Neutraliteit Anders Bekeken

Neutraliteit Anders Bekeken

dinsdag 3 oktober 2017 01:45

Wanneer u op een of andere populaire website klikt, zijn er een stuk of wat bedrijven die met u meekijken waar u zoal op klikt en alles wat ze daaruit over u kunnen leren als data te koop aanbieden aan weer andere bedrijven.

Wanneer u ook, zoals ik, nogal driftig met Facebook aan de slag bent, of weer eens een zoekterm in Google intikt, staat u daar eigenlijk een beetje zoals die keizer zonder zijn kleren: men weet zo ongeveer alles al van u, want op myriaden manieren wordt het door de geleerdste koppen en de meest verfijnde algorithmes (èn de stomste kwisjes) aan u ontfutseld.

Wanneer u uw reis naar New York of de Nationale Parken van Amerika boekt, gaat uw creditcard informatie en geheid nog een hele hoop andere interessante weetjes over u op een enkeltje overzeese reis naar de Amerikaanse overheid.

Wanneer u in eender welk stadscentrum, station, shoppingcenter of Turnhoutsebaan rondloopt, wordt u constant in de gaten gehouden door alomtegenwoordige en alziende camera’s.

Met andere woorden: onder de vlag van sociaal contact, reisplezier of veiligheidsgevoel, zijn wij in het zeer recente verleden bereid gebleken grote stukken privacy zomaar af te staan, zowel aan overheids- als private instanties, hoewel ik vermoed dat bijna eenieder van u die dit leest zich een groot voorstander en verdediger van de persoonlijke privacy zal noemen. We hebben, met andere woorden, geleerd om met die privacy pragmatisch om te gaan. Of beter: we hebben er wel pragmatisch mee moèten leren omgaan, want die infogaring is heden ten dage zo alomtegenwoordig, dat het bijna onmogelijk is er zich volledig aan te onttrekken. Toch blijft een nationale revolutie uit: een enkeling ligt er van wakker. Die grote wereldbol, die blijft draaien.

Dus dacht ik: wat als we nu dat andere begerenswaardige concept, “neutraliteit”, ook eens vanuit die hoek zouden bekijken ?

Het hoeft niet te verwonderen dat deze gedachte nu juist bij mij opkwam: Vlaanderen beleefde in de voorbije weken alweer zijn eigen politieke mini-orkaan toen Vlaams Minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding, Liesbeth Homans (N-VA) deze tweet van haar administratie zonder pardon van Twitter  afsleurde:

Screenshot_533

Voor Homans was het onaanvaardbaar dat, uitgaand van het principe dat de overheid absoluut neutraal moet zijn, een foto van een vrouw met een hoofddoek werd gebruikt in een aanwervingscampagne voor beleidsmedewerkers en juristen bij die Vlaamse overheid.

“Fout van de administratie”, zei Homans. Een oordeel wat meteen al de grenzen van die neutraliteit aftast. Want diezelfde foto van de lachende Amina bij de VDAB was wèl al gebruikt in de diversiteitscampagne van … alweer diezelfde Vlaamse overheid en dus hadden de mensen van haar administratie er blijkbaar geen problemen in gezien om die foto ook voor deze aanwervingscampagne te gebruiken. Maar dat was een brug te ver, zei de minister. Inconsistent ? Neen, want het doelpubliek was verschillend, luidde de repliek, toen haar hier werd op gewezen. Maar wanneer men het heeft over absolute neutraliteit binnen de organisatie van de overheid, is het begrip “doelpubliek” dan niet compleet irrelevant ? Is het “doelpubliek” dan niet iedereen die, om welke reden of in welke hoedanigheid ook, met die Vlaamse overheid in aanraking komt ? En als dat zo is, moet dat “doelpubliek” dan niet overal uniform, “neutraal”, benaderd worden ? In dat opzicht kan ik mij vinden in de redenering van Jurgen Slembrouck die in DM van vijf september poneerde dat de Vlaamse overheid zich door die diversiteitscampagne zelf al in de voet had geschoten wat betreft neutraliteit. Maar anderzijds: wat is een diversiteitscampagne waard waar men de diversiteit niet kan of mag tonen ? Zo wordt een diversiteitscampagne al gauw een uniformiteitscampagne.

Als men u de vraag stelt of neutraliteit van de overheid absoluut moet zijn, dan is de kans groot dat u prompt bevestigend zal antwoorden. Maar als die overheid dan compleet neutraal moet zijn, compleet on-partijdig, waarom wordt die overheid dan gestuurd door … partijen ? Waarom verwijdert een vertegenwoordigster van een Vlaams-nationalistische partij -zonder hoofddoek- een beleidsgerichte tweet en maken vertegenwoordigers van linkse partijen -al evenzeer zonder hoofddoek- daar zo een heisa over ? Als neutraliteit een duidelijk afgebakend domein is, als het zo rechtlijnig toepasbaar is, waarom is men het er dan niet over eens ?

Partijen schrijven programma’s en die reflecteren keuzes die men maakt. Die zijn a priori niet neutraal. Kiescampagnes zijn daar het beste bewijs van: elke partij probeert zijn potentieel kiespubliek bang te maken voor wat die andere partijen, als zij aan de macht zouden komen, hen zouden kunnen aandoen. Maar aan het eind van de verkiezingsrit zit er altijd eentje, of naar Belgisch model een paar, als winnaar(s) aan het stuur en gaan zij die overheid prioriteiten opleggen en modelleren naar het maatschappelijk model wat zij in gedachten hebben. Daar is niks neutraals aan. Doe misschien gewoon als hersengymnastiek eens de virtuele oefening hoe de Vlaamse overheid er zou uitzien indien de PVDA of het Vlaams Belang aan de macht waren en welke impact dit zou hebben op het reilen en zeilen binnen VDAB, OCMW’s, politie etc …

De overheid voert dus het beleid uit van een regering die zelf onmogelijk neutraal kan zijn: ik denk dat dit niet meer is dan een open deur intrappen. Waarover gaat het dan wèl ? Het lijkt mij vooral te gaan om de indruk van neutraliteit die de overheidsambtenaar moet weten te bewaren naar elke burger toe in het uitvoeren van het beleid dat door de regering is uitgestippeld en in wetten is vastgelegd. Ik citeer nogmaals uit het artikel van Jurgen Slembrouck, waar hij artikel 8 van het ambtenarenstatuut uit 1937 aanhaalt: “Wanneer hij bij zijn ambtsuitoefening in contact komt met het publiek vermijdt de rijksambtenaar elk woord, elke houding, elk voorkomen die van die aard zouden kunnen zijn dat ze het vertrouwen van het publiek in zijn volledige neutraliteit, in zijn bekwaamheid of in zijn waardigheid in het gedrang zouden kunnen brengen”. En in de deontologische code voor Vlaamse ambtenaren staat het zo: “Personeelsleden moeten ernaar streven om elke schijn van partijdigheid te voorkomen.”

Het kader is daarmee geschetst, maar hoe zit het met de uitvoering ervan ? Die foto van onze VDAB medewerkster kon voor de verantwoordelijke minister niet gebruikt worden voor die campagne, wegens uiterlijke kenmerken die eigen zijn aan een bepaalde religie, de islam. Met andere woorden, indien haar moslim echtgenoot, die -zoals de vox populi steeds met stellige overtuiging beweert- onze VDAB medewerkster dwingt die hoofddoek te dragen maar door zijn geloof zelf niet verplicht wordt een speciaal uiterlijk kenmerk te dragen, op die foto had gestaan, dan was er geen vuiltje aan de lucht ? En die oervlaamse loketbediende die de goegemeente elke zaterdagavond om zes uur de parochiekerk ziet binnenstappen en met een scapulier rond zijn hals hangt, maar wel onder zijn witte hemd: die zou vermoedelijk ook geen probleem geweest zijn ? … Dit soort toestanden noem ik persoonlijk geen neutraliteit, dit noem ik willekeur. Vermoedelijk zijn ze alle drie even neutraal of even niet-neutraal of gelijk welke schakering daartussen, maar in ons voorbeeld er is er slechts één die er de dupe van is, terwijl iets mij zegt dat zoiets complex als neutraliteit onmogelijk zoiets kleins als de haarlok van een vrouw kan zijn.

Evenzeer moet men er zich voor hoeden om de non-neutraliteit van de burger die aan het loket verschijnt te projecteren op de loketbediende, wat ik vrees hier in het spel is. Het is niet omdat de burger aan deze kant van het loket, zonder enig aanwijsbare reden, meent dat hij door iemand met een hoofdoek niet correct zal behandeld worden, dat men dat dan zo maar hoeft te aanvaarden als fait accompli. De vrees van de één zegt niks, maar dan ook helemaal niks, over de neutraliteit, competentie en waardigheid van de ander maar wie zich daar in zijn besluitvorming  wel door laat leiden mag, mijns insziens, gerust partijdig worden genoemd.

Wil ik het neutraliteitsprincipe dan meteen helemaal afserveren ? Ik denk het niet. Iedereen heeft inderdaad het recht om in zijn interactie met de overheid zo onpartijdig mogelijk te worden behandeld. Alleen stoort het mij geweldig dat dit blijkbaar steeds wordt verengd tot een puur vestimentair debat, waarin de rabiate verdedigers van “volledige neutraliteit”, wanneer de hoofddoek weer ter sprake komt, telkens weer pareren met de vraag of we dan maar T-shirts met Mohamed cartoons of hemden bedrukt met de Vlaamse Leeuw ook moeten toelaten achter het loket. Of wat als het na de hijab dan de chador wordt ? Het hele debat lijkt telkens opnieuw af te glijden naar een Modeshow van de Slechte Smaak en dat betreur ik.

Maar alvorens tot een mogelijk alternatief te komen, zou ik graag nog een aantal andere elementen in de discussie betrekken.

Ruw geschat zo een zeven procent van de bevolking vandaag is moslim. Herinner u nu hoe deze centrum-rechtse regering (we zullen het daar voorlopig maar op houden; dat is voer voor een andere discussie) steeds proclameert dat de overheid meer als een bedrijf zou moeten worden gerund. Wanneer je zeven procent van de aandelen hebt in een bedrijf, dan wordt er met jou rekening gehouden door de andere aandeelhouders. Of nog, elk bedrijf dat ergens een speler met zeven procent marktaandeel bespeurt, die zet daar een dedicated account-team op om die potentiële klant binnen te halen en aan zich te binden. Ik zou dus kunnen pleiten om een dienstverlening op te richten, specifiek gericht op deze groep, maar ik begrijp dat zoiets een onmogelijk verhaal wordt, financieel, organisatorisch en evengoed naar andere maatschappelijke “minoriteiten” toe, want die zouden dan uiteraard ook rechten kunnen claimen op een meer gepersonaliseerde service. Maar laat ons dus vooral niet verwonderd staan over de aanwezigheid van vertegenwoordigers van elk van die minderheidsgroepen in ons overheidsapparaat: ze horen er thuis als wij ècht een inclusieve samenleving willen.

En dan zijn er nog twee andere elementen die ik even wil aanhalen. Vooreerst het voortdurend herhaalde adagium dat de “nieuwe Vlamingen” zich moeten integreren. Als wij het daar zo serieus mee menen èn terzelfdertijd toch ook weten welk een moeilijk verhaal dat is , zou het dan geen bijzonder goed idee zijn om individuen die die minimum vereiste integratie-standaard (wat dat dan ook moge zijn, want ook daarover heeft ieder wel een andere mening) hebben bereikt als rolmodellen naar voor te schuiven, in plaats van hun foto van Twitter af te halen ? Geloven wij dan niet meer in de kracht van het goede voorbeeld ? Amina is achter dat bureau van de VDAB terecht gekomen, ondanks haar hoofddoek, ondanks haar moslim-zijn. Ik neem aan dat het geen walk in the park is geweest om daar te geraken. Hebben we er dus geen collectief belang bij om dat een beetje aan te moedigen in plaats van dat in de media met de grond gelijk te maken ? En ook: België is bij de slechtste van de Europese klas wat betreft tewerkstellingsgraad van mensen met een migratieachtergrond. Hoe zat dat ook alweer met die “Jobs ! Jobs ! Jobs !” ? Heb ik de kleine lettertjes van het contract gemist waar stond “Jobs … zonder hoofddoek ! Jobs … zonder hoofddoek ! Jobs … zonder hoofddoek !”. Hoe blijven wij het één eigenlijk aan het ander rijmen ?

Wanneer wij alle dingen die ik hier heb aangehaald als een puzzle in elkaar willen laten passen, dan denk ik dat een meer pragmatische benadering van ons neutraliteitsvraagstuk zich opdringt en laat ons een keer beginnen bij onszelf. Wanneer ik een OCMW binnenstap om een leefloon aan te vragen of bij de VDAB langs ga op zoek naar een job, wat heb ik dan eigenlijk te vrezen van een vrouw met een hoofddoek ? Haar moslim-zijn  heeft geen enkel verband met de door mij gevraagde dienst. In de discussie over neutraliteit, wordt dat onderwerp steeds benaderd als iets wat enkel belangrijk is aan de dienstverlenende kant van het loket, maar wordt er nooit over neutraliteit gesproken als het gaat om de dienstvragende kant van het loket. Is het echter niet zo dat dat twee kanten zijn van hetzelfde muntje ? Ik heb het dan uiteraard niet over de vraag waar de “klant” mee naar het loket komt, maar over die tijdelijke relatie die telkens ontstaat tussen de personen voor en achter dat loket. Hoe kan men in godsnaam -excusez-moi le mot- neutraliteit aan de ene kant van het loket verwachten als de andere kant openlijk te kennen geeft: “Ik vertrouw u niet. Ik wil u hier niet”. En doen wij, hoofddoeklozen, het echt allemaal zo veel beter, zo veel neutraler ? Ik stel voor om in de Vlaamse rand, in de faciliteitengemeenten eens wat verhalen te gaan sprokkelen en onder te duiken in de wondere wereld van de Vlaamse neutraliteit. … Het verhaal zal dus in mijn visie van twee kanten moeten komen. Laat mij er voor één keer een spreuk van de Bond Zonder Naam (dè ultieme neutrale organisatie, toch, als je jezelf zelfs geen naam durft toekennen om toch maar niemand voor het hoofd te stoten !) bijhalen: “Verbeter de wereld, begin met jezelf.” Als we daar in slagen, dan zijn we al een stuk op de goede weg. Maar een beetje hulp is natuurlijk altijd welkom. Dus dacht ik dat het wel prettig zou zijn, de dag dat wij opdagen aan dat loket, dat wij ook weten dat die persoon tegenover ons ook “gecertifieerd” is in neutraliteit, dat wij met een gediplomeerd “neutralist” te maken hebben.

Enters: de neutraliteits-test.

Alles moet meetbaar zijn, tegenwoordig. Ook dàt is vaste prik in de bedrijfscultuur. Waarom dus niet proberen die neutraliteit van de overheidsambtenaar ook meetbaar te maken door middel van één (of meerdere) examens. Wie ooit al eens in het sollicitatiecircuit heeft meegedraaid, die heeft ongetwijfeld ook al zitten vloeken op die psycho-technische tests, waar je een vragenlijst van tientallen en tientallen vragen krijgt voorgeschoteld waar je met een cijfer van één tot vijf moet weergeven in welke mate de vraag op jou van toepassing is. Fluitje van een cent, denk je bij aanvang, en je begint die lijst in te vullen in lijn met het soort profiel dat je van jezelf hoopt te etaleren. Met andere woorden: je verbloemt de waarheid hier en daar een beetje. Tot je al heel snel merkt dat vele vragen terugkomen, zij het in telkens een andere vorm. En dan begin je een beetje te zweten, want dat “verbloemen” blijkt plots veel moeilijker dan het oorspronkelijk leek. … Ik maak me sterk dat een soortgelijke test om de neutraliteit van een persoon te meten ook kan ontworpen worden. Maak daar voor mijn part een twee- of drie-daagse opleiding van, waar een deep-dive in de relevante stukken van de Belgische Grondwet, gecombineerd met een aantal rollenspelen (waar elk assessment-bureau nu al gebruik van maakt) en jaarlijkse of half-jaarlijkse refresh-sessies, het mijns insziens mogelijk zou moeten maken om tot een vrij accurate analyse te komen of de kandidaat in staat mag worden geacht zich aan het loket neutraal te gedragen. En laat ons dan ook eerlijk zijn: iemand die slaagt voor een dergelijke test en die zijn nieuwe functie serieus neemt, die verwacht ik niet in een T-shirt met een Mohammed cartoon te zien opduiken, want laat mij nog eerlijker zijn: wie dat doet, vertoont een gebrek aan sensitiviteit die voor mijn part óók ab-so-luut niet verenigbaar is met een loketfunctie. Anderzijds verwacht ik ook niet dat de moslim die in iedere zin die een Vlaming zegt een racistische opmerking detecteert, zal slagen voor zo een test.

Ik ben er mij van bewust: heel deze argumentatie is dansen op een slappe koord en tast de grenzen af van wat haalbaar of wenselijk is. Maar ik vind wèl dat we de hele discussie meer zuurstof moeten geven, meer lebensraum dan telkens opnieuw dat verstikkende kledingdebat.

Ik haalde in het begin van mijn uiteenzetting al het voorbeeld aan van de privacy en de grenzen die we daar zelf, willens of nillens, hebben verlegd. Ik zou willen eindigen met te verwijzen naar nog een paar andere voorbeelden, waar we, door de dagelijkse realiteit in onze wetgeving toe te laten, onze maatschappij een -althans naar mijn aanvoelen en ik denk ook voor een meerderheid onder u- humaner karakter mee hebben gegeven, ook al is ook dat niet zonder slag of stoot gebeurd: abortus en euthanasie. Als wij mordicus aan onze “christelijk-joodse” dogma’s waren blijven vasthouden en beide praktijken nog altijd als “moord” zouden omschrijven en dat dus ook nog steeds overeenkomstig zouden bestraffen, dan leefden we nu in een ander soort samenleving. Als wij aan diezelfde dogma’s zouden zijn blijven vasthouden, dan leefde onze LGBT gemeenschap nu nog altijd ondergedoken. Als wij er van zouden uitgaan dat die loketbediende die we daarnet iedere week om zes uur de parochiekerk zagen binnenstappen, zich als overtuigd gelovige compromisloos zou aansluiten bij de visie van het Vaticaan over abortus, zouden we hem dan nog ongecomplexeerd als “neutraal” beschouwen ?

Ik laat het antwoord over aan ieder van u.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!