Monoculturele eisen in een multicultureel land
Turkije, Koerden, Pkk, EU, Minderheden -

Monoculturele eisen in een multicultureel land

dinsdag 9 maart 2010 09:56

Gezien de recente commotie rond de PKK en de Koerdische kwestie, vond ik het wel nog relevant om een thema van mijn thesis van onder het stof te halen. Hoewel dat laatste eigenlijk niet klopt, omdat er  tegenover enkele jaren geleden spijtg genoeg bitter weinig is veranderd in de thematiek. De komende dagen zal ik dan ook de andere thema’s plaatsen rond Turkije en de toetreding tot de EU.

Gelijke rechten voor iedereen en culturele diversiteit. Die begrippen staan in de basisbeginselen van de Europese Unie. In de aanloop naar de toetredingsonderhandelingen heeft Turkije een poging gedaan om de Koerden tevreden te stellen met enkele bijkomende rechten. Onvoldoende, volgens de Koerden.

Ankara. Overal wapperende Turkse vlaggen en in elke winkel zie je portretten van Atatürk. Ik, als buitenlander, heb wel een taalprobleem. Slechts een handvol Turken in Ankara spreken met mondjesmaat Engels. Zelfs al heb je een grote talenkennis, in Turkije kan je uiteindelijk maar met één taal terecht: het Turks. De straatcultuur in Turkije is heel opmerkelijk: Turken komen ’s avonds altijd samen op een café of terras thee drinken. Zelfs de jongeren lopen rond met Turkse vlaggen en bij elke voetbalmatch, zien we, naast de clubvlaggen, altijd Turkse vlaggen wapperen. Het voetbalgekke land staat als één blok achter hun nationale ploeg. Zelfs de Turken die in het buitenland verblijven, kijken massaal naar het voetbal van hun thuisland. Het is duidelijk: de Turken zijn enorm fier op hun land, ze zijn nationalisten in hart en nieren. Wanneer Turken op reis gaan, reizen ze bijna uitsluitend in eigen land;

Nationalisme aanwakkeren doet de Turkse politiek voortreffelijk. Andere identiteiten worden steevast de kop ingedrukt: betogingen worden handhandig neergeslagen, dwarsliggers belanden in de gevangenis, kranten worden de mond gesnoerd en de Koerden worden geweerd uit het Turkse parlement. In Turkije is, naast Atatürk zelf, de Turkse identiteit het hoogste goed in het land. De overheid doet haar best om alle inwoners van het land zich goed in hun vel te laten voelen. Lees: goed laten voelen als Turk..

Diversiteit
Dogu Ergil is professor politieke sociologie aan de uiversiteit van Ankara. Hij geeft verdere uitleg: “Het gaat niet om de Koerden, maar wel om de uitdrukking van collectieve identiteiten, wat officieel niet is toegelaten. Je mag evenmin een linkse aanhanger zijn want dan word je vervolgd. Het gaat ook niet om etniciteit. Je mag een jood, een Koerd of een Griek zijn, zolang je dat niet in het openbaar gebruikt als een politieke kwestie om rechten of eisen te stellen. De minister van Binnenlandse Zaken, die verantwoordelijk is voor de veiligheid van het land, is zelf een Koerd. Er waren in het verleden Koerdische presidenten en generaals. Maar ook de Turken en de moslims krijgen niet alle rechten. Moslims in Turkije mogen geen hoofddoek dragen in openbare gebouwen. Dat zijn ook Turken. De eerste minister heeft zelf bijna een jaar in de gevangenis gezeten. Het probleem ligt hem in het uiten van culturele diversiteit. De staat dringt aan op één cultuur en één officiële identiteit. Al de rest is volgens de staat pervers.”

Volgens professor Ergil hebben de Koerden het recht om Koerdisch te spreken. Maar ze mogen niet vragen dat de taal op school wordt aangeleerd of dat de media het Koerdisch gebruikt. Pleiten voor separatisme wordt zwaar bestraft. In vergelijking met België is het in Turkije de omgekeerde wereld. Turken in België hebben het recht om Turkse lessen of islamlessen te volgen in het officiële onderwijs. Andere minderheden kunnen ook specifieke rechten vragen. Maar niet in Turkije, wat ongetwijfeld een groot struikelblok is als Turkije bij de Europese Unie wil: “Het is niet in overeenstemming met de Europese wetgeving over culturele diversiteit, wat ook een deel is van de mensenrechten. Maar zo is het spijtig genoeg nu eenmaal in Turkije, het is een autoritair land”, aldus Ergil.

Europa is een grote mix van diversiteit. De kans is dan ook reëel dat Turkije problemen zal hebben om in de Europese Unie samen te leven met andere culturen, als dat zelfs niet in eigen land kan. Maar de Turkse overheid slaagt er voorlopig in om de bevolking rustig te houden. Zonder verzet van de Turkse bevolking, zal daar geen verandering in komen. Maar het grootste deel van de bevolking gelooft dat een erkenning van de Koerdische identiteit en taal een gevaar vormt voor de eenheid van het land. Volgens professor Ergil is dat ook de reden waarom een deel van de Turkse bevolking geen lid meer wil zijn van de Europese Unie. 

Er leven ongeveer 25 miljoen Koerden in Turkije. Dat maakt van hen de grootste minderheidsgroep in Turkije. De Koerden komen het meeste in contact met de Turkse autoriteiten omdat zij hun stem regelmatig laten horen. Die eis voor rechten mondde in 1978 uit tot de marxistische Arbeiderspartij PKK. Die partij ging zelfs een stap verder: het eiste onafhankelijkheid en wilde samen met de Koerden in de omringende landen Koerdistan oprichten.  Sinds 1984 woedt een guerrillastrijd tussen de PKK en het Turkse leger. Inmiddels heeft die strijd aan minstens 30.000 mensen het leven gekost. Begin jaren ’90 vluchtte Öcalan naar Syrië van waaruit hij de partij leidde. Veel Koerden hebben sympathie voor de PKK, maar ze beseffen ook dat al het geweld hen geen meter dichter brengt in hun strijd voor meer rechten. “PKK heeft een politieke vleugel zoals Sinn Féin. De partij heet DTP, de Turkse democratische partij maar het is heel afhankelijk van de gewapende vleugel”, aldus professor Ergil. 

Professor Ergil vergelijkt de 29-jarige strijd van de PKK met de maffia: “Je bent nooit volledig verlost van de maffia.” Volgens de professor blijft de PKK overleven dankzij de VS. Ze geven financiële steun aan de Koerden in Syrië en Iran: “De VS ondersteunen de PKK op alle vlakken. Maar de Koerdische regionale autoriteit in Irak heeft in het verleden met de PKK samen gevochten, want ze wilden geen vreemde, buitenlandse machthebber als president. Vandaag zorgen zij voor ‘safe havens’ voor de PKK in Irak. Ze weten dat de Turkse overheid geen liefhebber is van de Koerdische administratie in Irak. De PKK is dus een schuilkelder tegen Turkse agressie ten aanzien van Iraakse Koerden.  “

Familie van PKK`
Ik zet mijn tocht verder, meer bepaald naar Mardin, een bergachtige provincie in het zuidoosten van Turkije. Een groot contrast in vergelijking met grootsteden als Ankara en Istanbul. Veel minder luxe, veel minder mensen op straat en ook veel rustiger. In de gelijknamige stad Mardin heb ik een afspraak met Ferhan Türk van de Koerdische partij DTP. Ferhan Türk is de voorzitter van DTP Mardin. De stad Mardin is gelegen op een berg. Op de top van de berg staat een burcht waar nu hetleger zijn intrek genomen heeft. Vroeger was dat een groot kasteel op een rots. Later heeft men het gebruikt als voetbalstadion en nu is het een militaire basis. Ferhan heeft banden met de PKK: “We zijn familie, we leven samen. Mijn broer en zus waren PKK-militanten en stierven tijdens een vuurgevecht. Verder heb ik ook nog ooms en neven verloren die PKK-leden waren.” Ferhan weet dat het aanhoudende geweld geen oplossing kan bieden voor de Koerden. Daarom probeert de PKK langzamerhand de wapens neer te leggen. Vrede moet langs twee kanten komen. De PKK gelooft niet in de goede bedoelingen van de Turkse autoriteiten. Ferhan legt verder uit: “Vanaf 1993 hebben wij voor een andere politieke koers gekozen: de 25 miljoen Koerden in Turkije wilden wettelijke garanties. Onze identiteit en fundamentele rechten moesten erkend worden zodat we zonder scheuring kunnen samenleven. Maar de staat weigerde en stelde dat de PKK zich onvoorwardelijk moest overgeven. Ze mochten geen eisen stellen en moesten de wapens neerleggen. Voor de PKK was dat onaanvaardbaar. Als zij zich zouden overgeven, dan zou de staat hen onmiddellijk  opsluiten in de gevangenis. Als teken van goede wil heeft de PKK vier jaar geleden een negental PKK-militanten uit de bergen gehaald en naar de officiële instanties gestuurd. Ze zijn zich komen overgeven met hun wapens, samen met enkele niet-gewapende Europese sympathisanten. Maar de autoriteiten hebben hen gewoon opgepakt en opgesloten in de gevangenis gedurende vijftien jaar. Dat was nogmaals een teken dat de staat geen positieve stappen wil zetten en dus kan de PKK niet zomaar de wapens neerleggen.”

Sinds 1 september 2006 heeft de PKK eenzijdig staakt het vuren afgekondigd. Zij hebben de staat de tijd gegeven om te reageren tot 18 mei van dit jaar. Het is mogelijk geen toeval dat sinds lang op 23 mei de eerste bomaanslag is gebeurd in een winkelcentrum in Ulus, het oudste stadsgedeelte van de Turkse hoofdstad Ankara. De dader is intussen geïdentificeerd. Het gaat om de 28-jarige Guven Akkus, een vrouw die vroeger in de Turkse beweging zat. De Turkse autoriteiten beschuldigden na de aanslag de PKK, maar in een persbericht heeft de PKK de aanslagen scherp veroordeeld. Maar de Turkse staat blijft alle schuld op de Koerden te schuiven. Volgens Ferhan is dat niet de eerste keer. Om dat aan te tonen haalt hij de aanslag boven op een boekhandel in Semdinli: “De eigenaar van de boekhandel heeft de dader kunnen pakken. Toen bleek dat de dader een kolonel was van het leger. Een vroegere guerrilla die nu voor de staat werkt. Ze hadden een lijst van slachtoffers met zich mee, een dodenlijst. In de jaren ‘90 heeft de contraguerrilla onze volksvertegenwoordiger, Mehmet Sincar vermoord. Hij was de echtgenoot van Cihan Sincar, de huidige burgemeester van Kiziltepe. Soortgelijke aanslagen gebeurden meestal door de contraguerrilla’s. Zij vermoordden voornamelijk vooraanstaande mensen van de Koerdische Beweging. Kenan Evren, voormalig generaal, heeft in zijn memoires het volgende geschreven: ‘Toen ik commandant was, heb ik soortgelijke aanslagen gepleegd om de politie scherp te houden op het gevaar van terrorisme en om de PKK te beschuldigen.’ Dat staakt-het-vuren was op vraag van de DTP in de hoop dat de staat concrete stappen zou zetten. Bovendien was de bevolking het aanhoudende geweld moe. Ferhan: “Maar de staat had er geen oren naar, integendeel, ze hebben hun operaties opgedreven. Er zijn wel minder doden gevallen. De staat is de PKK blijven aanvallen. De PKK heeft zich enkel verdedigd. De DTP gaat binnenkort vragen aan de PKK om het staakt-het-vuren te verlengen om de rust te garanderen aan de bevolking. Oorlog is voor niemand goed.“

Hoewel de DTP een legale Koerdische partij is, heeft de partij geen volksvertegenwoordigers in het parlement. Alles heeft te maken met de kiesdrempel van 10%. “Wij hebben de vorige jaren pogingen gedaan, o.a. met andere politieke partijen en naamsveranderingen. Maar het was altijd moeilijk. Ondanks de samenwerking met de sociaal-democratische partij, SHP, hebben we de kiesdrempel niet gehaald. We behaalden slechts ongeveer 6%. Voor ons alleen was deelnemen aan de verkiezingen vrij moeilijk. Met SHP was het veel gemakkelijker om daar aan deel te nemen. We merkten op dat SHP in onze Koerdische regio’s bijna geen stemmen haalde. Alleen een beetje in het Westen, wat onvoldoende was. “In 2002 konden we niet naar de kiezers gaan en campagne voeren. De voornaamste reden was dat men niet wil dat de Koerden naar het parlement of naar de lokale gemeentebesturen zouden kunnen gaan. Achter deze politiek staat ook nog de militaire macht, die de staat nog altijd onder controle heeft. Daarom hebben we deze keer geprobeerd om via onafhankelijke kandidaten in het parlement te geraken, maar daar hebben ze alweer iets op gevonden. Elke onafhankelijke kandidaat stond vroeger apart op een stembrief. Nu staan alle onafhankelijken van verschillende partijen uit dezelfde regio op één lijst. Bovendien is het niet meer mogelijk om op gezichten te stemmen, enkel op namen. Bijna 50% van de Koerden zijn analfabeet of kunnen enkel Koerdisch praten. Daarom is het voor de Koerden heel moeilijk om hun eigen kandidaten te steunen. Ze weten niet goed welke de Koerdische kandidaten zijn en welke niet. Dat wetsvoorstel werd onmiddellijk aanvaard, terwijl het parlement het normaal gezien over alle voorstellen lang moeten debatteren … “, vertelt Ferhan verbitterd. 

Ondertussen ben ik bij de familie Kaygun. In de familie wordt veel gepraat over politiek en de komende presidentsverkiezingen. Balo, een man van 30, vertelt hoe de autoriteiten op een middeleeuwse manier de verkiezingen manipuleert: “In kleinere steden kijken de autoriteiten eerst voor welke partij je hebt gestemd, alvorens men de brief in de stembus stopt. Als de keuze hen niet bevalt, moeten ze op een andere partij stemmen. Bovendien intimideren de autoriteiten de bewoners. Indien zij stemmen voor de DTP, wordt gedreigd dat ze hun huis in brand zullen steken. In andere grotere steden in het zuidoosten zijn er grootgrondbezitters die de Koerden gebruiken om hun grond te bewerken. Bij verkiezingen zijn de Koerden verplicht om op de partij te stemmen die de voorkeur krijgt van de grootgrondbezitter. Wanneer ze niet gehoorzamen, krijgen ze niks van de oogst, mogen ze daar niet meer werken en krijgen ze geen loon meer.”

Maar volgens Ferhan doen de militairen ook hun best om de campagnes van de DTP te verstoren: “Wij gaan naar dorpen maar de militairen achtervolgen ons, soms met tien trucks, de bevolking wordt daardoor afgeschrikt. In sommige gevallen is het ‘anti-propaganda’. Wanneer we vragen waarom ze ons achtervolgen, zeggen ze dat ze dat doen om ons te beschermen en op andere momenten vereenzelvigen ze ons met de PKK. Zelfs gewoon op straat worden we geschaduwd door de autoriteiten.

In Turkije zitten heel wat Koerden in de gevangenis. Professor Ergil: “Niet omdat ze Koerden zijn, er zijn ook heel veel Turken die in de gevangenissen zitten wegens hun politieke artikels en meningen. De oorzaak ligt in het autoritaire karakter van de Turkse wetten en de dominantie van de staat over de maatschappij. Ze willen de pluraliteit in de maatschappij en de uiting ervan niet erkennen.” Ferhan: “In Turkije bestaat er een manier om belangrijke mensen te benoemen. Dat gebeurt door het woordje ‘sayin’ te plaatsen voor de naam van die persoon. Twee maanden geleden, hield ik een toespraak over de zieke Öcalan. Ik plaatste ‘sayin’ voor zijn naam. Daardoor werd ik gearresteerd en gedurende zes maanden opgesloten in de gevangenis. Er zijn nog mensen die voor dezelfde reden nog steeds een gevangenisstraf uitzitten van tien maanden. We blijven strijden voor onze eer en onze principes. Wij hebben een brief geschreven naar de overheid en gedreigd dat we ‘sayin’ blijven gebruiken indien ze ons blijven arresteren voor kleine feiten.”

Volgens professor Ergil zal een nieuwe president evenmin een oplossing bieden: “Het presidentschap is altijd al een post geweest die handelt in lijn met de militairen. Indien een president zou verkozen worden die meer gericht is naar de burgers, zouden het leger en het seculiere establishment zich daartegen verzetten. Want dan zou het gaan om een onafhankelijke president of een partizane president. Hoe dan ook, we hebben nood aan een president die niet de spreekbuis is van het leger of het establishment, wat ze nooit dulden. Dus een verkiezing voor een nieuwe president zou niets oplossen, tenzij de scheiding der machten in Turkije een realiteit wordt. De regering vloeit voort uit het Turkse parlement. Dus de uitvoerende en wetgevende machten zijn samengesmolten. Het Lager Hof is een deel van het ministerie van Justitie. Dus zijn zij op hun beurt een onderdeel van de uitvoerende macht. De rechters van het Hoger Gerechtshof worden aangesteld door de president, die het hoogst uitvoerende ambt bekleedt in Turkije. De macht wordt dus gekozen in Turkije. En het leger grijpt in in het politieke landschap. 

Professor Ergil meent dat Koerden al jaren met een dilemma zitten: “Als het Koerdische volk de PKK steunen en geweld als legale politiek beschouwen, respecteren zij zelf de democratische regels niet. Het gaat dus om de keuze tussen een liberale, autoritaire, gewelddadige of geweldloze politiek. In die materie verschillen Koerden en Turken dus niet veel van elkaar.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!