NAH (niet aangeboren hersenletsel) moet meer bekendheid krijgen bij grote publiek
Walter Raemaekers

NAH (niet aangeboren hersenletsel) moet meer bekendheid krijgen bij grote publiek

vrijdag 2 augustus 2019 00:30

Goeie dag allemaal en bedankt voor jullie komst.

De reden dat ik deze bijeenkomst heb belegd is dat ik met mijn rug tegen de muur sta en ik op mijn zoektocht vele mensen heb leren kennen die zich in een gelijkaardige positie bevinden en die ik ook de kans wil geven hun stem te laten horen. Ook voor hen is deze actie bedoeld.

NAH of een Niet Aangeboren Hersenletsel is nog altijd een grote onbekende bij het brede publiek. Meer nog, er zijn zelfs weinig dokters die hier kennis over hebben.

NAH is een zeer complexe aandoening met verschillende mogelijke oorzaken.

Zo onderscheidt men een traumatisch en een niet traumatisch hersenletsel.

Bij traumatisch wordt dan gedacht aan een ongeval met bvb. een hersenschudding of een whiplash waar in bepaalde hersengebieden een beschadiging kan optreden in tegenovergelegen gebieden.

Bij een niet traumatisch hersenletsel gaat het dan om bvb. een hartstilstand of een bijna verdrinking met zuurstoftekort in de hersenen of een intoxicatie door bvb. medicijnen of andere stoffen. In al deze gevallen zal het hersenletsel diffuus zijn.

Sta me toe eerst ons verhaal zo bondig mogelijk te doen. Wij werden 21 jaar geleden voor het eerst met deze zeer complexe problematiek geconfronteerd.

Complex ook omdat dit impact heeft op zowat alle aspecten van het leven.

Zo is er het medische, het sociale, maar ook het juridische aspect. Men spreekt daarbij zelfs van een breuk in de levenslijn.

Begin 1998 werd mijn echtgenote, Els Smet, zwaar gepest op het werk, de groendienst van Balen, omdat zij op 13 mei hulp verleende aan Bahija een gekwetste collega van Marokkaanse origine. Zij werd daarom gepest door haar andere collega’s daarin gesteund door het bestuur. De pesterijen hebben haar bijna het leven gekost.

Over deze feiten verschenen toen verschillende berichten in de media. Enkele daarvan vindt u hier ter inzage. Ook op VTM kwam er een reportage.

Op 25 juni stortte Els in. Haar toenmalige huisdokter, dr. Verwaest stuurde haar naar een psychologe bij het CAW, Givi Moeynaert. Givi begon de trauma’s uit Els haar jeugd te ontrafelen en heeft zo trauma bovenop trauma gestapeld. Els raakte meer en meer in een depressie. De huisdokter schreef haar een antidepressivum voor.

In september kreeg Els haar eerste zware hyperventilatieaanval waarna een hartstilstand volgde. Na slechts enkele dagen in het AZ in Mol kwam zij terug thuis.

In de nacht van 4 op 5 maart 1999 ging Els hyperventilerend in een coma die ongeveer een uur geduurd heeft. De reanimatie door een MUG heeft ongeveer een kwartier geduurd. Tijdens de reanimatie kreeg ze opnieuw een hartstilstand.

Els werd opnieuw opgenomen. Op 11 maart was er in het ziekenhuis opnieuw een interventie van een MUG voor een tweede coma en mogelijk een hartstilstand.

Na 5 weken motorische revalidatie, Els moest opnieuw leren lopen, werd ze overgeplaatst naar de PAAZ in Lommel waar ze 3,5 maand verbleef. Na thuiskomst bleef ze in ambulante behandeling bij dr. Rudi Ieven, neuropsychiater. De behandeling bestond enkel uit het voorschrijven van antidepressiva en angstremmers. Van enige vorm van therapie, bvb. CGT, is nooit sprake geweest. Ondanks de vele medicijnen zijn de depressie en de angstgevoelens nooit helemaal opgelost.

Op 7 oktober 2001 nam Els een overdosis met haar medicijnen. Op spoed binnengebracht heeft het een uur geduurd voor er een maagspoeling werd uitgevoerd. Ze bleef 14 dagen opgenomen.

Na verloop van tijd kreeg ze opnieuw belangstelling voor haar grote hobby, textiele kunst, waar ze meer dan 100 % in opging. Het leek dus langzaam de goede kant op te gaan.

Tot in 2006 de ernstige cognitieve problemen opdoken. Later zou ik van dr. Dirk Liessens, psychiater verbonden aan CereNAH, afdeling van PC St. Kamillus te Bierbeek, vernemen dat het vaak gebeurt bij mensen met NAH dat deze problemen pas 6 à 7 jaar na het hersenletsel de kop opsteken en daarom vaak niet gelinkt worden aan het letsel.

Els leek last te krijgen van wanen en zelfs hallucinaties. Zo ging ze mij bij de familie beschuldigen van het verkwisten van onze gelden. En zo had ze gezien dat ik 2 mails zou hebben verstuurd die ze wou lezen. Zelfs nadat ik haar het bewijs had geleverd dat er geen 2 mails waren geweest zou dat later nog voor spanningen zorgen.

Begin 2007 werd gekenmerkt door hevige woedeaanvallen.

Intussen was ze opnieuw naar onze oude huisdokter, Luc Jansen gegaan. Met hem bouwde ze haar medicatie, die was voorgeschreven door dr. Ieven, volledig af. Vreemd genoeg leek het van toen af eindelijk beter te gaan.

Van dr. Wouters, psychiater uit Geel, die in 2013 bij Similes een uitleg gaf over medicijngebruik, vernam ik dat dit er waarschijnlijk op wees dat het niet de juiste medicatie was geweest. Hij raadde me aan eens met dr. Karolien Ieven, dochter van Rudi Ieven en zelf ook psychiater, te gaan praten.

Dr. Wouters vertelde nog dat, na het afbouwen van de medicijnen, 1 à 1 ½ jaar later de problemen zouden terugkeren.

Toen Karolien de lijst met de door haar vader voorgeschreven medicatie bekeek schrok zij: “Zoveel en zo lang? Dan is er zeker sprake van een intoxicatie door de medicijnen!”

Begin april 2007 kwam onze dochter Freya ons vertellen dat wij maar uit elkaar moesten gaan. Els was bij het gesprek aanwezig. Ik hield me op de vlakte. Toen ik 2 dagen later aan Els vroeg hoelang wij nog bij elkaar zouden zijn, reageerde ze heel verbaasd: “Wij gaan toch niet uit elkaar?” Het gesprek met Freya was ze totaal vergeten. Dat was de laatste keer dat ik nog contact met Freya heb gehad.

De tweede helft van 2007 leek alles weer normaal.

2008 werd een rustig jaar al leek Els mij er wel van te verdenken dat ik vreemd ging. Ik heb niet geprobeerd haar van het tegendeel te overtuigen omdat ik aanvoelde dat dit toch nooit zou lukken.

Eind 2008 merkte ik dat ons gezamenlijk koffertje bij de bank geblokkeerd was. Ik zei er niets over maar nam Els onverwacht mee naar de bank en we gingen naar de kofferzaal. Ze werd erg zenuwachtig. Het koffertje werd gedeblokkeerd. De inhoud leek in orde.

Toen ik haar vroeg waarom ze dat had gedaan begon ze te wenen en zei dat ze dat ook niet wist.

Begin 2009 braken de woedeaanvallen opnieuw in alle hevigheid uit. Het werd zelfs dagelijkse kost. Regelmatig laste ik een time-out in en ging wandelen of fietsen om even tot rust te komen. Ook dat werd geïnterpreteerd als ‘geheime afspraakjes met andere vrouwen’!

Het ging van kwaad naar erger.

Ik begon antwoorden te zoeken. Ook dat wekte haar woede op: “Ik was de verkeerde boeken aan het lezen”.

Op 9 augustus 2009 zou het jaarlijkse familiefeestje doorgaan bij haar jongere broer Dirk. Een uur voor we zouden vertrekken hoorde ik haar aan de telefoon zeggen: “Dirk laat hem niet binnen want hij komt de boel op stelten zetten”. Ik was bij Dirk niet meer welkom.

De woede-uitbarstingen gingen verder.

Ik nam contact met Paul, haar oudste broer. Hij woont in San Sebastian. In maart 2010 hadden we een lang gesprek. Kort nadien had hij ook een gesprek met Els. Veel werd hem toen duidelijk. Zij hadden de situatie verkeerd ingeschat en hij bracht de broers en zussen op de hoogte. Ik kreeg verontschuldigingen aangeboden.

Uiteindelijk zijn begin mei 2010 bij mij de stoppen doorgeslagen en is enige huisraad gesneuveld. Els werd bang en belde de politie die haar heeft meegenomen. Sindsdien leven we apart.

Eind dat jaar brak ik een rib en liet een ziekenwagen komen. Ik bracht Els op de hoogte. Toen we met de ziekenwagen aan het ziekenhuis kwamen stond zij ons op te wachten.

De volgende weken hielp ze me met inkopen doen.

Toen ze de laatste keer vertrok vertelde ik haar dat ik haar heel erg mis en dat ik haar nog steeds heel graag zie. Met een gezicht nat van de tranen draaide ze zich naar me om en zei: “Walter dat is wederkerig. Ik zie jou ook nog heel graag en mis je heel erg maar ik kan je niet meer vertrouwen”.

Toen ik haar vroeg waarom ze me wantrouwde schudde ze haar hoofd en vertrok.

Sindsdien is het onmogelijk nog met haar contact te maken.

Intussen heeft ze de echtscheiding aangevraagd en gekregen hoewel ze bij de politie ging vertellen dat ze niet begreep waarom wij nu in die echtscheiding zitten terwijl wij altijd zo een mooie relatie hadden en zij enkel de Walter van vroeger terug wou!

De sociale gevolgen zijn schrijnend:

Mijn dochter heb ik al 12 jaar niet meer gezien. Sinds 28 juni 2016 heb ik een kleindochter Iona waarvan ik het bestaan niet eens mag kennen. Mogelijk is er intussen een tweede kleinkind.

Mijn echtgenote ben ik kwijt terwijl Els zelf zegt dat niet te willen. Al onze relaties met familie en vrienden zijn verbroken. Ook het contact met haar eigen familie heeft ze verbroken. Ons huis en zelfs de ganse inboedel zijn we kwijt, waarover dadelijk meer. Zij heeft nog wel onze dochter en kleindochter maar ik heb helemaal niets meer.

Het is duidelijk dat Els al een hele tijd in een paranoïde psychose zit en dient geholpen te worden. Dat kan een rechtstreeks gevolg zijn van haar diffuus NAH, maar ook haar medicatie kan hier een rol hebben gespeeld.

Na mijn gesprek met Karolien Ieven ben ik de bijsluiters van al die medicijnen gaan opzoeken. Toen begreep ik de bezorgdheid van Karolien.

Vrijwel al de voorgeschreven medicatie geven paradoxale bijwerkingen. Van een antidepressivum kun je depressief worden en angstremmers kunnen ook angst veroorzaken.

Daarenboven kunnen ze aanleiding geven tot het ontstaan van ademhalingsproblemen. Was dat eerste antidepressivum haar voorgeschreven door dr. Verwaest dan mede oorzaak van de problemen ?

De medicatie kan ook oorzaak zijn van geheugen- en gedragsstoornissen, manie, agressie, woede paranoia, wanen, hallucinaties en psychose. De bijsluiters liggen hier ter inzage.

Maar ook het NAH zelf kan deze symptomen hebben veroorzaakt.

Medisch gezien is dus alles wat maar kon fout lopen ook fout gelopen door de onbekendheid van NAH en de incompetentie van haar zorgverstrekkers.

Paul en ik zijn naar de vrederechter gestapt. Het is duidelijk dat Els hulp nodig heeft, hulp die ze niet zelf zal zoeken wegens haar ontbrekend ziekte-inzicht, een probleem bij veel mensen met NAH.

De vrederechter had voor de zitting een kort gesprek met Els. Op slechts enkele minuten tijd kon de man een volledige neuropsychologische diagnose stellen en besluiten dat er met haar niets aan de hand was. Bovendien dateerden de feiten waarop we ons baseerden van meer dan tien jaar geleden en waren volgens hem dus irrelevant.

Ook het feit dat Paul in San Sebastian woont en wij beiden al een hele tijd geen contact meer hadden met Els werd door hem aangegrepen om ons verzoek af te wijzen.

Dat ontbreken van contact is juist één van de kenmerken van een psychose waarbij de patiënt al die contacten verbreekt. Dat wordt uitgelegd in een blog van Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht en een van de initiatiefnemers van PsychoseNet. Daarin vertelt hij over een patiënt die zei: “Ik wilde mijn echtgenoot, zwager en partner van mijn moeder niet zien toen ik psychotisch was”. De blog ligt hier ter inzage.

Door zijn ontbrekende kennis van NAH heeft de vrederechter dus niet alleen voorkomen dat zij de zorg krijgt die zij nodig heeft maar heeft hij haar bovendien versterkt in haar paranoïde psychotische denken. Dit laatste werd later bevestigd in een mail van Ludo Driesen, psycholoog gespecialiseerd in ouderverstoting en schrijver van het boek ‘Kaat wil niet meer op bezoek’. De mail ligt hier ter inzage.

Iedere deskundige zal u kunnen vertellen dat een coma een aanwijzing is voor hersenletsel en dat een hersenletsel nooit geneest. Dat wordt bevestigd in het Hersenletselplan en het diagnostich protocol van het VAPH, maar ook door mij aangeschreven deskundigen bevestigen dit. Deze documenten liggen hier ter inzage.

Na onze feitelijke scheiding ging ik verder op mijn zoektocht. Zo kwam ik terecht bij de Comavereniging Limburg. De voorzitter Willy Thoelen bevestigde mij dat er zonder twijfel sprake was van een NAH. Hij was het die me aanraadde met dr. Dirk Liessens te gaan praten.

Op 29 februari 2012 had ik mijn eerste gesprek met hem. Hij bevestigde me dat hier mogelijk sprake was van een NAH. Sindsdien ging ik regelmatig met hem praten om handvatten te krijgen hoe ik hiermee best kon omgaan. Zijn advies was op een of andere manier proberen liefdevol aanwezig te blijven. Hij bevestigde dat later schriftelijk voor de rechtbank. De verklaringen van dr. Liessens liggen hier ter inzage. Ook Jim van Os wijst op het belang om voor haar aanwezig te blijven.

Ik heb geprobeerd nog enkele gesprekken met Freya te hebben maar vergeefs. Ook dr. Liessens heeft nog geprobeerd haar te spreken maar ook dat is niet gelukt. Wel had ik begin 2011 nog een kort gesprek met haar vriend Nico Bloemmen. Het eerste wat hij zei was: “Walter wat jij allemaal met dat geld gedaan hebt …”. Verder kwam hij niet en nadere uitleg kreeg ik ook niet.

Ik ben de rekeninguittreksels van de voorbije 10 jaar gaan nakijken. Ik had Els daarop nooit gecontroleerd omdat ik altijd een volstrekt vertrouwen in haar had gehad, maar wat ik toen ontdekte was verbijsterend. Sinds 2002, kort na de overdosis, had zij telkens met kleine sommen een heleboel geld van onze rekening gehaald zonder dat daar iets tegenover stond. Zij had mij daar nochtans van beschuldigd bij de familie en onze dochter. Zo werd ik langzamerhand meer en meer uitgesloten.

Ook op juridisch vlak zou alles fout lopen wat maar kon fout lopen, opnieuw door gebrek aan kennis van NAH en de incompetentie van een notaris, advocaten en zelfs rechters.

Mijn eerste advocate, Irene Dijkmans, had ik verteld over de problemen van Els. Op de echtscheidingszitting vertelde zij aan de rechter dat er bij Els sprake was van ernstige psychische problemen. De rechter antwoordde dat hij niet anders kon dan de wet toepassen en sprak de echtscheiding uit.

Dat hij de wet moest toepassen klopt. Maar hij ging dan wel voorbij aan artikels 489 en 503 BW over de onbekwaamverklaring die zeggen dat ‘Een meerderjarige die zich in een aanhoudende staat van onnozelheid of krankzinnigheid bevindt, moet worden onbekwaam verklaard, zelfs wanneer in die staat heldere tussenpozen voorkomen’, en dat ‘De handelingen die voor de onbekwaamverklaring verricht zijn, kunnen vernietigd worden, indien de oorzaak van de onbekwaamverklaring kennelijk bestond ten tijde dat die handelingen zijn verricht’.

Mijn advocate zou nadien verklaren: “Ik zie niets aan mevrouw, die mankeert toch niets.” Het eeuwige probleem met de niet zichtbare gevolgen van NAH.

Wanneer er sprake is van ernstige psychische problemen dient dus de bekwaamheid te worden onderzocht en indien er sprake is van onbekwaamheid kunnen de rechtshandelingen van die persoon vernietigd worden zelfs in het belang van diezelfde persoon!

Ook die wet was van toepassing maar werd door de rechter niet toegepast.

Een notaris werd door de rechtbank aangesteld.

Bij de eerste zitting bij notaris Erika Roosen begon zij in sneltreintempo aan haar werkzaamheden. Enige uitleg over de procedure die zou gevolgd worden kregen we niet. Nochtans is zij verplicht volgens art. 11 van haar deontologische code ons de nodige informatie te bezorgen. Ook art. 10 van die code, poging tot verzoening van de partijen, zelfs bij een gerechtelijke opdracht, werd niet nagekomen. Ook art. 12, de verplichting van volkomen onpartijdigheid werd niet nageleefd. De code ligt …

Van bij het begin heb ik de notaris gewezen op de psychische kwetsbaarheid van Els. Dit werd door de notaris, na een korte blik op Els, genegeerd.

Zij ‘ratelde’ door haar werkzaamheden alsof er niets aan de hand was. Wij zaten erbij als twee honden in een kegelspel.

Tijdens heel de procedure, die nog jaren zou aanslepen, heeft Els geen woord gesproken behalve toen we de eed moesten afleggen.

Ook mijn tweede advocaat, Luc Vankerckhoven, heb ik proberen uit te leggen wat er aan de hand was. Ik kreeg een vreemde reactie: “O, maar hersenen, dat heeft niets met de psyche te maken!”

Na de eedaflegging bracht mijn derde advocaat, René Beckers, de geldafnames door Els ter sprake en eiste dat onderzoek zou gedaan worden naar de bestemming van die gelden vermits er mogelijk rekening mee diende gehouden te worden bij de vereffening en verdeling. Een onderzoek werd opgestart.

Intussen werd het huis geschat en een inventaris opgemaakt van de inboedel.

Els had na de feitelijke scheiding, maar voor het echtscheidingsvonnis, een auto, meubels en huisraad aangeschaft met gemeenschapsgelden.

We moesten ieder een lijst opstellen van de zaken die we nog uit de inboedel wensten te bekomen.

Ik wachtte af.

Toen ik haar lijst ter inzage kreeg, was ik verrast. Els eiste niet alleen de gezinsauto, maar ook de ooit gemeenschappelijke slaapkamer, eetkamer, salon en zaken zoals boeken, cd’s en dvd’s, enz. voor zichzelf op. M.a.w. zij zou eindigen met alles in dubbel en ik hield vrijwel niets over.

Zelf was ik gematigder in mijn eisen. Al wat dubbel was zou eigendom blijven van wie het in bezit had en over al de rest kon gesproken worden.

De reactie van Els haar advocate, Annemie Van Deun, kwam vlug: “Aangezien er geen overeenstemming is tussen partijen moet de ganse inboedel openbaar verkocht worden”.

Notaris Roosen volgde Van Deun en alles zou inderdaad openbaar verkocht worden.

Van enige vorm van bemiddeling of verzoening (een deontologisch plicht) was geen sprake.

Later sprak ik hierover met notaris Ann-Sofie Van Roosbroeck, onafhankelijk notaris. In dat geval, vertelde zij, zou zij beide partijen bij zich roepen, zonder aanwezigheid van de advocaten, en zouden wij samen de inventaris overlopen zodat ieder in onderling overleg zijn of haar wensen kon kenbaar maken. Niet zo dus bij notaris Roosen: geen info, geen bemiddeling, geen verzoening, geen onpartijdigheid!

Bij elke zitting bij de notaris viel me op dat Els er heel apathisch bij zat en geen woord sprak. Ik begon te vrezen dat hier misschien sprake kon zijn van afasie, één van de mogelijke gevolgen van NAH.

Ik sprak daarover met Guy Lorent, neuropsycholoog verbonden aan CereNAH. Hij heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het Hersenletselplan en het Diagnostisch protocol NAH.

Volgens hem had dat niets te maken met afasie, maar zou het eerder te maken hebben met angst.

Angst waarvoor? Voor de onafwendbare toekomst die zij zelf had in gang gezet? Angst voor het verlies van haar mooie relatie die ze niet kwijt wou maar waartegen ze zich niet kon verzetten?

Ik stuurde een mail naar het team van Kadans, een afdeling van PC Bethanie in Zoersel, en voegde daar alle documenten betreffende de ziektegeschiedenis + de vastgestelde symptomen toe.

Van de heer Kevin Maes, hoofdverpleegkundige kreeg ik het antwoord: “Wij zien hier veel zaken in die doen vermoeden dat er sprake is van NAH, een niet aangeboren hersenletsel. Gezien de complexiteit zouden we haar graag eens op intake zien, wetende dat ze dat niet gaat willen”. De verschillende mails van Kevin Maes liggen hier … .

Mtr. Beckers weigerde het probleem van de wilsbekwaamheid aan te kaarten bij de notaris. Dat heb ik dan zelf maar gedaan. Ik bracht de notaris op de hoogte en stuurde haar alle documenten toe.

Bij de volgende bijeenkomst sprak ik haar hier persoonlijk over aan. Notaris Roosen bekeek Els en zei: “Ik zie niets aan haar, die mankeert niets.” Daarmee was de kous af.

Uiteindelijk vond ik een advocaat die de notaris wou aanpakken.

Ik nam opnieuw contact met notaris Van Roosbroeck. Zij schreef een mail aan mtr. Laurens Van Puyenbroeck waarin zij aandrong dat hij de notaris zou aanmanen een onderzoek te verrichtten naar de wilsbekwaamheid en intussen de verkoop van de woning uit te stellen vermits die bij wilsonbekwaamheid dient beschermd te worden. Mtr. Van Puyenbroeck schreef een brief in die zin naar de notaris waarin hij haar wees op haar deontologische plichten die zij al die tijd verzuimd had. Hij eiste van de notaris dat zij eindelijk een onderzoek zou gelasten van Els. Beide documenten liggen …

Intussen was Els een strafprocedure tegen mij begonnen wegens vermeende belaging. Alle klachten in het strafdossier konden gemakkelijk weerlegd worden en waren stuk voor stuk een aanwijzing voor haar paranoïde psychose, als mogelijk gevolg van haar NAH en/of haar medicatie.

Bij de notaris gaf Els een attest van wilsbekwaamheid af, opgesteld door dr. Luc Jansen, haar huisdokter.

Gelet op de Geneeskundige Plichtenleer was dit een ongeldig attest aangezien een behandelend geneesheer dergelijk attest niet mag opstellen. Hij kan daarin immers nooit objectief zijn aangezien hij anders de vertrouwensrelatie met zijn patiënt zou schaden.

Mtr. Van Puyenbroeck bracht de notaris daarvan op de hoogte. Indien de notaris zou weigeren een correct onderzoek op te starten zou hij zich genoodzaakt zien haar vervanging te vragen. Deze brief en een uittreksel uit de Geneeskundige Plichtenleer liggen ….

Kort nadien werd ik voor overleg bij mtr. Van Puyenbroeck geroepen. Hij had een brief gekregen van notaris Roosen. De brief kreeg ik niet te zien maar uit zijn uitdrukking bleek dat het serieus was. Ik moest mij maar bij de feiten neerleggen.

Vanwaar die plotse ommekeer? Wat stond er in die brief van de notaris? Wat was hier aan de hand? Voelde Van Puyenbroeck zich bedreigd? Welk spelletje werd hier gespeeld? Waarom nam de notaris steeds slechts nota van de opmerkingen van Van Deun? Hoe stond het met die onpartijdigheid?

Eén dag voor de eerste conclusie in de strafzaak moest ingediend worden kreeg ik een mail van Van Puyenbroeck waarin hij me vertelde dat onze samenwerking ophield te bestaan.

Alweer op zoek naar een advocaat.

Ik kreeg een afschrift van de eerste conclusie in de strafzaak van mtr. Van Deun,, samen met haar enige stuk. Omwille van de zgn. belaging had Els psychologische ondersteuning moeten zoeken en daarvan kreeg ik de rekening gepresenteerd.

Ook met die rekening was weer iets vreemds. Dit ging niet om psychologische hulp in een moeilijke periode. Dit was een reeks psychologische tests. Om wat uit te zoeken? Was dit een verkapt wilsbekwaamheidsonderzoek van een onafhankelijk psychiater en psycholoog? Om dat later aan de notaris te bezorgen? Ik legde die gedetailleerde rekening voor aan dr. Liessens. Hij leek mijn vermoeden te delen.

Ook dat onderzoek zou ongeldig zijn omdat dergelijk onderzoek tegensprekelijk dient te zijn, waarbij de beide betrokken partijen en de notaris vragen kunnen voorleggen aan de deskundige die deze vragen dan dient te beantwoorden en waarbij steeds een tegenexpertise mogelijk moet zijn. Dit was hier absoluut niet het geval.

Maar als uit het onderzoek was gebleken dat Els volkomen wilsbekwaam is, waarom werd dit dan niet gebruikt bij de notaris?

De strafzaak had kunnen aantonen dat er meer aan de hand was gelet op de onhoudbare beschuldigingen door Els, waardoor was kunnen aangetoond worden dat er wel degelijk sprake was van paranoïde wanen.

Professor Christophe Lafosse waarschuwt daarvoor in zijn boek ‘101 vragen over hersenletsel op p. 247-248: ‘Mensen met een hersenletsel hebben vaak moeite om sociale situaties juist in te schatten. Als gevolg daarvan zijn ze soms achterdochtig of ontwikkelen zelfs paranoïde gedachten. Zo komen hun gedrag en hun denken soms nog weinig met de realiteit overeen. Dit kan ontstellend zijn voor familieleden die al het mogelijke doen om de persoon met een niet-aangeboren hersenletsel te helpen maar ondertussen door hem van onrechtmatige daden worden beschuldigd’.

Geen enkel van mijn argumenten werd zelfs maar besproken in de rechtszaal. Ook geen enkele van de door mij opgeroepen getuigen, waaronder dr. Dirk Liessens, als getuige deskundige en Paul en Dirk Smet werden gehoord. Van Deun had in haar conclusie gezegd dat dit irrelevant was en de rechter is alweer gevolgd. In feite was het vonnis grotendeels copy/paste werk van de opmerkingen van Van Deun. Eigenlijk was ik al veroordeeld nog voor ik die zaal betrad. Dat bleek al uit de verslagen die politie-inspecteur Jonet naar aanleiding van mijn verhoren aan het parket zond. Nooit mocht het feit van het bestaan van een hersenletsel ter sprake komen. Deze verslagen liggen hier …

Ik werd veroordeeld tot 4 maanden voorwaardelijk voor een periode van 3 jaar met als voorwaarden:

Geen strafbare feiten plegen; een vast adres hebben en bij wijziging dit doorgeven aan de justitieassistent; gevolg geven aan de oproepingen en richtlijnen van de probatiecommissie en de justitie-assistent; de cursus ‘slachtoffer in zicht’ volgen.

De verontwaardiging was groot en ik ging in beroep. Ik had eigenlijk geen keus, zoals ook Ludo Driesen in zijn mail schreef. Opnieuw werd voorkomen dat Els de nodige zorg zou kunnen krijgen en zij werd opnieuw bevestigd in haar paranoïde wanen: ‘Zie je wel, de rechter geeft me gelijk’.

Mtr. Zohra Othman zag geen heil in een beroepsprocedure. Mijn nieuwe advocaat werd mtr. Bram Casier.

Mtr. Casier verwees in zijn conclusies naar het belang van het horen van getuigen, naar het psychotische karakter van de vele beschuldigingen door Els en naar verschillende wetenschappelijke publicaties over NAH waaronder het boek van prof. dr. Lafosse en nam de hiervoor genoemde passage letterlijk over.

Op de zitting kon mtr. Casier niet aanwezig zijn en ik werd bijgestaan door mtr. Kristof De Baecke.

Tijdens de zitting viel op dat de procureur van de rechter rustig de tijd kreeg om zijn visie uiteen te zetten. Ook de advocaat van Els, mtr. Dirk Vliegen, loco mtr. Annemie Van Deun, kreeg volop de tijd zijn uitgebreide pleidooi te houden.

Echter toen mtr. De Baecke zijn pleidooi hield en hij nog maar net een kort overzicht had gegeven van de medische voorgeschiedenis die wijst op het bestaan van een NAH, werd hij door de rechter het zwijgen opgelegd en moest ik mijn verdediging maar zelf voeren. Een duidelijke schending van mijn rechten van verdediging mij te laten bijstaan door een deskundig raadsman.

Niemand scheen te begrijpen dat dit voor mij een onmogelijke opdracht was. Immers ik moest daarbij in de aanval gaan tegen een zeer kwetsbaar persoon waarvoor ik nog steeds zeer veel respect en liefde voel, die zelf geen schuld treft voor haar gedrag en die ik absoluut nooit pijn zou willen doen.

In een masterproef van opleiding ‘Master in de rechten’ van Karel Buyse ‘De rol van de advocaat in strafzaken’ lees ik: ‘De advocaat heeft tevens een maatschappelijke en ethische rol. (…)Zij gaan als professionele vakmensen als het ware een schokdemper vormen bij emotioneel zwaar geladen zaken. In deze rol moeten zij ervoor zorgen dat de maatschappij zich achteraf niet moet schamen over de manier waarop recht gesproken is’. (…) ‘Er is een goede reden voor het feit dat advocaten niet in hun eigen zaken pleiten, namelijk dat ze dan te emotioneel betrokken zijn en de nodige objectiviteit missen om tot een helder juridisch debat te komen. Als zelfs deze beroepsmensen, die getraind zijn in het onderdrukken van emoties en afstand te nemen van de zaak, zal deze druk voor mensen die er niet beroepsmatig mee bezig zijn, nog groter zijn’.

Het enige dat ik moeizaam kon uitbrengen was dat de rechter moest beseffen dat het hier om de gevolgen ging van een zeer complexe aandoening en dat het dus absoluut noodzakelijk was minstens dr. Dirk Liessens als getuige deskundige te horen.

Verder wees ik erop dat ik ten gevolge van de ganse situatie al jaren mijn enige dochter niet meer had gezien en ik enkel was gedreven door mijn wens deze relaties te herstellen.

De rechter vroeg nog of ik bereid was de cursus ‘Slachtoffer in zicht’ te gaan volgen. Ik antwoordde dat wanneer ik dat zou doen, ik de cursusbegeleiders waarschijnlijk meer zou kunnen vertellen dan dat zij mij zouden kunnen bijbrengen.

In het arrest van de rechtbank werd het vonnis van eerste aanleg bevestigd met uitzondering van de bijkomende voorwaarden. Had mijn laatste opmerking dan toch een snaar geraakt?

Maar waarom mochten wetenschappelijke argumenten dan niet aan bod komen? En waarom mocht minstens dr. Liessens niet door de rechter gehoord worden? Waarom werd dit telkens weer genegeerd zoals dat ook bij de notaris gebeurde? Waarom moest ik per se veroordeeld worden en waarom mocht de waarheid niet gezocht worden, nochtans de belangrijkste taak van een rechter?

Ik verneem regelmatig dat justitie de laatste jaren zeer veel aandacht heeft voor de problemen rond ouderverstoting? Waarom kan dat dan niet in ons geval. Het zou veel duidelijk kunnen maken en eindelijk tot een menswaardige oplossing kunnen leiden.

Intussen naderde de verkoop van het huis. Mtr. Casier weigerde, ondanks alle wetenschappelijke bewijzen en de verklaringen van deskundigen, een zaak tegen de notaris op te starten. Ik moest maar aanvaarden wat niet aanvaardbaar is.

Het huis is verkocht aan een waarde 32% lager dan de geschatte waarde! Dat op zich had de notaris ertoe moeten bewegen de verkoop in te houden en alsnog een bekwaamheidsonderzoek op te starten. Ik vernam dat een Amsterdamse rechtbank in gelijkaardige omstandigheden een notaris veroordeeld heeft. Zijn de rechten in Nederland dan zo verschillend?

Dokter Liessens zei niet te kunnen begrijpen waarom er, zoals hij het formuleerde, zoveel koppigheid in dit dossier is!

Toen de verkoop van de woning een feit wa,s kreeg ik 1 maand tijd om de woning te verlaten. Een heel korte periode. Mij was verteld dat ik daarvoor 3 maanden zou krijgen. Maar blijkbaar mag een notaris dat zelf beslist. Waarom dan opnieuw die hardheid?

Zowel dr. Liessens als psycholoog Ludo Driesen hadden mij gewezen op het belang van het herstel van onze relaties. Zelfs, en misschien nog wel het meest, in het belang van Els zelf.

Daarom heb ik altijd getracht ervoor te zorgen dat, in de mate van het mogelijke zou kunnen terug gekeerd worden naar de situatie van voor het hersenletsel. Precies omdat dit het grootste verlangen is van mensen met een NAH en dat ook voor hun herstel van groot belang is. Het zou voor ieder van ons eindelijk een verlossing kunnen betekenen. Ik heb dan ook het arrest van de rechtbank naast me neergelegd en ben verder gegaan met het liefdevol aanwezig blijven voor Els door haar regelmatig een berichtje te sturen. Ik kan dus elk ogenblik worden opgepakt en naar de gevangenis gestuurd worden.

Maar hoe kon ik nog proberen te redden wat er nog te redden viel? De woning was verkocht eind april 2018. Ik moest vertrekken op 24 mei. De notaris had de koopsom intussen ontvangen maar wij wachten nog altijd op onze eerste eurocent. Misschien een klein huisje af appartement kopen zat er dus niet in. Het zou huren worden.

Ik had als voorbereiding al eens naar huurprijzen gekeken. 500 € was het minste, voor een goedkoop appartement, slecht geïsoleerd, wat bijkomende kosten geeft. Dat terwijl het maximum bedrag dat ik aan huur zou mogen uitgeven berekend is op 422 €, tenminste als ik niet compleet in de armoede wil terecht komen.

Het was duidelijk dat ik op die korte tijd en zonder dat de vereffening/verdeling zou zijn afgerond, geen oplossing kon vinden.

Ik zocht een aantal zaken uit die ik vooral omwille van de emotionele waarde absoluut wilde proberen te redden. Ik laadde de auto vol zoveel ik kon.

Ik maakte een afscheidspakketje klaar voor Els met daarin de boeken van Christophe Lafosse en Ludo Driesen in de hoop dat Els die in een heldere periode toch eens zou lezen en zo misschien meer inzicht in haar situatie zou kunnen krijgen. Zoiets was me nochtans afgeraden door dr. Liessens. ‘Dat was werk voor professionelen’. Maar hoe krijg je een professioneel bij iemand die haar kan motiveren naar een professioneel te gaan die ze juist niet wil zien. Die eerste professioneel raakt niet eens bij haar. Enkel aanklampende bemoeizorg kan hier baat brengen. 12 jaar heb ik een oplossing gezocht en daarbij telkens gewezen op de noodzaak van deze aanpak. Maar intussen is zij +65 en zegt Christa Daens, verantwoordelijke voor het project bij het OPZ Geel, in haar mail dat Els er daarom niet meer voor in aanmerking komt. 12 jaar zoeken, zelf de oplossing aanbrengen maar telkens genegeerd worden en nu uitgesloten worden!?

Sinds ik op 24 mei vorig jaar de deur voor het laatst achter me dichttrok ben ik dakloos en heb het grootste deel van de tijd in mijn auto geleefd.

Ik ben lid geworden van verschillende Facebookgroepen die werken rond NAH. Zowel in België als in Nederland. De verhalen die je daar tegenkomt zijn schrijnend. Zo ook de verhalen die ik hoorde tijdens lotgenotencontacten.

Nadat ik een aantal verkennende berichten had geplaatst en ook een kleine enquête had opgestart maakte ik bekend dat ik iets aan deze schandalige toestand wilde doen en een petitie had opgestart. Dat ik meer aandacht wou voor de moeilijke situatie voor ieder van ons en dat ik wou dat er meer bekendheid wordt gegeven aan NAH en de gevolgen ervan. Dit naar de hele bevolking toe maar specifiek ook naar doelgroepen als dokters en andere zorg- en hulpverstrekkers, politiediensten, notarissen, advocaten, rechters. Ik hoopte dat mensen bereid zouden zijn uit de kast te komen en hun verhaal op te schrijven.

De reacties waren positief. Men bedankte me voor het initiatief en wenste me veel succes. Het is ook voor al die kwetsbare mensen dat ik dit doe. Laat ons niet en de kou staan. Laat de mensen weten wat er aan de hand is. Het kan ieder van ons op gelijk welk moment overkomen.

Uit een extrapolatie van cijfers uit Nederland heeft men in 2015 berekend dat er in België 300.000 mensen met een NAH waren en dat er elk jaar zo’n 50.000 bijkomen. Een hoog percentage van de bevolking heeft hier mee te maken, maar al te dikwijls zonder het te beseffen.

Ook daarom is er een drastische verandering nodig van de wijze van aanpakken.

De oplossingen zijn er maar men moet ze willen toe passen.

De voorlopige resultaten van mijn petitie kunt u hier inzien. U kunt ze ook vinden op: https://www.petities24.com/meer_ondersteuning_voor_mensen_met_nah_niet_aangeboren_hersenletsel_en_hun_omgeving?a=2

Uiteraard zou ik het erg op prijs stellen dat onze petitie zoveel mogelijk bekend wordt gemaakt. Het wordt tijd dat al deze kwetsbaren ook eens een stem krijgen.

Wie meer wil weten over ons persoonlijke verhaal verwijs ik naar mijn blogs https://www.dewereldmorgen.be/zoek?query=%22walter+raemaekers%22 op De Wereld Morgen, onder de titel ‘Mantelzorger 2.0’

Een aantal van de verhalen van anderen liggen hier ter inzage, omwille van privacy redenen zijn de meeste weliswaar geanonimiseerd.

 

Overal heb ik hulp gezocht maar telkens wordt de hete aardappel doorgeschoven. Ook de voorzitters van de politieke partijen werden aangeschreven om dit maatschappelijke probleem waar vele duizenden het slachtoffer van zijn aan te kaarten. Meestal krijg ik zelfs geen reactie. Soms doet men dit af als een te persoonlijk verhaal zodat alweer niets moet ondernomen worden om deze mensen te helpen. Telkens wordt geschermd met regels en mandaten om niets te moeten ondernemen. Maar regels en mandaten zijn arbitrair en kunnen dus aangepast worden. Dat is trouwens de taak van onze verkozenen. Dat is zelfs hun bestaansrecht.

 

Als er dit keer geen reactie komt zal ik in hongerstaking gaan, desnoods tot de finish. Ik hoop dat het niet zo ver hoeft te komen en dat eindelijk de beleidsverantwoordelijken hun verantwoordelijkheid, als vertegenwoordigers des volks zullen opnemen in verband met de NAH problematiek.

 

Mahatma Gandhi

Een samenleving moet worden beoordeeld naar de behandeling van haar minderheden.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!