De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Moeten SZ en overheid de ‘eenheid’ tussen arbeiders en bedienden betalen?

Moeten SZ en overheid de ‘eenheid’ tussen arbeiders en bedienden betalen?

maandag 7 februari 2011 13:49
Spread the love

In de media en dus ook bij de publieke opinie (die geen andere informatie krijgt) is er sinds enkele dagen een consensus gegroeid over de redenen waarom de bedienden het zogenaamde eenheidsstatuut bekritiseren. De werkgeversorganisaties en de meeste politici (die opeens het hoogste respect lijken te hebben voor ‘evenwichtige compromissen’) sluiten zich graag bij die consensus aan. Maar de consensus wordt gevoed door vooringenomen interpretaties en een zeer onvolledige weergave van de argumenten die de bediendevakbonden geformuleerd hebben. En uiteraard ook door de ingewikkeldheid en de technische moeilijkheidsgraad van het dossier.

BBTK-voorzitter Erwin De Deyn heeft elders in DeWereldMorgen (zie https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/02/04/pauli%E2%80%99s-pen-een-scherpe-pen-schrijft-niet-altijd-juist) erop gewezen dat de kritiek van de bedienden geen eerlijk forum krijgt in de media, en dat met name de journalisten van De Morgen niet eens de moeite doen om zich te informeren over wat zijn vakbondscentrale te vertellen heeft. Precies De Morgen, de enige Vlaamse krant die nog enigszins, op basis van een al lang vervlogen verleden, het imago had dat ze kritisch durft zijn tegenover de stem van de werkgevers en die van economisch-rechtse demagogen.

Daarom probeer ik hier zo bevattelijk mogelijk de essentie van het standpunt van de verontwaardigde bedienden uiteen te zetten, waarbij ik mij grotendeels baseer op het informatieblad Expresso dat de BBTK-militanten momenteel in hun bedrijven verspreiden.

Het ontwerp van ‘eenheidsstatuut’, een onderdeel van het (afgeschoten) IPA

Tijdens de eerste fase (2012-2017) zullen sommige arbeiders een iets grotere opzeggingsvergoeding krijgen, maar die vooruitgang wordt niet betaald door de werkgever, wel door de sociale zekerheid, dus de gemeenschap, dus door de arbeiders en bedienden. Voor de arbeiders met minder dan 5 jaar
dienst betekent de nieuwe regeling zelfs een verslechtering: de nettopremie bij ontslag wordt van € 1.666 verlaagd tot € 1.250. Er is een extra inkomensgarantie, maar de kost daarvan wordt volledig gedragen door de RVA, dus de sociale zekerheid. Voor de werkgever betekent dit geen enkele euro
meerkost.

Tijdens die eerste fase leveren de bedienden met een bruto maandloon dat lager is dan 2200 euro een stuk(je) opzegvergoeding in doordat die vergoeding vanaf 2016 per 5 jaar dienst niet meer 1 maand maar 4 weken zal bedragen (-8%). Voor bedienden die meer verdienen dan 2200 euro bruto per maand wordt 10% afgenomen van de zogenaamde formule Claeys (de formule waarnaar doorgaans verwezen wordt bij het bepalen van hun opzegtermijn en die ongeveer neerkomt op 1 maand per jaar dienst). Die inlevering zou gelden voor alle nieuwe contracten, dus ook voor bedienden die nu al aan het werk zijn en naar een andere werkgever overstappen. Het klopt dus niet dat alle huidige bedienden gespaard worden.

In de tweede fase, vanaf 2018, is het nog duidelijker dat de patroons de grote winnaars zijn in deze bedrieglijke harmonisering, die erop gericht is het ontslaan van een werknemer goedkoper te maken. De sociale zekerheid en de fiscus zullen namelijk blijvend (het gaat om een doel, niet om een tijdelijke overgangsregeling) moeten opdraaien voor een deel van de ontslagvergoeding.

Het eenheidsstatuut zal namelijk bestaan uit 3 delen: een deel bestaande uit een bruto-opzeggingstermijn (tijdens dewelke je nog moet werken), een deel bestaande uit een nettoloon zonder bedrijfsvoorheffing of RSZ-bijdrage en als derde deel een nettopremie ten laste van de RVA. Het grootste deel van de ontslagvergoeding voor beide categorieën zal dus belastingvrij zijn en ook vrij van bijdragen voor de sociale zekerheid, terwijl de ontslagen bedienden veel vroeger dan nu volledig ten laste komen van de RVA. Als het ontwerp van eenheidsstatuut het haalt, zullen alle nu bestaande afspraken rond extra ontslagvergoedingen – zoals die in heel wat sectoren bestaan –
worden afgeschaft en omgezet in een vaste, eenvormige formule van X weken per X jaren dienst. Er zal dus ook geen sprake meer zijn van sociale plannen, noch voor arbeiders noch voor bedienden, waarover vrij onderhandeld kan worden op basis van krachtsverhoudingen.

En hoewel de kloof tussen arbeiders en bedienden kleiner wordt, de inspanningen om de statuten bij elkaar te brengen, en de arbeiders de illusie te geven dat ze beter beschermd zijn tegen ontslag, liggen uitsluitend 1° bij de bedienden (met als zwaarste achteruitgang het feit dat de meerderheid van de bedienden – en ook de arbeiders die dat per cao verworven hebben – het recht verliezen om over een individuele en collectieve opzeggingsvergoeding te onderhandelen), 2° bij de overheid (belastingvrijstelling) en 3° bij de sociale zekerheid, terwijl het voor de werkgevers een zuivere winstoperatie is.

Conclusie: de arbeiders krijgen veel te weinig en zeker niet waar ze na jaren discriminatie recht op hebben en de bedienden leveren in terwijl het de werkgevers zijn die tweemaal langs de kassa passeren. Bij opzegvergoedingen en -termijnen draait alles om ontslagbescherming. Welnu, als dit hoofdstuk uit het IPA van kracht wordt zal het voor de werkgever gemakkelijker worden om bedienden èn arbeiders te ontslaan.

Dat wordt dan door de werkgevers, door de politieke rechterzijde, door de ACV-leiding (tegen hun bediendecentrales in) en door de media voorgesteld als een ‘evenwichtig compromis’!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!