De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Militair geweld: wij kunnen er misschien maar beter het beste van maken

donderdag 3 maart 2022 10:49
Spread the love

In zijn opiniestuk van 29 II in De Standaard, dat van de redactie de titel meekreeg “Komt oorlogsgeweld maar van een kant?” tracht Gie Goris luidop denkend een verantwoording te geven voor het feit dat hijzelf en anderen de militaire vertolking van Poetins politiek niet had zien aankomen. In plaats van echter het goede te ontwaren in beperkt militair geweld, en op die manier ook te aanvaarden dat agressie een van de basale drijfveren is van de mens, geeft hij pogend het Westen evenveel schuld als de Russen onder hun president Poetin. Hij blijft met andere woorden steken in het wederzijds beschuldigen, het uitdelen van zwarte pieten. Goris komt met harde cijfers:  Voor 2020 zijn de cijfers de volgende. “Rusland gaf dat jaar 61,7 miljard dollar uit aan defensie, de VS 750 miljard, het VK 59,2 miljard, Duitsland 52,8 miljard en Frankrijk 52,7 miljard. De vier grootste Navo-landen geven per jaar opgeteld ruim 900 miljard dollar uit aan defensie, tegenover 62 miljard in Rusland.” Dat zijn verdiepende cijfers, die ook mij verrassen.

Misschien kan het toch een meer vruchtbare houding zijn, de realiteit te aanvaarden dat het fenomeen oorlog altijd zal bestaan. Te gaan voor het oorlog voeren op beperkte, beheerste en zoveel mogelijk ethisch en juridisch verantwoorde manier, dat is wellicht de beste optie. Een optie die Rik Torfs al een jaar of zes geleden naar voor bracht. Hij  was realist genoeg om te zien dat de vredesbeweging hopeloos naïef was. Er zijn overigens vele legitieme en goede redenen waarom een natie of een volk de wapens  kan verkiezen op te nemen. Van de Native American Indians die hebben getracht de grootscheepse landroof en (culturele) etnocide door de vroege Verenigde Staten tegen te gaan; over T. E. Lawrence “of Arabia” die de Arabische stammen verenigde en aanvoerde tijdens de eerste wereldoorlog  om het aanmatigende, militair machtige en wreedaardige Ottomaanse regime te bestrijden, tot Churchill en zijn generaals zoals Alan Brooke, Pug Ismay en Montgomery die met de hulp van Amerika en haar overmachtige industrie het Nazi-oorlogsgeweld en de Holocaust-ideologie na grote inspanningen, maar met uiteindelijk succes konden smoren.

De tijd lijkt rijp om Carl von Clausewitz opnieuw te bestuderen, die in zijn werk “Over oorlog” de georganiseerde militaire kracht beschouwde als de voortzetting van politiek in omstandigheden die  daarom vragen. Op een dieper niveau  kan ik iedereen de lectuur van het boek “Agressie” aanbevelen, dat de Duitste Nobelprijswinnaar Konrad Lorenz, expert over dierengedrag (ethologie) schreef als bekroning op zijn carrière. Zijn conclusie dat agressie bij de levende wezens hoort, inclusief de mens, heeft  nog niets aan scherpte ingeboet.

Wat meer realiteitszin zou ons sieren bij het beoordelen van verleden, heden en toekomst. Het laat zich raden dat de combinatie van eerzucht, machtswellust, nostalgie, gebrek aan bezwaren om tegenstanders te (laten) vermoorden en nu ook openlijke oorlogszucht die wij met Poetin meemaken, ten eeuwigen dagen kan de kop opsteken. Het risico dat een defensieve krijgsmacht dan op een dag ergens meer offensief kan ingezet worden, moeten wij er dan misschien maar bij nemen. Meer uitgaven voor defensie, herwaardering van het statuut van de soldaat, ik heb er zelf al enkele jaren via sociale media en via mijn blog voor gepleit. Soms is het niet onverdeeld leuk, gelijk te krijgen.

Update: op 3 maart komt het nieuws van de tweede secretaris van de Oekraïense ambassade dat al zeventig personen zich als vrijwillig strijder hebben opgegeven. 21 staan klaar om naar het oorlogsgebied te vertrekken; er is gebrek aan kleine bussen. Tom Ruys, hoogleraar oorlogsrecht geeft in De Standaard toelichting bij de voorwaarden die de soldaten van zulk “vreemdelingenlegioen” moeten volgen, zoals een internationaal paspoort dragen en een uniform of een gele band aan de arm. Wij krijgen informatie over het internationaal recht dat deze soldaten beperkte rechten geeft, zoals de vrije terugkeer naar het moederland bij afloop van de oorlog; met de vraag of Rusland die regels zal volgen, wanneer deze mensen “Prisoner of War” (POW) zouden worden. Als motivatie geven kandidaat soldaten op Oekraïne te willen verdedigen en de oostgrens van Europa.

 

  • De kandidaat-soldaten nemen een risico: de meesten hebben weinig of geen training ontvangen. Als combattant zullen zij wettelijk wel het combattantenprivilege genieten: het recht om een tegenstander, een mens, neer te schieten en eventueel te doden.De reporter, Thibaut Renson, meldt nog dat het natuurlijk weinig waarschijnlijk is dat de vrijwilligers-strijders die komen uit andere landen de balans militair zullen beïnvloeden, dat er door hun steun veldslagen zullen gewonnen worden, maar dat het psychologische, symbolische effect groot en welkom is voor het aangevallen land. Oekraïne kan zo het sentiment ervaren, er niet alleen voor te staan.

Stef Hublou

Historicus en publicist

 

[28 februari, eindredactie 3 maart 2022]

 

Illustratie

Een jonge Amerikaanse soldaat houdt tijdens de Slag om de Ardennen (16 december 1944 – eind januari 1945) enkele krijgsgevangen Duitse soldaten in bedwang met zijn wapen.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!