De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Noten 1 t/m 8 bij Artikel over vluchtelingen

Noten 1 t/m 8 bij Artikel over vluchtelingen

maandag 20 september 2021 02:14
Spread the love
[1]
”De laatste vlucht met militairen en diplomaten is donderdagavond vertrokken, Nederland is gestopt met het evacueren van mensen uit Kabul. Demissionair premier Rutte noemt het, in een van zijn eerste uitlatingen over de hele crisis, ‘verschrikkelijk nieuws’ voor de Afghanen die het land nog wilden verlaten.”
VOLKSKRANT
DRAMATISCH EINDE VAN NEDERLANDS
AANWEZIGHEID IN AFGHANISTAN: ”DE EVACUATIE IS BEEINDIGD”
26 AUGUSTUS 2021
De laatste vlucht met militairen en diplomaten is donderdagavond vertrokken, Nederland is gestopt met het evacueren van mensen uit Kabul. Demissionair premier Rutte noemt het, in een van zijn eerste uitlatingen over de hele crisis, ‘verschrikkelijk nieuws’ voor de Afghanen die het land nog wilden verlaten.

Rutte zei dat er druk overleg is met andere Europese landen om mensen die zijn achtergebleven – Nederlanders en Afghaans personeel dat op een evacuatielijst weet te komen – alsnog te helpen. ‘Iedereen is zeer gemotiveerd om tot het uiterste te gaan.’

De demissionaire ministers Kaag en Bijleveld (Buitenlandse Zaken en Defensie) spraken eerder donderdag in een brief van een pijnlijk moment. Bijleveld zei later dat het voor iedereen ‘akelig is dat we moeten stoppen’. In de brief van donderdagavond waarin het definitieve einde van de Nederlandse aanwezigheid wordt aangekondigd, noemen de ministers het ‘hartverscheurend dat we niet meer ter plekke kunnen zijn voor de mensen die in aanmerking komen geëvacueerd te worden’.

Sinds het instellen van een luchtbrug vorige week heeft Nederland 2.500 mensen in veiligheid gebracht, aldus het kabinet, onder wie meer dan 1.600 met bestemming Nederland. Preciezere informatie over de evacués wordt binnenkort gegeven.

De beëindiging van de evacuatie, die op gang kwam toen Kabul was gevallen en de mogelijkheden zeer beperkt waren geworden, is dramatisch nieuws voor veel Afghanen die Nederland hebben bijgestaan in zijn werk in het land – soms met gevaar voor eigen leven. Vooral is er sprake van een bittere ervaring voor degenen die –als ze geen tolk waren – pas vorige week woensdag werden ‘goedgekeurd’ voor evacuatie (en die soms onder de eerder geldende regels waren afgewezen).

Een van deze Afghanen, die anoniem moet blijven, zei vandaag: ‘Ik was een jonge vent. Ik heb mijn lot verbonden aan jullie land. En jullie laten me nu zo stikken.’ Talloze van zulke radeloze boodschappen bereikten donderdag de vrijwilligers die zich voor hen hadden ingespannen.

Motie

Hoeveel mensen precies achterblijven – Nederlanders en Afghaans personeel dat met gezinnen geëvacueerd wil worden – is onduidelijk. Er wordt vaak gesproken over honderden, maar met de ontwikkelingswerkers erbij zijn het er duizenden. De Kamer nam vorige week in meerderheid een ruimhartige motie aan, die erop neerkomt dat deze groepen mensen niet hoeven aan te tonen dat ze persoonlijk vervolgd worden.

Het kabinet zegde toe, na een fel debat en verdere discussies achter de schermen, dat het de motie van Salima Belhaj (D66) en anderen ‘naar letter en geest’ zou uitvoeren. Waarschijnlijker is dat er nog felle politieke debatten zullen volgen over wie wel en wie niet onder de regeling valt en welkom is in Nederland. Zo spreekt het kabinet consistent over ‘hoogrisicogroepen’, wat een nieuw selectiecriterium impliceert.

Het kabinet zegt te blijven werken aan lijsten van personen die in aanmerking komen voor evacuatie. Ook ‘beraadt het zich’, samen met andere Europese landen, op een terugkeer naar Afghanistan – zodra de omstandigheden dat toestaan en zolang het ‘niet leidt tot of kan worden opgevat als erkenning van de legitimiteit van de Taliban’.

Overigens blijven een C-130-transportvliegtuig en een klein aantal militairen in de regio om eventueel toch nog mensen te kunnen evacueren mocht dat – ‘tegen de verwachting in’ – mogelijk blijken.

Reacties

Kati Piri (PvdA) reageerde op Twitter boos: ‘Honderden Afghanen die jarenlang zij aan zij met onze militairen hebben gediend, laten we achter. In doodsangst. Een totale blamage voor het demissionaire kabinet. Ik ben woest omdat kostbare tijd verloren is gegaan.’

Vanuit de hoek van vrijwilligers die zich de afgelopen tijd hebben ingespannen om zo veel mogelijk Afghanen die met Nederland gewerkt hebben naar Nederland te halen, komen teleurgestelde reacties. Anne-Marie Snels, oud-voorzitter van militaire vakbond AFMP, noemt het ‘heel verdrietig dat we dankzij een falend kabinet zoveel oud-collega’s, vrienden en familie moeten achterlaten’.

EINDE VOLKSKRANT ARTIKEL
TERUGKEER VAN DE TALIBAN/OVER EEN VREEMDE BEZETTING
OP AFGHAANSE BODEM
ASTRID ESSED
21 AUGUSTUS 2021
”De snelle ontknoping in de machtsstrijd om Afghanistan vraagt om analyse, om het belichten van achtergronden en om commentaar. Ik volg het met grote aandacht, met boosheid maar ook met een soort opluchting, gecombineerd met grote zorgen.

Boosheid: de aanblik van grote aantallen kwetsbare mensen die in doodsangst een veilig heenkomen zoeken op dat vliegveld van Kaboel, terwijl Westerse parlementen en ministers beraadslagen en op hun dooie gemak af en toe wat mensen evacueren… die aanblik maakt ook mij razend.

Opluchting: aan een lange, wrede, heilloze en volstrekt onrechtmatige koloniale bezettingsoorlog is, toch nog sneller dan het drie weken geleden leek, een einde gekomen. Zo lijkt het althans. Iedereen die ervoor pleit dat president Biden de Amerikaanse troepen had moeten laten blijven, of alsnog moet proberen de Taliban weer te verdrijven, pleit voor meer koloniaal bloedvergieten, meer luchtaanvallen, meer kapot gebombardeerde dorpen en opent de weg naar meer gewapende strijd om aan de bezetting een einde te maken. De koloniale nederlaag is welkom, het is alleen erg zuur dat het zo lang heeft moeten duren. De bezetting is eindelijk voorbij. Houden zo!”

AFGHANISTAN (DEEL 1): INLEIDENDE EN CONCLUDERENDE

OPMERKINGEN

PETER STORM

19 AUGUSTUS 2021

https://www.peterstormt.nl/2021/08/19/afghanistan-deel-1-inleidende-en-concluderende-opmerkingen

[2]

”Een van deze Afghanen, die anoniem moet blijven, zei vandaag: ‘Ik was een jonge vent. Ik heb mijn lot verbonden aan jullie land. En jullie laten me nu zo stikken.’ Talloze van zulke radeloze boodschappen bereikten donderdag de vrijwilligers die zich voor hen hadden ingespannen.”

VOLKSKRANT
DRAMATISCH EINDE VAN NEDERLANDS
AANWEZIGHEID IN AFGHANISTAN: ”DE EVACUATIE IS BEEINDIGD”
26 AUGUSTUS 2021
ZIE VOOR NOOT 1
”Kati Piri (PvdA) reageerde op Twitter boos: ‘Honderden Afghanen die jarenlang zij aan zij met onze militairen hebben gediend, laten we achter. In doodsangst. Een totale blamage voor het demissionaire kabinet. Ik ben woest omdat kostbare tijd verloren is gegaan.’
VOLKSKRANT
DRAMATISCH EINDE VAN NEDERLANDS
AANWEZIGHEID IN AFGHANISTAN: ”DE EVACUATIE IS BEEINDIGD”
26 AUGUSTUS 2021
ZIE VOOR NOOT 1
” Een Nederlandse veteraan vertelt hoe hij in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. Defensie gaat met de oud-militair praten en met justitie overleggen over een onderzoek.”


TROUW
NEDERLANDSE SOLDATEN DOODDEN MOGELIJK BURGERS
IN UZURGAN/DEFENSIE WIL ONDERZOEK
23 DECEMBER 2020
Een Nederlandse veteraan vertelt hoe hij in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. Defensie gaat met de oud-militair praten en met justitie overleggen over een onderzoek.

Defensie gaat in gesprek met een oud-militair over een mogelijk onrechtmatige beschieting in 2007 in de Afghaanse provincie Uruzgan. Aanleiding is een publicatie in Trouw woensdag, waarin veteraan Servie Hölzken vertelt hoe hij en zijn pantsergenie-eenheid medio 2007 huizen beschoten. Mogelijk zijn daarbij burgerdoden gevallen.

Het ministerie van defensie heeft inmiddels het Openbaar Ministerie gevraagd de situatie te beoordelen en te bekijken of er sprake is van strafbare feiten. “We hebben het OM er meteen bij betrokken”, zegt kolonel Mike Bos, woordvoerder van het ministerie.

‘Zeer ernstig’

Defensie noemt het verhaal van Hölzken ‘zeer ernstig’. Mede naar aanleiding van zijn relaas overweegt het departement nu een onafhankelijke commissie in te stellen, waaraan veteranen mogelijk onrechtmatig gedrag uit het verleden vertrouwelijk kunnen doorgeven. Ook wordt serieus nagedacht over het opzetten van een meldpunt. “We zijn er heel ver mee”, zegt Bos over het meldpunt.

Volgens oud-militair Servie Hölzken reed zijn eenheid medio 2007 langs bewoond gebied in de Chora-vallei, toen de commandant met een scanner mogelijk walkietalkieverkeer van de Taliban onderschepte. Hölzken zegt dat hij vervolgens opdracht kreeg om met een zware mitrailleur op twee huizen te schieten, om te kijken of er een reactie kwam. Nadat de commandant de vermoede Talibanstrijders over de walkietalkie over het mitrailleurvuur had horen praten en ze uit het tweede huis mensen zagen rennen, kreeg Hölzken het bevel om op hen te schieten, ook al meldde hij dat hij geen wapens zag. Volgens de veteraan werd er tijdens het hele incident niet op de Nederlanders geschoten. “Het was niet te rechtvaardigen wat wij die avond deden”, zegt hij. “We hadden alleen dat walkietalkieverkeer.”

Een kameraad bevestigt

Een toenmalige kameraad van Hölzken die ook in de pantserwagen zat, bevestigt dat deze op basis van onderschept walkietalkieverkeer twee huizen beschoot, dat hij op mensen schoot die uit het tweede huis renden, en dat er niet op de Nederlanders werd gevuurd. Volgens Hölzken overtraden hij en zijn maten destijds de zogenoemde Rules of Engagement, die er onder meer waren om burgerslachtoffers te voorkomen. Zo mochten de militairen in een geval als dit in principe alleen geweld gebruiken uit zelfverdediging, of als hun missie in gevaar kwam. “Pas later drong tot me door hoe fout het was”, zegt Hölzken.

Defensie verklaart ‘geschrokken’ te zijn van het verhaal. Het ministerie wijst erop dat Hölzken getraumatiseerd terugkwam uit Afghanistan en dat de veteraan zich het incident mogelijk geheel of gedeeltelijk heeft ingebeeld. Woordvoerder Bos benadrukt bovendien dat het departement in zijn archieven geen vermeldingen heeft gevonden van een incident dat voldoet aan de beschrijving van Hölzken. “Misschien is het wel gebeurd, maar wij kunnen het niet vinden”, aldus de Defensiewoordvoerder.

‘Buitensporig geweld was schering en inslag’

Het verhaal roept veel vragen op, ook over de bredere naleving van de Rules of Engagement destijds in Uruzgan. Hoge officieren die toen leiding gaven, benadrukken dat van elke geweldsinzet een rapport moest worden gemaakt, dat in kopie naar de marechaussee ging. Volgens Defensie leidde dit tijdens de hele missie van 2006 tot 2010 nooit tot de conclusie dat geweld onrechtmatig was geweest. Maar volgens oud-inlichtingenofficier Nikko Norte, die zo’n twee jaar diende in Uruzgan, gebruikten de Nederlanders ook buiten acute gevechtssituaties vaak veel geweld. “Buitensporig geweld was schering en inslag.”

De naam van de militair die het verhaal van Servie Hölzken grotendeels bevestigt, is bekend bij de hoofdredactie.

EINDE BERICHT TROUW
”De Nederlandse veteraan Servie Hölzken vertelt hoe hij op een avond in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. ‘Pas later drong het tot me door hoe fout het was.’
TROUW
MILITAIR SERVIE HOLZKEN GING
VOLLEDIG OVER DE SCHREEF IN
UZURGAN: ”HET MOET VERTELD WORDEN”
23 DECEMBER 2020
De Nederlandse veteraan Servie Hölzken vertelt hoe hij op een avond in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. ‘Pas later drong het tot me door hoe fout het was.’

Hij heeft er lang niet openlijk over willen praten. Maar nu moet het eruit. Servie Hölzken diende als pantsergenist in de Afghaanse provincie Uruzgan. Hölzken en zijn maten gingen mee met patrouilles en konvooien om geïmproviseerde bermbommen op te sporen. Als er werd gevreesd dat ergens zo’n bom lag, liepen zijn kameraden en hij stapvoets met metaaldetectoren voor de voertuigen uit. Zenuwslopend werk.

Op een middag medio 2007 reden ze, na een roadblock te hebben bemand, met een konvooi van enkele voertuigen langs de rand van bewoond gebied in het district Chora terug naar hun uitvalsbasis. De officier die het konvooi leidde, de ‘Romeo’ in jargon, ving via een scanner walkietalkie-verkeer op dat mogelijk afkomstig was van de Taliban en werd vertaald door een tolk. De Romeo dirigeerde de Patria-pantserwagen waarin Hölzken zat naar een heuvel die uitzicht bood over het groene gebied met boomgaarden, akkers en zogenoemde qala’s, enigszins fortachtige, typisch Afghaanse huizen.

Hölzken was die dag de boordschutter van dienst en kroop achter de joystick van de zware mitrailleur van het kaliber .50 die uit de koepel op de wagen stak. “Ik kreeg opdracht vuur uit te brengen op de zijkant van de dichtsbijzijnde qala, om te kijken of er via de walkietalkie een reactie kwam. Maar dat ging mis doordat de mitrailleur een afwijking had en ik niet degene was die het wapen had ingeschoten. Ik vuurde per ongeluk op een raam en schoot dwars door die qala. Vervolgens bleken ze me ook nog naar het verkeerde doel te hebben geluld. ‘Verkeerde huis! Verkeerde huis!’, werd er geroepen. Gelukkig gebeurde er verder niks.”

De schutter kreeg opdracht opnieuw een salvo af te vuren, nu op een andere, grotere qala een heel eind verder. Toen er daarna via de walkietalkie wél werd gesproken over het mitrailleurvuur, moest hij weer vuren, op een grote poort van het ommuurde huis. Enige tijd na het salvo zag hij mensen uit de poort rennen. Hij was inmiddels overgegaan op nachtvisie, omdat het donker was geworden. “Vijf, zes pax, geen wapens zichtbaar, meldde ik.” De term ‘pax’ stond voor ‘personen’. “De volgende opdracht was: ‘Vuren vrij!’ Uitschakelen dus, die mensen.”

Zes kistjes munitie

Hölzken schoot met zijn volgende salvo de eerste persoon neer, waarna de anderen naar de grond gingen. “We zijn daar toen een hele tijd gebleven. Telkens als ik een hoofdje omhoog zag komen of iets zag bewegen, heb ik gevuurd. Ik denk dat we er wel vijf, zes kistjes munitie doorheen hebben gejaagd. We vuurden totdat we geen beweging meer zagen.”

Servie Hölzken, inmiddels 40, vertelt het verhaal op een middag aan de eettafel in zijn flat in het Limburgse Weert. Een grote man met een baardje, gekleed in een schipperstrui. Een donkere hond scharrelt rond zijn benen. De oud-militair begint zachtjes te huilen als hij de details van de beschieting ophaalt. Hij doet zijn bril even af. Tranen biggelen over zijn rood aangelopen wangen. Hij legt uit dat hij en zijn maten die avond in Uruzgan de zogenoemde Rules of Engagement, die er onder meer waren om onschuldige burgerslachtoffers te voorkomen, op grove wijze overtraden.

Want de Nederlandse militairen hadden van de regering, na de nodige discussie met de Tweede Kamer, dan wel een ‘robuuste’ geweldsinstructie gekregen, ze mochten in een geval als dit in principe alleen geweld gebruiken uit zelfverdediging, of als hun missie in gevaar kwam. Ze mochten ook alleen schieten op personen die als vijandig waren geïdentificeerd, bijvoorbeeld doordat ze een wapen bij zich droegen, of die op een andere manier een acute bedreiging vormden. Er mocht niet meer geweld worden gebruikt dan noodzakelijk was gezien de dreiging. En ‘uitlokkingsvuur’, om te kijken of er een reactie kwam, was verboden. Bovendien golden strikte beperkingen voor het interpreteren van onderschept walkietalkieverkeer, ook omdat het met de gebruikte scanners onmogelijk was de locatie te bepalen waar dat verkeer vandaan kwam.

“Het was niet te rechtvaardigen wat wij die avond deden”, zegt Hölzken. “We hadden alleen dat walkietalkieverkeer. Er werd tijdens die hele actie geen schot op ons gelost en we zagen ook geen wapens.”

Zijn hand omklemt zijn koffiemok, hij staart naar het tafelblad. “Ik ben ervan overtuigd dat we burgers hebben doodgeschoten. Als er in die qala al Talibanstrijders zaten, waren ze nooit zo uit die poort komen rennen, in de richting van mijn vuur. Taliban waren waarschijnlijk aan de achterkant van die qala over een muur geklommen, om zich uit de voeten te maken. Burgers in blinde paniek, ja, die vluchten zo.”

Hölzken kreeg na terugkeer in Nederland last van post-traumatische stress en denkt zelf dat hij ook last heeft van wat tegenwoordig een ‘morele verwonding’ wordt genoemd. Gewetenswroeging noemt hij het zelf eigenlijk liever. Zijn relaas wordt later grotendeels bevestigd door een vroegere maat van hem, die ook in de pantserwagen zat. “Dit verhaal klopt”, zegt Hölzkens voormalige kameraad. “Ik voerde de munitie aan en verwisselde de loop, want die wordt heet als je veel schiet.”

De oud-collega werkt, anders dan Hölzken, nog steeds bij de krijgsmacht en is net aangenomen op de onderofficiersopleiding. Hij bevestigt dat Hölzken die avond in de Choravallei op basis van onderschept walkietalkie-verkeer twee huizen beschoot, dat hij op mensen schoot die uit het tweede huis kwamen, en dat er niet op de Nederlanders werd geschoten. “Ik heb niet precies gehoord hoe de communicatie tijdens die actie verliep, want Servie was boordschutter en had de headset op, maar verder is het incident zo verlopen zoals Servie vertelt.” Hij zegt zich zelf echter nooit te hebben gerealiseerd dat de actie misschien niet deugde en dat er mogelijk burgers bij zijn gedood. “Ik was achttien. We kregen een opdracht van onze sergeant en die voerden we uit.”

Niet zoals het hoort

“Als dit zo is gebeurd, zijn de Rules of Engagement overtreden, daar wil ik heel duidelijk over zijn”, reageert desgevraagd oud-generaal Mart de Kruif, die een jaar lang commandant was van alle Navo-troepen in Zuid-Afghanistan. “Dit is niet zoals het hoort.”

Volgens De Kruif lag in de voorbereiding van de militairen op de uitzending naar Uruzgan juist veel nadruk op de Rules of Engagement. Alle militairen kregen een paarse geplastificeerde instructiekaart mee met enkele belangrijke richtlijnen. En eenmaal in Afghanistan was er volgens de generaal ook veel aandacht voor het voorkomen van burgerslachtoffers. “Wij noemden het ‘Civcas’, een afkorting van civilian casualties. Ik liet elk mogelijk Civcas-incident grondig onderzoeken.”

De Nederlandse militairen kwamen in 2006 in Uruzgan terecht in een bergachtige regio met grote stukken woestijn en enkele kleine stadjes en dorpen in groene stroken langs rivieren. De regering had de missie in Den Haag ‘verkocht’ als een soort hulpproject met zware militaire beveiliging, maar het was in werkelijkheid een zogenoemde counterinsurgency– of antiguerrillamissie, waarbij de tegenstander vaak onzichtbaar was. Een diepe cultuurkloof tussen de Nederlanders en de lokale politiemensen en militairen trok daarbij ook al snel een wissel op de verhoudingen.

Zo vertelt Hölzken hoe een konvooi waarin hij meereed onderweg een vermoede ‘spotter’ gevangennam. Spotter was de term voor een Afghaan die de buitenlandse troepen van een afstandje in de gaten hield, bijvoorbeeld om te waarschuwen dat ze er aan kwamen, zodat een bermbom op scherp kon worden gezet.

“Die man was ongewapend, voor zover ik weet. Hij had alleen een verrekijker. We droegen hem over aan Afghaanse politiemensen, die hem meenamen in een oude zeecontainer. Nou, je hoorde die man daarna schreeuwen. Het was duidelijk dat ze hem niet aan het kietelen waren. Wij stonden bij die container en we hoorden het, maar we grepen niet in. Later hadden we het er over. Een van de jongens zei dat de Afghaanse politie verdachten op de voetzolen slaat om ze aan het praten te krijgen. We maakten daar grapjes over.”

Verborgen explosieven

Hölzken behoorde destijds tot de zogenoemde alpha-groep van het 2de peloton van de 2de compagnie van het 41ste pantsergeniebataljon, dat normaliter gelegerd is in het Brabantse Oirschot. Hij schuift in zijn woonkamer in Weert achter een laptop om foto’s en video’s te laten zien van zijn tijd in Uruzgan. Op de foto’s is Hölzken een tanige, bebaarde militair van 27 jaar met een serieuze blik in de grijsblauwe ogen. Filmpjes laten zien hoe hij en zijn makkers door Tarin Kowt, het hoofdstadje van Uruzgan, rijden en hoe ze lopend met hun metaaldetectors voor een voertuig uit naar verborgen explosieven speuren.

“Ik had in het begin nog het ideaalbeeld dat we daar waren om de mensen te steunen tegen een onderdrukker, de Taliban. Maar door alle incidenten en spanning veranderde dat geleidelijk. Je moet begrijpen, we stonden daar niet tegenover strijders in uniform. Iedereen, ook vrouwen en kinderen, kon een vijand zijn. Je kreeg het gevoel dat mensen overdag naar je konden lachen en ’s nachts een bermbom konden ingraven. We begonnen woorden als ‘zandnegers’ en ‘lappenkoppen’ te gebruiken. Ik ging daar ook in mee.” Hölzken vermoedt dat die groeiende afkeer van de bevolking ook een rol speelde bij de gewraakte beschieting. De spanning was bovendien behoorlijk opgelopen in de regio. Rond die tijd werd de ‘Slag om Chora’ uitgevochten, waarbij de Nederlanders en hun Australische en Afghaanse bondgenoten werden geconfronteerd met honderden Talibanstrijders.

“Er ging die avond een hoop frustratie uit”, zegt hij. “Ik was me er op dat moment niet van bewust dat we waarschijnlijk op burgers schoten, maar ik besefte wel dat we de regels overtraden. Je zat in een soort flow. We zetten de regels naar onze hand om die schoften te pakken. Mijn maten juichten ook toen ik schoot en na afloop kreeg ik complimenten. ‘Goed geschoten! Goede schutterskunsten!’ Ik was er zelf toen ook trots op. Pas later drong het tot me door hoe fout het was wat we daar deden.”

After Action Report

Of zulke mogelijk onrechtmatige beschietingen vaker voorkwamen in de vier jaar dat de Nederlanders in Uruzgan zaten, is lastig te achterhalen. Hoge officieren die destijds leidinggaven, benadrukken dat van elke geweldsinzet een zogenoemd After Action Report moest worden gemaakt, dat in kopie naar de marechaussee werd gestuurd. De marechaussee bekeek dan of het geweld rechtmatig was geweest, deed eventueel aanvullend onderzoek en stuurde dossiers zo nodig ter beoordeling naar het Openbaar Ministerie in Arnhem. Volgens Defensie leidde dit tijdens de hele missie van 2006 tot 2010 nooit tot de conclusie dat geweld onrechtmatig was geweest.

Maar desondanks stelt Defensie dat zij geen idee heeft hoeveel strijders of burgers werden gedood door Nederlanders. Ook een ruwe schatting is er niet. Volgens Defensie was het onmogelijk aantallen te achterhalen, omdat de gebieden waar slachtoffers vielen te onveilig waren en omdat moslims hun doden binnen 24 uur begraven. De lokale bevolkingsregistratie liet bovendien te wensen over en meldingen van de bevolking waren onvolledig en inaccuraat.

“Ik heb in mijn tijd op mijn niveau nooit aanwijzingen gekregen van dit soort dingen door Nederlanders”, zegt oud-generaal De Kruif naar aanleiding van het verhaal van Hölzken. “Maar ik kan niet uitsluiten dat zich wel incidenten hebben voorgedaan. Ik ben er altijd van uitgegaan dat je niet altijd alles hoort van die mannen.”

De Kruif, die later commandant van de hele landmacht werd, vraagt begrip voor de soms moeilijke omstandigheden waaronder zijn militairen soms moesten opereren. “Een gevechtssituatie doet dingen met mensen: van plassen in de broek tot angstzweet en enorme adrenalinestoten”, zegt hij. “Als je jongens in dit soort omstandigheden brengt, kun je niet helemaal voorspellen wat ze gaan doen.”

Maar er zijn ook andere signalen. Volgens oud-kapitein Nikko Norte, die drie periodes van in totaal zo’n twee jaar diende in Uruzgan, gebruikten de Nederlanders ook buiten acute gevechtssituaties vaak veel geweld. Norte vindt het door Hölzken beschreven incident dan ook plausibel. “Dit is het topje van de ijsberg”, zegt hij. “Want dit is hoe wij daar opereerden. Buitensporig geweld was schering en inslag. Ik heb me er vaak tegen verzet, omdat ik vond dat we te makkelijk te veel geweld gebruikten, maar ik kreeg geen poot aan de grond.”

Als waanzinnigen

Norte was in Uruzgan inlichtingenofficier en fungeerde als schakel tussen de militaire inlichtingendienst MIVD en de troepen. Hij gaf MIVD-informatie door aan de militairen en hij debriefde de militairen na acties, om hun informatie weer door te geven aan de MIVD. Ook verzamelde hij zelf inlichtingen in het veld en onder de Afghaanse bevolking. Hij kreeg daardoor naar eigen zeggen relatief goed zicht op wat er gebeurde.

“Ik heb tientallen gevallen langs zien komen waarin Nederlanders op basis van vaag walkietalkie-verkeer geweld wilden gebruiken. Soms wist ik het te voorkomen, maar geregeld ook niet. Ik ben zelf ook mee geweest op patrouilles waarvan de leden al na één schot als waanzinnigen om zich heen begonnen te schieten. Daar werd dan later keurig verslag van gedaan en het werd beschreven als een vuurgevecht, maar dat was het helemaal niet geweest. De Nederlanders hadden dan alleen ontzettend veel munitie verschoten.” Volgens Norte maakten inlichtingenofficieren en commandanten de troepen vaak ook onnodig bang met een overtrokken schets van de dreiging. “Veel jongens stonden stijf van de spanning en angst als ze de poort uit gingen. Dan krijg je dit soort excessen.”

Dat vervaging van de ethische grenzen in Uruzgan soms inderdaad op de loer lag, signaleerde ook oud-majoor Niels Roelen onlangs in een opiniestuk in NRC Handelsblad, waarin hij een incident aanhaalde dat hij in 2007 meemaakte tijdens een kort bezoek aan de patrouillebasis Volendam. Volgens Roelen wist hij toen maar ternauwernood te voorkomen dat Nederlandse troepen met een kanon een doorwaadbare plek in een rivier bestookten zonder dat ze die plek konden waarnemen, wat ook een schending van de Rules of Engagement zou zijn geweest. “Begrijp ik goed dat we artillerievuur willen afgeven zonder dat we het doel in zicht hebben?”, merkte hij verbaasd op. “Dat kan niet.”

Wat de consequenties nu zullen zijn van de getuigenis van Hölzken valt moeilijk te voorspellen. Want ook al wordt Hölzkens relaas grotendeels bevestigd door een van zijn vroegere maten, het blijft de ontboezeming van een getraumatiseerde veteraan. Het is geen zwart-witverhaal. En het roept allerlei vragen op. Want als de twee huizen inderdaad onder vuur zijn genomen, waarom gebeurde dat dan? Wat was de inhoud van het kennelijk onderschepte walkietalkie-verkeer? Was het de officier die het konvooi leidde die besloot tot de beschieting? Had hij vooraf contact met het hoofdkwartier van de Nederlanders? Werden er inderdaad burgers gedood?

Geen officiële melding

Het ministerie van defensie laat in een reactie weten dat zij in haar archieven geen After Action Report of ander stuk kan vinden over de beschieting zoals door Hölzken beschreven (zie kader). Hölzken zelf besprak het incident de afgelopen jaren wel met familieleden en hulpverleners, maar meldde het nooit officieel bij Defensie. Hij heeft ook geen idee of anderen er wel melding van hebben gemaakt. De toenmalige sergeant van de alphagroep weigert desgevraagd te praten en verwijst naar Defensie. De chauffeur van de pantserwagen wil ook niet praten. En de soldaat die de munitie aanvoerde, vreest dat het relaas van zijn vroegere kameraad zijn loopbaan bij de krijgsmacht zal schaden. “Ik heb ook een huishouden waar ik ’s morgens voor opsta.” Duidelijk is wel dat Hölzken uit Uruzgan is teruggekomen als een ander mens. Hij kreeg psychische problemen en werd agressief. Hij sloeg er tijdens een black-out onder invloed van drank op los in een café, werd twee keer korte tijd opgenomen met mentale problemen en mishandelde meermaals zijn vrouw, die hem verliet. Het kostte hem jaren om weer enigszins op te krabbelen.

Hölzken zegt terdege te beseffen dat zijn verhaal mogelijk strafrechtelijke consequenties kan hebben voor zowel hemzelf als zijn oude kameraden. Hij houdt ook rekening met negatieve reacties van andere Uruzgangangers, die hem misschien van ‘matennaaierij’ of ‘verraad’ zullen beschuldigen. Ook vreest hij dat Defensie hem zal afschilderen als een getroebleerde fantast. Daarom schrok hij er jarenlang voor terug om het incident te melden of er mee naarbuiten te treden. Toch steekt hij nu zijn nek uit, in een poging schoon schip te maken. “Ik wil Defensie en mijn collega’s van toen niet door het slijk halen. We deden daar ook goede dingen. Maar wat gebeurd is, is wel gebeurd. En dat moet ook verteld worden.”

Compensatie

Hij hoopt, naar eigen zeggen een beetje tegen beter weten in, dat Defensie nu een poging gaat doen om familieleden van de mensen die hij daar beschoot, als het inderdaad burgers waren, te compenseren. Ook hoopt hij op een onderzoek, ook naar mogelijke andere incidenten. “Ik kan mij niet voorstellen dat wij de enigen zijn die zoiets deden”, zegt hij. “Het gaat mij erom dat er lering uit wordt getrokken. Kijk, oorlog is natuurlijk altijd vuil. Daar hoef je niemand iets over wijs te maken. Maar hoe wij daar handelden, was heel onprofessioneel. Het had niet zo hoeven gebeuren als we die avond de Rules of Engagement hadden nageleefd.”

Het begint te schemeren. Hölzken loopt naar de kapstok in de gang van de flat, waar de hondenriem hangt. De donkere Hollandse herder springt kwispelend achter hem aan. Hölzken zet een pet op. Buiten voor de portiek blijft hij nog even staan. Hij vertelt dat hij ervan droomt om ooit, als het er veiliger is, terug te gaan naar Afghanistan. Hij zou dan graag in Uruzgan op zoek gaan naar de twee huizen die hij beschoot, om zijn excuses aan te bieden aan de bewoners en eventuele nabestaanden. “Ik hoop echt dat zoiets ooit mogelijk wordt”, zegt hij. “Want wat wij die avond deden, was heel erg verkeerd. Ik schaam me er diep voor.”

Reactie ministerie van defensie

Het ministerie van defensie noemt het verhaal van Servie Hölzken in een reactie ‘zeer ernstig’. Het ministerie heeft het mogelijke schietincident gemeld bij het Openbaar Ministerie in Arnhem, waar de militaire kamer van de rechtbank zetelt. Daarnaast heeft schout-bij-nacht Boudewijn Boots, directeur operaties, Hölzken uitgenodigd voor een gesprek donderdag op het departement in Den Haag. Op grond daarvan wil Defensie overleggen met het OM over een mogelijk nader onderzoek en wie dat dan zou moeten doen. “We hebben het OM er meteen bij betrokken”, zegt kolonel Mike Bos, woordvoerder van Defensie. “We houden niks binnenshuis.”

Defensie wijst erop dat Hölzken getraumatiseerd is teruggekomen uit Afghanistan en dat hij zich het incident mogelijk geheel of gedeeltelijk heeft ingebeeld. Ook benadrukt woordvoerder Bos dat in de archieven van Defensie tot nu toe geen zogeheten After Action Report of ander stuk is gevonden over een beschieting zoals omschreven door Hölzken. Het ministerie vond wel documenten over een geweldsincident met de alphagroep, op 5 mei 2007, maar dat lijkt een ander geval te zijn geweest. Zo zat de soldaat die het relaas bevestigt op 5 mei nog niet bij de eenheid. “Misschien is het wel gebeurd, maar wij kunnen het niet vinden”, zegt Bos over het door Hölzken beschreven incident.

Mede naar aanleiding van Hölzkens verhaal overweegt Defensie inmiddels een onafhankelijke commissie in te stellen, waaraan veteranen mogelijk onrechtmatig gedrag uit het verleden vertrouwelijk kunnen doorgeven. Die commissie zou dan moeten worden geleid door een gezaghebbende, neutrale figuur. Ook wordt serieus nagedacht over het opzetten van een meldpunt. “Wij zijn echt geschrokken”, zegt Bos. “Een oud-collega heeft hiermee dus dertien jaar rondgelopen, zonder het te melden.” Defensie houdt er rekening mee dat de komende jaren meer veteranen met dit soort verhalen zullen komen. “Het is nog niet besloten”, zegt Bos over het meldpunt. “Maar we zijn er heel ver mee. Het moet heel toegankelijk worden en je moet anoniem kunnen melden.”

De naam van de militair die het verhaal van Servie Hölzken grotendeels bevestigt, is bekend bij de redactie. Ook de namen van de twee andere genoemde leden van zijn pantsergenie-eenheid zijn bekend.

EINDE BERICHT TROUW
”Maar er zijn ook andere signalen. Volgens oud-kapitein Nikko Norte, die drie periodes van in totaal zo’n twee jaar diende in Uruzgan, gebruikten de Nederlanders ook buiten acute gevechtssituaties vaak veel geweld. Norte vindt het door Hölzken beschreven incident dan ook plausibel. “Dit is het topje van de ijsberg”, zegt hij. “Want dit is hoe wij daar opereerden. Buitensporig geweld was schering en inslag. Ik heb me er vaak tegen verzet, omdat ik vond dat we te makkelijk te veel geweld gebruikten, maar ik kreeg geen poot aan de grond.”

Als waanzinnigen

Norte was in Uruzgan inlichtingenofficier en fungeerde als schakel tussen de militaire inlichtingendienst MIVD en de troepen. Hij gaf MIVD-informatie door aan de militairen en hij debriefde de militairen na acties, om hun informatie weer door te geven aan de MIVD. Ook verzamelde hij zelf inlichtingen in het veld en onder de Afghaanse bevolking. Hij kreeg daardoor naar eigen zeggen relatief goed zicht op wat er gebeurde.

“Ik heb tientallen gevallen langs zien komen waarin Nederlanders op basis van vaag walkietalkie-verkeer geweld wilden gebruiken. Soms wist ik het te voorkomen, maar geregeld ook niet. Ik ben zelf ook mee geweest op patrouilles waarvan de leden al na één schot als waanzinnigen om zich heen begonnen te schieten. Daar werd dan later keurig verslag van gedaan en het werd beschreven als een vuurgevecht, maar dat was het helemaal niet geweest. De Nederlanders hadden dan alleen ontzettend veel munitie verschoten.” Volgens Norte maakten inlichtingenofficieren en commandanten de troepen vaak ook onnodig bang met een overtrokken schets van de dreiging. “Veel jongens stonden stijf van de spanning en angst als ze de poort uit gingen. Dan krijg je dit soort excessen.”

TROUW
MILITAIR SERVIE HOLZKEN GING
VOLLEDIG OVER DE SCHREEF IN
UZURGAN: ”HET MOET VERTELD WORDEN”
23 DECEMBER 2020
ZIE VOOR TEKST, DIRECT HIERBOVEN
ZIE OOK WAT ASTRID ESSED IN 2008 SCHREEF:
ZIE IN DEZE LINK, HET UITPERS.BE ARTIKEL
ZIE GEHELE ARTIKEL

2008

NEDERLANDSE MILITAIRE DEELNAME IN AFGHANISTAN: WEDEROPBOUWMISSIE OF BEZETTINGSMACHT!

https://www.uitpers.be/nederlandse-militaire-deelname-in-afghanistan-wederopbouwmissie-of-bezettingsmacht/

1 Maart 2008  Astrid Essed

”Wie in modder roert, moet niet verbaasd zijn, vieze handen te krijgen”

Anoniem

 

Voorwoord:

Bij de Sovjet-Russische inval en herbezetting van het voormalige Tjechoslowakije, in 1968, ter onderdrukking van de opkomende liberaliserende stromingen, werd een Tsjechisch dorp veroverd. Op een door de Russische troepen bijeengeroepen gemeenteraadsvergadering merkte de burgemeester op: “Bent u gekomen om mijn land te bezetten’” . “Neen, om u te beschermen”, merkte de Russische legeraanvoerder op.

Aan deze woorden dacht schrijfster dezes, toen zij een artikel las over het verhoogde Nederlands militair offensief  tegen het in Uruzgan aanwezige Taliban verzet. [1]

Evenals deze Russische legeraanvoerder wordt door het merendeel van de Nederlandse politici, legerautoriteiten, en de media, de realiteit van de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan omgezet in schoonklinkende termen als ”vredesmissie”, ”hulp bij de wederopbouw”, ”bescherming tegen de Talibanterreur” en ”bevrijding van Afghanistan’’ etc. [2]

Een wijs man heeft eens gezegd, dat niets politici zo goed uitkomt als een kort geheugen.

Het is daarom niet verwonderlijk, dat kennelijk in de Nederlandse politieke herinnering is weggezakt, dat de Nederlandse militaire aanwezigheid, nog afgezien van de politieke intentie, een nasleep  is van de in 2001 door de Britten en Amerikanen gevoerde illegale en vuile oorlog tegen Afghanistan, met de logistieke en politieke NAVO-steun.

 

Een terugblik:

Brits-Amerikaanse aanval op Afghanistan:

1 In strijd met het Internationaal Recht:

Nog afgezien van de bij de Brits-Amerikaanse aanval op Afghanistan gepleegde oorlogsmisdaden, is deze aanval in strijd geweest met het Internationaal Recht, aangezien er geen sprake is geweest van een Mandaat  door de VN Veiligheidsraad. [3]

2 Aanleiding tot de aanval:

Als directe aanleiding tot de aanval is aangevoerd de echte of vermeende betrokkenheid van Osama bin Laden bij de WTC aanslagen en de mede-betrokkenheid van de Taliban-regering in Afghanistan. Opvallend echter is het feit, dat er  tot op heden geen op harde feiten gebaseerd aantoonbaar bewijs is geleverd is voor een eventuele betrokkenheid van Osama bin Laden, laat staan de Taliban-regering.
Een door de toenmalige Taliban-regering gedaan verzoek  aan de Amerikaanse president Bush, tot het leveren van bewijzen voor eventuele schuld van Bin Laden te overleggen [ivm met de door president Bush geëiste uitlevering van bin Laden aan de VS], werd  afgewezen.

Hierdoor rees op zijn zachtst gezegd het vermoeden, dat gefundeerde bewijzen ontbraken.

Deze indruk werd nog bevestigd door de stelselmatige weigering van de toenmalige Nederlandse premier Kok, zowel aan het Parlement als de fractievoorzitters van de grote partijen inzage te geven in het aan de NAVO-ministers overhandigde Amerikaanse bewijsmateriaal.

Fundamenteel is echter, dat bij de opsporing van eventuele verantwoordelijken voor een aanslag, slechts juridische middelen dienen te worden ingezet en dat een oorlog, die naar alle waarschijnlijkheid onschuldigen treft, een zowel humanitair als internationaal-rechtelijk onacceptabel middel is.

Aanval op Afghanistan:

Mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden:

De feitelijke Brits-Amerikaanse aanval op Afghanistan is gepaard gegaan met een groot aantal mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, zowel betreffende de wapenkeuze als directe militaire handelingen

a Wapenkeuze:
Gebruik van clusterbommen:

Een van de grondregels van het Internationaal Humanitair Oorlogsrecht is, dat er, door alle conflictspartijen, te allen tijde onderscheid gemaakt dient te worden tussen combattanten [militairen en strijders] en non-combattanten [burgers]. Dit geldt zowel voor directe militaire handelingen als het gebruik van de wapens, die beperkt dienen te blijven tot precisiewapens.

Een clusterbom echter is een  bom, die ongeveer 200 bommetjes uitspuugt, die over een groot gebied kunnen exploderen. Het moge evident zijn, dat het risico, dat hierbij burgers worden getroffen, levensgroot is. Bovendien kan een clusterbom zich bij niet ontploffing ontwikkelen tot landmijnen, waardoor nog jaren na de beëindiging van een oorlog, burgerslachtoffers kunnnen vallen. Met name spelende kinderen zijn hiervan vaak het slachtoffer. Volgens het Verdrag van Ottawa is het gebruik van landmijnen verboden. [4]

Ten gevolge van dit gebruik van clusterbommen zijn er naar schatting, tussen de 1000 tot 4000 Afghaanse burgerdoden gevallen, in een periode van twee maanden. [5]

 

b Andere directe militaire handelingen:

Bovendien hebben de Brits-Amerikaanse troepen zich eveneens schuldig gemaakt aan buitengerechtelijke executies van echte of vermeende Al Qaeda en Taliban-aanhangers en was er sprake van gedoging van ernstige mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden door de ”bondgenoot”, de Noordelijke Alliantie.

Een door Amnesty en Human Rights Watch geëist onderzoek naar een aantal echte of vermeende mensenrechtenschendingen, zoals tijdens de gevangenisopstand in Masar Al Sharif, waarbij sprake was van directe militaire Brits-Amerikaanse betrokkenheid, werd door de Brits-Amerikaanse autoriteiten afgewezen

c Mensenrechtenschendingen:

Behandeling gevangenen:

Eveneens was en is er sprake van martelingen en mishandelingen van krijgsgevangenen, o.a. in gevangenkampen als Kandahar en Guantanamo Bay. Daarnaast is er eveneens sprake van detentie zonder vorm van proces. Het bekendste voorbeeld is Guantanamo Bay, maar ook in andere Amerikaanse gevangenkampen in Afghanistan, was en is daarvan sprake.

 

NA DE OORLOG:

Nieuwe Afghaanse regering

Evident is, dat de Taliban-regering zich tijdens haar machtsperiode schuldig heeft gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen. Echter,  bij de na de nederlaag van de Taliban aangetreden regeringen, was al evenmin sprake van de handhaving van de mensenrechten

Vrouwenonderdrukking werd gecontinueerd, er was in een groot deel van het land sprake van ernstige schendingen van mensenrechten van gevangenen, alsmede het schieten op ongewapende demonstranten, in enkele gevallen met dodelijk gevolg.

 

Veiligheid Afghanistan?

Ook de door de vanaf 2002 in Afghanistan aanwezige als vredesmacht betitelde  ISAF nagestreefde ”veiligheid” van Afghanistan, kan en kon niet worden gegarandeerd. Zo vinden ondanks het door buitenlandse troepen zwaarbewaakte Kaboel met regelmaat door groeperingen van verschillende politieke pluimage aanslagen plaats.
In o.a..het midden en Westen van Afghanistan is  sprake van een hevige strijd tussen krijgsheren van verschillende al dan niet politieke origine  [soms pro-Taliban, soms pro-Noordelijke Alliantie, soms maffiosi] en in het Zuiden strijden de Brits-Amerikaanse [en Canadese en Nederlandse] troepen tegen het Taliban-verzet.

De situatie voor de Afghaanse bevolking zo onveilig, dat zelfs het reizen tussen twee steden moeilijk, zo niet onmogelijk is, op straffe  te worden overvallen door  struikrovers en plaatselijke illegale ”tolheffers” [onder het mom, ”tol” te moeten betalen, worden reizigers beroofd].

 

DE NEDERLANDSE MILITAIRE AANWEZIGHEID IN AFGHANISTAN

Voorgeschiedenis:

Hoewel bij de huidige ”Uzurgan-missie” sprake is van de grootste Nederlandse militaire inbreng in Afghanistan, waren de Nederlanders reeds in 2002 actief in de door de NATO geleide  ISAF troepenmacht”, waarover in de beginfase  Nederland en Duitsland het bevel voerden.

 

URUZGAN MISSIE

Echt actief werd Nederland echter pas na de dd 2-2-2006 door de Tweede Kamer goedgekeurde ”Uzurgan–missie”, waarbij Nederlandse militairen werden uitgezonden naar de zuidelijke Afghaanse provincie Uzurgan, waar een hevige strijd woedde en nog woedt tussen de Brits-Amerikaanse troepen [later terzijde gestaan door de Canadezen] enerzijds en het Taliban-verzet anderszijds.

 

a Discussie over ”missie” uitzending

Groot in eigenbelang, klein in mensenrechten en principiële keuzes.

Voorafgaande aan de Nederlandse troepenuitzending naar Uzurgan heeft een stevige parlementaire discussie plaatsgevonden tussen voor en tegenstanders. Opvallend echter was, dat er hierbij geen sprake was van een principiële discussie, maar dat deze veelal werd bepaald door pragmatische argumenten.

 

Veiligheid Nederlandse militairen

Zo liet vooral de links-liberale partij D’66 zich leiden door het wellicht zeer gevaarlijke karakter van deze ”missie”. Op zich een merkwaardig argument, aangezien er niet alleen sprake was van goed getrainde militairen, die zelf voor de professie van militair gekozen hadden, maar vanzelfsprekend de uitzending naar ieder oorlogsgebied, of het nu Uruzgan of een ander gebied is, gevaarlijk is.

Zorgwekkender is echter, dat de Nederlandse politiek gespeend was van iedere reflectie over het feit, dat militaire deelname aan de Amerikaanse oorlogshandelingen direct impliceert de ondersteuning van een bezettende macht. Hierbij werden de Nederlandse troepen, of zij nu de bevolking met de zogenaamde ”Dutch approach” tegemoet traden of niet, automatisch  politiek en moreel medeverantwoordelijk voor de Amerikaanse bezetting van Afghanistan.

Het is dan ook verwonderlijk, dat er in de Nederlandse media wordt gesproken van ”aanslagen” tegen de Nederlandse troepenmacht, aangezien internationaalrechtelijk gezien  iedere Afghaanse politieke groepering, dus ook de Taliban, gerechtigd is, zich te verzetten tegen het leger van een bezettende macht, alsmede legers van de haar ondersteunende bondgenoten, in casu Nederland.

Het gebruik van de terminologie ”wederopbouw” is dan ook niet alleen eufemistisch, maar ook misleidend, aangezien Nederland, als trouwe bondgenootvazal van de Verenigde Staten, als taak heeft het verzet tegen de buitenlandse troepen neer te slaan.

 

B Verzet tegen uitlevering gevangenen aan de VS:

Hoewel er dus geen sprake is geweest van een principieel parlementair verzet  tegen de rol van Nederland als verlengstuk van de Amerikaanse bezettende macht, is er wel, met name door de Nederlandse links-progressieve partijen, bezorgdheid uitgesproken over een mogelijke uitlevering van krijgsgevangenen  aan de VS [in verband met mogelijke detentie in Guantanamo Bay].

 

C Memorandum of Misunderstanding?

Dienaangaande is de  Nederlandse regering met de Afghaanse regering het zogenaamde Memorandum of Understanding overeengekomen, dat echter in de praktijk geen harde garanties geeft ter voorkoming van uitlevering van gevangenen. Overeengekomen is namelijk slechts, dat de Afghaanse autoriteiten de Nederlandse ambassade in Kaboel op de hoogte stellen, wanneer een gevangene aan de VS wordt overgedragen. Mensenrechtenschendingen door de VS kunnen hierdoor niet worden voorkomen. Bovendien kan de overeenkomst eenzijdig en zonder opgaaf van redenen, met een opzegtermijn van 30 dagen, worden beëindigd.

Het enige, dat wel is bedongen is, dat aan de Afghanen uitgeleverde gevangenen niet zullen worden geëxecuteerd, aangezien Nederland, comform het EU-standpunt, tegen de doodstraf is

Terecht heeft Amnesty International deze overeenkomst betiteld als ”The Memorandum of Misunderstanding”. [6]

 

 

D Nonchalante Nederlandse houding tav uitlevering gevangenen, ondanks mogelijke mishandeling:

Naar aanleiding van recente berichtgeving, dat de Afghaanse autoriteiten zich schuldig zouden hebben gemaakt aan marteling van gevangenen, heeft  Canada de uitlevering van krijgsgevangenen gestopt. Aangezien Nederland de uitlevering continueert, is zij wellicht schuldig aan medeverantwoordelijkheid voor foltering.

Hoewel Nederland als verdediging aanvoert de situatie van Afghaanse gevangenen regelmatig via diverse kanalen te controleren, dient mijns inziens bij dergelijke berichten geen enkel risico genomen te worden en de uitlevering te worden gestopt, omdat alle humanitair en internationaal-rechtelijk alle voorzorgen dienen te worden genomen om martelingen en mensenrechtenschendingen te voorkomen. [7]

Bovendien heeft Amnesty haar ernstige twijfels tav een adequate monitoring, door landen, die gevangenen hebben overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten.

Zo zegt zij letterlijk mbt Britse en Nederlandse monitoring:

”The British and Dutch governments have informed AI that they have transferred detainees to Afghan authorities in these provinces. Both governments have stated that they try to ensure that their own officials monitor the detainees, in the British case on a monthly basis. However, as outlined later in the report, because of the prevailing security situation, independent monitoring of transferred detainees by the AIHRC and the ICRC is almost impossible. In this situation, while ISAF states have carried out occasional monitoring of transferred detainees, AI remains concerned that this cannot substitute for regular, independent monitoring.” [8]

Onlangs heeft Amnesty in een persbericht een oproep gedaan aan alle ISAF landen, de uitlevering van gevangenen aan de Afghaanse autoriteiten te stoppen [9]

 

E Afghaanse burgerdoden door Nederlandse militaire acties

Slag bij Chora

Ook betreffende Nederlandse militaire handelingen in Uzurgan zijn er redenen tot zorg over de naleving van het Oorlogsrecht. Universeel is immers het principe, dat bij iedere militaire actie, een strikt onderscheid gemaakt dient te worden tussen combattanten en non-combattanten.

Bij een gezamenljke Nederlandse en ISAF militaire actie dd  juni 2007 zijn er echter meer dan 50 Afghaanse burgers om het leven gekomen, waarbij Nederland een omstreden pantserhouwitser heeft ingezet en de ISAF zwaar luchtgeschut, hetgeen sowieso buitenproportioneel is in een burgergebied. Eveneens zouden de Taliban zich aan oorlogsmisdaden hebben schuldig gemaakt.

Hoewel aanvankelijk door het Nederlandse Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer werd bericht, dat de meeste burgerdoden waren veroorzaakt door het optreden van de Taliban, werd dit later tegengesproken door een VN rapport [welks conclusie door Defensie werd verzwegen], dat juist stelde, dat de meeste burgerdoden door het Nederlandse vuur was veroorzaakt. [10]

Eveneens bekritiseerde de bevelhebber van ISAF in Kabul, de Amerikaanse generaal Dan MacNeill,  de Nederlanders vanwege de inzet van de  pantserhouwitser,zonder dat er een waarnemer in de frontlinies aanwezig was die kon zien waar de granaten terecht kwamen. [11]

Vast staat in ieder geval, dat o.a. door het optreden van de Nederlandse en ISAF militairen, een zo groot aantal doden is veroorzaakt, waarover de Afghaanse president Karzai zich  terecht zeer fel uitliet. [12]

Overigens zijn er ook voor dit Nederlandse militaire optreden verschillende klachten gekomen over mishandeling van gevangenen door Nederlandse troepen. Onderzoeksjournalist A. Karskens heeft ook een kritisch artikel over het Nederlandse optreden geschreven. [13]

 

Epiloog

Resumerend kan gesteld worden, dat er geen sprake is van een Nederlandse bijdrage aan de ”wederopbouw” van Afghanistan, maar van een militaire ondersteuning van de Amerikaanse bezettingsmacht, waarbij eveneens sprake is geweest van een aantal vermoedelijke schendingen van het oorlogsrecht.

Hoewel de Taliban geen aantrekkelijk toekomstig regeerperspectief is, is het haar niet alleen internationaal-rechtelijk gelegitimeerd, zich te verzetten tegen de buitenlandse bezettingstroepen, maar is het alleen aan de bevolking van Afghanistan, de door haar gewenste Staatsvorm te kiezen. Volgens het VN Handvest heeft zij het zelfbeschikkingsrecht,  net als alle andere volkeren ter wereld.

Wanneer dit niet wordt gerespecteerd door de buitenlandse bezettingstroepen en zij weigeren, zich terug te trekken, zal het verzet worden gecontinueerd en zal de ISAF, evenals de voormalige Russische bezettingsmacht leren, dat wie wind zaait, storm zal oogsten

 

(Uitpers, nr 95, 9de jg., maart 2008)

[1] http://www.nu.nl/news/1439849/24/Nederland_doet_mee_aan_nieuw_offensief_tegen_Taliban_(video).html

[2] Nederlandse oorlogspropaganda
Zie http://www.boekje-pienter.nl/html/uruzgan.htm#uruzgan-intro

[3] http://nl.wikipedia.org/wiki/Oorlog_in_Afghanistan

[4]  http://www.icrc.org/ihl.nsf/385ec082b509e76c41256739003e636d/d111fff4b9c85b0f41256585003caec3?OpenDocument

[5] http://stopusa.be/scripts/texte.php?section=BY&langue=2&id=10745

[6] http://www.amnesty.nl/wereldnieuws_artikel/4365

[7] http://www.depers.nl/buitenland/164938/Afghanen-martelen-gevangenen.html

[8] Rapport Amnesty tav marteling gevangenen, door de Afghaanse opsporings of detentieautoriteiten, na overdracht door ISAF troepen

http://stoptorture.amnesty.org/en/library/asset/ASA11/011/2007/8e83423e-a2d6-11dc-8d74-6f45f39984e5/asa110112007en.html#1.Introduction|outline

[9] Oproep Ammesty aan de landen, die deelnemen aan de ISAF ”vredes” macht, geen gevangenen over te dragen aan de Afghaanse autoriteiten vanwege folteringsrisico

Zie
http://www.amnesty.org/en/for-media/press-releases/afghanistan-stop-transfer-detainees-20080207

[10] Artikel de heer Ruyssenaers, journalist en buitenland correspondent

http://antwerpen.indymedia.org/news/2007/10/12829.php

VN rapport

http://www.trouw.nl/redactie/doc/chora.pdf

Trouw artikel

http://www.trouw.nl/hetnieuws/nederland/article822759.ece/VN_Burgerdoden_door_Nederlands_vuur

[11]http://www.wereldomroep.nl/actua/dossier/dossieruruzgan/071018choraophef

[12] http://findarticles.com/p/articles/mi_kmafp/is_200706/ai_n19314893

[13] http://www.arnoldkarskens.com/data/artikelen/NieuweRevu2007nr08.pdf

[14] Aanklacht advocatenkantoor Stelling, Olof en Steijnen tegen de Nederlandse Staat vanwege de schending van het OOrlogsrecht

http://www.omslag.nl/artikel/hofa//

EINDE ARTIKEL

TERUGKEER VAN DE TALIBAN/OVER EEN VREEMDE BEZETTING
OP AFGHAANSE BODEM
ASTRID ESSED
21 AUGUSTUS 2021
WIKIPEDIA
NIKKO NORTE
WEBSITE NIKKO KORTE
IK CITEER ”ONVOORSPELBAAR VERLEDEN”
Onvoorspelbaar verleden

Misschien wel de bijzonderste twee jaar van mijn leven tot dan toe bracht ik door in de Afghaanse provincie Uruzgan. Voordat Nederlandse troepen daar in 2006 in het kader van de wederopbouwmissie arriveerden, was ik er aanwezig. Alleen of met Amerikaanse of Afghaanse militairen trok ik eropuit. Lange dagen zwierf ik door een indrukwekkend mooie omgeving, waarin mensen een betoverend, authentiek bestaan leidden.

 

De gepantserde stad die Nederlandse genietroepen in de buurt van de stad Tarin Kowt bouwden, was nog niet voltooid en de hoek van de Amerikaanse legertent die ik in het toenmalige Kamp Ripley bezette, appelleerde aan mijn gevoel voor ouderwets avontuur, waaraan het me overigens niet ontbrak; geen dag ging voorbij zonder voorvallen of ontmoetingen waarvan ik de herinnering nog lang zou koesteren.

 

Maar er waren ook scherpe kanten aan mijn verblijf in Uruzgan. Na het arriveren van Nederlandse troepen kwam de relatie met de lokale bevolking door wederzijds onbegrip al snel op scherp te staan. Die bevolking had geen benul van wat Nederlandse troepen in haar leefomgeving kwamen doen, begreep de manier waarop die troepen zich manifesteerden niet en had geen grip op haar hooligans, die de aanwezigheid van militairen aangrepen om te demonstreren dat zij ten minste zo dapper waren als hun vaders en grootvaders in de strijd tegen de Russen waren geweest. Daarnaast waren er de belangen in de drugshandel. Nederlandse troepen waren niet van plan zich in de drugshandel te mengen, maar dat wist de bevolking van Uruzgan niet. Die belangen in de drugshandel kwamen verder onder druk te staan toen Nederlandse troepen begonnen met het opleiden tot politieagent van Afghanen en met het bewapenen van milities zonder dat bekend was wat de positie was van die Afghanen en milities in het maatschappelijke leven in Uruzgan.

 

Er ontwikkelde zich een onomkeerbare geweldspiraal. Ik stond erbij, keek ernaar, schreef in mijn dagboek en destilleerde daaruit tien jaar later het boek Onvoorspelbaar verleden met de bedoeling mensen die met de krijgsmacht onbekend zijn een blik te gunnen in het leven van alledag van militairen die buiten de Nederlandse landsgrenzen opereren. Dat mijn boek tot vragen in de Tweede Kamer zou leiden, had ik niet verwacht; Onvoorspelbaar verleden verhaalt immers slechts mijn avonturen tijdens de eerste tien maanden die ik in Uruzgan doorbracht.”

EINDE WEBSITE NIKKO NORTE

”Heel even hap ik naar lucht. Wat mijn docent in de woorden van Collingwood omschrijft, ís wat ik deed in Uruzgan. Dat maakte dat ik geen vijand zag waar een aantal van mijn collega’s ieder woord onderschept walkietalkieverkeer – vertaald door niet-geaccrediteerde tolken – dusdanig vijandelijk interpreteerde dat het te pas en te onpas de aanwending rechtvaardigde van een geweld dat onder iedere omstandigheid buitenproportioneel zou zijn geweest.”

WEBSITE NIKKO NORTE

NIKKO NORTE/KAMERVRAGEN

https://www.nikkonorte.com/post/kamervragen

  40. Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het aantal slachtoffers van het geweld in juni in Chora? Zo nee, waarom niet? Ik zie geen aanleiding voor een onderzoek door een onafhankelijke commissie. De gebeurtenissen rondom de verdediging van Chora zijn kort na afloop van de
gevechtshandelingen niet alleen door het ministerie van Defensie zelf onderzocht (via het After Action Report en de After Action Review), maar ook door de NAVO, de Verenigde Naties en de Afghaanse mensenrechtencommissie. In vrijwel alle gevallen was het moeilijk of zelfs onmogelijk om een battle damage assessment uit te voeren. De veiligheidssituatie liet dat niet altijd toe, doden worden in de moslimgemeenschap binnen 24 uur begraven en de bevolkingsregistratie liet te wensen over.
[BLADZIJDE 11 EN 12]
MINISTERIE VAN DEFENSIE
Beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Karabulut en Van Dijk (SP) over het geweld in Chora in juni 2007
file:///C:/Users/Essed/Downloads/beantwoording-kamervragen-over-het-geweld-in-chora-in-juni-2007.pdf
TROUW

HOE GEVECHTEN IN UZURGAN UITDRAAIEN OP EEN RECHTSZAAK
IN NEDERLAND

16 MAART 2021

Eind deze maand dient in Den Haag een rechtszaak over omstreden gevechten in 2007 tussen Nederlandse militairen en de Taliban. Tientallen Afghaanse burgers kwamen daarbij om. Een reconstructie. “We hadden onze inlichtingenvergaring nog niet op orde.”

Het wordt in juni 2007 steeds duidelijker dat er gevaar op komst is in de Afghaanse provincie Uruzgan, waar in die tijd meer dan duizend Nederlandse militairen gelegerd zijn. Zo druppelen inlichtingen binnen over een dreigend offensief van de Taliban in de Chora-vallei, waar de Nederlanders een post hebben. Er worden ook pick-uptrucks met stuurs kijkende mannen gesignaleerd en eenheden raken af en toe verwikkeld in schotenwisselingen.

Op vrijdag 15 juni slaat het onheil toe in de vorm van een zelfmoordaanval op een Nederlands konvooi in de provinciehoofdstad Tarin Kowt. “Ik stond bovenluiks nadat ik bezig was geweest met de antennes van onze pantserwagen”, vertelt oud-militair Oscar van der Ven. “Door de klap werd ik naar binnen geslagen. Toen ik mijn hoofd weer boven het luik uitstak, was het een en al stof en rook. Het duurde een tijd voordat ik doorhad wat er aan de hand was. Maar op een gegeven moment zag ik vlammen en ging de achterklep van het voorste voertuig open. Toen zag ik een collega gewond op zijn rug liggen, die even later werd gereanimeerd. Ook hoorde ik het radioverkeer. Langzaam drong het tot me door.”

Van der Ven, chauffeur-boordschutter van een Bushmaster-pantserwagen, ervaart de zelfmoordactie als een omslag. “Daarna was ik eigenlijk alleen nog maar bang. Ik reed met veel meer agressie door het gebied en ik was ook agressiever tegenover de mensen.”

Voor de Task Force Uruzgan, zoals de Nederlandse troepenmacht heet, zal het de aanloop blijken naar een van de heftigste periodes tijdens de vier jaar durende missie, waarin de koelbloedigheid van de militairen behoorlijk op de proef wordt gesteld. Want de volgende ochtend vroeg vallen enkele honderden Talibanstrijders inderdaad, zoals gevreesd, politieposten in de Chora-vallei aan. De Nederlanders hebben in die vallei twee infanteriepelotons van de Luchtmobiele Brigade gestationeerd in een wit, ommuurd districtskantoor, dat de White Compound wordt genoemd. Op het dak van het gebouw zijn met zandzakken verstevigde mitrailleurposities gemaakt.

Gelijkenis met Srebrenica

De commandant op de White Compound, kapitein Larry Hamers, diende eerder in Dutchbat 3, dat in 1995 de Bosnische enclave Srebrenica vrijwel zonder slag of stoot overgaf aan de Servische vijand – met gruwelijke gevolgen voor de bevolking. Hamers ziet in de Chora-vallei met zijn bergen en ongeregelde strijders gelijkenissen met de benarde Bosnische enclave destijds. De kapitein krijgt vanuit Kamp Holland, het Nederlandse hoofdkwartier bij Tarin Kowt, versterking van een extra peloton, dat de route voor een eventuele terugtrekking veiligstelt, en hij dirigeert troepen de vallei in om de belaagde Afghaanse politiemensen bij te staan.

De militairen voeren die zaterdag onoverzichtelijke vuurgevechten, waarbij de Taliban zich verstoppen in en rond zogenoemde qala’s, typische Afghaanse ommuurde huizen. Een Nederlands Patria-pantservoertuig wordt getroffen door een mortiergranaat van de vijand. Maar de infanteristen kunnen de val van de politieposten niet voorkomen en trekken zich in de loop van de dag terug in het centrale dorpje Ali Shirzai, waar zich de White Compound bevindt.

Het is dan al duidelijk dat ook onschuldige bewoners worden getroffen. “Burger in Chora heeft een vlag op zijn qala geplaatst in de hoop dat wij niet meer op zijn qala zullen vuren”, noteert een militair om 18.38 uur in het operatielogboek. “Hij heeft gewonde familieleden en is er nu mee naar het medical centre.”

Rond die tijd nemen de gevechten af, maar de Taliban zijn inmiddels al wel behoorlijk dicht bij de compound. Kapitein Hamers vreest dat de strijders na het vallen van de nacht onder dekking van de duisternis verder zullen optrekken naar zijn post. Hij neemt rond 19.25 uur radiocontact op met kolonel Hans van Griensven, de commandant van de Task Force Uruzgan op Kamp Holland, met de vraag wat Chora hem waard is.

Van Griensven komt daarmee voor een lastig besluit te staan. Want de Nederlandse missie is in Den Haag ‘verkocht’ als een soort ontwikkelingsproject met zware militaire beveiliging, maar het is feite een counterinsurgency- of anti-guerrillamissie, waarbij de ongeüniformeerde vijand vaak onzichtbaar is en de sympathie geniet van een deel van de bevolking. Het is veelal belangrijker om de hearts and minds van de burgers te winnen dan om grondgebied vast te houden. Mede daarom heeft de internationale troepenmacht ISAF, waarvan de Nederlanders deel uit maken, tamelijk strikte Rules of Engagement (de geweldsinstructie), om burgerslachtoffers te voorkomen.

Versterken en verdedigen

Maar als Van Griensven de Chora-vallei opgeeft, krijgen de Taliban nog meer greep op het oosten van Uruzgan en ligt de weg naar de provinciehoofdstad Tarin Kowt voor hen open. Ook bereiken hem op dat moment al gruwelijke berichten over represailles van de Taliban tegen Afghanen die samenwerken met de Nederlanders. De commandant vreest bovendien dat een aftocht een propagandazege voor de Taliban zou opleveren.

Hij laat kapitein Hamers rond 19.50 uur weten dat hij moet standhouden. “Ik besloot te blijven in Chora”, schrijft Van Griensven later in zijn zogenoemde After Action Report. “We gingen versterken en fel verdedigen met alle beschikbare middelen.”

De kolonel meldt zijn besluit aan de Britse generaal Jacko Page, die vanuit de stad Kandahar het bevel voert over alle ISAF-troepen in Zuid-Afghanistan, en aan de Nederlandse commandant der strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, in Den Haag. Die belt op zijn beurt met defensieminister Eimert van Middelkoop. “Ik weet nog dat ik op een zaterdagavond zat te eten toen Berlijn belde”, vertelt Van Middelkoop. “Ik heb me niet bemoeid met het besluit, want het is niet de taak van de minister om te interveniëren in concrete militaire operaties.”

Een controversieel kanon

Hoe de strijd verloopt, valt in grote lijnen te reconstrueren aan de hand van onder meer foto’s, filmpjes, gesprekken met veteranen, en allerlei defensiestukken, waaronder After Action Reports en communicatielogboeken. Van Griensven besluit die avond om grootscheepse luchtaanvallen te laten uitvoeren.

Ook besluit hij tot inzet van een pantserhouwitser, het zwaarste kanon van het Nederlandse leger – iets waarover later veel discussie zal ontstaan. Want de pantserhouwitser staat in Kamp Holland, zo’n dertig kilometer van de vallei. Het kanon is met zijn ‘domme’ ongeleide granaten tamelijk onnauwkeurig. Bovendien is er die avond en nacht geen gekwalificeerde waarnemer beschikbaar die de artilleristen via de radio kan helpen om hun granaten op doel te krijgen.

Weliswaar zit er op het dak van de White Compound een zogenoemde Joint Terminal Attack Controller (JTAC), die contact onderhoudt met de gevechtspiloten, die hij naar hun doel leidt. Maar deze JTAC zit op te grote afstand en heeft te weinig zicht op het doelgebied om als waarnemer voor het kanon te fungeren. Terwijl de Rules of Engagement juist nadrukkelijk bepalen dat de troepen alleen geweld mogen gebruiken tegen mensen die ze duidelijk als vijand hebben geïdentificeerd. Die inzet zonder behoorlijke waarneming maakt de inzet van het kanon controversieel.

Australische militairen in Uruzgan, waarmee de Nederlanders samenwerken, zijn betrokken bij de planning van de operatie. Maar zij besluiten zelf niet mee te doen, omdat ze kennelijk striktere instructies hebben omtrent de inzet van geweld en de bescherming van burgers. En het commandocentrum voor Zuid-Afghanistan, waar de Britse generaal Page de scepter zwaait, zal er dat weekend bij de Nederlanders op aandringen om zich aan de Rules of Engagement te houden, zo blijkt uit een communicatielogboek: “Voor het uitbrengen van vuur gelden de normale regels. U moet positieve identificatie hebben voor u een doel aangrijpt.”

Intussen zet kolonel Van Griensven zijn plannen door. De Nederlander benadrukt dat hij het kanon alleen laat vuren op coördinaten waarop eerder Taliban zijn vastgesteld en op vermoede aanvalsroutes van de strijders. Hij spreekt van ‘storend vuur’, bedoeld om de Taliban in verwarring te brengen en een mogelijke verdere opmars van de strijders te bemoeilijken.

Om te voorkomen dat de Nederlandse F-16’s en andere vliegtuigen die nacht worden geraakt door de eigen artilleriegranaten, laat Van Griensven op de kaart ook twee grote aan elkaar grenzende vlakken aanwijzen: eentje waarop het kanon vuurt, en eentje waarop de vliegtuigen hun bommen gooien. De militairen gebruiken voor het te beschieten gebied naast de eufemistische term ‘engagement area’ ook de kreten ‘killbox’ en ‘free fire zone’ – onheilspellende woorden waarvan later in de After Action Review, een evaluatierapport, zal worden gesteld dat ze bij vergissing werden gebruikt, zonder dat dit gevolgen zou hebben gehad.

Slag om Chora

Volgens de After Action Review laat Van Griensven die avond vanaf ongeveer 20.00 uur via onder andere een lokale politiecommandant en een tribale leider de bewoners van het te beschieten gebied waarschuwen dat ze moeten vluchten. Vijf kwartier later beginnen de Nederlanders met de houwitser te vuren. ‘Shot out’ meldt het logboek van de Operations Room om 21.14 uur. Van Griensven rapporteert later dat de Nederlanders dan nog bezig zijn om via de lokale machthebbers de burgers te alarmeren.

De gevechten zullen uiteindelijk vier dagen duren en zullen de annalen in gaan als de ‘Slag om Chora’, een roemrucht moment in de Nederlandse krijgsgeschiedenis. Een beetje als revanche ook voor de blamage dertien jaar eerder in Srebrenica. “Nu hadden we wél de middelen om keihard terug te slaan en die lui van de mat te vegen”, zegt Hamers, de kapitein op de White Compound, later tegenover een verslaggever van De Groene Amsterdammer.

Maar op het moment zelf beleven niet alle militairen die heroïek. Zo bevindt pantsergenist Servie Hölzken zich tijdens de beschietingen met infanteristen op een hoger gelegen gebied aan de overkant van de vallei, tegenover de White Compound. “Een echte slag, zoals je je dat misschien voorstelt, was het niet”, vertelt Hölzken. “Ik merkte zelf op die plek weinig van vijandelijk vuur. Het geweld kwam vooral van onze kant.”

“Sommige jongens stonden de luchtaanvallen ook te filmen. Waarnemers wezen met laserapparaten doelen aan, dus we wisten vaak wanneer er een bom aan zat te komen. Op een gegeven moment kregen twee jongens zelfs op hun donder omdat ze hun kistjes hadden uitgetrokken en blootvoets op het dak van hun pantserwagen waren gaan zitten. Als we echt in gevecht waren geweest, was zoiets niet gebeurd.”

Een militair zal ’s ochtends om 6.46 uur in het operatielogboek noteren dat de Taliban vanaf 0.00 uur niks meer tegen de Nederlanders hebben ondernomen. Maar de Nederlandse beschietingen gaan na middernacht nog urenlang door. En met grote gevolgen.

Want niet alleen worden de Taliban die nacht in het defensief gedrongen. Als het ’s morgens licht wordt, blijken er veel meer burgers in het gebied te zijn geweest dan de Nederlanders ’s avonds aannamen. De After Action Review constateert dat de oproep om te vluchten veel bewoners waarschijnlijk niet heeft bereikt, of dat burgers besloten om toch te blijven.

Veegactie

Op Kamp Holland komen die ochtend dan ook meerdere meldingen binnen over vluchtelingen. En soldaten zien in de buurt van de White Compound een stoet mensen voorbij trekken. “Deze burgers vervoerden overleden mensen op kruiwagens en aanhangwagens van een trekker”, meldt de After Action Review. “Het waren lijken van mannen, vrouwen en kinderen. De stoet verplaatste zich naar een begraafplaats aan de rand van een berg. Daar werden de doden begraven. Volgens getuigen betrof het ongeveer 20 overleden mensen.”

Ook pantsergenist Hölzken, aan de overkant van de vallei, ziet vluchtelingen uit het gebied komen. “Ik herinner me dat er een tractor aankwam met allemaal vluchtelingen op een grote aanhangwagen. Wij moesten die mensen fouilleren en de wagens doorzoeken, omdat er een gevaar was dat Talibanstrijders stiekem zouden vluchten. Die mensen waren heel erg bang. Dat zag je aan hun ogen en er waren ook huilende kinderen bij.”

Ondertussen werkt kolonel Van Griensven met zijn staf een plan uit voor een tegenoffensief, Operatie Troy. Hij stuurt verse versterkingen naar de vallei en laat de taakgroep Viper, een speciale eenheid van commando’s en mariniers, een afleidingsmanoeuvre uitvoeren bij de nabijgelegen Baluchi-vallei, een notoir Taliban-bolwerk, om strijders uit de Chora-vallei weg te lokken. Tegelijk plant hij een actie om de Chora-vallei schoon te vegen.

Die veegactie, de grootste aanvallende operatie van Nederlanders sinds de Korea-oorlog, begint in de ochtend van dinsdag 19 juni 2007. Deze keer worden de burgers wel eerst door de troepen gewaarschuwd met een geluidswagen.

Een lokale militie herovert vervolgens het oosten van de Chora-vallei. En Afghaanse troepen vegen samen met Nederlandse militairen het westen van de vallei schoon. De Afghanen gaan daarbij midden door het bewoonde gebied, de Nederlandsers trekken vooral op langs de randen van de vallei en geven vuursteun. Volgens een After Action Report van deze actie, die Operatie Fliegenfanger wordt genoemd, zien de troepen in huizen aanwijzingen dat Talibanstrijders kort ervoor ‘in paniek’ zijn vertrokken. Zo vinden ze grote hoeveelheden brood en nog lauwe thee. Ook slingeren her en der halflege dozen walkietalkiebatterijen en worden er raketgranaten, munitie en wat marihuana gevonden.

Tegen het vallen van de avond wordt als laatste de politiepost Kala Kala, strategisch gelegen op een heuvel, heroverd. Wanneer de Afghaanse troepen daar op weerstand stuiten, roepen de Nederlanders hulp in van een straaljager. Terwijl de islamitische oproep tot gebed door de vallei schalt, valt de Nederlandse bom, die een grijze paddestoelvormige wolk veroorzaakt. “Voltreffer”, bevestigt een militair over de radio. “Dankjewel voor je assistentie.”

Vergoeding voor nabestaanden

De volgende dag keert de rust terug in de vallei. De bazaar gaat weer open, kinderen gaan naar school en boeren wagen zich weer op hun land. Vrijwel direct na de herovering gaat een zogenoemd Provinciaal Reconstructie Team (PRT) de vallei in om de schade op te nemen. Het PRT is verantwoordelijk voor hulpprojecten, zoals de bouw van een brug, een moskee en de aanleg van een weg. Na de gevechten keren de PRT’ers vergoedingen uit aan nabestaanden, gewonden en mensen met schade door Nederlandse beschietingen. Een klus die nog niet meevalt.

“Het was heel moeilijk om onderscheid te maken tussen de Taliban en burgers”, vertelt oud-militair Van der Ven, die als PRT’er kort na de strijd door het gebied rijdt. “Ze liepen daar allemaal met wapens. En het was zo corrupt. Zelfs vrouwen en kinderen kon je niet vertrouwen. De Taliban gebruikten kinderen om door te geven dat wij er aan kwamen.”

Al snel start ook een discussie over het Nederlandse optreden. Want hoe groot was het gevaar die zaterdagavond geweest in de Chora-vallei? Gaf Van Griensven terecht opdracht tot de zware beschietingen? Was er wel genoeg gedaan om onschuldige slachtoffers te voorkomen?

Aan Nederlandse zijde is na vier dagen geweld één dode te betreuren: een sergeant-majoor is omgekomen op de White Compound toen bij het vuren met een mortier een granaat voortijdig ontplofte. Maar er zijn naar schatting 250 Afghanen omgekomen.

Hoeveel burgers daaronder precies zijn, is onbekend. Defensie houdt het op 50 tot 80 dode burgers, maar hoeveel van hen zijn getroffen door Nederlands vuur blijft onduidelijk. Volgens Defensie heeft de pantserhouwitser in de eerste nacht gevuurd op coördinaten bij veertien woonhuizen, en hebben de vliegtuigen en helikopters tijdens de hele vier dagen durende operatie luchtaanvallen uitgevoerd op negentien huizen.

Conform de regels

Commandant der strijdkrachten Dick Berlijn geeft kort na de strijd een briefing aan Tweede Kamerleden, van wie vooral SP’ers en GroenLinksers kritische vragen stellen over de burgerslachtoffers. En de generaal brengt een bliksembezoek aan Uruzgan. “Ik ben trots op jullie”, zegt Berlijn tegen de troepen. Tegen meegereisde journalisten: “De jongens die in Chora hebben gevochten, willen dat Nederland begrijpt wat ze hebben meegemaakt.”

Defensie benadrukt dat de militairen conform de regels hebben geopereerd en krijgt bijval van onder meer het Navo-commandocentrum in Europa.

Ook leden van de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie, die het gebied na de geweldsuitbarsting kort bezoeken, concluderen dat de meeste burgerslachtoffers waarschijnlijk wel zijn gevallen door de Nederlandse beschietingen, maar dat de Nederlanders weinig te verwijten valt omdat de Taliban tussen burgers opereerden.

Het jaar erop zal het Nederlandse Openbaar Ministerie eveneens concluderen dat de militairen rechtmatig optraden.

Maar de toenmalige Afghaanse president Hamid Karzai laat zich direct na de gevechten kritisch uit over de manier waarop het zware kanon is ingezet in bewoond gebied. “Je opent niet het vuur op dertig kilometer afstand van het doel”, foetert Karzai. “Daarmee maak je vrijwel zeker slachtoffers onder de burgerbevolking.”

En ook binnen ISAF wordt schande gesproken van de Nederlandse handelwijze. De Britse generaal Page, verantwoordelijk voor Zuid-Afghanistan, en de Amerikaanse generaal Dan McNeill, de hoogste ISAF-commandant, vrezen dat de Nederlanders met de pantserhouwitser het oorlogsrecht hebben geschonden. ISAF kondigt korte tijd later enkele extra maatregelen aan, waaronder het gebruik van lichtere vliegtuigbommen, om burgerslachtoffers te voorkomen.

Hoe ontstemd generaal Page is, merkt minister Van Middelkoop als hij enige tijd later een bezoek brengt aan Afghanistan. Tijdens een visite aan het commandocentrum in Kandahar krijgt hij de wind van voren. “Page was heel kritisch”, herinnert Van Middelkoop zich. “Toen hij een tijdje bezig was, dacht ik: als je nog even zo doorgaat, loop ik weg. Maar gelukkig hield hij op een gegeven moment op. Daarna hebben we het over andere dingen gehad.”

Rechtszaak

Van Middelkoop zegt dat hij er destijds van overtuigd was dat kolonel Van Griensven de juiste beslissing nam en dat hij er nog altijd achter staat. “Had het anders gekund? Misschien. Maar Van Griensven moest op dat moment op grond van gebrekkige informatie snel een beslissing nemen. Ga er maar aan staan. En je moet niet vergeten dat we in die tijd nog niet zo lang in Uruzgan zaten. We hadden onze inlichtingenvergaring nog niet op orde.”

De eerste Nederlandse journalist die, los van de militairen, het gebombardeerde gebied bezoekt, is oorlogsverslaggever Arnold Karskens. Anders dan veel andere journalisten gaat Karskens niet embedded met de militairen mee, waardoor hij volledig zijn eigen gang kan gaan. Hij trekt in oktober 2007, vier maanden na de gevechten, naar het dorpje Qal-e-Ragh, waar de meeste burgerslachtoffers lijken te zijn gevallen, en windt er geen doekjes om. Onder de kop ‘Nederlandse oorlogsmisdaden in Uruzgan’ schrijft hij in de Nieuwe Revu over een ‘lukrake’ beschieting met de houwitser en een ‘massaslachting’. De namen en andere gegevens van slachtoffers speelt hij door aan mensenrechtenadvocate Liesbeth Zegveld.

“De missie in Uruzgan werd ons voorgespiegeld als een succesverhaal”, zegt Karskens. “Maar dat was een farce, een kartonnen decor. Als je daar rondreisde, merkte je dat de invloed van de Taliban groot was. Er waren wel Afghanen die profiteerden van de Nederlanders, bijvoorbeeld omdat ze transporten deden of spullen leverden, maar de meesten waren geen fans van de Nederlanders. Ze noemden de troepen bezetters.” Het zal dan nog een decennium duren voordat de Slag om Chora uitmondt in een juridisch gevecht.

Namens vier Afghanen uit het dorpje Qal-e-Ragh stelt advocate Zegveld in 2018 de staat aansprakelijk. In de zaak, die op 29 maart in Den Haag voor het eerst voor de rechter komt, stelt Zegveld dat de militairen ‘niet proportioneel’ geweld hebben gebruikt en dat ze te weinig onderscheid hebben gemaakt tussen strijders en burgers.

Om haar betoog kracht bij te zetten, stuurt de advocate de rechtbank een getuigenis van boer Akhtar Mohmad. Die vertelt daarin hoe hij in de nacht van 16 op 17 juni in het dorp Qal-e-Ragh lag te slapen toen zijn huis werd bestookt.

Volgens Mohmad waren er geen Taliban in de buurt en was hij ook niet gewaarschuwd. Zijn woning werd aan puin geschoten en meerdere familieleden raakten bedolven onder de brokstukken, zegt hij. Zijn moeder en een zus kwamen om en een broer liep blijvende psychische schade op. “Waarom hebben jullie dit gedaan?”, vraagt de Afghaan. “Jullie kwamen om ons te helpen. In plaats daarvan hebben jullie ons verwoest.”

Open zenuw

De rechtszaak leidt tot ergernis onder Uruzgan-veteranen. Daarbij speelt een rol dat ‘Chora’ in de krijgsmacht is uitgegroeid tot een soort repliek op ‘Srebrenica’: het bewijs dat Nederlandse troepen wel degelijk lef hebben en kunnen vechten. Kritische vragen raken bij heel wat militairen en veteranen nog steeds een open zenuw.

Het ministerie van Defensie voert in zijn verweer in de eerste plaats aan dat de schadeclaims van de Afghanen zijn verjaard. Volgens het ministerie handelden de troepen bovendien uit gerechtvaardigde zelfverdediging tegen de acute dreiging van een grote Talibanmacht van 800 tot 1000 strijders. De militairen gebruikten volgens Defensie uitsluitend gepast geweld en deden onder moeilijke omstandigheden hun best om burgers te waarschuwen. Woonhuizen moesten daarbij helaas worden bestookt omdat de Taliban zich er schuilhielden en burgers als schild gebruikten.

Verder wijst het ministerie erop dat de vier cliënten van Zegveld niet hebben bewezen dat hun huizen zijn beschoten door de Nederlanders. De schade zou ook kunnen zijn aangericht door bijvoorbeeld mortiergranaten van de Taliban.

In reactie daarop heeft Zegveld de rechtbank afgelopen maand gevraagd om Defensie te verplichten om meer informatie te verstrekken over de Nederlandse beschietingen. Zo wil de advocate de logboeken inzien van de F-16’s, Apache-gevechtshelikopters en pantserhouwitser die werden ingezet.

“Het gaat in deze zaak al lang niet meer om winnen of verliezen”, zegt Zegveld. “Ik wil vooral dat duidelijk wordt wat er nou precies die nacht is gebeurd. Waarom zijn de huizen van mijn cliënten gebombardeerd? Te veel is nog in nevelen gehuld.”

Defensie

Defensie stelt niet te weten hoeveel burgerdoden er in totaal zijn gevallen door Nederlandse geweldsinzet tijdens de Uruzgan-missie, die liep van 2006 tot 2010.

Bij de evaluatie in de Tweede Kamer in 2012 verklaarden de toenmalige ministers Hans Hillen (Defensie) en Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) dat het tellen van burgerslachtoffers geen prioriteit had, vooral omdat militairen gevaar liepen als ze eraan begonnen. De ministers verzekerden dat de troepen hun best hadden gedaan om onschuldige slachtoffers te voorkomen. Alle gevechtshandelingen werden gemeld aan het Openbaar Ministerie, dat nooit aanleiding zag voor vervolging.

Volgens Rosenthal zat “bescherming van de burgerbevolking in de genen van de Nederlandse militairen”.

EINDE BERICHT TROUW

[3]
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING GEZIN ZAFIRI NAAR
ONVEILIG AFGHANISTAN/BRIEF AAN KLM
ASTRID ESSED
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING VAN DE HEER JYAQOBE
NAAR ONVEILIG AFGHANISTAN/BRIEF AAN KLM
ASTRID ESSED
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN DE UITZETTING VAN
DE HEER FEDA MOHAMMED AMIRI NAAR ONVEILIG AFGHANISTAN/
BRIEF AAN KLM
ASTRID ESSED
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING VAN DE HEER A NAAR
ONVEILIG AFGHANISTAN/BRIEF AAN KLM
ASTRID ESSED
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING VAN EEN 24 JARIGE
AFGHAANSE VLUCHTELING NAAR ONVEILIG AFGHANISTAN/
BRIEF AAN KLM
ASTRID ESSED
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING FAMILIE N NAAR ONVEILIG AFGHANISTAN
OP MAANDAG 29 JULI/BRIEF AAN KLM
ASTRID ESSED
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING DE HEER M.N. NAAR ONVEILIG AFGHANISTAN
OP 28 JULI/BRIEF AAN KLM
ASTRID ESSED
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING FAWAD HUSSEINI
OP ZATERDAG 15 JUNI NAAR ONVEILIG AFGHANISTAN/BRIEF
AAN DE KLM
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING YASSIR S NAAR ONVEILIG
AFGHANISTAN/BRIEF AAN DE KLM
ASTRID ESSED
UITZETTING PARWAIS SANGARI NAAR AFGHANISTAN/BRIEF AAN DE KLM
ASTRID ESSED
[4]

DOORBRAAK.EU

”ZORGVULDIGE” PROCEDURE LEIDT TOT

DEPORTATIE EN DOOD VAN AFGHAANSE VLUCHTELING

https://www.doorbraak.eu/zorgvuldige-procedure-leidt-tot-deportatie-en-dood-van-afghaanse-vluchteling/

Weer heeft het Nederlandse vluchtelingenbeleid een slachtoffer geëist. De Afghaanse vluchteling Nezam Azimi, die door de overheid in 2006 werd uitgezet, blijkt in de Afghaanse hoofdstad Kabul te zijn vermoord door de Taliban, na eerst te zijn ontvoerd en gemarteld.

Azimi had in 2001 in Nederland asiel aangevraagd, omdat hij zich verzette tegen de onderdrukking van vrouwen door de Taliban en daardoor problemen had gekregen met de moslimfundamentalisten. Zijn leven liep gevaar en hij moest vluchten. Maar zijn asielaanvraag werd afgewezen. Tijdens zijn jarenlange verblijf in Maastricht zette hij zich in voor de steungroep Vluchtalarm Maastricht en voor Amnesty International. Nadat hij uitgeprocedeerd raakte, vroeg Gerd Leers, de toenmalige burgemeester van Maastricht en de huidige minister van Immigratie en Asiel, aan de toenmalige minister van Vreemdelingenzaken Rita Verdonk om Azimi alsnog verblijfsrecht te geven. Tevergeefs, want ijzeren Rita, die later “getraumatiseerd” bleek door haar eigen misdaden, bleef bij haar besluit en stuurde Azimi de dood in.

“Nu is precies gebeurd waar wij altijd bang voor zijn geweest”, laat Paul Rutten van Vluchtalarm Maastricht weten. Azimi hield zich de afgelopen jaren in Afghanistan schuil voor de Taliban, die hem zochten. Omdat hij werk nodig had, kon hij niet langer meer ondergronds door het leven gaan. Zo werd hij ontdekt door de Taliban. De Nederlandse overheid is mede schuldig aan zijn dood, omdat men keihard weigerde om hem bescherming te bieden.

Leers zegt de dood van Azimi te betreuren. Maar als verantwoordelijk minister deporteert hij dag in dag uit vluchtelingen naar landen vol geweld en armoede. Daar maalt hij niet om. Zo biedt hij het Afghaanse meisje Sahar, die al 10 jaar in Nederland leeft, maar al te graag een enkele reis richting boerka aan. Ook de dood van Azimi rechtvaardigt de minister met de bekende mantra “regels zijn regels”. Hij wijst er namelijk op dat “de procedure destijds zorgvuldig was”. Met andere woorden: minister Leers van nu vindt dat burgemeester Leers van toen onzinnig bezig was toen hij met een brief aan Verdonk probeerde om Azimi in Nederland te houden.

Harry Westerink

EINDE BERICHT DOORBRAAK.EU
[5]
‘Sinds westerse landen hun militairen hebben teruggetrokken uit Afghanistan, veroveren de Taliban in hoog tempo belangrijke steden. De vrees is dat de Taliban hard zullen afrekenen met Afghanen die voor westerse landen hebben gewerkt. De moslimextremisten beschouwen deze landgenoten als landverraders.”
NOS
KAMER TERUG VAN RECES VOOR DEBAT OVER
AFGHANISTAN
14 AUGUSTUS 2021

De Tweede Kamer komt dinsdag terug van het zomerreces voor een ingelast debat over de situatie in Afghanistan. Het debat zal gaan over de vraag welke Afghanen die voor Nederland hebben gewerkt, hier recht hebben op asiel. Het debat is een initiatief van D66 en kon rekenen op een Kamermeerderheid.

Sinds westerse landen hun militairen hebben teruggetrokken uit Afghanistan, veroveren de Taliban in hoog tempo belangrijke steden. De vrees is dat de Taliban hard zullen afrekenen met Afghanen die voor westerse landen hebben gewerkt. De moslimextremisten beschouwen deze landgenoten als landverraders.

In 2019 werd een motie ingediend om te zorgen dat alle tolken die voor Nederland hebben gewerkt, in een bijzondere asielprocedure naar Nederland kunnen komen. D66-kamerlid Salima Belhaj zei in NOS Met het Oog op Morgen op NPO Radio 1 dat sindsdien ongeveer honderd van de 276 tolken daadwerkelijk naar Nederland zijn gehaald.

‘Versneld teruggehaald’

Demissionair minister Bijleveld van Defensie gaf eerder deze week aan dat alle tolken die nu nog in Afghanistan zijn ‘versneld’ zullen worden opgehaald. De Tweede Kamer wil hier meer over weten.

“Er komen veel berichten binnen, ook via journalisten die die mensen spreken, dat de procedure te traag gaat. De Taliban gaan heel snel, veel sneller dan gedacht. En we willen niet het risico lopen dat deze mensen vermoord worden, en daardoor niks hebben aan mooie asielprocedures”, zegt Belhaj.

De Kamer zal zich dinsdag daarom buigen over de vraag of Afghanen die hun papieren niet helemaal op orde hebben, toch alvast naar Nederland kunnen worden gehaald zodat ze hier verder de benodigde documenten kunnen regelen.

Ook andere ondersteunende functies

D66 hoopt daarnaast dat andere Afghanen die in ondersteunende functies hebben gewerkt voor de Nederlandse militairen, zoals koks en beveiligers, ook naar Nederland gehaald kunnen worden.

“Daar is nu geen regeling voor en dat is wat ik hoop met een meerderheid in de Kamer wel voor elkaar te krijgen. Want ook voor deze mensen geldt dat de Taliban hen willen straffen voor het feit dat ze een bijdrage hebben geleverd aan de missie in Afghanistan”, aldus Belhaj.

EINDE NOS BERICHT
”Vervolgens lijkt het aannemelijk dat er verschillende groepen ontstaan. Afghanen die kunnen bewijzen dat ze gewerkt hebben voor de Nederlanders krijgen in principe asiel, schreef verantwoordelijk staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD) vorige week aan de Tweede Kamer. Voor het ambassadepersoneel is dat gemakkelijk, en voor tolken die al op de lijsten van Defensie stonden ook. ”
TROUW
VOOR AFGHAANSE EVACUEES BLIJFT DE
TOEKOMST NOG EVEN ONGEWIS
28 AUGUSTUS 2021
Hoe de asielprocedure er voor Afghaanse evacués uit gaat zien is nog niet helemaal duidelijk. Hoeveel mensen asiel willen aanvragen, ook niet.

Er is nog veel onduidelijk over hoe de route naar een verblijfsvergunning er voor Afghaanse evacués zal uitzien. De IND kan er niet veel over zeggen, omdat de eerste prioriteit volgens een woordvoerder was om mensen zo snel mogelijk weg te krijgen uit Afghanistan en op te vangen in Nederland.

Wat wel duidelijk is, is dat de Afghanen die in Nederland asiel willen aanvragen een procedure door moeten bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Die begint met een ‘voorregistratie’ op een van de noodopvanglocaties. De IND is met speciale teams aanwezig op die locaties, zodat de Afghanen niet op en neer hoeven te reizen naar Ter Apel. Daar zit het aanmeldcentrum voor alle andere asielzoekers die naar Nederland komen.

Uitgebreide controle

Onderdeel van de asielprocedure is in ieder geval een uitgebreide controle om te kijken of iemand geen gevaar vormt voor Nederland, of bijvoorbeeld oorlogsmisdaden heeft gepleegd. De IND neemt onder meer vingerafdrukken af, licht de sociale media door en verhoort asielzoekers. Ook de Koninklijke Marechaussee identificeert en registreert mensen.

Vervolgens lijkt het aannemelijk dat er verschillende groepen ontstaan. Afghanen die kunnen bewijzen dat ze gewerkt hebben voor de Nederlanders krijgen in principe asiel, schreef verantwoordelijk staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD) vorige week aan de Tweede Kamer. Voor het ambassadepersoneel is dat gemakkelijk, en voor tolken die al op de lijsten van Defensie stonden ook. Maar voor andere oud-medewerkers zou dat best eens wat tijd kunnen kosten.

Een tweede groep die is geëvacueerd en asiel zal willen aanvragen bestaat uit journalisten, mensenrechtenactivisten en andere Afghanen die niet onder contract stonden van Nederland. Zij vallen in de categorie ‘risicogroep’, schreef Broekers-Knol eerder. Dat betekent dat de IND er weliswaar van uitgaat dat zij meer risico lopen dan de gemiddelde Afghaan, maar zij moeten nog steeds aantonen dat de Taliban het specifiek op hen gemunt hebben. Het verleden leert dat dit lastig kan zijn.

Geen uitzettingen

Wat ondertussen ook nog meespeelt is dat Nederland een beslis- en vertrekmoratorium heeft ingesteld voor Afghanistan. Dat betekent dat er de komende maanden geen Afghanen worden uitgezet en dat er geen beslissingen worden genomen over asielaanvragen. Maar, schreef de staatssecretaris deze week aan de Kamer: ‘Het besluit- en vertrekmoratorium staat besluitvorming niet in de weg’. De IND schrijft dat het ‘in zaken waar dat kan’ tot een beslissing zal komen.

Dan speelt ook nog mee dat het ministerie van buitenlandse zaken in september of oktober een nieuw ambtsbericht zal afgeven over Afghanistan, en daarna zou het asielbeleid voor het land kunnen veranderen. Het is mogelijk dat Afghanistan binnenkort zo onveilig wordt geacht dat iedereen die er vandaan komt asiel wordt verleend, zoals dat ook met bijvoorbeeld Syriërs gebeurt.

Hoeveel mensen nu een asielprocedure ingaan, is onduidelijk. In de noodopvang zitten in ieder geval 1650 mensen en er dat is zonder de locaties in Amsterdam en Heumensoord, die nog geopend moeten worden. Maar onder die 1650 mensen zitten ook evacués die geen asiel hoeven aan te vragen en enkel (tijdelijk) opvang nodig hebben.

Laatste vlucht is geland

Op Schiphol is vrijdag de allerlaatste vlucht met evacués uit Afghanistan geland. Aan boord van het vliegtuig waren 87 passagiers, allen met een Nederlands paspoort, meldt het ministerie van Defensie. Er zijn volgens het kabinet meer dan 2500 mensen uit Afghanistan geëvacueerd door Defensie, van wie 1600 in Nederland blijven.

Hoeveel mensen zijn achtergebleven die Nederland had willen evacueren, is nog niet bekend. Volgens demissionair minister Ank Bijleveld (defensie) zijn er een dertigtal tolken achtergebleven. Dat getal gaat echter enkel over de tolken die gewerkt hebben voor de militaire missies en die voor 15 augustus al toestemming hadden om naar Nederland te komen.

Waarschijnlijk zijn honderden mensen achtergebleven die geëvacueerd hadden moeten worden. Dat zijn Nederlanders, Afghanen die voor de militaire -en politiemissies hebben gewerkt en andere Afghanen die risico lopen doelwit te worden van de Taliban, bijvoorbeeld vrouwenrechtenactivisten of journalisten.

Het kabinet doet er alles aan om de achterblijvers te helpen, zei demissionair minister van buitenlandse zaken Sigrid Kaag voor het begin van de ministerraad.

EINDE BERICHT TROUW

[6]

WIKIPEDIA

BIJLTJESDAG

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bijltjesdag

‘Vervolgens lijkt het aannemelijk dat er verschillende groepen ontstaan. Afghanen die kunnen bewijzen dat ze gewerkt hebben voor de Nederlanders krijgen in principe asiel, schreef verantwoordelijk staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD) vorige week aan de Tweede Kamer. Voor het ambassadepersoneel is dat gemakkelijk, en voor tolken die al op de lijsten van Defensie stonden ook. ”
TROUW
VOOR AFGHAANSE EVACUEES BLIJFT DE
TOEKOMST NOG EVEN ONGEWIS
28 AUGUSTUS 2021
ZIE VOOR GEHELE ARTIKEL, NOOT 5
[7]
”Een tweede groep die is geëvacueerd en asiel zal willen aanvragen bestaat uit journalisten, mensenrechtenactivisten en andere Afghanen die niet onder contract stonden van Nederland. Zij vallen in de categorie ‘risicogroep’, schreef Broekers-Knol eerder. Dat betekent dat de IND er weliswaar van uitgaat dat zij meer risico lopen dan de gemiddelde Afghaan, maar zij moeten nog steeds aantonen dat de Taliban het specifiek op hen gemunt hebben. Het verleden leert dat dit lastig kan zijn.”
TROUW
VOOR AFGHAANSE EVACUEES BLIJFT DE
TOEKOMST NOG EVEN ONGEWIS
28 AUGUSTUS 2021
ZIE VOOR GEHELE ARTIKEL, NOOT 5
[8]
AD
DE JEUGD SCANDEERT ”WHITE POWER”, DE REST KIJKT TOE
IN HARSKAMP”
”ALLEMAAL OPROTTEN”
25 AUGUSTUS 2021
HARSKAMP – Vol ontzetting en afkeuring reageert Nederland op het protest van zo’n 250 Harskampers, dinsdagavond voor de poorten van Schietkamp Harskamp waar gevluchte Afghanen zijn opgenomen. Wat is hier aan de hand? Onze verslaggever Albert Heller liep uren tussen de jongeren rond en sprak met ze. Een impressie van een avond vol angst en onbegrip.
,,Jij komt er later nog wel achter jongen’’, sist een oudere vrouw me toe. Als ik doorvraag over de reden van het protest wordt ze bozer en bozer. De korte samenvatting: moslims zijn een gevaar voor deze samenleving. Dat ze naar Nederland komen, is een schande.

Het zijn de eerste volwassenen die ik aanspreek in het dorp. Verder staan er aan het  begin van de avond enkel zo’n 50 jongeren voor de poort. Een van hen draagt een vlag met de tekst ‘Eigen volk eerst’.

Ondanks die kwalijke tekst ben ik geneigd het protest niet helemaal serieus te nemen. Jongeren die een verzetje willen. Elkaar opstoken. Wat kinderen kijken nieuwsgierig toe. Twee jongens hangen een spandoek. ,,We hebben er al  genoeg. Nee, niet in Harskamp, maar dat willen we ook zo houden.’’

‘Allemaal oprotten’

Even later hoor ik kreten op straat: ‘White power.’

,,Een beetje eng”, zeg ik hardop en ik kijk twee ouders mensen aan, in de hoop dat zij misschien er anders over denken, de jeugd corrigeren.’’

Maar dat gebeurt niet. ,,Het is tuig. Er is geen ene goede daar. Ze willen ons overheersen, die moslims.’’ Ik sta met mijn mond vol tanden. Elke Afghaan is een fout mens? Ik vraag het tot twee keer toe. Het oudere echtpaar klinkt instemmend. ,,Allemaal oprotten. Ze verkrachten daar kinderen van 12 en 13-jarigen. Flikker toch op man.’’

Ondertussen groeit de groep op straat. Een deel rukt op naar de poorten van de kazerne, waar voor het eerst meer blauw zichtbaar is dan die ene wijkagent die met de jongeren in gesprek probeert te gaan.

White Power

Een van de jongens laat de tekst ‘WP’ op z’n hemd spuiten. White Power. De jongens zijn dan allemaal al aan het bier. Ik vrees ook wat andere verdovende middelen. De jongen die zich laat verleiden tot dwaze teksten op z’n shirt, kijkt wat hol uit z’n ogen.

Verderop kijkt het dorp toe. Het zijn vooral jongeren hier, maar de leeftijd groeit naarmate de mensen meer naar achteren staan. Maar de veertigers en vijftigers grijpen niet in. Ze lachen mee met de jongens die vuurwerk afknallen. Flinke herrie galmt door de straten, waar Defensie juist besloten heeft om al het schieten stop te zetten.’’

Woningtekort

,,Hebben die kinderen van jou ook al een huis?’’, vraagt iemand me in een gesprek. Het is een argument dat steeds op straat terugkomt. Ook in Harskamp is woningnood, zegt een man. De vrees is groot dat de komst van Afghanen betekent dat er nog minder ruimte is op de woningmarkt.’’

Nee, veel buitenlanders wonen er nu niet in het dorp van 3500 inwoners. ,,Tien misschien?’’, zegt een jongen. ,,Dat zijn er meer dan voldoende.’’

De chaos is dan al compleet. Er wordt vuurwerk afgeschoten. Er is veel baldadigheid. Er klinkt ‘Harskamps kwartiertje’. Maar dan opeens ook: ‘Auschwitz back for Blacks.’ Eén iemand roept het, maar meer mensen lachen. Het hek is van de dam. Corrigeren gebeurt niet meer. Blijkbaar kunnen dit soort dingen gewoon geroepen worden. Ook in de kroegen en de keten van het dorp. Ik vraag het aan een van de jongens: Was er dan niemand in de groepsapps die iets anders zei? Was iedereen meteen tegen het azc? Ik krijg bevestiging. Natuurlijk. Niemand wil dit.

Eigen cultuur

Harskamp is een dorp met een eigen cultuur. Van een open dorp met een uitgaansleven voor militairen is het de laatste tientallen jaren een meer teruggetrokken dorp geworden. Veel mensen stemmen SGP. ,,Ik ken niet al die jongens, maar een deel ervan zit zondag weer in de kerk”, zegt een veertiger die met bezorgdheid rondkijkt.

 En ook al wordt er ook in die kerken naastenliefde gepredikt, de naaste is hier vooral iemand uit Harskamp zelf. ,,Iemand uit Amsterdam, of die hier kan wonen? Liever ook niet’’, zegt een van de jongens. Allerlei beweringen van Facebook komen voorbij. Over linkse mensen en moslims.

Als je langer met de jongens spreekt, zeggen ze echt wel begrip te hebben voor het feit dat we Afghaanse mensen helpen die ooit het Nederlandse leger dienden. Mensen die juist vluchten voor de jihad die ze hier verfoeien.  ,,Ik snap wel dat we ze niet in de steek moeten laten. Maar waarom hier?’’ Maar al snel weer klinken andere oneliners: ,,Maar het zijn er al zoveel.  Even later is er weer de woningnood. En 800 is wel veel op 3500 inwoners.’’

Ze zijn wél welkom’

Tussendoor krijg ik appjes van inwoners van het dorp. ,,Ik hoop niet dat je deze mensen te veel aandacht geeft. Er zijn ook Harskampers die hen wel welkom willen heten.’’ Dat geluid moeten we meer aandacht geven, zeggen mensen.

Op straat staan er ook mensen toe te kijken. Veertigers, vijftigers. Misschien wel de ouders van jongeren die daar staan. Maar ingrijpen doen ze niet. Er wordt min of meer goedkeurend toegekeken. Ook daar is er de angst voor de onbekende. ,,Het zijn andere mensen dan wij. Het hoort hier gewoon niet.’’

Wantrouwen

Het is heel in het kort de samenvatting van wat er speelt, denkt ook de voorzitter van de SGP Jongeren in de gemeente Ede. Een Harskamper.  ,,Het is een combinatie van framing van vluchtelingen maar ook een wantrouwen richting het onbekende”, zegt Gerbrand van Hoef, die probeert allemaal mensen op Twitter te beantwoorden als zij schande spreken over wat er in Harskamp gebeurt.

Hij hoopt dat anderen laten zien wel open te staan voor vluchtelingen. Die zijn er ook, bezweert hij. Maar op straat lieten ze zich echter niet zien. Of niet horen.

Als even later autobanden in de brand worden gestoken, ben ik al uit het dorp vertrokken. Het gevoel is wrang. Hopelijk laat het daglicht een ander dorp zien. Harskamp heeft zich met een avond slecht op de kaart gezet. De vraag is of het wat uitmaakt. Een vrouw op straat denkt van niet. ,,Dit is Harskamp.’’ En daar telt alleen wat de Harskampers zelf vinden.

Afschuw om protesten: ‘Dit is harteloos’

De protesten van dinsdagavond roepen veel reacties op. Veel mensen spreken online hun afschuw uit.

Zo laat Sigrid Kaag weten geen goed woord over te hebben voor de rellen. ‘Dit is harteloos. Als ik de beelden en de taal van de demonstratie zie en beluister, word ik vooral gesterkt door het echte antwoord. De vele goede Nederlanders, jong en oud, die langskomen, die spulletjes brengen en belangstelling tonen voor hun Afghaanse medemens. Dat zijn Nederlandse waarden. Respect, medemenselijkheid en tolerantie.’

Ook presentator Tim Hofman reageert vol afschuw. ‘Hier een handig naslagwerkje voor later, zodat we dan nog goed weten wie er aan de verkeerde kant van de geschiedenis stonden toen er hier oorlogsvluchtelingen opgenomen werden’, schrijft hij op Twitter.

‘Heb er geen woorden voor, voor die idiote mafklappers in #Harskamp #Afghanistan. In wat voor land leven we?’, schrijft RTL-columnist en journalist Pieter Klein.

‘Kom je hier tussen de Nederlandse Taliban terecht’, schrijft presentator en journalist Sander Schimmelpenninck.

Ook op Facebook reageren veel lezers woedend. ‘Hoe durven ze?’, en: ‘ongelofelijk dit’, schrijven mensen. ‘Ik schaam me rot’ en ‘wat een kansloze figuren’, zeggen anderen over de relschoppers.

EINDE BERICHT AD

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!