Naar een economie die meer opbrengt dan zij kost: een denkoefening

Naar een economie die meer opbrengt dan zij kost: een denkoefening

donderdag 11 augustus 2011 20:30

‘De wereld staat waarschijnlijk aan de vooravond van weer een wereldwijde recessie, nog erger dan de vorige’, zo berichten ons op verontrustende toon de media op de avond van de 5e augustus 2011. Aanleiding is de afwaardering van de Amerikaanse dollar van triple A naar AA+. En zoals gewoonlijk blijken onze nieuwsvoorzieningen in staat stante pede deskundigen op te trommelen die komen vertellen hoe erg het allemaal zal worden, maar dat we desondanks na een tijd wel weer ‘uit het dal zullen klimmen’ met behulp van een neoliberaal beleid. De definitie van economische deskundigheid is in medialand kennelijk nog niet aan revisie toe! In ieder geval geldt dat de economische deskundigheid die daar bij voorkeur aan het woord komt, op een enkele uitzondering na die altijd per vergissing binnen kan sluipen, vrijwel geheel bestaat uit lieden met een uitgesproken vertrouwen in de ‘ vrije’ markt, het kapitalisme ofwel het neoliberalisme. Waarschijnlijk omdat ze daarin zijn opgeleid en er op enigerlei wijze persoonlijke belangen mee verweven zijn. ‘Deskundigen’ zonder alternatieve visies, die dus niet beter presteren dan het aandragen van oplossingen die – God betere het – gericht zijn op het herstel van de ‘vrije’ markt, die krachtens haar wezen met juist onvermijdelijke noodzaak recessies van steeds dreigender aard in het leven roept; ‘deskundigen’ die met het herstel van de ‘vrije’ markt de beste garantie afgeven voor nieuwe, steeds heviger recessies; ‘deskundigen’ die unaniem zijn in hun suggesties dat de oplossing moet komen van het volk, de working class people, aan wie ongevraagd en onbeschaamd telkens de middelen worden onttrokken ter bestrijding van door anderen, de financiële markten bijvoorbeeld, veroorzaakte recessies. ]

De kosten van het marktsysteem worden met een historische noodzaak in toenemende mate hoger dan de opbrengsten, en dit is niet blijvend te compenseren door oeverloze kredietopnames van de staat, fiscale cadeautjes voor de bedrijven en de rijken, en maatregelen die uiteindelijk de economie schaden, zoals bezuinigen tot er verder niets meer te bezuinigen valt: de bekende riedel van de neoliberale beleidsmaatregelen. Het systeem van de vrije markt zit tussen de bankschroef, en is dan ook onvermijdelijk gedoemd vergruisd te worden. Maar niets daarover bij de gevestigde en commerciële media, of zelfs bij politici. Het is daar nog altijd business as usual, handen af van de ‘vrije’ markt. Suggesties voor de oplossing van problemen blijven binnen de contouren van de ‘vrije’ markt en zijn zelfs bedoeld om de markt weer in ere te herstellen. Van kritische geluiden en postkapitalistische alternatieven kan men slechts kennis nemen aan gene zijde van de ‘vrije’ markt, omdat zij aan deze zijde geen podium vinden, en geheel naar genoegen van de neoliberalen met hun gevierd dogma van de vrijheid van meningsuiting, bijna onhoorbaar zijn. Dit blog probeert een kritisch geluid hoorbaar te maken van gene zijde, en een beeld te schetsen van de oorzaak, maar ook een mogelijke oplossing, van de crises/recessies.

DE BELANGRIJKSTE OORZAAK: MOORDENDE CONCURRENTIE EN BELENDENDE PERCELEN

Op de ‘vrije’ markt komt er een proces op gang of beter gezegd de ‘vrije’ markt is een proces, dat onvermijdelijk en noodzakelijk voert naar crises van overproductie en massawerkloosheid, sociale en ecologische crises, en de catastrofe van de speculatieve ‘casino-economie’ van de financiële markten. Het is de aard van het beestje. Paradoxaal genoeg zijn de techniek en de knowhow op allerlei terreinen ver genoeg gevorderd, zijn er mensen in overvloed voor de nodige arbeidskracht, en zijn er ook grondstoffen genoeg, om nu en later alle bewoners van deze aarde een bestaan in redelijke welvaart en welzijn te garanderen, in respect voor de natuur. Deze paradox alleen al zou een doorslaggevende argwaan moeten opwekken over de deugdelijkheid van de ‘vrije’ markt. Maar we hebben meer pijlen op de boog, waarover hieronder meer.

Zoals bekend proberen ondernemers hun goederen en diensten op de markt te verkopen, en zo winst te maken. De bron van die winst komt tot stand doordat de ondernemer de werkers minder uitbetaald dan de waarde van de producten die zij voortbrengen. De arbeiders krijgen voor een deel van hun arbeid dus geen loon. Dit verschil wordt meerwaarde genoemd. Deze meerwaarde is de bron van de winst voor de kapitalist. Door middel van de verkoop van producten op de markt wordt de daarin opgeslagen meerwaarde in klinkende munt, geld dus, omgezet. Maar bij die verkoop zijn de ondernemers concurrenten van elkaar. De consument kan zijn euro immers slechts één keer uitgeven. Deze concurrentie is een keiharde strijd, een strijd tussen rivalen, waarbij de ene ondernemer/industriële kapitalist zich alleen maar staande kan houden door de vernietiging van de andere. De overwinning van de één betekent het bedrijfsmatige einde van de andere: moordende concurrentie. Deze strijd speelt zich af zowel binnen eenzelfde industrietak als tussen de verschillende takken van industrie.

Om deze concurrentiestrijd niet te verliezen is het zaak voor de ondernemer om meer en goedkoper te produceren dan zijn concurrent. Dit streeft hij na door de vervanging van menselijke arbeid door machines, die sneller en efficiënter werken dan de mens, en die veel menselijke arbeid overbodig maken en dus zorgen voor een aanzienlijke besparing op de productiekosten. Dit is wat wordt genoemd kapitaalintensieve productie.

En omdat moordende concurrentie eigen is aan de ‘vrije’ markt en de techniek nooit stilstaat, komt er nooit een einde aan kapitaalintensieve productie. Met andere woorden, investering in telkens nieuwere, efficiëntere en ook duurdere machines die sneller en goedkoper produceren dan de concurrent, is vanwege de moordende concurrentie een blijvende noodzaak voor iedere kapitalistische ondernemer. Iedere productieronde moet een hogere winst genereren, teneinde voor de volgende ronde de aanschaf van weer nieuwe machines mogelijk te maken, die dan ook weer meer winst moeten renderen voor de investeringen in machines voor de volgende productieronde, en zo verder en zo meer. Een centraal kenmerk van het kapitalisme/’vrije’ markt is dan ook groeidwang: de noodzaak steeds meer winst te maken om de kapitaalintensieve productie te moderniseren en op te voeren. Deze moordende concurrentie en groeidwang betreffen niet alleen de industriële, maar ook de financiële sector.

Die aanschaf van telkens nieuwe en duurdere machines legt natuurlijk een grote druk op de winst, met als consequentie dat de winst op termijn te gering dreigt te worden om de altijd maar grotere investeringen te kunnen opbrengen. De kapitaalintensieve productie zorgt ervoor dat de gemiddelde winstvoet de tendens vertoont te dalen, in plaats van te stijgen. De tendentiële daling van de winstvoet is niet een incident, maar een onvermijdelijk en structureel crisisgegeven van de ‘’ vrije’ markt.

Een ander structureel crisisverschijnsel houdt verband met de groeidwang. De afzet van een steeds groeiende productie moet onvermijdelijk stagneren omdat de koopkracht altijd te gering is (bijvoorbeeld door meerwaardevorming) om die steeds groeiende productie te absorberen. Als dat koopkrachttekort kritisch wordt en ook de export bijna wereldwijd stil valt, ontstaat er een crisis van overproductie. De kapitalist zal dan zijn geld niet meer investeren, en betere tijden afwachten: gevolg massale sluiting van productiecapaciteit en massale werkloosheid. De huidige en wellicht de komende recessies zijn daar illustraties van.

Begeleidende crisisverschijnselen van de markt

1. Door de tendentiële daling van de winstvoet genereert het kapitalisme altijd te weinig geld voor een gedegen onderhoud van samenleving en natuur. Ecologische en sociale kosten worden ’gewoon’ afgewenteld.

2. De crisis van de markt creëert een armlastige staat: er stromen steeds minder reguliere staatsinkomsten binnen, terwijl de staat extra wordt belast vanwege leningen, giften, subsidies en belastingvermindering ten gunste van de concurrentiepositie van bedrijven die nationaal van belang zijn. Tegelijkertijd wordt zij ook nog sterk belast met uitgaven voor massawerkloosheid. Zij is daarom gedwongen grote sommen geld te lenen door het uitschrijven van obligaties, een van de hoofdredenen van de dreigende komende recessie.

3. ‘Casino-economie’: waar investering in de productieve sector vanwege de tendentiële daling van de winstvoet te weinig rendeert, is het verleidelijk om via een gok op toekomstige vooruitzichten winst na te streven. Dit is dan ook wat op grote schaal gebeurt. Dit is een risicovolle activiteit met vrijwel altijd zeer negatieve gevolgen voor de economie: geld besteed aan speculeren kan niet worden geïnvesteerd in de productieve sector; speculeren veroorzaakt opeenhoping van geld bij weinigen, wat weer nadelig is voor de consumptie; omdat het gokt op toekomstige ontwikkelingen kan het de samenleving in een recessie brengen als die verwachte ontwikkelingen uitblijven. Hier ligt de belangrijkste reden van de recessie waarvan we na 2007 tot nu toe last hebben(bijvoorbeeld rommelhypotheken van banken, waarin gegokt is op toekomstige gunstige ontwikkelingen die uitbleven).

De strijd tegen de tendentiële daling van de winstvoet geeft ook aanleiding tot maatregelen die iets zeggen over het morele gehalte van de ‘vrije’ markt. Zo is daar het imperialisme waardoor het westers kapitaal zich met geweld toegang verschaft tot vreemd grondgebied en grondstoffen. We zien ook de vestiging van productiecapaciteit in lagelonenlanden, wat bijdraagt aan een kapitaalstroom vanuit die landen naar het Westen, die vele malen groter is dan de stroom omgekeerd. Door de privatisering verliest de overheid, en met haar de samenleving, de democratische zeggenschap over economische aangelegenheden. Al deze maatregelen komen samen in de neoliberale globalisering, waarbij het doel voorop staat heel de wereld in het kapitalisme te integreren en zo dienstbaar te laten zijn aan de bestrijding van de tendentiële daling van de winstvoet, met als uiteindelijk doel de verrijking van de aandeelhouder/kapitalist. De neoliberale globalisering is de nieuwste telg in de strategie van de mondiale uitbuiting door het kapitaal.

WEG UIT DE HEL: EEN DENKOEFENING (of meer dan dat?)

Met de ‘vrije’ markt heeft de economie zich uit de maatschappij losgeweekt en is een doel op zichzelf geworden. Zij staat niet meer ten dienste aan de (internationale) samenleving, maar kan zichzelf alleen nog in stand houden op basis van de uitbuiting van mens en natuur. De allesoverheersende dominantie van het geld leidt tot niet langer te controleren economische, sociale en ecologische catastrofes. De oplossing van dit onheil is niet gelegen binnen de contouren van de ‘vrije’ markt. De remedie is het einde van die markt en de komst van een postkapitalistisch alternatief.

Economie losgekoppeld van het geld: een opgeschoonde economie

Ieder economisch stelsel, met een structuur waarin de maatschappelijke betekenis van de productiefactor arbeid wordt omgevormd en uitgedrukt in geldwaarde en waar het productieproces is gericht op meerwaardevorming, zal onvermijdelijk een samenleving voortbrengen, gekenmerkt door een tendentieel dalende gemiddelde winstvoet en groeidwang, en door productieverhoudingen die steeds meer en onherroepelijk de productiekrachten zullen remmen en economische crises zullen veroorzaken, die uiteindelijk het einde van dat economisch stelsel inluiden en wenselijk maken.

Dit ervaringsgegeven is het uitgangspunt van ons voorstel voor een economisch alternatief dat het kapitalisme vervangt, namelijk het postkapitalisme. In een economie waarin geen geld meer omgaat – die ‘opgeschoond’ is – zijn arbeid, goederen en diensten gratis. En juist omdat ze gratis zijn vervalt alle onheil die we van het kapitalisme en de ‘vrije’ markt kennen: geen moordende concurrentie of verplichte kapitaalintensieve productie, en afwezigheid van groeidwang, tendentiële daling van de winstvoet, overproductie, massawerkloosheid en sociale en ecologische crises. Zij maakt ook een staat mogelijk die alle middelen ter beschikking staan om haar taken uit te voeren, die niet meer armlastig is en daarom ook de democratie kan koesteren. Niet langer meer bestaat de gesel van beleggers en speculanten en de meer dan dubieuze rol van de financiële markten, die de wereld al zo vaak aan de afgrond hebben gebracht. Niet langer meer zien we nog inkomensonzekerheid, er worden geen belastingen meer geheven, en niet langer meer hoeft de wereldbevolking nog in armoede te creperen ter wille van de walgelijke, decadente en misdadige rijkdom van enkelen. Niet langer meer staan steeds meer woningen leeg terwijl het aantal daklozen met sprongen toeneemt. Omdat alles gratis is, ‘lonen’ ook imperialistische oorlogen niet meer. En omdat iedereen die daarvoor geschikt is aan het arbeidsproces kan deelnemen – arbeid is namelijk gratis – is een driedaagse werkweek mogelijk. Kortom, waar de rol van het geld is uitgespeeld, verschijnt de prioriteit van welzijn van mens en natuur.

Controle op aanschaf productiemiddelen, goederen en diensten

Productiemiddelen, goederen en diensten zijn gratis in het postkapitalisme. Dit betekent niet dat de verwerving en verstrekking ervan zonder meer en onvoorwaardelijk plaats kan vinden. Zij is gebonden aan bepaalde condities. De aanschaf van die productiemiddelen, goederen en diensten moet beantwoorden aan de werkelijke behoeften en tevens blijven binnen de draagkracht van het milieu. Zorg en respect voor natuur en milieu zijn prioriteiten van het postkapitalisme, en ook hierin onderscheidt het zich van de ‘vrije’ markt.

Voor wat betreft de aanschaf van productiemiddelen zou de aandacht bijvoorbeeld uit kunnen gaan naar een controle door een overheidsinstantie, die vanuit een totaaloverzicht verantwoorde beslissingen kan nemen. Een ondernemer dient daar een aanvraag en een plan in. Bij goedkeuring krijgt hij of zij de productiemiddelen gratis. En de ondernemer weet dat zijn onderneming geen geldelijke winst rendeert. De motieven tot ondernemen zijn in het postkapitalisme van een andere orde.

Ook de aanschaf van consumptiegoederen kan niet onvoorwaardelijk zijn. Ook hier dient een voorwaarde ingebouwd te worden, namelijk dat de totale consumptie een reële behoeftebevrediging mogelijk maakt, maar tevens in overeenstemming is met een productiehoeveelheid die de draagkracht van natuur en milieu niet overstijgt. Hiervoor zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan de toekenning van een voor ieder ongeveer gelijk periodiek budget, uitgekeerd door de overheid. In dat budget krijgt de postkapitalistische mens niet de beschikking over geld, want dat bestaat niet meer, maar over ‘vervuilingseenheden’ of ‘ecologische bestedingsruimte’. De ‘waarde’ of de ‘prijs’ die aan elk consumptiegoed wordt toegekend is een equivalent van de hoeveelheid vervuiling die optreedt tijdens de productie ervan. Met een biljet uit het periodiek budget van bijvoorbeeld 5 vervuilingseenheden, kan de postkapitalistische consument een product of dienst aanschaffen waarvoor bij de productie het milieu voor vijf eenheden is vervuild. De ‘waarde’ nu van het budget bestaat uit zoveel vervuilingseenheden dat een relatief welvarend leven mogelijk is en de totale consumptie blijft binnen de draagkracht van natuur en milieu.

Is er reden tot hoop?

Zolang de mensheid er niet in slaagt zich te ontdoen van de ‘vrije’ markt – het kapitalisme – zal de vraag of er op termijn hoop is voor alle leven op onze planeet, niet positief beantwoord kunnen worden. Denk maar aan de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, natuurrampen, zonnestralen die gevaarlijker worden, de vermindering van het aantal levende soorten, de toenemende vergiftiging van boden en water. En alsof dat nog niet genoeg is, de armen zullen armer worden en de rijken decadent en weerzinwekkend rijker. En als de wereldbevolking blijft toenemen en het zelfgenoegzame en riante leventje van de rijken bedreigt, zullen diezelfde rijken en hun machthebbers niet schromen een aanval te plegen op de wereldbevolking via de (moderne) medische wetenschap, voedselmanipulatie en allerlei vormen van fascistoïde politiek.

Is er nog hoop? Misschien dat onze kinds kinderen ten langen leste, op de puinhopen van de geschiedenis en overtuigd van en gewapend met deugdelijke economische, dat wil zeggen postkapitalistische alternatieven, het verloren paradijs weer kunnen hervinden door de vestiging van een economie, die het leven en de planeet weer respecteert en ondersteunt. Pas dan zullen er weer reden en tijd zijn voor hoop. Met ons voorstel van een postkapitalistisch alternatief van hierboven hebben we daar een bijdrage aan willen leveren. Een denkoefening, uiteraard gevoelig voor kritiek. Maar dan liefst opbouwende aanmerkingen. Kritiek van het verstarde en versteende ideologische bewustzijn dat alleen maar geldeconomisch kan denken, heeft eigenlijk al lang afgedaan, zonder dat dit bewustzijn zich daar zelf al van bewust is.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!