De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Nederland participeert, België leert?

Nederland participeert, België leert?

zaterdag 3 januari 2015 18:38
Spread the love

Vanaf 01 januari 2015 is de Nederlandse
participatiesamenleving een ‘institutioneel feit’. Hoe dit tot stand is gekomen
lees je in het laatste deel van het stuk, zodat de minder technische lezer niet
afgeschrikt wordt. Ik begin bij de lessen die België kan leren van de
Nederlandse participatiesamenleving. Immers, als we graag naar onze
Noorderburen kijken op het economische vlak, kan het nooit kwaad om de
maatschappelijke en individuele gevolgen van datzelfde economische beleid onder de loep te nemen. 

Wat België kan leren van de Nederlandse
participatiesamenleving.

Les nummer 1:
Na de vermarkting komt er de verantwoordelijkheid van de burger.

De
eerste les is die van de neoliberale logica. De dag van vandaag lijkt België
zich door toedoen van de centrumrechtse regering zich in die richting te
begeven. Wat vroeger vermaatschappelijkt werd en dus voor de inrichting van de
verzorgingsmaatschappij heeft gezorgd, wordt nu terug overgeheveld richting de
markt. Kinderopvang, ouderenzorg, scholen, openbaar vervoer en andere publieke
voorzieningen; al deze entiteiten worden geconfronteerd met een marktlogica die
steeds meer nadruk legt op kostenefficiëntie dan op kwaliteit. De competentie
en bijgevolg competitiegerichtheid van de scholen kunnen hier als voorbeeld
dienen. Wat het openbaar vervoer betreft: Niet rendabele buslijnen werden in
Nederland afgeschaft en kunnen enkel nog bestaan door de gratie van
vrijwilligers. Ouderenopvang: Het zijn vrijwilligers die ervoor zorgen dat er
koffie gedronken kan worden en er uitjes plaatsvinden. Verplegend personeel is
enkel nog bevoegd om strikt verplegende taken uit te voeren. Speelpleintjes:
Onderhoud ze lekker zelf, verantwoordelijke burger die je bent.

Les nummer 2:
Socialisme slorpt je geld op, neoliberalisme je tijd.

Deze
les is nauw verbonden met de eerste. Immers, als men ervan overtuigd is dat de
verzorgingsstaat onbetaalbaar is geworden én dat er geen alternatieven zijn, is
het enige dat we nog kunnen doen hét zelf doen. Andermaal kunnen we tegen dit
gegeven het betalen van minder belastingen afzetten. Immers, als speelpleintjes
niet langer onderhouden worden en de overheid geen geld wil ‘verliezen’ aan je
zieke moeder; doe het dan zelf! Vooral voor gezinnen met tweeverdieners is dit
een paradox: Je werkt beiden en bent blij dat je minder belastingen moet
betalen, maar kinderopvang is onbetaalbaar (in Nederland ongeveer 50€/dag),
openbaar vervoer vanuit een dorp bijna onbestaande en als je moeder ziek is, is
dat als verantwoordelijk burger jou probleem. En jou probleem mag de
maatschappij natuurlijk geen geld kosten. Kanttekening: Wie geld heeft, hoeft
zich (vooralsnog) geen zorgen te maken.

Les nummer 3:
Een terugtredende overheid is een regelgevende overheid.

De
participatiesamenleving impliceert volgens een neoliberale logica een
terugtredende overheid. De overheid stopt met verzorgen, zodat je dat lekker
zelf kan doen. De paradox wil dat een overheid die zich terugtrekt, dat vooral
op het financiële niveau doet en niet op het niveau van inmenging. Getuige
hiervan zijn de steeds toenemende regeltjes; herinner je de GAS-boetes. In Nederland
is een bekend voorbeeld dat van de coöperatieve kinderopvang. Enkele moeders
sloegen de handen in elkaar en gingen met een beurtrol de eigen kinderen
opvangen: participatie volgens het boekje, nietwaar? Er was echter een probleem: Het gebouw waarin de opvang plaatsvondt voldeed aan alle normen en richtlijnen,
maar geen van de moeders was geschoold voor het runnen van een kinderopvang.
Participatie zolang de markt het toelaat?  

Voor de lezer die zich hier verder in wil verdiepen raad ik het rapport van de Nederlandse Raad voor het Openbaar Bestuur met de veelzeggende titel Loslaten in vertrouwen. Naar een nieuwe verhouding tussen overheid, markt en samenleving aan. 

Les nummer 4:
De verstatelijking van het schuldmodel-denken.

Ook
dit is een typisch neoliberale tendens en het gevolg van wat men de
meritocratie noemt: Een maatschappij waarin men aanneemt dat de
maatschappelijke en sociale status een gevolg is van de eigen verdiensten.
Lees, wie hard werkt komt ‘er’ wel. Of lees, wie niet hard werkt komt ‘er’
niet. Oftewel, wie arm en/of werkloos is, heeft dat vooral aan zichzelf te
danken. Dat deze tendens paradoxaal is behoeft hopelijk geen betoog. Immers,
sinds begin jaren 80 is er een structureel tekort aan banen dat jaarlijks
toeneemt. Logisch, want de decennia voordien hebben we hard ons best gedaan om
via technologische innovatie bepaalde arbeidsvormen te doen verdwijnen:
optimalisatie van het productieproces noemt dat.

Echter, om de tekortkomingen van het
beleid ten opzichte van de technologische innovatie te verdoezelen, is men
blijven steken in het paradigma: Wie wil werken vindt werk. Gevolg: Wie steun
krijgt van de overheid zal in Nederland verplicht worden te participeren; voor
wat hoort wat. Niets mis mee? Hangt ervan af. Want hoe bepaalt een ambtenaar
het onderscheid tussen diegenen die niet willen en diegenen die niet kunnen?
Uit eigen onderzoek – in Nederland – blijkt dat het merendeel van de niet-participerenden
onder de participatiedwang vervalt in vroegere problematiek, vaak psychisch van
aard. Oorzaak is vaak een te vroege participatie of een niet op maat afgesteld participatietraject dat de individuele problematiek te weinig in kaart heeft gebracht.

Bijkomend heb je het geval van de straatveger. Ontslagen want dat werk
kan ook door ‘vrijwilligers’ gebeuren zodat het de overheid geen geld kost. De
brave man komt in de bijstand terecht en kan als tegenprestatie zijn vroegere
bezem opnemen, als zogenaamd ‘geleid vrijwilliger’. Lees, een vrijwilliger die naar participatie wordt toegeleid door de overheid, in dit geval de vroegere werkgever.

Les nummer 5:
De vrijblijvendheid van vrijwilligerswerk.

Iedereen
die uitkeringsgerechtigd is, kan in Nederland verplicht worden vrijwilligerswerk
te doen. Maar ook van werkende burgers wordt gevraag verantwoordelijkheid op te
nemen voor diens omgeving. Lees, allen als vrijwilliger aan de slag! Hiervoor
zijn er in elke gemeente de zogenaamde vrijwilligerscentrales, vacaturedatabanken voor vrijwilligers. Desalniettemin
staat in elke sollicitatie voor vrijwilligers (jawel, ook een vrijwilliger moet
solliciteren en aan voorwaarden voldoen) te lezen dat het vrijwilligerswerk
niet vrijblijvend is; er wordt wel degelijk iets van je verwacht. Een uitloper
hiervan is de volgende uitspraak van een Nederlandse collega: “Als mijn
kinderen weer eens willen gaan sporten duurt het drie maal alvorens men van mij
als vader verwacht dat ik vrijwilligerswerk voor de sportclub doe. Immers,
sportclubs zijn alle subsidies kwijt, waardoor de ouders het maar moeten doen.
Het sportgenot van mijn kroost gaat gepaard met ‘vrijwillige’ verplichtingen
voor de ouders”.

Let wel, mantelzorg wordt gescheiden van
vrijwilligerswerk, want dat is nooit ‘vrijblijvend’. Nee, een ambtenaar gaat
eerst kijken naar de naaste omgeving; kunnen je familie en buren je niet
verzorgen? Nadien naar het eigen vermogen; kan je de zorg niet zelf inkopen?
Bij een negatief antwoord op deze twee vragen gaat de gemeente de zorg voor je
inkopen. Wat betreft dat vermogen; je huis wordt hier bijberekend.

Alle lessen samengevat:

De
participatiesamenleving is een mooi ideaal, indien we niet verzeild zouden
zitten in een afbrokkelende maatschappelijke solidariteit en een toenemend
individualisme. Deze twee tendensen zijn contraproductief voor zulk een ideaal.
Het is begrijpelijk dat mensen minder belastingen willen betalen en dat er
bespaard moet worden. Ik ben echter van mening dat dit een zero sum game is waar België best nu al lessen uit trekt. Immers,
wat je minder betaalt aan belastingen, betaal je meer in tijd voor zorg voor je
naasten.

Het grootste verschil in Nederland zit
hem in het ‘nieuwe werken’, waarbij de nadruk ligt op het zelf invullen
van je werkmomenten, thuiswerk en minder werkuren. Als ik Unizo en verwanten
aanhoor, is men hier in België nog niet rijp voor. Als ik N-VA mag geloven
zullen we minder belastingen moeten betalen, in ruil voor duurder onderwijs, duurdere
kinderopvang en duurdere zorg; conform de marktlogica. Een verdere opschuiving,
waarbij de marktlogica het maatschappelijke verkeer gaat aansturen, vraagt om
veranderingen in onze visie op arbeid en solidariteit. Als belastingen
betalen al teveel is, wat dan met daadwerkelijk je medemens fysiek helpen? Ik
ben geen luiaard, maar…

Samengevat: “Dat er ingeleverd zal moeten
worden is overduidelijk – in het Westen leven wij zeer ver boven onze stand.
Maar die inlevering moet de maatschappij ten goede komen, niet de economie. Wie
dit een verrassende uitspraak vindt, moet vooral verrast zijn over zichzelf”
(P. Verhaeghe; 2014).

De institutionele hervormingen

Vanaf 01 januari 2015 zijn de drie grote
bestuurlijke hervormingen die de Nederlandse participatiesamenleving vorm
moeten geven een feit. Het betreft de zogenaamde 3D’s, oftewel de drie decentralisaties
op het sociale domein die de gemeenten meer bestuurlijke slagkracht moeten
verschaffen.

De
3D’s

Decentralisaties zoals op te vatten bij
de 3D’s, zijn niet meer dan beleidsbevoegdheden die van het landelijke niveau
naar het gemeentelijke niveau worden overgeheveld. Lees, de betreffende bevoegdheden
die tot het nationale niveau behoorden, behoren voortaan tot het gemeentelijke
niveau. Het zijn voortaan dus de gemeenten die autonoom beslissingen kunnen
nemen over materie die onder deze bevoegdheden bevalt; allen behoren ze toe tot
het sociale domein. Meer bepaald gaat het over de overheveling van
verschillende bevoegdheden die vielen onder de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten) naar de WMO (Wet Maatschappelijke Opvang), de jeugdzorg en de
participatiewet.

Zonder bestuurlijke terminologie komt
dit op het volgende neer: Gemeenten kunnen voortaan zelf bepalen wie toegang heeft
tot (maatschappelijke) zorg en jeugdzorg, alsook wie moet participeren in ruil
voor een uitkering. Door zowel de beslissingen omtrent zorg en participatie
naar de gemeenten over te hevelen, kan de participatiesamenleving zijn vorm
krijgen. Immers, gemeenten staan dichter bij de burger en kunnen, zo luidt het,
maatwerk organiseren en meer inbreng garanderen. Ze kunnen de burger dus
dwingen tot participatie door enerzijds de toegang tot zorg te belemmeren en
anderzijds de uitkering onvoorwaardelijk te maken.

De
participatiesamenleving.

Het motto van de participatiesamenleving
luidt: Van iedereen die dat kan wordt gevraagd zijn verantwoordelijkheid op te
nemen voor zichzelf en zijn naasten. Deze naasten zijn dan familieleden en de
buren. In de praktijk komt dit neer op het zelf verzorgen van je zieke moeder
(mantelzorg) of je kapitaal eerst besteden aan zorg alvorens de overheid tussenkomt.
Immers, gemeenten beslissen hierover en hun maatstaven zijn gebaseerd op het financiële
en sociale kapitaal van de zorgbehoevende. Wat die buren betreft wordt het niet
meer als logisch gezien dat men vrijwillige activiteiten uitvoert. Desondanks –
of net dankzij – de Nederlanders wereldwijd kampioen zijn in vrijwilligerswerk,
zetten de gemeenten volop in op ‘vrijwillige inzet’. Immers, de 3D’s gaan gepaard
met een besparingsronde van om en bij de 25%. Lees, gemeente krijgen 25% minder
middelen om taken uit te voeren die zich voordien op het landelijke niveau
situeerden.  Dit gat moet uiteraard
worden opgevuld. Dit gebeurt niet door belastingen, nee, dit gebeurt door
vrijwillige arbeid van werkende en niet-werkende mensen. De eerste groep wordt
via allerlei campagnes gestimuleerd, de tweede groep moet, of by by overheidssteun.

De participatiesamenleving zal door
iedereen die de maatschappelijke en politieke tendensen op de voet volgt, als ‘logisch’
ervaren worden: Eerst was er de samenleving, toen was er de marktlogica en nu
is er de samenleving die gedomineerd en aangestuurd wordt door die marktlogica.
Kortom: het is een vervolg op het neoliberalere beleid waarbij, eens de markt
de gaten niet meer opvult, de maatschappij dit moet doen. Niet via belastingen,
want die treffen ook de markten. Dus dan maar via participatie. Kritische
kanttekening is dat dit geen natuurwet is, maar een louter politieke keuze over
de inrichting van de maatschappij. In Nederland noemt men dit het streven naar
een vitale Civil Society. In België
lijkt men zover nog niet te staan, gezien de hedendaagse (politieke) nadruk op
sparen, werken en ondernemen. Desalniettemin staat in het huidige Vlaamse regeerakkoord
dat men mantelzorgers wil stimuleren en dat ervoor het eerst een centraal
gecoördineerd vrijwilligersbeleid zal uitgewerkt worden. Op naar de Belgische
participatiesamenleving?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!