Ondernemingszin en het toiletpapier van justitie
Ondernemen, Hervoming van justitie, Neoliberaal beleid, Managementsdenken, Binnenlands Bestuur, Belgische justitie, Kapitalisme, consumptie, arbeid, zingeving, economie, wereld, ondernemen, Antwerpen Stadsbestuur, Behoorlijk bestuur, Privaat -

Ondernemingszin en het toiletpapier van justitie

dinsdag 11 februari 2014 15:54

Ik kon er niets aan doen meneer

Vandaag kon men lezen dat het toiletpapier bij justitie dreigt op te geraken en mits een beetje tegenval voor drie maanden op zal blijven[1]. Reden: het contract met de oude leverancier werd gestopt en dat met de nieuwe leverancier zal pas binnen drie maanden van start gaan. De reden achter de reden: het personeelslid dat instaat voor de bestellingen is een tijdje afwezig geweest door ziekte, waardoor een adequate opvolging van de noodzakelijke bestellingen achterwege bleef. Genoeg stof om over een Vlaams liberaal concept anno nu te schrijven, me dunkt.

Ja, maar ons buurland doet het ook meneer

Om (verregaande) hervormingen of minder populaire maatregelen aan te kondigen verwijst men vaak naar de buurlanden. Via een selectieve methode wordt van het ene land het model achter de loonkost als argument voor verandering aangehaald, terwijl het andere land dan weer toont hoe het moet met de aanpak van de werkloosheid en nog een ander land het voorbeeld bij uitstek is om ons onderwijsmodel op de korrel te nemen. Dat zulk een selectiviteit vaak niet op kan gaan door een gebrek aan context doet politiek ogenschijnlijk niet ter zake en wordt ook door de media niet steeds met de nodige kritiek belicht.

Iedereen die een beetje begaan is met sociale of maatschappelijke thema’s/verschuivingen weet: context matters! Een voorbeeld: Een huilende dame in een kroeg heeft waarschijnlijk ruzie met haar vriendje. Een huilende dame in de wachtzaal van de tandarts heeft waarschijnlijk kiespijn. Een huilende dame voor de televisie heeft waarschijnlijk net Brad Pitt zien sterven. Zonder de setting waarin de dame huilt is het gissen naar de reden. Niet dat de context absoluut alles kan verklaren, maar het helpt. Wanneer het dan niet over een huilende dame gaat, maar over bijvoorbeeld een prangend iets als maatregelen voor het stimuleren van ondernemingen, lijkt een korte blik op de context eerder noodzaak dan luxe.

Ik wist dat niet meneer

Als we het over verschuivingen in bestuur hebben lijkt ongeveer heel Europa dezelfde weg op te gaan. Komende vanuit een log Weberiaans bureaucratisch model waarbij de ambtenaar – spreekwoordelijk – zes niveau’s moet doorlopen om een kopij te bemachtigen, kenden we in de jaren negentig de blijde intrede van het New Public Management-denken[2]. Kenmerkend hier is de inrichting van de bureaucratie conform de stijl van private bedrijven. Immers, het bedrijfsleven heeft bewezen dat het veel efficiënter en effectiever kan werken dan de overheid. De implementatie van haar technieken moet dus leiden naar een bedrijfsmatigere overheid, lees; van zes naar één niveau voor dezelfde kopij.

Deze verschuiving naar het management-denken kent uiteraard verschillen per land. In Vlaanderen zijn er bijvoorbeeld verregaande publiek-private samenwerkingsverbanden opgericht, de zogenaamde EVA’s: extern verzelfstandigde agentschappen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan AG VESPA: het autonome gemeentebedrijf voor vastgoed- en stadsprojecten van Antwerpen. In Nederland zie je dan weer een verregaande privatisering in bijvoorbeeld zorg, kinderopvang en scholen. Daar waar de basisschool vroeger een directeur had, beschikt ze nu over managers. Het meten en kwantificeren van de prestaties staat hier voorop; het werk van een manager die begaan is met maximalisatie van winst. Het gevolg: mensen worden nummers.

Merk hier één ding op: In Vlaanderen zijn we zo ver nog niet. Inderdaad, nog niet.

Ik wil dat niet weten meneer

Dat het New Public Management denken veelal gedreven wordt door een liberale logica dient weinig betoog. Op zich is daar ook niets mis mee. Het is een kwestie van keuzes. Indien men die in Vlaanderen wil maken, dient men wel de context in het achterhoofd te houden en bij verwijzingen naar buurlanden de hedendaagse tendensen naar realiteit te benoemen.

In Nederland, bijvoorbeeld, wordt men steeds kritischer voor dit model. Immers, bij universiteiten, dokters, ziekenhuizen, rusthuizen, daklozencentra e.d. komt de kwaliteit steeds meer onder druk te staan door het streven naar kwantiteit. Momenteel neigt men daar dan ook meer en meer naar de zogenaamde derde weg: Een tussenoplossing voor het ongebreidelde kapitalisme dat zich kenmerkt door winstbejag en het Weberiaanse bureaucratische model dat zich kenmerkt door traagheid en logheid.

Deze derde weg wordt ook wel eens de voorwaardenscheppende staat genoemd[3]. Centraal staat hier het idee dat de overheid zich steeds meer en meer terugtrekt, maar wel voorziet in voorwaarden die moeten zorgen voor een ordentelijk verloop van het maatschappelijk verkeer. Het is hier dat de relevantie tussen de neoliberale logica van N-VA en het inefficiënte justitieapparaat naar boven komt. Immers, de voorwaardenscheppende staat impliceert een terugtredende overheid – wat niet per definitie hetzelfde is als een kleinere overheid. Hiervoor is het noodzakelijk dat de overheid enkele kerntaken efficiënt en voorspelbaar voltrekt.

Wie kan daar nu tegen zijn meneer[4]

Wanneer N-VA en Open VLD opperen voor meer daadkracht richting ondernemers en een grotere activering van de niet-werkende bevolking dient ze eerst in eigen boezem te kijken en de voorwaarden te voltrekken die noodzakelijk zijn voor hun beoogde model. Voor Open VLD kan dit in retrospectief, voor N-VA best ‘Messiaans’.

Ten eerste is er noodzaak aan een transparant en efficiënt justitieel apparaat. Immers, zowel burgers, bedrijfsleven als buitenlandse investeerders hebben nood aan een voorspelbaar en onfeilbaar systeem om hun rechten en plichten in kaart te kunnen brengen alvorens over te gaan tot actie. Het toiletpapier van justitie is dan wel geen allesomvattend voorbeeld, hoogstens een pijnlijke anekdote. Het Oosterweeldossier, Uplace en de GAS-boetes zijn dat echter wel. Vooral dat laatste inzetten als middel voor het bestrijden van overlast is in deze context problematisch te noemen. Als overheid voor zowel politieman als rechter gaat spelen en dit binnen een systeem waar gemeenten zelf invulling geven, is voorspelbaarheid – een noodzakelijke voorwaarde binnen het recht – ver zoek. Bovendien kan men onderhand wel honderden voorbeelden opnoemen van de malaise bij justitie. Of dit nu ooit een Vlaamse bevoegdheid gaat worden of niet, zonder de garantie van een betere werking gaat ze de noodzaak en realiteit voorbij. Zonder die garanties nu al te benoemen en erover na te denken wordt het een onbeheersbaar kapitalisme en dreigt het tevens een klassejustitie te worden.

Ten tweede moet er de waarborg zijn van een betrouwbaar financieel en monetair systeem. Zonder zulk een systeem kunnen plannen op de lange termijn amper plaatsvinden en zijn de noodzakelijke zekerheden voor een het inschatten van risico’s niet aanwezig. Hoeft het dan nog betoog dat jarenlange discussies over indexeringen, pensioenleeftijden en dergelijke nefast zijn? Hoeft het nog betoog dat dit niet de schuld is van de werkzoekenden noch de ondernemers?

Ten derde zijn er voorwaarden nodig inzake infrastructuur en het sociale domein. Je kan dan wel roepen dat iedereen aan het werk moet. Zonder de voorwaarde van degelijke wegen staan we uren in de file, zonder een goed opgeleide beroepsbevolking en  met minder banen dan mensen om ze in te vullen wordt je roep illegitiem. Andermaal, eerst denken, dan veranderen.

Ten slotte moet de overheid zich opwerpen als een moreel hoeder van de staat. In die zin dat falen een beoordeling van de overheid moet worden, daar er verlangt wordt dat ze ingrijpt als het fout loopt. Met name hier zit het verschil tussen de voorwaardenscheppende staat en een pure liberale logica. Immers, de voorwaardenscheppende staat is niet per definitie een uitholling van de staat of een kleinere overheid. Nee, het is een overheid die minder tussenkomt dan nu het geval is, maar wanneer ze tussenkomt doet ze dit met de waarde voor het publiek in het achterhoofd. Het publiek is hier iedereen.

Dat wist ik niet meneer

De conservatieve logica van N-VA claimt er te zijn voor een sterke gemeenschap, een gemeenschap die is gebaseerd op samenwerken en inclusie. Voor de constructie van zulk een gemeenschap is er niet per definitie nood aan burgers die een zelfde taal machtig zijn. Er is vooral nood aan een gemeenschap waarbij acties van de overheid gelegitimeerd worden door het dienen van het publieke belang. Immers, door meer vrijheid te geven aan het bestuursleven vermindert de democratische legitimiteit aan de inputzijde, want tot nader order worden bedrijven niet gerund door verkozenen. Het dienen van het publieke belang kan echter wel aan de outputzijde voor legitimiteit zorgen. Hierdoor kan het bedrijfsleven, de burger en de overheid daadwerkelijk aan hetzelfde zeil trekken. Andermaal in Nederland, maar tevens in ander Angelsaxische staten, opent men dan ook meer en meer de ogen voor het zogenaamde Public Value Management[5]: Dit houdt in dat binnen een maatschappelijk leven dat zich meer en meer uittekent in netwerken (BV. EVA’s) de overheid gaat sturen op waarden die voor iedereen van belang zijn.

Of anders gesteld: een liberale constructie waarbij de overheid zorgt dat iedereen er beter van kan worden door het inbouwen van voorwaarden met in het achterhoofd de creatie van publieke waarden.

Dat de discussies over deze waarden veelal ideologisch getint zijn is een andere zaak. Hier kan de mantelzorg als voorbeeld dienen: In Nederland worden mensen steeds meer en meer aangespoord beroep te doen op het sociale netwerk wanneer ze hulpbehoevend zijn. Enerzijds kan dit aanzien worden als een bezuinigingsmaatregel waar vooral de overheid munt uit slaat. Anderzijds is het moeilijk om in tijden van individualisering initiatieven die de sociale cohesie bevorderen bij voorbaat af te schieten. Het is een kwestie van voorkeur. Wanneer de overheid de mantelzorgers voorziet van voorwaarden maakt ze haar streven wel legitiem.

En toen werd het stil meneer

Dat partijen vaak teruggrijpen naar voorbeelden uit het buitenland als argumentatie voor veranderingen is bedenkelijk. De tendensen uit het buitenland kunnen echter wel het één en ander verduidelijken, maar dat wordt pertinent geweigerd. De toch wel hardere neoliberale logica waarvoor momenteel ten voordele van de ondernemer wordt gepleit, hoeft niet per definitie slecht te zijn. De overheid moet hiervoor wel eerst bepaalde voorwaarden in het leven roepen die zorgen dat deze logica voor iedereen gunstig is, zoals men momenteel in ‘het buitenland’ tracht te doen. Een degelijk justitioneel apparaat is hiervoor absoluut vereist. De staat van dat apparaat in België is twijfelachtig te noemen, maar geniet wel prioriteit, zelfs meer dan andermaal een hervorming, of het model van N-VA is mislukt alvorens het een kans heeft gekregen.

Denk nu maar eens diep na over de Sinksenfoor.

Voetnoten

  • [1]www.standaard.be/cnt/dmf20140210_00973853
  • [2]Bouckaert, G. & Pollitt, C. (2004), Public Management Reform: A Comparitive Analysis, second edition, New York: Oxford University Press
  • [3]van Ravezwaaij, A., Kwakkelstein, T. & van Dam, A. (2012), Van verzorgingsstaat naar waarborgstaat: Nieuwe kansen voor overheid en samenleving, Den Haag: Boom Lemma uitgevers
  • [4]Frits M. van der Meer, Caspar F. van den Berg, Gerrit S.A. Dijkstra (2012), De ambtenaar in het openbaar bestuur. De inhoudelijke en juridische herpositionering van ambtenaren vanuit internationaal-vergelijkend perspectief, Leiden: LUP
  • [5]De Vries, M. & Suk Kim, P. (2011), Value and Virtue in Public Administration: A<br>Comparative Perspective, Hampshire: Palgrave Macmillan

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!