Nederlandse Taalunie wordt 30
Taal, Nederlands, Taalunie -

Nederlandse Taalunie wordt 30

woensdag 8 september 2010 18:15

Op 9 september hebben Vlaanderen en Nederland een paarlemoeren jubileum te vieren. 30 jaar geleden ondertekenden ze op die dag immers het Verdrag van de Nederlandse Taalunie. Maar wat is de Taalunie precies en wat doet ze? Een gesprek met de algemeen secretaris Linde van den Bosch voor een woordje uitleg.

“De Nederlandse Taalunie is een intergouvernementele organisatie waarin Vlaanderen, Nederland, en sinds 2004 ook Suriname, samenwerken op het vlak van het Nederlands,” vertelt Van den Bosch. En dat is uniek. Er bestaan in de wereld verschillende instellingen die zich buigen over een of meerdere talen, maar weinig organen houden zich over de staats- en beleidsgrenzen heen bezig met een zelfde taal.

En instellingen zoals de Académie française in Frankrijk dan? Dat is een ander verhaal. “Instituten zoals de Académie française en de Accademia della Crusca in Italië zijn eigenlijk nauwelijks te vergelijken met ons. Die zijn in een heel andere context ontstaan toen het vastleggen van normen voor taal erg belangrijk was. Hun experten zijn sterk op spelling, woordenschat, grammatica en taalnormering gericht.” Ook voor het Nederlands werden in de 17de eeuw heel wat regels verankerd, maar dat mondde niet uit in de oprichting van een academie die zich opwierp als de hoeder van het Nederlands.
 
“De Nederlandse Taalunie is met een heel ander doel opgericht,” legt Van den Bosch uit. “Waar dat zinvol was, wilden wij vanuit Vlaanderen en Nederland onze krachten, middelen en kennis bundelen. Een rechtstreekse aanleiding daarvoor waren de negatieve ervaringen met de alternatieve en de voorkeursspelling, die naast elkaar bestonden. Op die manier zou het Nederlands steeds verder uit elkaar groeien.”
 
Toen het Verdrag in 1980 werd ondertekend was ‘integratie’ dus een belangrijke doelstelling. “Tegenwoordig gaan we meer uit van het principe eenheid in verscheidenheid,” preciseert Van den Bosch. “Diversiteit zien we nu namelijk als een rijkdom.”
 
“De aandacht is ondertussen ook verschoven: niet meer alleen de taal zelf, maar vooral de taalgebruiker staat centraal. We proberen zoveel mogelijk drempels weg te nemen door bijvoorbeeld taaltechnologie te ontwikkelen, advies te verlenen of vertaalwoordenboeken op de markt te brengen die er volgens de economische logica nooit zouden komen, ik denk maar aan Nederlands in combinatie met Pools of Noors.”
 
“Veel mensen hebben ondertussen ook de weg gevonden naar het zogeheten Groene Boekje, dat gratis online beschikbaar is. Dit is een concreet en zichtbaar resultaat maar we willen het 30-jarig bestaan aangrijpen om nog meer verwezenlijkingen in de kijker te zetten.”
 
De Nederlandse Taalunie organiseert daarom op 20 november een top in Brugge onder de slogan ‘Nederlands, wereldtaal’. Is dat niet een erg ambitieuze stelling aangezien we in Vlaanderen en Nederland samen met slechts 22 miljoen moedertaalsprekers zijn? “Wij zijn altijd erg bescheiden tegenover onze taal, maar als je weet dat er een 15 000-tal studenten in 40 landen Nederlands leert of dat het Nederlands in de top 10 staat van de talen die op het internet gebruikt worden, dan kunnen we de toekomst zeker met vertrouwen tegemoet en is een zelfbewuste houding tegenover het Nederlands absoluut gerechtvaardigd.”
 

Het Nederlands is een officiële taal in België, Nederland, Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba en in instellingen als de Europese Unie en de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties. “Ons werkterrein is de Nederlandse taal,” zegt algemeen secretaris Van den Bosch. “Met alle landen waar het Nederlands een officiële taal is, werkt de Taalunie daarom samen binnen de domeinen die voor de partijen relevant zijn.”

De Nederlandse Taalunie is geen taalpolitie. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Taalunie kan zowel op verzoek als op eigen initiatief advies geven over bepaalde taalkwesties. Zo heeft ze zich onlangs expliciet uitgesproken over de opleidingen die volledig in het Engels aan de universiteiten worden gegeven. Hun besluit luidde dat wetenschappers inderdaad goed het Engels moeten beheersen aangezien dat een noodzaak is in de wetenschappelijke wereld, maar anderzijds mag het Nederlands niet verwaarloosd worden. “Het Nederlands moet onder alle omstandigheden bruikbaar blijven,” stelt Linde van den Bosch, “dus ook voor de ontwikkeling van wetenschappelijke terminologie.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!