Molem met of zonder bagarre?

Molem met of zonder bagarre?

dinsdag 21 juni 2011 11:50

Molenbeek (Molem in de mond van jongeren) telde in 1995 68.000 inwoners. Vijftien jaar later zijn we hier in Molem bijna met z’n 100.000. Liefst 32.000 mensen zijn er dus bij gekomen in 15 jaar tijd.
St-Jans-Molenbeek (6km2) telt zo’n 92.000 inwoners. Officieel dan toch, want in realiteit huizen er ook mensen zonder papieren en dus zonder adres. Goed dus voor ruim 15.000 inwoners/km2.

Ter vergelijking: de residentiële buurgemeente Dilbeek telt 40.000 inwoners op 41km2. Gemiddeld 980 inwoners/km2.

Of dat andere Molenbeek: Molenbeek-Wersbeek in het Brabantse Bekkevoort. Daar huizen in de fusiegemeente zo’n 1.150 inwoners op 7,8km2. Of nog geen 150 inwoners/km2.

Ruim 15.000 inwoners/km2, overigens niet overal gelijkmatig gespreid over de gehele gemeente. Molenbeek is immers uitgestrekt. Er is  hoog- en laag-Molem, nieuw en oud.

Telkens als geprobeerd wordt om sociale woningen in nieuw-Molem te bouwen, start daar gegarandeerd een petitie. De toenemende concentratie vindt dus vooral in oud-Molem plaats, met zijn vier wijken: historisch Molem, Weststation, Hertogin en Havenwijk.
De Havenwijk op zijn beurt is ook weer uitgestrekt.

De hoofdzetel van de KBC ligt aan het kanaal aan de onderkant van de Havenwijk. Terwijl reclamebureau BBDO  (en tot voor kort Mortierbrigade) veel noordelijker gesitueerd is, zelfs aan de overkant van de Jubileumlaan. Nog steeds Havenwijk, maar niet echt meer kanaalzone. Eigenlijk ben je er bijna in Laken.

Als in welke uithoek van deze gemeente of regio echter iets negatiefs gebeurt, dan valt op dat het als mededeling in de media altijd over geheel ‘Molenbeek’ uitgesmeerd wordt. En je mag er jut op zeggen dat de Ribaucourtstraat erbij betrokken wordt. Hoewel die Ribaucourt niets met BBDO te maken heeft.

In dit geval liggen de Jubileumlaan en het Lakense Bockstaelplein veel dichterbij. Ik denk zelfs dat  heel wat Molenbekenaren niet weten waar reclamebureau BBDO of de Scheldestraat ligt.

En toch wordt het allemaal in Vlaanderen wel geassimileerd met Havenwijk én met Molenbeek. Wie nadien een deel van de prijs betaalt, zijn de Molenbeekse jongeren die voor een job ergens gaan solliciteren. “Waar woon je?” – “Molenbeek?” – (Oei…).

Wat is dan, volgens mij, de context waarin de problematiek van de inplanting van BBDO en Mortierbrigade gesitueerd moet worden? Hier staat een prachtig gebouw (vroeger van Meli), blijkbaar na een geslaagde renovatie overgenomen door BBDO.

Het stukje straat waar dit gebouw zich bevindt, is op zich best rustig en beantwoordt geenszins aan het smalle-straatjes-patroon dat met historisch-Molenbeek geassocieerd wordt.

Echter… er is een probleem. Als je de hoek omdraait kom je onmiddellijk bij twee grote blokken van sociale woningen uit, minstens 100 gezinnen opeen. Wie sociale woningen zegt in Molenbeek, weet dat de kans heel groot is dat het hier vaak om éénoudergezinnen zal gaan (met enkel een moeder) met veel kinderen.

Inderdaad, over het geheel van die wijk is 50% jonger dan 29 jaar; 1 op 3 gezinnen met kinderen is een éénoudergezin. Over de gehele wijk is  46% van de woningen minder dan 55 vierkante meter groot. De werkloosheid grijpt er vaak tot 3 generaties diep.

Dit zijn cijfers die men allemaal kan terugvinden op de officiële site van het Brussels gewest. Daar is het dus dat BBDO en Mortierbrigade zich zijn gaan inplanten in het kader van een gentrificatieproject, dit wil zeggen in een project van opwaardering van een wijk via doorgedreven renovatie van enkele magneet-gebouwen.

Een van de pijlers van het gemeentelijk beleid in Molenbeek is dat men vertrekkende van de uithoeken aan gentrificatie werkt. De inrichting van de straten onmiddellijk langs het kanaal is daar een duidelijk voorbeeld van. Men mag burgemeester Moureaux veel verwijten, maar men kan moeilijk loochenen dat hij erin slaagt om financiën aan te trekken om aan die renovatie te werken en dat hij daarbij een strategie blijkt te hebben.

Binnen die benadering ligt de Scheldestraat, waar BBDO ligt, echter duidelijk zeer geïsoleerd. Je beseft onmiddellijk wanneer je daar langskomt, dat dit soort renovatie hier mogelijk problemen kan oproepen.

Normaal moet een dergelijke inplanting zeer overlegd gebeuren. Een mooi, groot gebouw, met twee parkingruimtes ernaast afgezet met een draad en bovenop een prikkeldraad (een beetje zoals bij een militair domein) kan agressie wekken. Twee kleine speelruimtes liggen ernaast, echter niet voor adolescenten, maar voor kleuters en iets oudere kinderen en hun moeders. Voor adolescenten is er geen ruimte. 

Oké, die gasten moeten naar school gaan, ze moeten er goede manieren leren, ze moeten vrouwen leren respecteren… U hebt gelijk, beste lezer, maar een beetje ervaring leert, in zulke grootstedelijke omgeving, dat er problemen zullen opduiken. Hoeveel klassiekers in de criminologie moeten er nu nog gepubliceerd worden, die erop wijzen dat een grote bevolkingsdichtheid, met veel éénoudergezinnen, met een zwakke economische status en een multi-etnische samenstelling regelrecht tot adolescentie-deliquentie leiden? En die werken gaan niet over Molenbeek, maar gewoon over grootsteden overal ter wereld. Het zijn klassiekers in hun genre, geschreven na 1945.

Ondertussen is het zelfs al een half mirakel te noemen dat we in Molenbeek niet in toestanden belanden als in de ‘banlieus’ van Parijs, voor een deel ook omwille van  de kwaliteit van de sociale behuizing die er, alle krappe verhoudingen in acht genomen, te Brussel niet zo slecht bij ligt. En omwille van het feit dat de marginalisering niet ostentatief ten top gedreven wordt door deze mensen/inwoners en deze jongeren ook nog eens buiten de stad te duwen.

Ik praat het gedrag van een aantal jongeren uit deze wijken niet goed, verre van. Ik tracht een probleem te begrijpen en er uitwegen voor te vinden.

Is het probleem voor BBDO dankzij zulke analyse opgelost? Neen, maar ik heb de directie van BBDO wel opgebeld met de boodschap dat Foyer bereid was om met hen eens over de situatie en mogelijke strategieën te overleggen.

Als men echter alle heil verwacht van bewakingsfirma’s en politieblauw, dan doet men maar. Ik vrees echter dat die bewakers en politie daar de meeste uren met hun vingers zullen zitten draaien. De problemen zullen automatisch weer opduiken eenmaal dat de bewaking uit zicht is. Want de voedingsbodem, die blijft.

Wie opteert om zich in zulke wijken in te planten, verdient dank en waardering, maar moet wellicht ook beseffen dat het zeker in de beginperiode niet van een leien dakje zal lopen en dat er een reeks contacten en engagementen op te nemen zijn met de onmiddellijke buurt. Louter naar het gemeentebestuur of de politie kijken, volstaat niet.  Onze ervaring op Foyer leert dat zo’n investering in het lokale sociale weefsel na enige tijd heel goed kan meevallen.

Dit voorval of deze situatie tot een louter communautair probleem herleiden is nonsens. Dit is géén communautair maar een sociaal probleem.

Loredana Marchi, Directrice Regionaal integratiecentrum Foyer vzw
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!