de bevolking en de overheid compleet overhoop haalt. Wat de overheid doet, zou eigenlijk transparant en open moeten zijn. Het volk moet weten wat de overheid doet. Daarom spreek je in het Engels van public servants. Wij, burgers, private individuals, doen dingen privé. Dat is een gezonde maatschappij: wij weten wat de machthebbers doen, maar zij weten niets over ons.

Die dynamiek is compleet omgedraaid: de overheid weet meer en meer over ons terwijl het volk minder en minder over de overheid weet. Dronesbombardementen in Jemen of spionageprogramma’s bijvoorbeeld gebeuren achter een muur van geheimhouding. Die extreme omkering van het plaatje vormt een bedreiging voor de democratie.

‘De waarheid komt eraan’

Heeft u een plan-B? Wat als er ooit iets met u of Snowden “gebeurt”?

Greenwald: Op 17 juni heb ik voor The Guardian een online interview gedaan met Snowden. Ik heb hem toen gevraagd naar zijn voorzoorgsmaatregelen: ‘Zijn er genoeg kopieën van het materiaal verspreid, zodat de publicaties kunnen blijven doorgaan –ook als er iets met u of mij gebeurt?’ Hij antwoordde: ‘Ik wil niet teveel in detail gaan over mijn plannen, maar wat ik u kan garanderen is dat de waarheid eraan komt en dat ze niet kan worden tegengehouden.’

Je kan Snowden scheiden van zijn materiaal of je kan mij verhinderen erover te schrijven… de documenten zullen sowieso publiek worden. Dat kan je op geen enkele manier voorkomen. Niet alleen Snowden, Laura Poitras en ik hebben de documenten, ook andere mensen op verschillende plekken in de wereld bezitten een kopie.

Hoe kan u intussen –wetende dat de NSA meekijkt– uw beroep blijven uitoefenen?

Greenwald: Als het gaat over surveillance focussen we vaak op de vraag hoe dat ons recht op privacy vernietigt. Privé-communicatie tussen mensen is niet langer mogelijk. Maar de surveillance-staat maakt ook de journalistiek kapot. Zelfs als de NSA alleen maar metadata zou onderscheppen –de info die toont wie jij belt en mailt en wie jou belt en mailt– dan nog zou dat volstaan om anonieme bronnen van journalisten op te sporen. Journalisten kunnen hun bronnen dus niet langer beschermen. Bovendien wordt ook vertrouwelijk communiceren met collega-journalisten onmogelijk gemaakt. Ik wéét dat mijn communicatie de voorbije vier maanden in de gaten is gehouden. Om mijn werk te kunnen verderzetten, moesten uitgevers of collega’s van The Guardian naar Rio (Greenwalds verblijfplaats, kc) overvliegen om mij persoonlijk te ontmoeten. Omdat we niet elektronisch over documenten wilden communiceren.

Wat raadt u journalisten dan aan?

Greenwald: Journalisten maar ook advocaten, mensenrechtenactivisten, dokters en andere beroepscategorieën moeten zich de tools eigen maken die confidentialiteit op het internet helpen waarborgen. Dingen als GPG e-mail, Pidgin en OTR-chat, of de TOR-browser, die je toelaat met een zekere graad aan anonimiteit op het internet te surfen. Je moet als journalist écht leren hoe je je communicatie beter beschermt. Het is onverantwoord als journalisten vandaag niet vertrouwd zijn met encryptie en andere tools.

Moeten ook niet-journalisten wakker liggen van de inzameling van hun metadata?

Greenwald: Neem een vrouw die een abortus wil laten uitvoeren en naar de abortuskliniek belt. Dat wordt geregistreerd. Stel dat je hiv hebt en naar een hiv-dokter belt. Wordt geregistreerd. Een mensenrechtenactivist die in contact staat met een bron in een politiek gevoelig land? Dat contact wordt geregistreerd. Metadata vernietigen de mogelijkheid om menselijke activiteiten te onderhouden waarbij vertrouwelijkheid nodig is.

Kunnen gewone Belgische burgers hun gsm en e-mail nog blijven gebruiken?

Greenwald: Ja, maar ze moeten leren encrypteren. En als ze zich zorgen maken, moeten ze hun regering onder druk zetten om een einde te maken aan Amerikaanse surveillance. Het is aan iedereen om voor zichzelf uit te maken hoe belangrijk hij zijn privacy vindt.

Soms hoor je mensen wel eens zeggen dat het hen niet uitmaakt of ze in de gaten worden gehouden omdat ze zogenaamd niets te verbergen hebben.

Greenwald: Eigenlijk menen ze dat niet. Ze gebruiken immers paswoorden voor hun e-mails en sociale netwerken of ze zetten een slot op hun badkamerdeur. Telkens iemand mij dat argument voor de voeten werpt, nodig ik hem uit mij al zijn paswoorden over te maken zodat ik artikels kan publiceren over de inhoud van zijn mailverkeer. Er is nog nooit iemand op dat verzoek ingegaan.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!