NAVO herziet kernwapenstrategie: een stand van zaken

NAVO herziet kernwapenstrategie: een stand van zaken

vrijdag 2 maart 2012 16:10

Op de NAVO-top in Chicago op 20 en 21 mei, zouden de staatshoofden en regeringsleiders van de NAVO-lidstaten hun goedkeuring moeten geven aan een nieuw document dat de verdedigings- en afschrikkingsstrategie vastlegt. De NAVO gaat op zoek naar de juiste mix van conventionele en nucleaire wapens en bekijkt hoe raketafweersystemen zich daartoe verhouden. Ook de rol van de Amerikaanse tactische kernwapens in Europa staat ter discussie.

Zoals meestal het geval is, wordt de hele discussie, onder de ronkende titel NATO Deterrence and Defence Posture Review, achter gesloten deuren en zonder pottenkijkers gevoerd.

Een artikel door Simon Lunn en Ian Kearns, “NATO’s Deterrence and Defence Posture Review: A Status Report” maakt nu een stand van zaken op van de NATO DDPR.

Drie organen hadden de taak verschillende opties uit te tekenen en de praktische implicaties ervan in kaart te brengen: het Defence Policy and Planning Committee (DPPC) voor het conventionele luik en raketverdediging, de High Level Group voor nucleaire wapens en de Division of Political Affairs and Security voor het onlangs in het leven geroepen Weapons of Mass Destruction Control and Disarmament Committee. Ons land was in de High Level Group vertegenwoordigd door Claude Van de Voorde, chef van de luchtmacht en tot 2009 korpscommandant van de 10e Tactische Wing, de F16-eenheid van de luchtmachtbasis van Kleine Brogel, waar 20 Amerikaanse kernwapens liggen.

High Level Group houdt vast aan status quo

De voorstellen van die organen zijn vertrouwelijk, maar uit informele contacten blijkt dat ze aansturen op de status quo: “The NATO committees responsible for the substantive inputs to the DDPR on their respective areas of competence have completed their work. Informal reports suggest they reflect the status quo.”

De High Level Group verzet zich, zoals te verwachten was, tegen verandering. Daarin weegt de weerstand van Frankrijk en sommige nieuwere lidstaten door: “No option for change is problem free however, and reactions to date suggest that those countries uneasy about change remain un-persuaded of the need. This also appears to be reflected in the HLG report which is likely to mean a continuation of the status quo. Having weighed the advantages and disadvantages of eight options the HLG’s report, according to NATO officials, has the existing posture as the preferred option.”

Er wordt ook vooruitgekeken naar scenario’s waarin nuclear sharing countries (de landen waar Amerikaanse kernwapens gestationeerd zijn: België, Nederland, Duitsland, Italië en Turkije) hun dual capable aircraft (DCA, gevechtsvliegtuigen die voorzien zijn om kernwapens te vervoeren en in te zetten) vervangen door niet-DCA. In Duitsland en Nederland, en later ook in ons land, zijn de gevechtsvliegtuigen aan vervanging toe. Duitsland beslistte alvast dat het niet langer wil investeren in gevechtsvliegtuigen die kernwapens kunnen vervoeren.

“However in view of the upcoming DCA modernisation requirements this [status quo] too is not without its problems. It will be interesting to see whether the domestic opposition to DCA renewal in Germany and the Netherlands becomes an element in the discussions on possible options at this stage, or whether the discussion continues to take place as if these emerging domestic political and economic constraints do not exist.”

Declaratory policy

Eventuele discussies over een nieuwe declaratory policy, waarbij de NAVO haar doctrine zou aanpassen aan die van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, en bijvoorbeeld zou afzien van het gebruik van kernwapens tegen niet-kernwapenstaten, of zou beloven om niet als eerste een kernwapen in te zetten, zou alleen op het hoogste niveau, dus in Chicago, worden beslist:

“Because the issue of declaratory policy involves national sensitivities, NATO officials believe it can only be settled at the highest level and as one official noted, could “go down to the wire” at the Chicago Summit.”

Uitkijken naar politiek initiatief

Het vervolg van de NATO DDPR is in handen van de North Atlantic Council (de NAVO-ambassadeurs) en vervolgens van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie. Die bespreken het op een gezamenlijke vergadering op het NAVO-hoofdkwartier in april. Tenslotte is het aan de staatshoofden en regeringsleiders om de puntjes op de i te zetten en de laatste knopen door te haken.

“The next phase, the drafting of the DDPR and the respective roles of the NAC and the Secretary General remain unclear. There will be a joint meeting of Foreign andk Defence Ministers in April 2012 and the final product is foreseen for the next Summit in Chicago, May 20 -21 2012.”

Als het van de NAVO-administratie afhangt, blijft dus alles bij het oude en zitten we hier nog jaren met Amerikaanse kernwapens, nutteloze en gevaarlijke overblijfselen uit de Koude Oorlog, opgescheept. Het is uitkijken naar initiatieven van landen als Duitsland, Noorwegen, Nederland en België, die in het verleden schoorvoetende pogingen deden om de vermindering van het aantal tactische kernwapens in Europa op de agenda te zetten.

Onze regering houdt zich alleszins op de vlakte. Uit een gesprek met het kabinet van minister van Buitenlandse Zaken Reynders blijkt dat de huidige regering weinig ijver aan de dag legt om de kernwapens uit Kleine Brogel weg te krijgen.

Lees ook:

Waakhondgroep in de VS: kernwapens in Europa zijn kosten niet waard

Kernwapens in Kleine Brogel slachtoffer van Amerikaanse bezuinigingen?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!