De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Noten 16 t/m 30 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

Noten 16 t/m 30 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

maandag 28 juni 2021 00:52
Spread the love
[16]
MUSEUM DOET TERM GOUDEN EEUW IN DE BAN/GOED ZO!/AFREKENING
BAGATELLISERING SLAVERNIJ/EERSTE STAP!
ASTRID ESSED
13 SEPTEMBER 2019

REACTIE HEER VAN DER MOLEN [Eerst mijn antwoord op zijn reactie]
Astrid Essed To:

PR Amsterdam Museum,Tom van der Molen

Sep 15 at 4:33 AM

Geachte meneer van der Molen

Excuses voor mijn relatief verlate reactie, vanwege opgelopen drukte.Vriendelijk bedankt voor uw inspirerende en waarderende woorden ennogmaals beschouw ik het als een eer, dat ik er een bijdrage aan heb geleverd, u en uw Museum in de discussie over ”decolonizing the hearts and minds” een andere en meer ”gelijkheidskant” te tonen.Waarbij ik een bescheiden footprint gezet heb in de historische strijd om gelijkheid.En u en uw Museum nogmaals mijn waardering.En dat u bereid was om te luisteren!
Veel succes, in de toekomst.
Vriendelijke groeten/Astrid Essed

On Friday, September 13, 2019, 02:09:52 PM GMT+2, Tom van der Molen <t.vandermolen@amsterdammuseum.nl> wrote:

Geachte mevrouw Essed,

Ik herinner me u zeker, en inderdaad, u was beslist één van degenen die mij en ook het museum er van hebben overtuigd dat we meer moesten doen om andere perspectieven op die geschiedenis mogelijk te maken. U mag beslist trots zijn op u zelf dat u heeft bijgedragen aan het aanslingeren van een waardevolle discussie over hoe wij naar onze geschiedenis willen kijken.

Met vriendelijke groet,
Tom van der Molen

EINDE MAIL DE HEER VAN DER MOLEN

AMSTERDAM MUSEUM NEEMT AFSCHEID VAN GOUDEN EEUW/

REACTIE CONSERVATOR T. VAN DER MOLEN OP MIJN

ADHESIEBETUIGING

ASTRID ESSED

15 SEPTEMBER 2019

https://www.astridessed.nl/amsterdam-museum-neemt-afscheid-van-de-gouden-eeuw-reactie-conservator-t-van-der-molen-op-mijn-adhesiebetuiging/

[17]

RIJKSMUSEUM

TENTOONSTELLING SLAVERNIJ

https://www.rijksmuseum.nl/nl/zien-en-doen/tentoonstellingen/slavernij?gclid=CjwKCAjww-CGBhALEiwAQzWxOkiJcojhRjd13X2OXOkRWaxd5VfDlToEF_eoHoJ-WifUm7Y0EhX-HRoCJhgQAvD_BwE

Een tentoonstelling over slavernij. Niet als abstract begrip, maar in de vorm van persoonlijke en waargebeurde verhalen. Verhalen uit zowel Brazilië, Suriname en het Caribisch gebied, als uit Zuid-Afrika en Azië.

Voor het eerst richten we onze blik op slavernij in de Nederlandse koloniale periode. Een periode van 250 jaar die een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van onze geschiedenis. Een periode waarin mensen tot bezit en objecten in administraties werden gemaakt. In de tentoonstelling vertellen we tien waargebeurde verhalen van mensen die hierbij betrokken waren. Tien persoonlijke verhalen over mensen die bijvoorbeeld tot slaaf waren gemaakt of slavenhouder waren. Of over mensen die zich verzetten en mensen die in slavernij naar Nederland zijn gehaald. Hoe zagen hun levens eruit? Hoe verhielden zij zich tot het systeem van slavernij? Konden zij eigen keuzes maken?

OBJECTEN EN AUDIOVERHALEN

Op de tentoonstelling zie je objecten uit nationale en internationale musea, archieven en particuliere collecties. Naast de objecten, schilderijen en bijzondere archiefstukken krijg je mondelinge bronnen, gedichten en muziek te horen. De audioverhalen zijn ingesproken door o.a. Joy Delima, Remy Bonjasky en Reza Kartosen-Wong, die vanuit hun eigen achtergrond, elk een band hebben met één van de tien personen.

Om een completer verhaal te vertellen laten we objecten zien die niet eerder in het Rijksmuseum te zien zijn geweest. Zoals objecten die door mensen in slavernij werden gekoesterd, maar ook werktuigen die op de plantages werden gebruikt.

LOOK AT ME NOW

Aansluitend op de tentoonstelling nodigen kunstenaars David Bade en Tirzo Martha van Instituto Buena Bista uit Curaçao alle bezoekers uit om tien nieuwe kunstwerken te maken, gebaseerd op de verhalen uit de tentoonstelling. Dit project heet Look at me now.

VIER CONTINENTEN

De tentoonstelling beslaat de Nederlandse koloniale periode van de 17de tot en met de 19de eeuw. Zowel de slavernij in Suriname, Brazilië en het Caribisch gebied (trans-Atlantisch), met de rol van de West-Indische Compagnie (WIC), als de Nederlandse koloniale slavernij in Zuid-Afrika en Azië waar de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) actief was, komen aan bod. Ook de effecten van het systeem in Nederland zelf in die periode worden belicht. Het levert een brede geografische, en tegelijk tevens specifiek Nederlandse blik op, die niet eerder in een nationaal museum is getoond.

RIJKSMUSEUM & SLAVERNIJ

Ook op andere plekken in het museum belichten we de relatie met slavernij. Bij rond de 77 objecten in de vaste opstelling vind je een jaar lang een tweede tekstbordje. Hierop gaan we in op de tot nu toe onzichtbare relatie met slavernij.

PUBLICATIE

Het Rijksmuseum en Uitgeverij Atlas Contact publiceren gezamenlijk het rijk geïllustreerde boek Slavernij. In deze publicatie worden de levens van tien personen beschreven die deel uitmaakten van de Nederlandse koloniale slavernijgeschiedenis. Auteurs: Eveline Sint Nicolaas, Valika Smeulders, e.a.

VOOR HET ONDERWIJS

Wij hebben samen met educatieve partner ThiemeMeulenhoff onderwijsaanbod gecreëerd aansluitend op de Slavernij tentoonstelling. Bekijk hier bijvoorbeeld het Slavernij Magazine.

Voor een bezoek met de klas is geen onderwijsprogramma mogelijk. We vragen je daarom om individuele tickets te boeken en leerlingen in groepjes van maximaal 4 de tentoonstelling te laten bezoeken, met de audiotour. Deze kunnen ze ook op hun eigen telefoon volgen via de Rijksmuseum App. Wees er snel bij, want de capaciteit van de tentoonstelling is door huidige maatregelen zeer beperkt.

TOEGANKELIJKHEID

Tijdens de tentoonstelling Slavernij organiseren we een aantal middag- en avondopenstellingen voor specifieke groepen. Bekijk de Zien & Doen voor meer informatie over deze evenementen.

Van de audiotour is ook een prikkelarme versie zonder muziek en bijgeluiden. De verhalen in de audiotour zijn ook in de app beschikbaar in tekst.

TENTOONSTELLINGSONTWERP

Het tentoonstellingsontwerp is gemaakt door bureau AFARAI van architect Afaina de Jong.

SAMENWERKING

De tentoonstelling en programmering zijn het resultaat van vele samenwerkingen met uiteenlopende experts van buiten het museum, onder wie historici, erfgoedexperts, culturele ondernemers, kunstenaars, theatermakers en artiesten.

De experts die vanuit het museum aan de tentoonstelling werken vind je hier.

MET DANK AAN

De tentoonstelling Slavernij wordt mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds, Blockbusterfonds, Fonds 21, DutchCulture, Stichting Democratie & Media, Stichting Thurkowfonds, Boomerang Agency en via het Rijksmuseum Fonds: Scato Gockinga Fonds, Fonds de Zuidroute, Zusjes Nieuwbeerta Fonds, Fonds Dirk Jan van Orden, Henry M. Holterman Fonds en Bestuursfonds Hollandse Meesters.

[18]

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM
22 JUNI 2021
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7
[19]
De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM
22 JUNI 2021
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7
[20]
”De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.”
[21]
HIER VOLGT EEN LANG NIET COMPLEET OVERZICHT VAN EEN
AANTAL SLAVENOPSTANDEN IN DE AMERIKA’S, EN OPSTANDEN
OP SLAVENSCHEPEN
NOS
WIJ BEN VRIJ: DE UNIEKE BRIEVEN VAN EEN SLAVENOPSTAND
21 JANUARI 2021

“Als de gouverneur wil de grond hebbe van Berbice, die sal je krijgen”, luidde het aanbod dat de gezaghebber van de beruchte Nederlandse kolonie in mei 1763 kreeg. “Maar dan moet je ook sien, dat je nieuwe slaven krijgt, maar wij ben vrij.”

Aan het woord is Coffy, de vrijgevochten slaaf die een maandenlange opstand leidde in Berbice, het huidige Guyana. Zijn correspondentie is nu te zien op een tentoonstelling in het Nationaal Archief, eerst online, na de lockdown ook in het echt. Unieke stukken, omdat de stemmen van totslaafgemaakten vaak ontbreken in de officiële geschiedschrijving.

De in Suriname geboren schrijver Karin Amatmoekrim is blij dat het verhaal na 250 jaar meer aandacht krijgt in ons land. Ze schreef eerder voor De Correspondent over deze onbekende geschiedenis. “Het is zo jammer dat er zoveel geschiedenis is weggestopt.”

“Coffy is in Guyana een nationale held, het begin van de opstand is een nationale feestdag. Zijn verhaal nuanceert het bestaande beeld: het is niet zo dat mensen eeuwenlang lijdzaam in slavernij hebben geleefd. Men probeerde verzet te plegen. Alleen daarom is het al een belangrijk verhaal.”

‘Naar de barrebiesjes’

De ellende in Berbice was spreekwoordelijk. Wie “naar de barrebiesjes ging” kreeg te maken met het genadeloze klimaat en aanhoudende tropische ziektes, verergerd door de brute slavernij in het gebied. Omdat de kolonisten met ruim tien tegen een in de minderheid waren, was er een constante dreiging van geweld en werd verzet zwaar bestraft.

Op 23 februari 1763 escaleerde het totaal. Op de plantage Magdalenenburg vermoordden slaven hun witte opzichter. Bewoners van naburige landgoederen sloten zich bij de opstand aan, onder wie ook Coffy, die als kind vanuit West-Afrika was geroofd. Witte kolonisten, gedecimeerd door tropische ziektes, konden geen weerstand bieden.

De verovering van plantage Peereboom werd een slachting. Gebouwen werden in brand gestoken en de opstandelingen braken hun belofte van een vrije aftocht. Vluchtende Europeanen werden beschoten of verdronken. Achterblijvers waren er nog slechter aan toe: een werd doodgegeseld, een ander geradbraakt, nog een gevild.

Coffy had in enkele dagen bereikt wat hij wilde. De Nederlanders waren op de vlucht, Fort Nassau werd door hen in brand gestoken om te voorkomen dat de rebellen het zouden innemen. Coffy riep zichzelf uit tot de nieuwe gouverneur en opende onderhandelingen met zijn verdreven voorganger Van Hoogenheim. Zijn “Waerschouwing aen de Heer Gouverneur” is te zien op de tentoonsteling.

Van Hoogenheim kan volgens hem maar beter “met de schepen na Hollant gaan soor gou als mogelijk is”, want anders zal hij “met een groot getal volk koomen om te vegten”. In een later schrijven is hij opvallend verzoenend: hij wil de kolonie best delen. Ik “wil niet meer voor mijn behouden, als 4 plantagien met mijn volk. Wat dat overige aanbelangt, dat is voor Jouluij.”

“Het verhaal is interessant omdat het perspectief gekanteld wordt”, stelt Amatmoekrim.” De Afrikanen zeggen: we hebben jullie helemaal verslagen, maar jullie hoeven niet weg. Neem de kust, daar hebben jullie wat je verlangen, dan nemen wij de binnenlanden, waar wij ons thuis voelen. Interessant om te zien hoe iemand een onderdrukker omverwerpt en toch zegt: jullie hoeven dit land niet uit.”

“Misschien is dat wel een eigenschap van een groot leider: pragmatisch kunnen denken. Hij weet dat een gestrekt been niet wint, dat er samenwerking moet komen.”

‘Geene quade gedagten’

Coffy legt in de brieven zelfs uit dat hij de gouverneur niks kwalijk neemt, hij heeft “geene quade gedagten”. “Dat de Heer Gouverneur niet oorsak seie aan de oorlog, dat weeten wij wel”, schrijft hij. Het gaat hem om de hardvochtige meesters, die “het volk Seere mishandelt hebben, en og over de natur met schleegen en shwippen getracteert”, buitengewoon zwaar mishandeld dus.

“Die details zijn veelzeggend”, merkt Amatmoekrim op. “Door tijdgenoten werden de opstandelingen barbaren genoemd, zwarte duivels. Maar het maakt uit door wie het verhaal verteld wordt. De een zijn terrorist is de ander zijn vrijheidsstrijder. Wie nu het verhaal leest denkt misschien: ik hoop dat ik hetzelfde had gedaan.”

Coffy’s maandenlange toenaderingspogingen zouden hem fataal worden. Van Hoogenheim rekte tijd, wachtend op nieuwe troepen en hopend dat interne strijd de rebellen zou verzwakken. De gematigde Coffy legde het inderdaad af tegen zijn militantere adjudanten en pleegde zelfmoord. Enkele maanden later, in maart 1764, maakte versterking uit Nederland een eind aan de opstand.

Als je openstaat voor de verhalen om je heen, zie je dat het niet zwart-wit is.

Karin Amatmoekrim, schrijfster

Tientallen blanken en 1800 slaven overleefden de strijd niet, de eerste grote slavenopstand op het Amerikaanse continent. De leiders werden door de teruggekeerde machthebbers gruwelijk gedood. Gemarteld, opgehangen, geradbraakt of verbrand op een brandstapel. Met klein vuur, zodat het lijden lang duurde.

“Het is belangrijk zulke verhalen te herinneren. Sommige Nederlanders zijn er misschien huiverig voor om die andere geschiedenis te vertellen, omdat het kan voelen als een afrekening. Alsof iemand zich schuldig zou moeten voelen. Maar het ligt genuanceerder: zelfs toen de opstand was neergeslagen waren er nog witte mannen en vrouwen die spraken over de onvoorstelbare moed van de opstandelingen.”

“Als je openstaat voor de verhalen om je heen, zie je dat het niet zwart-wit is.”

EINDE ARTIKEL

”De opstand op de Vigilante vond plaats in 1780. Dit was (voor zover bekend) de enige succesvolle opstand die ooit op een Nederlands slavenschip heeft plaatsgevonden.

De Vigilante was een Zeeuws slavenschip in de Trans-Atlantische slavenhandel. Voor de kust van Suriname kwamen de slaven in opstand en wisten ze het schip over te nemen. De bemanning vluchtte van boord. Vrij snel hierna hebben de slaven het schip ook verlaten. Ze zijn aan land gevlucht om nooit meer terug te worden gevonden.”

WIKIPEDIA

OPSTAND OP DE VIGILANTE

https://nl.wikipedia.org/wiki/Opstand_op_de_Vigilante

WIKIPEDIA

SLAVENOPSTAND VAN BERBICE

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slavenopstand_van_Berbice

AMSTERDAM.NL

SLAVENOPSTANDEN

23 APRIL 2019

https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/stukken/oproer/slavenopstanden/

Het schip De Hoop van kapitein Huybert Eversz vertrok in maart 1735 vanuit Vlissingen naar de kusten van Afrika. In Gambia haalde het 309 tot slaaf gemaakte Afrikanen aan boord, om deze naar de plantages in Zuid-Amerika te vervoeren. Voor Grand-Bassa (nu in Liberia) langs de toenmalige Afrikaanse Peperkust ging het volgeladen schip nogmaals ten anker om te handelen. Een groep ‘neegers met canoos’ kwam van de wal en bevrijdde de geboeide slaven aan boord. Met de kapitein en een deel van de bemanning van het slavenschip liep het slecht af: zij werden doodgeslagen. De overgebleven opvarenden wisten met het schip terug te varen naar Vlissingen.

Assurantiekamer

Zowel de West-Indische Compagnie (WIC) als vrije handelaren verscheepten gevangen Afrikanen naar de plantages in Suriname. Het geplunderde slavenschip De Hoop was in handen van een Zeeuwse particuliere reder. Die had het schip en de lading verzekerd in Amsterdam, indertijd het centrum van de Europese assurantiemarkt. De stedelijke ‘Kamer van Assurantie en Averij’ hield toezicht op deze lucratieve bedrijfstak. Na schipbreuken of andere schade aan schip of lading lieten de betrokken verzekeraars een ‘authorisatie’ opstellen. Dit was een machtiging, bijvoorbeeld van verzekeraars aan verzekernemers om na een schipbreuk geborgen lading te mogen opeisen en bergloon overeen te komen. In de registers komen ook andere onderwerpen aan de orde, zoals zeeroverij en de genoemde muiterij op De Hoop.

Muiterijen

In de achttiende eeuw waren er bijna vierhonderd van zulke muiterijen op slavenschepen. Verslagen hiervan, zoals dat van De Hoop, zijn echter zeldzaam: kapiteins noemden de opstanden meestal niet eens in hun scheepsdagboeken. Slechts een enkele opstand trok de aandacht vanwege het hoge aantal slachtoffers. Zoals in 1741 op het slavenschip Middelburgs Welvaren, waar 213 van de 260 Afrikanen stierven tijdens de opstand. Alle bemanningsleden van het schip overleefden de rebellie.

Door haaien opgegeten

In de meeste gevallen kon de bewapende bemanning de slavenopstanden voorkomen of met veel geweld onderdrukken. Zoals in 1736, een jaar na de opstand op De Hoop. In Juda, een handelspost aan de kust van Guinea, greep dat jaar het scheepsvolk van kapitein La Valeur naar de wapens om een revolte te stillen. Verschillende slaven waren daardoor in zee gesprongen, ‘enige van dezelve verdronken en van de haijen gedoot & opgegeeten’ (authorisatie, 12-4-1736).

EINDE ARTIKEL

OPSTAND OM STIL TE STAAN

COLUMN DOOR KARWAN FATAH-BLACK

https://www.maandvandegeschiedenis.nl/page/10013/opstand-om-stil-te-staan

De ‘vergissing van Troelstra’ in 1918 was geen uitzondering in de geschiedenis. Vrijwel nooit hebben oproepen tot revolutie veel effect gehad. Ik mocht dit zelf ervaren toen we – strijdend tegen kapitalisme en oorlog – bij vergaderingen van de G8, het IMF en Wereldbank de verzamelde elite in Europese hoofdsteden de onverbiddelijke leus ‘One solution, revolution’ toeriepen. Met de geur van brandende bankgebouwen nog in onze neus zagen we om ons heen dat het effect vooral was dat politiediensten grotere bevoegdheden kregen en de samenleving stil bleef.

In zijn afscheidsrede als hoogleraar Geschiedenis van sociale bewegingen aan de Universiteit van Amsterdam legde Marcel van der Linden uit waar revolutionaire veranderingen dan wél vandaan komen:

De eerste wezens die het revolutionaire vermogen ontwikkelden om zich op land voort te bewegen, deden dat niet omdat zij naar land wilden. Ze leefden langs het strand, en steeds als zij door het terugtrekkende water in een plas vast kwamen te zitten, zochten zij, over land, een weg terug. Bewegen op land was een manier om in het water te blijven.

Bij slavenopstanden in Suriname zien we eenzelfde patroon. In 1842 werd in Paramaribo een document verspreid onder de bevolking, opgesteld in het Sranantongo, dat opriep tot niets minder dan bloedwraak voor de slavernij en om Gods recht op aarde te herstellen. Alleen het koloniale bestuur reageerde met een klopjacht op de opstellers. Een daadwerkelijke opstand bleef uit.

Er waren wel degelijk opstanden onder de slaven, maar die hadden een ander soort aanleiding. De grootste slavenopstand van Suriname was de Tempati-opstand (1757-1760). De slaven van houtgrond La Paix, een plek waar normaal gesproken hout werd gekapt, kregen de opdracht om te verkassen naar een suikerplantage. De houtgrond leverde volgens de eigenaar niet genoeg meer op. Hij had liever dat ze op zijn suikerplantage stroomafwaarts langs de Tempatikreek zouden gaan werken.

De slaven tekenden protest aan. Zij wilden dat alles bij het oude bleef, maar de eigenaar zette door. Hij liet soldaten komen en probeerde de slaven vast te laten binden en naar de plantage stroomafwaarts te verplaatsen. De reactie was bloedig en standvastig. Na een gevecht van twaalf uur sloegen de slaven de soldaten van zich af. Ze hadden de eerste slag gewonnen en zetten een briefwisseling op met het koloniale bestuur.

Op een groot aantal andere plantages sloten slaven zich bij de Tempati-opstand aan.

Hun eisen waren eenvoudig: ze wilden hout kunnen blijven leveren aan de kolonisten zoals ze dat altijd al hadden gedaan. Ze wilden op de plek blijven waar ze altijd al woonden.

Hun strijd was niet gericht op het beëindigen van de slavernij. Hun strijd was ook geen poging om weg te vluchten uit de kolonie. Het was de eenvoudige eis om niet te hoeven verhuizen en hetzelfde werk te kunnen blijven doen.

Het koloniale bestuur kon niet ingaan op deze nu schijnbaar redelijke eisen. De slavernij had een raciale logica en die vereiste dat de witte kolonisten te allen tijde de baas waren. De ‘onbeschaafde’ zwarte slaven moesten – volgens kolonisten voor hun eigen bestwil – in slavernij worden gehouden. De opstand was inmiddels echter uitgegroeid tot indrukwekkende proporties. Het antwoord van het koloniale bestuur was een tactiek van de verschroeide aarde. De koloniale legers brandden het hele Tempati-gebied plat en overstromingen zorgden er vervolgens voor dat het er volstrekt onleefbaar werd. De opstandelingen trokken zich verbitterd terug en sloten zich aan bij de marrons, gevluchte slaven in het bos achter de plantage Auka.

De opstand was van een dusdanige omvang geweest dat een aanzienlijk deel van de kolonie verloren ging en het koloniale bestuur het beleid tegen opstandelingen radicaal omgooide.

Na de opstand in Tempati sloot men in hoog tempo vredesverdragen met een groot aantal marrongemeenschappen, iets dat tot dan toe onbespreekbaar was geweest. Dit was allemaal het gevolg van een eenvoudige wens van slaven op één plantage om het eigen leven en de eigen leefomgeving in stand te houden.

Wie zich afvraagt waar opstanden en revoltes vandaan komen moet niet zoeken naar de radicalen – links en tegenwoordig juist vaak rechts – die roepen dat de kladderadatsch aanstaande is. Zij zullen, als een stilstaande klok, soms plotseling gelijk hebben zodra het moment daar is, maar anders niet. Wie de aanzetten tot opstanden wil vinden zoekt ze daar waar redelijkheid, trots en ambachtelijkheid zetelen. Getergd door veranderingsdrift zullen ze de revolutie aanvoeren.

EINDE ARTIKEL

OVER KARWAN FATAH-BLACK

Karwan Fatah-Black (1981) is historicus. In 2013 promoveerde hij aan de Universiteit Leiden op Suriname en de trans-Atlantische handel. Twee jaar later werd hij daar universitair docent. In 2016 ontving hij de Heineken Young Scientist Award voor zijn onderzoek naar de Nederlandse trans-Atlantische handel in de Gouden Eeuw en de rol van slavenhandel daarin.

ZIE ONDERAAN ARTIKEL

https://www.maandvandegeschiedenis.nl/page/10013/opstand-om-stil-te-staan

Boni (ongeveer 1730 – 19 februari 1793), was een vrijheidsstrijder en guerrillaleider in Suriname. Volgens de overleveringen zou zijn vader een Nederlander zijn geweest die zijn moeder, een slavin, als minnares had en daarna verstootte. Zwanger vluchtte zij het bos in, naar de Marrons. Daar, bij de Cottica-Marrons, werd Boni geboren. In 1765 volgde hij Asikan Sylvester op als leider van de groep die bekend zou worden onder zijn naam: ‘Boni’s’ (nu: Aluku). Hij trainde zijn mensen tot geduchte vijanden van de kolonisten.”
WIKIPEDIA
BONI (GUERILLEIDER)
IS GESCHIEDENIS
BONI (CA 1730-1793), LEIDER VAN DE SLAVENREVOLTES IN SURINAME

De Surinaamse slavernij werd door de tot slaaf gemaakte mensen niet lijdzaam ondergaan, maar kent juist een lange geschiedenis van verzet. Daarin liep Boni voorop.

Voorgeschiedenis van de slavernij in Suriname

De Nederlandse kolonie Suriname was in de 17e en 18e eeuw een van de belangrijkste plantagegebieden ter wereld. Ongeveer 300.000 mensen werden door Nederlanders vanuit Afrika als slaaf naar Suriname verscheept. Hoewel voornamelijk Nederlandse historici dat in twijfel trekken, staat de Surinaamse slavernij in de internationale geschiedschrijving bekend als buitengewoon gruwelijk.

Het slechte imago van de slavernij in Suriname werd bevestigd in het reisverslag van de Engels-Nederlandse soldaat John Gabriel Stedman, die naar Suriname afreisde als onderdeel van een huurleger dat de slavenrevoltes moest inperken. In zijn later gepubliceerde reisdagboek, Narrative of a five years’ expedition against the revolted Negroes of Surinam (1796), doet hij op ijzingwekkende wijze verslag van brute mishandelingen. De bijgaande gravures van de hand van de beroemde Londense graveur William Blake lieten niemand die ze zag onberoerd. Het is daarom niet verassend dat de Surinaamse slaven massaal wegliepen en in opstand kwamen.

Marronage

Vrijwel overal waar slavernij heerste, hebben de tot slaaf gemaakten geprobeerd te ontsnappen om ver weg van de plantages en nieuw bestaan op te bouwen. Dat soort groepen werden ‘marrons’ genoemd, naar het Spaanse woord cimarron, voor ‘weggelopen vee’. De vele slaven die er in Suriname in slaagden te vluchten, vestigden zich in verschillende marron-stammen in de oerwouden, en werden ook wel ‘Bosnegers’ genoemd.

‘Marronage’ is vervolgens het woord voor het verzet dat dergelijke groepen tegen de koloniale macht leverden, soms tijdelijk in de vorm van werkstaking, en soms groot en georganiseerd, met het doel broeders te bevrijden en plantages te overvallen. De marroncultuur bestaat in Suriname nog steeds. De groepen die tegenwoordig nog in de Surinaamse jungle wonen stammen vaak direct af van de weggelopen slaven.

Geboren in het oerwoud

Hoewel ongeveer 90 procent van de weggelopen slaven mannelijk was, ontvluchtte de moeder van de latere marronleider Boni hoogzwanger de plantage Anna’s Burg om zich aan te sluiten bij de Cottica-Marrons. Omstreeks 1730 werd Boni in het oerwoud geboren. Zijn vader was vermoedelijk een Nederlander die zijn minnares, Boni’s moeder, verstootte toen ze zwanger bleek te zijn. Omstreeks 1760 bestond de groep die zich ten noorden van de Cottica-rivier had gevestigd uit ongeveer 350 personen. Ze hadden dorpen gesticht, huizen gebouwd en voorzagen in hun eigen voedsel. Het bewind werd gevoerd door Asikan-Sylvester, die in 1712, vrijwel direct na zijn aankomst uit Afrika, was weggelopen van zijn plantage.

Leiderschap

In 1765 nam Boni, inmiddels volwassen, het leiderschap van de Cottica-Marrons over. Hij stond bekend als rechtvaardig leider: zijn bijnaam luidde Kroetoe, wat ‘vergadering’ of ‘rechtspraak’ betekent. Hij deelde de leiding over de gemeenschap met de oudere Aluku, die zorgde voor de bescherming van de vrouwen en kinderen. Boni was op zijn plaats verantwoordelijk voor de gewapende strijd.

Hevige strijd

Na 1770 sloten twee andere Marron-groepen zich aan bij de Cottica-Marrons en ging de groep bekend staan als de Boni’s. Het koloniale bewind had in die jaren de handen vol aan het gewapende verzet dat de marrons overal leverden en had vrede of wapenstilstand gesloten met een aantal groepen. De Boni’s werden strategisch buiten die vrede gelaten.

In 1770 verhevigde Boni de strijd, om zo alsnog vrede af te dwingen. Op 8 november dat jaar werd bijvoorbeeld de plantage Mon Désir aan de Motkreek overvallen, waarbij de directeur en een officier werden gedood, zestien slaven bevrijd en negen geweren buitgemaakt. Vanaf 1771 overvielen ze bijna maandelijks een plantage, waardoor de wegloperij nog verder toenam.

Boni-oorlogen

Het gewapende verzet nam dusdanige vorm aan dat er later gesproken werd van de ‘Boni-oorlogen’. In 1770 richtte gouverneur Jan Nepveu een Corps Vrije Negers en Mulatten op om de opstand te bevechten, waarin alle bevrijde ex-slaven verplicht dienst moesten nemen. Ook vroeg hij om versterking vanuit Nederland. In 1773 arriveerde een 500-koppig huurleger onder leiding van de kolonel Fourgeoud uit de Republiek. Het in 1772 opgerichte Neeger Vrijcorps werd samengesteld uit 300 slaven die door het gouvernement werden vrijgekocht. Bijgenaamd ‘redimoesoes’ – tegenwoordig nog steeds een Surinaams synoniem voor ‘verraders’ – streden zij het meest succesvol tegen Boni.

Fort Boekoe

Boni en zijn krijgers opereerden vanuit Fort Boekoe, dat versterkt was met vijf meter hoge muren, uitgerust met kanonnen, door een moeras omgeven en diep in de jungle lag. Daarom was het moeilijk bereikbaar voor de vijand. De naam ‘Boekoe’ betekende de overtuiging dat Boni en de zijnen nog liever ‘tot stof vervielen’ dan zich over te geven aan de kolonisatoren.

Vernedering en verovering

Het huurleger en de koloniale troepen lukte het lange tijd niet om Boekoe te veroveren. De belegering van het fort was vernederend, omdat de Boni’s hen vanachter de palissaden uitscholden terwijl de soldaten door het modderige moeras dichterbij probeerden te komen. Ondertussen gingen de plunderingen op de plantages ongestoord verder. Uiteindelijk wist het Neeger Vrijcorps na zeven maanden strijd fort Boekoe in te nemen, doordat iemand het geheime toegangspad had verraden. Tijdens een schijnaanval nam een deel van de ‘redimoesoes’ het fort via die weg in.

Blijven strijden

Boni wist samen met een grote groep marrons tijdig van Boekoe te ontsnappen, en nam zijn intrek in nieuwe forten in de buurt van de grens met Frans-Guyana. Vanuit zijn nieuwe posten bleef hij nog ruim twintig jaar doorgaan met zijn strijd tegen het koloniale bewind. Rond 1780 laaide de strijd opnieuw hevig op.

Hoewel de nabij wonende Ndjuka-Marrons sympathie hadden voor zijn strijd, wilden zij hun vrede met de Nederlanders niet op het spel zetten en sloten ze een pact met de kolonisator. Op 19 februari 1793 werd Boni uiteindelijk in zijn slaap vermoord door Ndjuka-leider Bambi. De meeste Boni’s werden gevangen genomen of vluchtten naar Frans-Guyana. In de 19e eeuw vonden geen grootschalige marron-aanvallen tegen plantages meer plaats. Dat betekende geenszins het einde van het slavenverzet: tot de uiteindelijke afschaffing van de slavernij in 1863 kwamen slaven op de plantages kleinschalig in opstand en gold Boni als hun legendarische inspirator.

EINDE ARTIKEL
WIKIPEDIA
AMISTAD OPSTAND
[22]
[23]

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM
22 JUNI 2021
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7
[24]
[25]
WIKIPEDIA
Q.E.D.
[26]
The first object that attracted my compassion was tied up with both arms to a tree, a truly beautiful Samboe girl of about 18, as naked as she came to the world, and lacerated in such a shocking condition by the whips of two negro drivers, that she was from her neck to her ancles literally died over with blood. It was after receiving 200 lashes that I perceived her with her head hanging downwards, a most miserable spectacle.”
 
De Transatlantische slavenhandel was een misdaad tegen de menselijkheid en het feit alleen al, dat mensen werden verhandeld als vee, als goederen, is mensonterend. Ik heb altijd gedacht dat iedereen het daar in 21e eeuw wel over eens was. En we weten dat slaven, of tot slaaf gemaakten, afschuwelijk hebben geleden onder onmenselijke lijfstraffen, overboord werden gegooid als ze ziek waren, werden gemarteld en vermoord. Hier is een ooggetuigeverslag van John Gabriël Stedman (1744-1797), een Schotse militair in dienst van het Nederlandse leger in Suriname:”
FRONTAAL NAAKT
HET LEVEN ALS SLAAF WAS EEN GROTE ZOMERVAKANTIE, VOLGENS
PIET EMMER
PETER BREEDVELD
23 JUNI 2021
Het ooggetuigeverslag van Stedman, waaraan Peter Breedveld refereert, is
afkomstig uit het door hem [Stedman] geschreven
[27]

Flagellation of a Female Samboe Slave   c.1791

Engraving with etching by William Blake after Stedman.
With Blake’s name in the plate.
Ref: Essick XXXIII 10; Ray 2; Bentley 408a; Keynes 111
S 265 x 207 mm; I 182 x 134 mm
SOLD
Engraving with etching by William Blake.

Exceptionally fine impression from the first edition, as published in Narrative, of a Five Years’ Expedition, Against the Revolted Negroes of Surinam, by Captain J.G. Stedman (J.Johnson & J.Edwards, London, 1796). Scarce.

This engraving depicts an event which brought out Stedman’s compassion and which he felt “confident must inspire the most unfeeling reader with horror and resentment…… a beautiful Samboe girl of about eighteen, tied up by both arms to a tree, as naked as she came into the world, and lacerated in such a shocking manner by the whips of two negro-drivers, that she was from her neck to her ancles literally dyed over with blood. It was after she had received two hundred lashes that I perceived her, with her head hanging downwards, a most affecting spectacle.” Stedman implored that she be unbound, but due to his interference the overseer doubled the punishment and ordered the negro-drivers to whip her once more: “Thus I had no other remedy but to run to my boat, and leave the detestable monster, like a beast of prey, to enjoy his bloody feast, till he was glutted….. Upon investigating the cause of this matchless barbarity, I was credibly informed, that her only crime consisted in firmly refusing to submit to the loathsome embraces of her detestable executioner. Prompted by his jealousy and revenge, he called this the punishment of disobedience, and she was thus flead alive.”

The appalling brutality of the treatment of slaves described in Stedman’s book undoubtedly influenced William Blake’s own views on slavery. William Blake had been working on the engravings for this book during the year 1791 and later went on to express his own anti-slavery position in Visions of the daughters of Albion of 1793; more than this, William Blake adapted figures which he had used in the Surinam engravings for the illustrations to his famous America, also of that year.

On warm white antique laid paper, watermarked 1794, with wide margins beyond the image on all sides but trimmed almost on the platemark, as issued. Very fine condition.”

FLAGGELLATION OF A FEMALE SAMBOE SLAVE C. 1791
WIKIPEDIA
JOHN GABRIEL STEDMAN
NARRATIVE OF A FIVE YEARS’ EXPEDITION AGAINST THE
REVOLTED NEGROES IN SURINAM
[27]

MANUMISSIE

Het vrijlaten van tot slaaf gemaakten wordt ook wel ‘manumissie’ genoemd. En dit fenomeen zie je in ieder slavernijsysteem, legt Fatah-Black uit. Naast alle fysieke en geestelijke terreur is een sprankje hoop namelijk noodzakelijk. “Zo wordt het systeem in werking gehouden en blijft het voor de eigenaren draaglijk.” Draaglijk voor de eigenaren? Ja, de eigenaren hadden namelijk ook baat bij het vrijlaten van tot slaaf gemaakten – in de vorm van dankbaarheid die zij voor de vrijlating ontvingen. In de praktijk kwam er echter bijna nooit iemand vrij, maar dat de mogelijkheid bestond, hield het systeem gaande. Dit idee achter het vrijlaten van tot slaaf gemaakten kwam veel voor, maar het aantal dat daadwerkelijk vrij kwam verschilde per slavernijsysteem, legt Fatah-Black uit. “In sommige gebieden was het normaal om tot slaafgemaakten na zeven of twintig jaar vrij te laten. In de Atlantische wereld

1, waar Suriname deel van uitmaakt, was het percentage mensen die vrijgelaten werden, echter erg laag.”

  • Suriname bevatte halverwege de 18e eeuw 50.000 tot slaafgemaakten tegenover 2000 witte eigenaren. Gemiddeld hield één witte slavenhouder dus vijfentwintig slaven.
  • In 1760 bestond de vrije, niet-witte bevolking in Suriname uit niet meer dan 300 mensen. Honderd jaar later, vlak voor de afschaffing van de slavernij in 1863, was dit getal gegroeid naar 15.000.
  • In Suriname was het manumissie-percentage in de 18e eeuw niet hoger dan 0,1 procent. Ter vergelijking: in Brazilië lag dit op 1 procent.
ONE WORLD
OOK NA DE SLAVERNIJ WAS JE NIET VRIJ
27 SEPTEMBER 2018

Interview met historicus Karwan Fatah-Black

Karwan Fatah-Black ziet een gat in onze kennis over het Nederlandse slavernijverleden. Hij schrijft in zijn boek Eigendomsstrijd over de vergeten vrijgelaten tot slaafgemaakten. Deze ‘vrijen’ van Suriname kwamen nooit helemaal vrij van hun slavenhouders.

1 juli 1863. De dag van de afschaffing van de slavernij in Suriname. Deze dag wordt jaarlijks gevierd tijdens Ketikoti – Sranan (Surinaams) voor ‘gebroken ketens’. Toch kun je vraagtekens plaatsen bij het woord ‘afschaffing’ in deze context. Nederland was in 1863 al een van de laatste Europese landen die de afschaffing van het houden van slaven bij wet doorvoerde; bovendien duurde het daarna nog tien jaar voordat de voormalige tot slaaf gemaakten werkelijk vrij waren.

FOCUS OP PLANTAGELEVEN

Het is historicus (in 2013 gepromoveerd op een proefschrift over Paramaribo en de trans-Atlantische handel) en universitair docent aan de Universiteit Leiden Karwan Fatah-Black (1981) niet om een oordeel te doen. In Eigendomsstrijd schrijft hij: ‘Het verdelen in ‘goed’ en ‘fout’ zou ons niet helpen om het verleden te begrijpen en de nawerking van dit verleden in het heden te herkennen.’ In zijn boek gaat hij op zoek naar de blinde vlek binnen de Nederlandse slavernijkennis. Er is volgens Fatah-Black veel onderzoek gedaan naar tot slaaf gemaakten op de plantages, maar onderzoek naar de voormalige tot slaaf gemaakten die in de randen van Paramaribo leefden, blijft achter. Fatah-Black: “De focus op het plantageleven is terecht, dat is belangrijk – maar wanneer je kijkt naar hoe mensen vrij werden en wat voor levens zij daarna hadden, dan zie je welke obstakels ze toen hebben ervaren en hoe dit ook nu nog doorwerkt.”

MANUMISSIE

Het vrijlaten van tot slaaf gemaakten wordt ook wel ‘manumissie’ genoemd. En dit fenomeen zie je in ieder slavernijsysteem, legt Fatah-Black uit. Naast alle fysieke en geestelijke terreur is een sprankje hoop namelijk noodzakelijk. “Zo wordt het systeem in werking gehouden en blijft het voor de eigenaren draaglijk.” Draaglijk voor de eigenaren? Ja, de eigenaren hadden namelijk ook baat bij het vrijlaten van tot slaaf gemaakten – in de vorm van dankbaarheid die zij voor de vrijlating ontvingen. In de praktijk kwam er echter bijna nooit iemand vrij, maar dat de mogelijkheid bestond, hield het systeem gaande. Dit idee achter het vrijlaten van tot slaaf gemaakten kwam veel voor, maar het aantal dat daadwerkelijk vrij kwam verschilde per slavernijsysteem, legt Fatah-Black uit. “In sommige gebieden was het normaal om tot slaafgemaakten na zeven of twintig jaar vrij te laten. In de Atlantische wereld

1, waar Suriname deel van uitmaakt, was het percentage mensen die vrijgelaten werden, echter erg laag.”

  • Suriname bevatte halverwege de 18e eeuw 50.000 tot slaafgemaakten tegenover 2000 witte eigenaren. Gemiddeld hield één witte slavenhouder dus vijfentwintig slaven.
  • In 1760 bestond de vrije, niet-witte bevolking in Suriname uit niet meer dan 300 mensen. Honderd jaar later, vlak voor de afschaffing van de slavernij in 1863, was dit getal gegroeid naar 15.000.
  • In Suriname was het manumissie-percentage in de 18e eeuw niet hoger dan 0,1 procent. Ter vergelijking: in Brazilië lag dit op 1 procent.

GEDWONGEN RELATIES

Er waren verschillende redenen waarom slaafgemaakten vrijgelaten konden worden: zoals het overlijden van de slavenhouder of als uiting van dank voor bijzondere diensten. Slaafgemaakten die in het huishouden werkten kwamen sneller in aanmerking voor vrijlating dan een ‘naamloze slaaf’ die op het veld werkte. Ook kinderen die voortkwamen uit gedwongen seksuele relaties tussen slaafgemaakte en slavenhouder, maakten vaak meer kans om vrijgelaten te worden. Bovendien speelde huidskleur een rol: hoe lichter de huid van een tot slaaf gemaakte, hoe groter de kans op manumissie – als die optie überhaupt bestond. “De raciale hiërarchie werd door het vrijlatingssysteem versterkt”, aldus Fatah-Black.

VRIJ IN EEN NIET-VRIJE SAMENLEVING

Fatah-Black maakte voor zijn boek gebruik van verschillende bronnen – een flinke klus aangezien er niet veel geschriften aanwezig zijn van die tijd. Testamenten en rechtbankverslagen gaven de meeste informatie over de levens van de ‘vrijen’ in Suriname. “Intieme documenten die lieten zien wat deze mensen dreef en wat in hun leven belangrijk voor ze was.” Nadat een tot slaaf gemaakte ‘slaaf-af’ werd gemaakt, betekende het dat die persoon werd vrijgelaten in een samenleving waar zwart en wit mijlenver van elkaar af stonden. Het leven werd daardoor bemoeilijkt, maar tegelijkertijd vormde deze kleine groep mensen uiteindelijk, zoals Fatah-Black in zijn boek beschrijft, de basis van de hedendaagse Afro-Surinaamse cultuur.

Een van de opvallendste bevindingen van Fatah-Black is dat de ‘vrijen’ vaak een (groot) deel van hun nalatenschap nalieten aan hun voormalige slavenhouder. ‘Waarom vrijgemaakten ervoor zouden kiezen om hun nalatenschap aan hun voormalige eigenaar te geven, is vanuit ons huidige perspectief misschien moeilijk te begrijpen’, schrijft Fatah-Black in Eigendomsstrijd. Hij legt uit: “Mensen vormen zich naar het systeem. Het wordt ze geleerd om op een bepaalde manier te denken over de relatie die ze hebben met hun eigenaar. Vrijlating werd gezien als een schat die niet in waarde uit te drukken was. Een geschenk, en een geschenk moet je afnemen in dank. Vrijlating is niet het einde van de relatie tussen de tot slaafgemaakte en slavenhouder. Als voormalige slaafgemaakte moest je nog steeds dankbaarheid betuigen aan je eigenaar. Wanneer je voormalige eigenaar in schulden zat of armlastig  werd, was je verplicht hem bij te staan.”

NA DE AFSCHAFFING

Al jaren voorafgaand aan 1 juli 1863 was het duidelijk dat slavernij niet meer houdbaar was. Het zou echter nog twintig jaar duren voordat een radicale verandering plaatsvond. “Er bestond veel angst voor wat er zou gebeuren als de mensen vrij zouden komen. ‘Dan gaan ze niet meer voor ons werken’, was een gedachte die veel speelde.” Fatah-Black vergelijkt deze vertraging – in ideeën over beëindiging van misstanden en het daadwerkelijk beëindigen ervan – met huidige problemen zoals kinderarbeid en klimaatverandering. “We weten allemaal dat we niet meer moeten vliegen, maar we doen het toch nog.” Bij het vrij worden als slaafgemaakte ontstond een breuk waarin mensen hun eigen route gingen kiezen, keuzes maakten en een leven buiten de slavernij gingen opbouwen. “Om te begrijpen hoe bijzonder dat was, moeten we eerst begrijpen hoe vanzelfsprekend het was om in zo’n systeem te leven.” Bevorderen van dit begrip is dan ook een hoofddoel van zijn boek Eigendomsstrijd.

Het boek Eigendomsstrijd ligt vanaf 25 september in de boekwinkels.

  1. De Atlantische wereld slaat op de Trans-Atlantische slavenhandel, of de driehoekshandel tussen Europa, Afrika en de Amerika’s waarbij Europeanen Afrikanen naar de Amerika’s vervoerden.

EINDE ARTIKEL

WIKIPEDIA

MANUMISSIO

https://nl.wikipedia.org/wiki/Manumissio

[28]
”Ook in het onderwijs komt het onderwerp nauwelijks aan bod, stelt Plasterk vast. “Ik heb op school nooit over de slavernij geleerd.”

TROUW

PLASKERK WIL MEER AANDACHT VOOR SLAVERNIJVERLEDEN
1 JULI 2007
https://www.trouw.nl/nieuws/plasterk-wil-meer-aandacht-voor-slavernijverleden~bbe891e2/

(Novum) – Zo’n duizend mensen hebben zondagmiddag in het Amsterdamse Oosterpark de slavernij herdacht. Minister van Onderwijs en Cultuur Ronald Plasterk (PvdA) voerde het woord namens de Nederlandse regering. Hij vindt dat er in Nederland te weinig aandacht is voor het slavernijverleden. Hij zegde de aanwezigen toe dat dit verleden een plek krijgt in het Nationaal Historisch Museum in Arnhem.

Verder riep Plasterk op tot het maken van boeken en films over de slavernij, net zoals dat over Anne Frank wordt gedaan. “De slavernij is een van de vijftig essentiële onderdelen van onze geschiedenis en daarom ook opgenomen in de Nederlandse Canon.”

Ook in het onderwijs komt het onderwerp nauwelijks aan bod, stelt Plasterk vast. “Ik heb op school nooit over de slavernij geleerd.” Hoe dat beter moet, weet de minister niet. “De overheid schrijft de schoolboekjes niet. Maar het is raar dat leerlingen er geen les in krijgen. Het zou normaal moeten zijn.” De bewindsman onderstreepte het belang van de herdenking. “Herinneringen zijn een deel van je persoonlijke mythologie. We hebben geschiedenis nodig om te begrijpen wie we zijn.”

Bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse park werden zondagmiddag kransen gelegd. Het monument werd op 1 juli 2002 onthuld door koningin Beatrix. Toen liep het uit op rellen omdat alleen officiële genodigden aanwezig mochten zijn. Sindsdien wordt de slavernij jaarlijks herdacht.

Dit jaar opende cabaretière Jetty Mathurin de herdenking, gekleed in een koto: kledingdracht van haar grootmoeder, die volgens Mathurin 6 was toen de Nederlandse slavernij op 1 juli 1863 werd afgeschaft. “Het is niet iets wat lang geleden is gebeurd, het is dichtbij.” De herdenking was waardig en de sfeer goed, vond ze. Ze riep de aanwezige media op deze herdenking in de archieven te stoppen en niet steeds de beelden van de rellen uit 2002 te herhalen.

Ook de Amsterdamse burgermeester Job Cohen en de gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen Paul Comenencia waren zondag aanwezig. Twee jaar geleden werd een toespraak van de toenmalige minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk (VVD) tijdens de herdenking verstoord door joelend publiek. De politie had het zondag rustig: de herdenking verliep zonder incidenten. Ook uit analyse vooraf bleek volgens de politie dat de dreiging van incidenten klein was.

EINDE ARTIKEL

[29]

URK WIL J.P. COENSTRAAT/MASSAMOORDENAARS
OP VOETSTUK
ASTRID ESSED
27 FEBRUARI 2018
MICHIEL DE RUYTER, ZETBAAS VAN DE NEDERLANDSE SLAVENHANDEL
ASTRID ESSED
26 AUGUSTUS 2015
BEKLADDING STANDBEELDEN PIET HEIN, WITTE DE WITH EN
CONSORTEN/KOLONIALE ROVERS, MOORDENAARS EN SLAVENHANDELAREN/WEG UIT HET STRAATBEELD!
ASTRID ESSED
25 JUNI 2020
[30]
”De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.”
Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!