Nieuwe armoedecijfers in Vlaanderen: zijn de grenzen van activering bereikt?
Armoede in België, Decenniumdoelen -

Nieuwe armoedecijfers in Vlaanderen: zijn de grenzen van activering bereikt?

donderdag 26 mei 2011 15:09
Spread the love

Op 24 mei 2011 publiceerde Decenniumdoelen 2017, een samenwerkingsverband van diverse sociale organisaties, de armoedebarometer voor 2010. De cijfers zijn weerom ontnuchterend. Armoede in Vlaanderen blijft redelijk persistent en (structurele) vooruitgang is voorlopig niet in zicht. De armoedebarometer brengt de positie van de armen in kaart op zes cruciale domeinen: gezondheid, arbeid, inkomen, wonen, onderwijs en samenleven. Op de meeste van deze domeinen wordt sinds de lancering van het initiatief nauwelijks of geen vooruitgang geboekt. Enkele cijfers ter illustratie:

·         Gezondheid: 4,7% van de mensen onder de Europese armoedegrens moeten gezondheidszorgen uitstellen omwille van financiële redenen. (nulmeting: 3,9 %)

·         Arbeid: 5,9% van de kinderen groeit op in een gezin waar niemand werkt. (nulmeting: 6,5 %)

·         Inkomen: 10% van de Vlaamse bevolking heeft een inkomen onder de Europese armoedegrens[1] (nulmeting: 11,4 %) en 14,8% leeft in een huishouden dat aangeeft het moeilijk te hebben om de eindjes aan elkaar te knopen (nulmeting: 11,8 %)

·         Wonen: 34,9% van de huurders leeft in een woning van slechte kwaliteit (nulmeting: 44,6%)

·         Onderwijs: 14,1% van de 15-jarigen zijn laaggeletterd

·         Samenleven: slechts 22,8% van de mensen onder de armoedegrens is actief in het verenigingsleven (nulmeting: 20,02%)

Dat brengt ons bij de vraag naar de oorzaken van deze persistente cijfers. Eén van de oorzaken is ongetwijfeld dat armoede en sociale uitsluiting structurele problemen zijn die over het algemeen slechts heel traag veranderen. Grote sprongen voorwaarts verwachten op heel korte termijn is naïef. Toch is er meer aan de hand. Er zijn immers indicaties dat het dominante sociale beleidsparadigma mee verantwoordelijk is. Sinds de jaren ’90 is er immers meer en meer een evolutie naar een ‘actieve welvaartsstaat’. Werk is de beste remedie tegen armoede is één van de terugkerende credo’s. Meer mensen aan de slag betekent ook, aldus deze redenering, dat de sociale uitgaven onder controle blijven. Op die manier komt er dan ruimte vrij voor betere uitkeringen (alleszins in theorie). Toch wijst onderzoek op een aantal gebreken in deze, intuïtief correcte, redenering. Ik haal er hier kort twee aan[2]:

1/ Nieuwe jobs komen niet noodzakelijk ten goede van de sociaal zwakkeren. In het wetenschappelijke jargon spreekt men over ‘jobpolarisatie’. De stijging van de participatiegraad[3] in België bijvoorbeeld weerspiegelt vooral de verbeterde positie van de vrouw op de arbeidsmarkt. Jobs komen dus vooral terecht bij gezinnen die zich voorheen niet onder de armoedegrens bevonden, vooral omdat er voordien al iemand in het huishouden aan het werk was.

2/ Het idee van de actieve welvaartsstaat heeft in een aantal landen de uitkeringsstelsels onder druk gezet. In een aantal landen die sterk een omslag in beleid gekend hebben, waaronder Nederland, Denemarken en Zweden, hebben in de jaren ’80 en ’90 bespaard op hun uitkeringen[4]. Eén van de kernideeën is immers dat ‘arbeid moet lonen’. De strijd tegen werkloosheidsvallen kwam dan ook centraal te staan. De klassieke, ‘passieve’ sociale bescherming heeft hierdoor aan kracht verloren.

De huidige, persistente armoede wordt dan ook mede veroorzaakt door een aantal contradicties in het discours rond de actieve welvaartstaat. Men vergeet immers te vaak dat er altijd nood zal zijn aan een hoge mate van herverdeling. Lage armoedecijfers worden niet behaald door veel werk, maar vooral door een hoogstaand sociaal vangnet, in combinatie met waardig werk.

Opmerkelijk in dit verband was de opiniebijdrage van Frank Vandenbroucke in de Morgen van dit weekend. Hij pleit voor een ‘sociaal investeringspact’ in Vlaanderen en Europa. Ondanks het feit dat hij enkele terecht zaken aanhaalt, blijft één citaat me bij. Hij stelt immers: “België is te veel een transferunie, zoveel is zeker. De vraag is hoe je op termijn minder een transferunie wordt, en meer een beschermings- en investeringsunie, dat wil zeggen een geheel waarbij het federale niveau duurzaam kan beschermen omdat de andere niveaus vooruitziend investeren.” Als je probeert verder te kijken dan de retorische hoogstandjes, lijkt hij toch aan te geven dat meer herverdeling niet aan de orde is. Hiervan akte.

Persoonlijk ben ik de mening toegedaan dat we vooral moeten nadenken over een manier om de uitkeringen beter te koppelen aan de stijgende welvaart[5]. Landen met duidelijke lagere armoedecijfers hebben immers ook hogere uitkeringen. In Nederland zijn de werkloosheidsuitkeringen 70% van het vroegere loon. In België is dat slechts 60%. Een gelijkaardig verhaal in de sociale bijstand. In Nederland is het sociaal minimum (‘leefloon’ in België[6]) 70% van het minimumloon. Hierdoor is de hoogte van het sociaal vangnet automatisch gekoppeld aan de stijgende welvaart. Toch één enkele nuance. Het is natuurlijk niet zo dat meer mensen aan de slag een slechte zaak is. Integendeel. Uitsluiting van waardige arbeid is zonder discussie een weinig benijdenswaardige situatie, ook al zou de uitkering toereikend zijn. Meer mensen aan de slag creëert ook financiële ruimte. Het gaat er echter vooral om dat we sociaal beleid niet mogen herleiden tot ‘meer werk’. Daarnaast is het ook belangrijk om te wijzen op het belang van goede jobs. Armoede bestrijdt je immers niet door mensen te activeren in laagbetaalde, precaire jobs. Laten we hopen dat de nieuwe cijfers eindelijk de ogen openen.

Olivier Pintelon, onderzoeker Centrum voor Sociaal Beleid UA en actief binnen Poliargus

[1] 899 euro voor een alleenstaande.

[2] In deze context verwijs ik ook graag naar de tekst van Prof. Dr. Bea Cantillon: http://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/sites/default/files/de%20paradox%20van%20de%20investeringsstaat.pdf

[3] Vakjargon voor het aantal mensen aan de slag tussen 16 en 65 jaar oud.

[4] In Nederland in het midden van de jaren ’80. In de Scandinavische landen vooral in het begin van de jaren ’90 (ook ten gevolge van een diepe socio-economische crisis).

[5] Voor de duidelijkheid, ik spreek hier vooral over inkomensarmoede.

[6] In België is de hoogte van het leefloon historisch gebeurd en evolueert die mee met de stijging van de gezondheidsindex. Voor een alleenstaand bedraagt het leefloon ongeveer 750 euro.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!