Olympische spelen

Olympische spelen

vrijdag 27 juli 2012 12:25


doc

De Olympische Spelen moeten een feest worden voor iedereen. Een paar
kanttekeningen.

Door Auke Hulst

VRIJ NEDERLAND 24-07-2012

Een bizarre campagne

Toen Tessa Jowell, minister van Sport onder Tony Blair, in 2002 kabinetsleden
probeerde over te halen de kandidatuur van Londen te ondersteunen, stuitte
ze op vrijwel unanieme oppositie. Groot-Brittannië was betrokken bij
een peperdure oorlog in Irak en economen die een haalbaarheidsstudie
deden waren sceptisch: ‘Het kwantificeerbaar bewijs dat de vermeende
voordelen van mega-evenementen moet ondersteunen is zwak.’ Bovendien
dreigde gezichtsverlies: Parijs was favoriet. Hoe, en tegen welke prijs,
Londen uiteindelijk toch de Spelen binnenhaalde valt te lezen in
de uitstekende reconstructie die Michael Joseph Gross maakte voor Vanity
Fair. Een verhaal over het groteske en nogal eenzijdige contract dat
met het IOC moet worden gesloten – waarin speciale rijbanen en andere
privileges voor de ‘Olympische familie’ zijn vastgelegd -, over een
exploderend budget en over een campagne die bij vlagen een kruising
leek tussen een blijspel en een operatie van oplichters. (Toen een IOC-afvaardiging
door Londen reed, werden vanuit een controlecentrum alle rode lichten
op groen gezet, om Londens fameuze verkeersinfarct te verdoezelen.)
Het kost naar schatting twintig miljard euro, maar dan heb je ook wat.
In de woorden van burgemeester Boris Johnson: ‘Ping-Pong’s coming home!’

De mythe van meeropbrengst

De economen die Tessa Jowell adviseerden hadden gelijk: elke organiserende
stad hamert op gunstige economische bijeffecten, maar vrijwel zonder
uitzondering blijft de overheid zitten met een monumentale restschuld.
In haar ‘Room for Debate’-sectie laat The New York Times vijf deskundigen aan
het woord over de erfenis waarmee Olympische steden blijven zitten.
Econoom Andrew Zimbalist noemt Montreal, dat pas in 2005 haar schuld
van 2,7 miljard dollar, opgelopen in 1976, had afbetaald. De kortetermijneffecten
zijn gunstig: een instroom van toeristen en hun vaak goedgevulde portemonnees;
een opleving van nationale trots. Maar dat dekt niet de kosten van stadions
en infrastructurele werken die na de Spelen niet of nauwelijks gebruikt
worden, maar wel moeten worden onderhouden. Zelfs de vermeende uitzondering,
Barcelona, ging diep in de rode cijfers – al werd de geslaagde regeneratie
van de kustlijn een model voor de wijze waarop Londen de verpauperde
wijken Stratford en Hackney hoopt op te waarderen. Beijing lijkt de
enige echte uitzondering. De Spelen, aldus William Kirby, directeur
van het Fairbank Center for Chinese Studies aan Harvard, dwongen de
overheid tot de infrastructurele vernieuwing waarnaar de stad al decennia
hunkerde.

Een feest voor iedereen?

Olympische Spelen gaan over verbroedering, gelijkheid en het samenkomen
van de wereld. De prijzen van toegangsbewijzen suggereren iets anders:
het is een feest voor mensen die niet op de kleintjes hoeven te letten.
De tickets voor het atletiekstadion springen eruit met een gemiddelde
prijs van 202 pond (260 euro) en duurste stoelen van 725 pond (930 euro).
Zeker voor de bewoners van Oost-Londen, waar de werkloosheid veel hoger
is dan elders in de stad, is dat onhaalbaar. Voor hen is er de wegwedstrijd
bij het wielrennen. Voor twintig pond kun je zitten. Voor niets mag
je langs het parcours staan. Interesse in andere sporten?
The Guardian maakte een interactieve pagina over de ticketprijzen.

De ‘Regeneration Games’

Reuters richt de camera’s op het gebied dat ooit bekendstond als ‘Stinky
Stratford’. Toen de vervuilende industrie er werd opgedoekt, restte
braakliggend en sterk vervuild land, omringd door verarmde woonwijken.
De bouw van het Olympisch complex – én het grootste winkelcentrum van
Europa – moet de wijk banen en voorspoed brengen. Maar de werkloosheid
blijft hoog en het effect van radicale bezuinigingen weegt er zwaarder
dan in economisch gezondere wijken. En wat te zeggen van kleine winkeliers
die zijn weggejaagd?

Welkom in Dystopia

De Britse schrijver en filmer Iain Sinclair woont al vrijwel zijn
hele leven in Hackney, Oost-Londen, een gebied dat hij in zijn oeuvre
nauwgezet heeft ontleed. Halverwege de voorbereidingen voor de Spelen
schreef hij een
vlammend essay voor The London Review of Books, waarin hij zich verzette tegen de
vernietiging van het Oost-Londen dat hij kende, een wijk met een sterk
eigen karakter. Hij schrijft: ‘Elk burgerlijk fatsoen en alles met gevoelswaarde
wordt weggevaagd met dat ene strategische doel: de Big Bang van het
startpistool. […] Wanneer is dit begonnen, deze intieme verbintenis
tussen ontwikkelaars en overheid, aangegaan om het lichaam van Londen
te hervormen ten behoeve van eigen gewin?’ Sinclair is bijna barok in
zijn walging over deze ‘scam of scams’, deze ‘orgieën van huilerig
nationalisme’. Hij ziet met lede ogen hoe tussen Stratford en Hackney
een winkelcentrum verrees, met eromheen: consumenten om leeg te persen.
Het resultaat is dystopisch: de mens als willoze, karakterloze consument,
opgehokt in nieuwbouw zonder karakter en geschiedenis. Een wijk waar
arme kunstenaars en vrije geesten hun gang kunnen gaan moet veranderen
in een plek die winst moet boeken door de grootste gemene deler te masseren.
Niet het Oost-Londen waar Sinclair zou willen leven.

Besmet meesterwerk

Voor Sinclair is het duidelijk: de Olympiade is een fascistisch monster.
Niet toevallig verwijst hij naar Olympia, de film die Leni Riefenstahl
maakte over de Spelen van Berlijn in 1936. Op YouTube is de volledige
versie – in twee delen – te vinden. Technisch vooruitstrevend, maar
doordesemd van Nazi-symboliek en Körperkultur. Cru: de film kreeg in
1938 de prijs voor beste film op het Festival van Venetië: de Coppa
Mussolini. Bekijk
deel 1 en deel 2.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!