Niet geslaagd

Niet geslaagd

maandag 1 juli 2019 15:15
Mijn kennis van de Franse taal is ronduit belabberd. Er was een tijd dat ik me daarvoor schaamde zodat ik een avondcursus volgde. Als je bereid bent de nodige inspanningen te leveren, dan kan het toch niet anders of het beoogde doel wordt bereikt? 
Helaas, alle moeite van die lerares Frans ten spijt, raakte ik tijdens de examens amper met de hakken over de sloot. En van zodra ik mijn studieboeken links liet liggen vervaagde het aangeleerde opnieuw, tot er zo goed als geen spoor meer van overbleef. 
 
Sinds ik in de kringloopwinkel in Avelgem werk, waar zo’n kwart tot een derde van de klanten Franstalig is, leer ik opnieuw bij. Op een goeie dag kan ik me uit de slag trekken, slaag ik er tot mijn eigen verbazing in om enkele zinnen aaneen te rijgen. Jammer genoeg zijn er ook andere dagen. Engels daarentegen is nooit een probleem geweest. Ook al kende ik die taal vooral dankzij tv, toch durfde ik het aan om geregeld Engelstalige muzikanten te interviewen voor één of ander muziekblad toen ik een twintiger was. Tegelijk geef ik toe dat ik de opnames op die cassettebandjes, luisterend naar mezelf terwijl ik vragen stel, vaak met het schaamrood op de wangen heb uitgetypt.
 
Maar het is natuurlijk alleen maar logisch dat je een lid van de talengroep waartoe je eigen taal behoort, gemakkelijker aanleert. En ook al is mijn Frans niet goed genoeg om een praatje te maken, ik begrijp wel veel woorden. En merkwaardig genoeg geldt dat ook vaak voor de Franstalige klant die voor me staat. Zo spreken wij met elkaar, elk in onze eigen taal. Magische momenten, als er dan een grap ontstaat waar we allebei om moeten lachen. 
Helemaal anders is het bij een hoog oplopende discussie. Dan ontbreekt de wil om te begrijpen en heb je hulp nodig, wil je een oorlog voorkomen.
 
‘Voor wat, hoort wat’, zegt minister Ben Weyts, bevoegd voor de Vlaamse Rand, en die Nederlands leren als vereiste stelt om in de toekomst recht te hebben op een premie of een uitkering. Maar een taal aanleren is niet alleen een kwestie van willen maar ook van kunnen. 
Ik moet daar vaak aan denken als ik naar onze nieuwkomers kijk. Het hangt er om te beginnen vanaf waar ze vandaan komen. Zo viel het me op dat Afghanen onze taal doorgaans sneller aanleren dan Arabieren. Opzoeking leerde dat de twee officiële talen in Afghanistan, Dari en Pashto, allebei deel uitmaken van de Indo-Europese taalfamilie; meer dan 400 verwante talen – waaronder ook het Nederlands – die volgens taalgeleerden tot één grondtaal kunnen worden teruggebracht. Dit in tegenstelling tot het Arabisch, bijvoorbeeld, dat tot de Afro-Aziatische taalgroep behoort. 
 
Leeftijd speelt natuurlijk ook een grote rol. Voor jongeren valt het nog mee, het zijn vooral de veertig plussers die hun tanden stukbijten op onze grammatica. Beteuterd staan ze met dat papiertje in hun handen, ‘niet geslaagd’. In hun ogen lees je wanhoop, en dat het niets gaat worden. 
Zoals met dat Frans in mijn geval.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!