De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Het Vlinderpaleis, nieuw gebouw, oude zeden? Foto: Fred Romero/CC BY-SA 2:0
Opinie, Open brief -

Minister van Justitie Van Tigchelt (Open VLD), wat doet u met onderzoek fraude lokale besturen door Audit Vlaanderen?

Justitieminister Paul Van Tichelt (Open VLD) beschikt over een positief injunctierecht. Concreet: hij kan aan de procureur het bevel geven om in een zaak te vervolgen. "Dat is slechts een aanzet om te doen wat hier in een democratische rechtsstaat moet gebeuren" volgens voormalig onderzoeksrechter Walter De Smedt.

dinsdag 18 juni 2024 09:48
Spread the love

 

Audit Vlaanderen is een onafhankelijk overheidsagentschap dat onderzoeken doet naar het functioneren van zowel de Vlaamse administratie als de lokale besturen. Die onderzoeken gaan enerzijds over de evaluatie van het systeem van organisatiebeheersing van de Vlaamse administratie en van de lokale besturen en over he formuleren van aanbevelingen.

Forensische audits?

Het agentschap doet anderzijds ook forensische audits. Een forensische audit is een geheel van auditactiviteiten, waarbij gegevens worden verzameld, gecontroleerd, bewerkt, geanalyseerd en gerapporteerd om de waarheid te achterhalen of om bewijzen te vinden, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn van mogelijke onregelmatigheden.

De primaire doelstelling van een dergelijke forensische audit is het vaststellen of er werkelijk indicaties zijn dat een misdrijf is gepleegd en, in voorkomend geval, het identificeren van de fraudeur(s) en het vaststellen van de fraudeomvang.

Uit het Jaarverslag 2022 Audit Vlaanderen blijkt dat forensische meldingen bij lokale besturen de voorbije jaren sterk zijn gestegen. In 2022 ontving Audit Vlaanderen 117 meldingen over lokale besturen. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van het jaar 2020.

In het verslag van de vergadering van de Vlaamse Commissie voor Binnenlands Bestuur gelijke kansen en Inburgering van 25 oktober 2022 verklaarde toenmalig Vlaams minister Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) (2019-2023):

“Sinds 2018 heeft Audit Vlaanderen twaalf forensische audits uitgevoerd, die minstens deels betrekking hadden op mogelijke belangenvermenging in hoofde van de lokale politieke mandatarissen op het vlak van ruimtelijk beleid. In de grote meerderheid van onze lokale besturen zijn er dus geen problemen hieromtrent gesignaleerd. U stelt tevens de vraag naar het aantal lopende zaken bij Audit Vlaanderen over dit type van belangenvermenging. Wel, op dit moment zijn er twee forensische audits lopende die betrekking hebben op dit onderwerp.”

(2019-2023). Foto: FrDr/CC BY-SA 4:0

Vlaams Parlementslid Staf Aerts (Groen) antwoordde daarop: “Maar als u zegt dat er twaalf gemeenten door een forensische audit gevat zijn sinds 2018 en er twee dossiers lopende zijn, dan gaat het om veertien dossiers op vier jaar tijd en is dat een signaal.” Het is dus de vraag wat er met dit “signaal” wordt gedaan.

De minister antwoordde daarop: ”Als er zich toch een probleem zou voordoen bij een bepaald besluit, dan kan dit besluit worden aangevochten bij de toezichthoudende overheid. Die kan de beslissing dan beoordelen en nagaan of er al dan niet sprake is van belangenvermenging. Als er sprake is van belangenvermenging, kan het bestreden besluit worden vernietigd. Ook de Raad van State kan de betwiste beslissing ten gronde onderzoeken. Het niet-naleven van de regels over belangenvermenging kan ook leiden tot schadeclaims tegen lokale besturen, alsook tot strafrechtelijke vervolging op basis van artikel 245 van het strafwetboek.”

Bart Somers. Foto: Vlaams Parlement/CC BY-SA 2:0

Kurt De Loor (Vooruit) vroeg vervolgens:”Bent u van mening dat onregelmatigheden die Audit Vlaanderen vaststelt, voldoende worden opgevolgd door de betrokken mandatarissen, en eventueel de betrokken besturen? Wordt er wel voldoende adequaat gereageerd door de mandatarissen nadat Audit Vlaanderen onregelmatigheden vaststelt? Tweede vraag: wat houdt het ‘verscherpt toezicht’ concreet in, en hoe wordt dit in de praktijk toegepast? Bent u van oordeel dat dit het verhoopte resultaat oplevert of zal opleveren?”

De minister antwoordde: ”Als een bestuur onder verscherpt toezicht wordt geplaatst, worden de beslissingen van het lokaal bestuur onder een vergrootglas gehouden. Dat is anders dan onder het gewone bestuurlijk toezicht, dat voornamelijk klachtgericht is. Er zal daarover altijd een overleg plaatsvinden tussen de toezichthoudende overheid en het betrokken bestuur. De toezichthoudende overheid kan dan ook concrete aandachts- en opvolgpunten meegeven aan het bestuur en dat verplichten daarover te rapporteren aan de toezichthoudende overheid. Mijn administratie ondersteunt mij en de gouverneurs, in de rol als toezichthoudende overheid, daarbij. Ze legt ook de standaard werkafspraken vast over het verloop van de procedure in het kader van de opvolging van de audits. Er zijn volgens mij voldoende instrumenten, zowel formele als informele, om problemen of vraagstukken over belangenvermenging proactief of repressief aan te pakken.”

En in de praktijk?

Zijn er ook in de praktijk, zoals de minister stelt, voldoende instrumenten, zowel formele als informele, om problemen of vraagstukken over belangenvermenging proactief of repressief aan te pakken?

Er is een symbooldossier waarin het antwoord op voorgaande vraag een erg duidelijk antwoord krijgt: het forensisch onderzoek over het beleid in de gemeente Boechout. In het daarover opgeleverde auditrapport werden door Audit Vlaanderen enerzijds zowat alle mogelijke disfuncties vastgesteld die een burgemeester in uitvoering van zijn ambt in de samenwerking met twee lokale bouwpromotoren kan begaan en werden anderzijds ernstige aanwijzingen van strafbare feiten, belangenvermenging en schending van het beroepsgeheim, vastgesteld.

Koen T’Sjien, burgemeester van Boechout. Foto: X KoenTSijen

Daarom werd het dossier ook via de Centrale Dienst voor Corruptiebestrijding aan de procureur bezorgd. Het is dus de vraag hoe enerzijds de hogere bestuurlijke overheden en anderzijds hoe de gerechtelijke hier in hebben gehandeld.

Ondanks de ernst en de veelheid aan feiten nam de minister enkel de maatregel om de gemeente onder ‘verscherpt toezicht’ te plaatsen. De minister haalde ook eigenmachtig en zonder tegenspraak het bewijs van corruptie, een telefoongesprek, uit het dossier omdat hij het gebruik ervan een schending van de privacy vond. De gouverneur nodigde de burgemeester uit voor een “gesprek” dat enkel over de aanbevelingen mocht gaan en niet over de vastgestelde “disfuncties”.

De procureur van zijn kant deed met het auditverslag aanvankelijk niets. Een benadeelde burger die tevens gemeenteraadslid van de oppositie is stapte daarop naar de onderzoeksrechter en stelde zich burgerlijke partij.

In dit geval gebeurde de aanstelling bij de onderzoeksrechter wat tot gevolg heeft dat die verplicht is het onderzoek te doen, zelfs wanneer de procureur de zaak heeft geseponeerd, zonder gevolg heeft gelaten. Dan komt de zaak na onderzoek voor de raadkamer van de rechtbank en die beslist of deze al dan niet aan de strafrechter moet worden voorgelegd.

Het ging hierin niet enkel over de door Audit Vlaanderen onderzochte feiten. Er werd ook klacht ingediend voor een strafbare poging tot corruptie waarvan de klager het bewijs aan het dossier toevoegde. Dit bewijs volgde uit een opgenomen telefoongesprek met zijn advocate. Zij stelde, op vraag van de advocaat van de burgemeester, voor om de klacht tegen één van de bouwpromotoren te laten vallen in ruil voor de erkenning van het door de burgemeester beweerde niet vergund tennisterrein van de klager.

Foto: Choinowski/CC BY-SA 4:0

Hoe het in het Vlinderpaleis3 met deze dossiers verliep is een merkwaardig verhaal. Veel moest de onderzoeksrechter niet onderzoeken vermits dat reeds was gedaan door de auditeurs van Audit Vlaanderen en op basis van aan het dossier gevoegde bewijsstukken, e-mailverkeer.

In zijn verhoor door de politie weigerde de burgemeester een verklaring af te leggen. De advocaten deden hetzelfde en beriepen zich op hun beroepsgeheim. De procureur ging daaarop met het dossier naar de rechtbank en vroeg buitenvervolgingstelling met als argument “daders onbekend”.

De rechtbank stelde vervolgens de behandeling uit omdat de klager een verzoek tot de onderzoeksrechter had gericht met de vraag het onderzoek verder te zetten en onder meer de verdachten in verdenking te stellen. De onderzoeksrechter weigerde echter daarop in te gaan omdat het volgens hem niets bijbracht aan de ‘waarheidsvinding’.

Als je de wijze nader bekijkt waarop in het Vlinderpaleis aan waarheidsvinding wordt gedaan, kan je daar ernstige bedenkingen aan toevoegen. Vooreerst is de waarheid reeds uitvoerig aangetoond door het auditverslag.

In dat verslag worden de betrokkenen volledig geïdentificeerd zoals dat ook in de klachten is gebeurd. De daders zijn zoals de procureur voorhoudt dus helemaal niet ‘onbekend’ gebleven. Het volstaat voor de onderzoeksrechter de verdachten te confronteren met de inhoud van het forensisch onderzoek en dit op te nemen in gerechtelijke akten.

Dat de burgemeester zich beroept op zijn zwijgrecht betekent niet dat daarmee het onderzoek moet worden stil gelegd. Over het gebruik van de opname van het telefoongesprek is er jurisprudentie van het Hof van Cassatie die het gebruik van telefoongesprekken als bewijs toelaat en de beoordeling aan de strafrechter overlaat.

Het door de advocaten opgeworpen beroepsgeheim is enkel bedoeld om de belangen van de cliënt te eerbiedigen, niet om de eigen misdrijven van een advocaat te verbergen. Voor de door een advocaat gestelde misdrijven kan geen enkele onschendbaarheid worden ingeroepen . Een advocaat moet zich als ieder andere burger verantwoorden.

Besluit

Wat moet je uit voorgaande vaststellingen en bedenkingen besluiten? Aan het door Audit Vlaanderen gevoerd onderzoek ligt het niet. Daarin worden de feiten aangehaald en besproken aan de hand van het e-mailverkeer tussen de burgemeester en zijn bevriende bouwpromotoren.

De bestuurlijke “disfuncties” worden aangetoond door duidelijke verwijzing naar voorschriften en deontologische regels. Voor de vaststelling dat er ook strafbare feiten in dit dossier zitten, onder meer herhaalde schendingen van het beroepsgeheim, werd ook het advies van het hoofdbestuur gevraagd. De voogdijminister vond dit echter allemaal onvoldoende om een tuchtonderzoek te openen.

Hij stelde de gemeente enkel onder ‘verscherpt toezicht’ wat een naar de regelgeving onbestaande en zelf bedachte maatregel is. De procureur legde het dossier opzij en beantwoordde de aanstelling bij de onderzoeksrechter door de klager als burgerlijke partij met de bewering dat de daders, die in de verschillende dossiers uitvoerig worden aangeduid, onbekend zijn gebleven.

In plaats van de feiten te vervolgen deed de procureur er aanvankelijk niets mee. Nadat de klager zich burgerlijke partij had gesteld deed de procureur het tegengestelde. Hij vorderde voor de raadkamer om het onderzoek van de onderzoeksrechter af te sluiten en bovendien een buitenvervolging uit te spreken op grond van “daders onbekend”.
De onderzoeksrechter hoorde zelf de advocaten maar beperkte zich tot het opnemen van hun bewering dat zij gebonden zijn door hun beroepsgeheim.

De onderzoeksrechter acteerde dat de burgemeester geen verklaring wenste af te leggen en de twee advocaten zich (onterecht) op hun beroepsgeheim beroepen om hetzelfde te doen. Vragen tot bijkomend onderzoek wees hij af omdat de waarheidsvinding er volgens hemzelf niet door wordt gediend.

Naar de burger toe is het ook opmerkenswaardig hoe dit dossier werd behandeld door het gemeentebestuur. Daar werd voorgehouden dat alles geheim moest worden gehouden. Bespreking op de gemeenteraad werd belet en doorgeschoven naar een nog op te richten deontologische commissie. Die commissie werd intussen samengesteld maar is een kopij van de gemeenteraad waarin de meerderheid beslist.

Kan je deze wijzen van afhandeling van een dossier behoorlijke bestuurlijke en gerechtelijke behandelingen noemen? Het antwoord is pijnlijk “neen”.

Waartoe dient het agentschap Audit Vlaanderen als het kundig, uitgebreid en onderbouwd forensisch onderzoek door deze bestuurlijke overheidsdienst enkel met een naar de regelgeving en naar de gevolgen onbestaande maatregel wordt beantwoord? Het is een grove miskenning van het bestaan en van de behoorlijke werking van dit agentschap.

Wat is de opdracht van de procureur in deze dossiers? Is hij niet de vertegenwoordiger van de maatschappij die moet zorgen voor de eerbiediging van het algemeen belang? Moeten de inwoners van de gemeente Boechout niet op hem kunnen rekenen om misdrijven die door hun burgemeester werden gepleegd te vervolgen? Wat deed de onderzoeksrechter met het forensisch onderzoek waarin alles behoorlijk werd onderzocht en aangegeven? Hij weigert zelfs het terechte verzoek tot verder onderzoek

Rapport gepubliceerd op 21 januari 2022.

De wijze waarop in deze dossiers niets werd gedaan geeft een meer dan onbehaaglijk gevoel. Wanneer je de opdrachten en bevoegdheden van de verschillende betrokken overheden bekijkt wordt dat gevoel ook door rationele elementen bevestigd.

Dit beeld van zowel de bestuurlijk-politieke als van de gerechtelijke afhandeling strookt met het somber beeld dat aangegeven werd in het rapport Vijfde Evaluatiecyclus – Conformiteitsverslag België van de GRECO (Europese Groep van staten tegen corruptie) van 21 januari 2022).

Dat rapport stelt vast dat België in de preventie van corruptie ten aanzien van parlementsleden, rechters en procureurs, slechts 2 van de 22 GRECO-aanbevelingen op afdoende wijze uitgevoerd of ter hand genomen heeft. Van de overige aanbevelingen werden er 2 gedeeltelijk geïmplementeerd en 18 helemaal niet.

Het geeft ook meer dan duidelijk aan waarom de Belgische justitie met een zware vertrouwenscrisis kampt en de helft van de Belgen er niet meer in geloven. Mag er ten slotte op gewezen worden dat deze wantoestand niet het gevolg is van een tekort aan regels of instellingen.

Eén maatregel is voldoende om voorgaande onbehoorlijkheid in goede banen te leiden. Justitieminister Paul Van Tichelt beschikt over een positief injunctierecht5. Hij kan aan de procureur het bevel geven om te vervolgen. Dat is slechts een aanzet om te doen wat hier in een democratische rechtsstaat moet gebeuren.

Laat de rechter in een openbaar en tegensprekelijk debat, waarin iedereen zijn zeg kan doen en zijn rechten kan uitoefenen, op gemotiveerde wijze uitspraak doen zodat de burger ook kan zien hoe recht wordt gedaan.

Dat is hier immers niet het geval, alles wordt zelfs in het werk gesteld om het niet te doen.

 

Notes (nvdr):

3   Dit is de naam die de Antwerpenaren geven aan het nieuwe gerechtsgebouw aan de Bolivarplaats in Antwerpen, een verwijzing naar de architectuur van het gebouw (zie foto).

5   Van het Latijnse woord ‘injunctio’, letterlijk ‘iets opleggen’. De minister heeft het recht om een bevel te geven aan het gerecht om een zaak te onderzoeken. Dat recht is ‘positief’, omdat het alleen recht geeft om een zaak te openen. De minister heeft immers niet het recht een bevel te geven om een rechtszaak NIET te openen of een lopende rechtszaak af te sluiten.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!