Nakba

Nakba

zaterdag 23 oktober 2010 19:01

Toen ik gisteren mijn kamerdeur opende zag ik hoe mijn Amerikaanse huisgenote, Rosalinda, in de gang werd genezen door een Peruviaans/Amerikaanse alternatieve geneeskundige. Naast het regelmatig zien van engelen, het voelen van aardkrachten heeft deze bijzondere vrouw nog een andere eigenschap: een trauma opgelopen bij een auto-ongeluk. Toen deze alternatieve genezer, op terugweg van India, hier bleef overnachten zag ze haar kans schoon om haar chakra’s en karma’s eens een groot onderhoud te geven en misschien ging ze dan ooit terug in een auto kunnen zitten die meer dan tachtig mijlen per uur rijdt. Het enige wat me hier nog aan verwonderde was het feit dat dit soort situaties me totaal niet meer verwonderen. Geen uitspraak, gebeurtenis of persoon die me nog raar doen opkijken in dit gebouw.

Beneden merkte ik een nog grotere drukte dan er normaal al heerst en Ibrahim liet me weten dat er plots vijfendertig mensen een tweedaagse discussie over de Nakba gingen houden en dat dan nog wel op ons koertje van maximum vijftien vierkante meter. De overtollige matrassen moesten uit mijn kamer gehaald worden want meer dan vijftig mensen zouden ergens een plek om te slapen moeten krijgen. De gang en zelfs het dak werden tot slaapplaats omgetoverd en Ibrahim herhaalde bij het vallen van de duisternis het Arabische spreekwoord dat hem op het lijf is geschreven:”een klein huis kan wel honderd mensen herbergen, op voorwaarde dat het vrienden zijn”.

De Nakba is een gebeurtenis waarvan ik reeds ontdekt had dat deze aan beide kanten van de muur een volledig andere invulling krijgt. Het betekent letterlijk “ramp” en staat voor de onafhankelijkheid van de staat Israël in 1948. Aan Palestijnse zijde hoorde ik er enkel met veel haat over spreken, mensen weigeren vaak nog het woord “Israël” uit te spreken en de Palestijnen aanzien het ontstaan van dit land nog steeds als het verlies van hun eigen grond en autonomie. Aan Israëlische kant kijken ze met veel vreugde terug op hun onafhankelijkheidsdag, de dag dat het joodse volk voor het eerst zelf voor hun veiligheid kon zorgen na de vele vervolgingen die het volk de decennia ervoor had ondergaan.

Ik hou reeds een tijdje vol dat een gebrek aan contact aan de basis van veel haat ligt en ik was dus volledig voorstander van deze verhelderende tweedaagse. Een vijftiental joden en een vijftiental Arabieren werden door enkele buitenlanders vergezeld om twee dagen naar elkaar te luisteren en door de nog steeds zomerse temperaturen was de koer van het Peacehouse de ideale plaats om samen te gaan zitten.

Ik had het begin van het congres gemist en kon zo niet meer actief deelnemen. Als een vlieg op de muur zette ik me dan maar op de buitentrap om wat te luistervinken.

De discussies liepen bij momenten hoog op ondanks de aanwezigheid van enkel zeer gematigde Palestijnen en Israëliërs. Om deel te nemen aan deze tweedaagse kan je al niet extreem haatdragend zijn. Dit waren geen Hamas-aanhangers (krijgen geen toestemming om Jeruzalem te betreden) die samen zaten met Lieberman-aanhangers (wagen zich niet op de Mount Of Olives) maar in een maatschappij die zo opgedeeld is was dit contact reeds een enorme overwinning.

De Palestijnen vertelden vooral over de constante stroom aan informatie die ze sinds hun geboorte meekrijgen over de Nakba. Op school, via familie, in de moskee, … wordt er over het mooie verleden voor “de Ramp” gesproken. Een man van mijn leeftijd vertelde dat zijn grootvader nog steeds weigert geld te investeren in zijn huis omdat hij zich niet kan ontdoen van de ijdele hoop om terug te keren naar zijn huis en land die hem in 1948 werden ontnomen. De man zag zelf dat deze hoop onterecht was maar een familielid dagdagelijks zo zien afzien overschaduwt alle familiaal geluk. Anderen vertelden over het verlies van familieleden die meestal niet in strijd waren gesneuveld maar waren in 1948 toevallig op de verkeerde plaats op het verkeerde tijdstip. De chaos was toen zodanig groot dat er geschoten werd op uiterlijke kenmerken als kledij en huidskleur en er niet meer werd gekeken of de doelwitten gewapend waren of niet. De Israëliers reageerden vaak furieus op de verhalen met bloederige details over de massale slachtpartij en voelden zich aangevallen omdat de Arabieren ook waarheidsgetrouw vertelden dat het joden waren die de trekkers hadden overgehaald.

De Arabische en joodse moderators slaagden er wonderwel in om in alle liefde en vrede duidelijk te maken dat er geen schuldvraag beantwoord moet worden maar enkel eens geluisterd moet worden naar hoe men aan de andere kant van de muur deze ingrijpende gebeurtenis uitgelegd krijgt en ervaart. Sommige Arabieren waren ontzet dat de Nakba nog steeds gevierd wordt in Israël maar ook hier moest duidelijk gemaakt worden dat ze hun eigen onafhankelijkheid vieren. Er wordt niet gelachen met de duizenden mensen die het leven hebben gelaten. Een prachtige, moeilijke discussie op een aparte, kleine plaats die me voor één van de eerste keren hier een teken van hoop op vrede liet zien.

Een ingenieur uit Hebron, Mohammed, illustreerde de boodschap van de moderatoren goed en zei dat zijn grootvader in 1948 als burger om het leven was gekomen. Hij en wat vrienden werden tijdens een wandeling in het vizier genomen door enkele joodse burgers die de wapens hadden opgenomen in de onafhankelijkheidsstrijd. De joodse jongens hadden schrik dat de Arabieren strijders waren en schoten de nietsvermoedende wandelaars van op een afstand neer. Ze naderden hun slachtoffers die zwaar gewond op de grond lagen en merkten dat het geen strijders maar ongewapende burgers waren. De leider van de joodse bende wou niet dat er verder gerucht kwam aan het doodschieten van onschuldigen en met een koelbloedig schot in hoofd maakte hij alle mannen af. Bij het mikken op het laatste slachtoffer dat voor zijn leven smeekte speelde zijn geweten hem toch parten. Hij liet de man leven en enkele weken later hielp diezelfde man hem ontsnappen aan een bende Palestijnen die hun verloren vrienden wilden wreken.

Mohammed had jaren research achter de rug en had de moordenaar van zijn grootvader terug gevonden in Tel Aviv. De man was ondertussen meer dan 80 jaar oud geworden en vertelde eerlijk alle bloederige details die de kleinzoon en zijn familie steeds onthouden zijn geweest. Mohammed heeft geen rancune en nu enkel nog het doel om de Palestijnse en joodse overlever van het incident nog eens samen te brengen. Een Italiaanse documentairemaker die meedeed aan het de debat heeft alvast beloofd om rond het verhaal zijn nieuw project te maken, hij zocht ook al lang naar zo’n teken van hoop.

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!