Mijn naam is niet vernoemd in de Reichstag

Mijn naam is niet vernoemd in de Reichstag

zaterdag 13 september 2014 10:47




Voor deze tweede blogbijdrage laten we voor het eerst een
oorlogsweigeraar aan het woord.  Arhur Gardiner pleitte in 1916
voor het recht op vrijstelling van militaire dienst op basis van
gewetensbezwaren.  En velen deden dat met hem.  Het beeld dat iedereen
begeesterd de loopgraven introk, klopt helemaal niet.  Hieronder een
gedetailleerd verslag van de hoorzitting zoals te vinden in de
arbeiderskrant The Worker.

Deze blog maakt deel uit van de campagne WaanVlucht.  Maandelijks laten we een jaar lang een deserteur of oorlogsweigeraar aan het woord.  Het is eens wat anders in deze tijden van 100 jaar Groote Oorlog.  Zie ook www.desertie.be

********

The Worker, SATURDAY, MARCH 25TH , 1916
Scenes at a Tribunal?
EXCITING INCIDENTS AT HUDDERSFIELD
APPLICATION BY A WELL-KNOWN SOCIALIST?
TRIBUNAL IMPRESSED AND POLICY CHANGED

The Worker, zaterdag 25 maart 1916
Scènes in de Rechtbank
Opwindende incidenten in Huddersfield
Verzoek van een welbekende socialist
Rechtbank onder de indruk en beleid veranderd

Er
was een dramatische zitting van de Huddersfield Military Service
Tribunal afgelopen maandagmiddag.  Een groot aantal verzoekers die omwille van
gewetensbezwaren militaire dienst wilden weigeren, zouden gehoord worden, en het
publiek volgde massaal de debatten.  De opkomst was zo groot
dat tientallen mensen de hele middag moesten rechtstaan?? en er gedrang
tot in de gangen was.  Een politieagent werd gestuurd om de menigte in
bedwang te houden …  Er hing van bij het begin van de zitting opwinding
in de lucht, maar een eerste reeks verhoren vond plaats
zonder  incidenten.  Toen echter de naam van Arthur Gardiner
werd afgeroepen en deze populaire socialistische voorman zich naar de
tafel begaf, barstte het publiek in een uitbundig gejuich los.  Wat
volgde beschrijven we hieronder.  Het is belangrijk te vermelden dat
tot dan elke vraag tot vrijstelling op basis van gewetensbezwaren werd afgewezen, maar dat na het betoog van Arthur Gardiner alle volgende
gevallen en ook hijzelf een tijdelijke vrijstelling verkregen.

Toen
het gejuich ter begroeting van Gardiner was gaan liggen, kondigde de
burgemeester (Ald. Blamires), die ook voorzitter van het Tribunaal was,
aan dat hij de zaal zou laten ontruimen en de zaak achter gesloten
deuren behandeld zou worden.  
Dit zorgde voor meer tumult en leden van
het publiek riepen dat verzoekers het recht hadden dat hun zaak publiek
gehoord werd.  Temidden van de drukte stond Mr Pickles, die voor de
Labour-partij lid was van het Tribunaal, op en zei : “Ik wil zeggen dat
we de zaak van de heer Arthur Gardiner behandelen, en Arthur Gardiner
zelf heeft geen enkele rol gespeeld in het rumoer van daarjuist.  Daarom
is het rechtvaardig dat we zijn zaak horen zoals alle anderen en dat de
demonstranten in de zaal hierbij gewaarschuwd zijn.”   
Burgemeester
:  Hoewel Arthur Gardiner geen directe band heeft met deze mensen, zijn
zij wel gekomen met een duidelijk doel om een meeting te houden.
Dhr. AP Crosland (militaire vertegenwoordiger) :  Moet ik de zaal ontruimen, mijnheer de Voorzitter ?
Gardiner (de ‘verzoeker’) :  Kan ik bezwaar maken ?  Heb ik het recht om nu het woord te nemen ?
Burgemeester
:  Even geduld.  Het Tribunaal is van mening dat deze zaak achter
gesloten deuren moet behandeld worden, maar dat de pers aanwezig mag
zijn.  (zich tot het publiek richtend)  Ik moet u vragen om de zaal te
verlaten.
Iemand uit het publiek :  Hij wil helemaal niet privé gehoord worden.
Gardiner :  Ik ben best bereid om privé gehoord te worden, op voorwaarde dat mijn getuigen achter mij kunnen blijven staan om de zaak te volgen.
Burgemeester :  Wie zegt dat we getuigen oproepen …
Gardiner :  Ik zal getuigen oproepen !
Burgemeester :  We zullen dit punt behandelen, wanneer het aan de orde is.  
Dhr Armitage (Lid van het Tribunaal) :  U heeft het recht beroep aan te tekenen tegen deze beslissing.                                                                                                         Publiek :  Laten we oprotten.  Het is een bende schurken.

Een predikant komt tussenbeide

De
 gemoederen geraakten nu pas goed verhit in de zaal en de leden van het
Tribunaal zaten er hulpeloos bij.  Eerwaarde heer E.E. Lark van de
United Methodist Church Paddock stapte naar voren en sprak de
burgemeester aan. Hij zei dat er, voor zover hij wist, vooraf
afgesproken was om te applaudisseren voor Arthur Gardiner, die zeer
populair was in de socialistische beweging. Hij (de spreker) hoopte dat
de burgemeester in het algemeen belang het applaus over het hoofd zou
zien en zou terugkomen op zijn besluit.
Gardiner :  Om elke twijfel
bij het Tribunaal weg te nemen, ik persoonlijk was meer verbaasd dan de
leden van het Tribunaal. Er was helemaal niets afgesproken. Misschien
kan ik het applaus en de bijval verklaren, omdat ik duidelijke
anti-oorlogsstandpunten heb ingenomen in tijden van vrede én in tijden
van oorlog. (“Ja ja”)
Crosland :  Dit heeft niets te maken met de heer Gardiner. De menigte zelf misdraagt zich.
E.H.
Lark
:  Het gaat niet om wangedrag, Mijnheer de Burgemeester, maar om
zeer sterke gevoelens.  En dat mag niet in het nadeel spelen van de
verzoeker.
Burgemeester :  We zijn hier in een zeer moeilijke situatie en we doen ons best. (Gelach)
Dhr.
TH Beaumont
(uit het publiek) :  We hebben helemaal niets tegen u of
tegen het Tribunaal. We willen dat de zaak behandeld wordt.  Als burgers
hebben wij een recht van spreken.
Burgemeester :  Ik zal geen verdere discussie dulden.
Publiek :  Dan zullen we hier de nacht doorbrengen.
Nog iemand :  Het is geen eerlijk proces als het achter gesloten deuren gehouden wordt. (Geroep “Free Speech!”)
Publiek :  Kun je ons eruit gooien zonder enige hulp ?
Een vrouw betwijfelde of het Tribunaal wel het recht heeft om de zaal te ontruimen tegen de wensen van de verzoeker in.
Publiek :  Het is tegen de wet.

Het recht op een openbare hoorzitting

Burgemeester
:  Hij heeft het recht in deze zaak privé gehoord te worden.
(Verzoeker: “Ik wil het niet!”) En ik heb dat recht ook. Na dit protest
zal ik deze zaak zeker en vast privé behandelen.  De pers mag aanwezig
zijn en u zult van hen een verslag krijgen.
Stemmen :  Ik zou het niet nemen, Gardiner. (“Ja, ja”)
Een jonge man stapte naar voren en bood zijn excuses als leider van het protest aan.
Burgemeester :  Je bent in overtreding, meneer, en ik wil u niet horen.  (Luid gelach)
De spanning liep op en de burgemeester zei dat hij naar een andere zaal zou uitwijken, als het publiek niet wilde weggaan.
Gardiner
:  Kunnen we duidelijkheid krijgen op welke clausule in de instructies
aan de lokale rechtbanken of op welke wet de Voorzitter zich baseert om
de zaal te laten ontruimen ?  U kan alleen achter gesloten deuren
zetelen, indien de verzoeker zelf erom vraagt??.
Griffier (dhr. JH
Field) :  Ik adviseer het Tribunaal, dat het zelf de macht heeft om naar
eigen goeddunken te beslissen of het een zaak privé wil behandelen, en
dit is onafhankelijk van de wens van verzoeker.
Gardiner :  Dat gaat in tegen mijn wens om de zaak in het openbaar te behandelen ?
Griffier :  Ja.

De stelling van de griffier betwist
Gardiner :  Er is geen clausule in de instructies of in de wet die men in die zin kan interpreteren.
Griffier :  U blijft aandringen dat de zitting openbaar moet zijn ?
Gardiner :  Ja, dat is wat ik bedoeld heb.
Na een korte pauze vraagt ??de heer Armitage :  “Wel, meneer de Burgemeester, wat gaan we doen ?”
De
burgemeester antwoordde dat het onmogelijk was om de zitting te laten
doorgaan in aanwezigheid van een boel mensen die er een vertoning van
willen maken.
Publiek :  En wat als we ons ertoe verplichten om geen amok meer te maken …
Een andere stem :  Geen toegevingen … !
Nog
een andere
:  Ik dacht dat het Tribunaal een rechtbank was en niet een
absolutistisch vergaderclubje. (Applaus)  We pochen zoveel op onze
Britse Vrijheden.  Waarom dan nu het spel niet eerlijk spelen ?  U zegt
dat u tegen de Duitse methoden bent, en toch gaat u ze nu volgen.
Burgemeester :  Ik wilde deze man eerlijk kans geven, maar ik kan geen woord verstaan van wat hij zegt.
Iemand uit het publiek :  Graag een frisse voorzitter dan. (Gelach)
Burgemeester :  Ik denk niet, beste vrienden, dat jullie eerlijk handelen. (“Oh, oh!”)
Iemand
uit het publiek klom achteraan de zaal op een verhoog en sprak het
Tribunaal direct toe.  Hij vroeg op welke grond ze het recht op een
openbare zitting willen ontzeggen, tenzij het
de bedoeling is om op deze manier hun appreciatie van de heer Gardiner
te tonen.

Gardiner doet een voorstel
Burgemeester :  Dit is geen openbaar tribunaal.  Het publiek heeft het recht aanwezig te zijn, zolang het zich weet te gedragen.
Publiek :  Hebben we ons misdragen?
Gardiner
:  Als ik een beroep doe op het publiek om geen verder tumult te maken
tijdens de hoorzitting over mijn geval, kunt u dan daarmee tevreden zijn ?
Burgemeester :  Kan u antwoorden voor deze mensen ?
Gardiner zei dat als hij een beroep op hen doet, hij ervan overtuigd is dat ze zullen luisteren.
Crosland :  Zij zullen zich niet aan uw woord houden.
Iemand uit het publiek :  Wij hebben meer vertrouwen in Gardiner dan in het Tribunaal.
Burgemeester :  Jullie hebben een hoge pet op van Gardiner ?
Stemmen :  Meer dan van u.
Pickles :  Het lijkt me beter niet op die manier tussen te komen.
Gardiner
:  Ik ben niet verantwoordelijk voor het gedrag van deze mensen, maar
ik ben bereid een appèl op hen te doen en ik denk wel dat ze daar
oren naar zullen hebben.  Als er toch nog tumult ontstaat, ben ik bereid
om mijn zaak verder achter gesloten deuren te laten behandelen.
Burgemeester
:  Ik heb deze mensen al eens tot de orde geroepen. Nu is het uw
beurt.  Bij de eerste onderbreking zal ik de zitting opschorten en
ze voortzetten in een andere zaal.

Komst van de politie
Gardiner richt zich vervolgens tot het publiek.  Terwijl hij sprak, kwam de
korpschef de zaal binnen en politieagenten verspreidden zich in de gang.

“Vrouwen en mannen,” zei Gardiner, “ik doe een beroep op jullie
geen verdere protesten te laten horen tijdens de hoorzitting over mijn
zaak.  Indien aan mij en aan onze kameraden geen recht gedaan wordt, dan
vraag ik nu aan jullie geen rekening met mij te houden. Ik ben hier
gewoon als spreekbuis voor de overtuigingen en gewetensbezwaren van
mensen uit verschillende partijen en organisaties die principes hebben
zoals ik en die de internationale solidariteit van de arbeiders hoger
inschatten dan al het andere.  Omdat ik een eerlijke behandeling wil en
geen gunsten, vraag ik u tijdens de behandeling van mijn zaak niet te
roepen of op een andere manier tussen te komen.”  (Bijval)
Burgemeester :  Dit is geen proces.
Gardiner :  Ik denk het wel.
De hoorzitting werd daarna hervat.

“Ik heb geen land.”
In
zijn betoog zei Gardiner dat hij 26 jaar oud was en als wol- en
katoenverver werkte.  Hij kon niet op een gewetensvolle manier deelnemen
aan gewapende of ongewapende militaire dienst.  Een aantal jaren had
hij zijn tijd en energie zowel publiek als privaat besteed aan de
economische en morele verheffing van de mensheid.  Hij verzette zich
tegen alle vormen van militarisme en was er vast van overtuigd dat
het schadelijk is voor het welzijn van alle volkeren.
Mvr. Crosland :  Kan u enig bewijs voorleggen dat uw overtuiging niet van recente datum is ?
Gardiner
:  Ja, ik kan dit Tribunaal daarvan overtuigen.  Ik kan vrouwen en
mannen laten oproepen die kunnen bevestigen dat ik al vele jaren pleit
voor mijn anti-militaristische opvattingen en voor de onaantastbaarheid
van het menselijk leven.
Mvr. Crosland  :  U bent tegen het
militarisme. Ik ben dat ook, en ben dat altijd geweest.  Dat is geen
reden waarom men niet zou vechten voor zijn land.
Gardiner :   Ik heb geen land.
Mvr. Crosland :  Wat doet u hier zonder land ?  Waarom ontvangt u alle voordelen van een burger als u geen land hebt ?
Gardiner
:  De voordelen die ik ontvang, zijn allemaal verkregen door de
arbeidersbeweging die ze heeft afgedwongen van de heersende klasse. Ik
ben vanmiddag hier om een van de vrijheden te verdedigen die we thans
genieten, de vrijheid van geweten.  
Dhr. Crosland suggereert ongewapende dienst. 
Burgemeester :  hij verzet zich tegen gewapende en ongewapende dienst en beroept zich daarvoor op gewetensbezwaren.
Gardiner :  Mijn bezwaar betreft niet alleen het doden van een ander mens, maar ook het hanteren van munitie.

Bereid om het land te verlaten
Burgemeester :  Je hebt blijkbaar geen bezwaar om hier te schuilen achter de dappere mannen die wel zijn gaan vechten ?
Gardiner :  Ik ben best bereid om het land te verlaten als u mij dat zou toelaten.
Crosland :  Er zijn mensen die heel blij zouden zijn om zich zo van u te ontdoen, indien u dat op eigen kosten zou doen.
Gardiner :  Ik ben bereid om zelf voor alle kosten op te komen, indien u me zou toestaan ??om het land te verlaten.
Burgemeester :  U zou van de regen in de drop kunnen belanden. Naar welk land zou u gaan ?
Gardiner :  Ik denk dat ik dat niet aan het Tribunaal moet vertellen.  Het is niet van belang naar welk land ik zou gaan.
Burgemeester :  Naar Duitsland misschien? 
Gardiner :  Misschien wel.  Ik zou er niet slechter af zijn dan hier.  Ik denk dat u geen benul heeft waarover het gaat.
Burgemeester :  Dat hangt ervan af.  Dat gewetensbezwarengedoe is zo’n lege doos.  
Gardiner :  Nee, het geweten is een materieel ding. U bent misschien niet in staat om het te begrijpen, maar andere mensen wel.
“De
economische en morele verheffing van de mensheid …”, mijmerde de
burgemeester.  “Precies. Zowel de Duitse als de Britse”, voegde Gardiner
eraan toe.

Visies op regeren
Dhr Armitage :  Ik weet niet wat u juist van plan bent.
Gardiner
:  Het Tribunaal is het met me eens, dat ik een nobel ideaal verdedig. 
En ik vraag u om de kans te krijgen om de hoofd- en de zijwegen aan de mensen te mogen leggen die in mijn visie bewandeld moeten worden om oorlogen te voorkomen.
Burgemeester :  U kunt de mensen daarvan
overtuigen in tijden van vrede, maar als hun bloed kookt, dan
moet iets gedaan worden om het te stoppen, en dat kan alleen met fysieke middelen.
Gardiner :  Je kunt nooit militarisme met militarisme uitroeien.
Burgemeester :  Uw beweging is in de minderheid.
Gardiner
:  Alle bewegingen beginnen vanuit minderheden.  Het zijn minderheden
die oorlogen uitvechten.  Als u het aan de mensen zou overlaten,
dan zou de oorlog al lang beëindigd zijn.  
Burgemeester :  De mensen van dit land handelen via de regering.
Gardiner :  Ja, en de regering is een minderheid.
Burgemeester :  En jullie zijn een minderheid die zich verzetten tegen de weloverwogen actie van uw eigen vertegenwoordigers.
Gardiner :  Maar dat betekent nog niet dat de minderheid gelijk heeft.
Burgemeester
:  Maar het is een feit.  Er is waarschijnlijk wel een minderheid in
Duitsland ook.  Het is allemaal een kwestie van fysieke overmacht.
Gardiner
:  Dat kan ik niet accepteren.  Als Duitsland ons met fysieke kracht
zou overwinnen, denkt u dan dat de militaristen in dit land tevreden
zullen zijn ?  
Het was even stil, en Gardiner voegde er nog aan toe
:  “Ik ben ervan overtuigd dat de belangen van de Duitse arbeiders
identiek zijn aan die van de Engelse arbeiders.  En om die reden kan ik
niet opmarcheren tegen hen en zal ik dat ook niet doen.

Niet vernoemd in de Reichstag
Crosland :  En u zal geen ongewapende verrichten ?
Gardiner :  Geen sprake van !
Burgemeester :  Ze vechten tegen Engeland !
Gardiner :  Wel, ze vechten niet tegen mij.  
Burgemeester :  Nou, u bent geen aparte entiteit in dit rijk.
Gardiner :  Nee, maar ik denk niet dat mijn naam vernoemd werd in de Duitse Rijksdag. (Gelach)  
Burgemeester :  Het zou absurd geweest zijn om dat te doen.
Gardiner
:  Absoluut.  Het is niet mijn schuld dat ik hier geboren ben.  Ik moet
daarvoor niet geprezen worden en ik hoef me daarvoor ook niet schuldig te
voelen.
Burgemeester :  Maar je hebt wel het geluk dat je hier geboren bent.
Gardiner :  Dat kan zijn.
Burgemeester :  Wel, ik ben blij dat u toch zoveel toegeeft.
De burgemeester wendde zich dan tot de andere leden van het Tribunaal en vroeg of ze hiermee voort konden.
Armitage :  Hij maakt bezwaar tegen het ene zowel als het andere, en ik zou dit niet aanvaarden, voorzitter.
Pickles :  Ik denk dat de heer Gardiner zijn zaak op een voortreffelijke manier naar voor gebracht heeft.
Armitage :  Maar hij heeft zo’n merkwaardige ideeën.  Ze kunnen niet uitgevoerd worden.
Pickles
:  Ik zou aan de griffier willen vragen of dit Tribunaal de bevoegdheid
heeft om hem op grond van gewetensbezwaren vrij te stellen.
Gardiner
:  de heer Armitage zegt dat ik merkwaardige ideeën heb.  Het is niet
omdat u het met mij oneens bent, dat dit betekent dat ik deze standpunten
niet mag hebben.

Verzet van de Militaire Vertegenwoordiger
De heer Crosland zei dat wat hem betreft dit geval niet anders was dan de andere.
Burgemeester
:  Ik denk dat hij vasthoudendheid in zijn denkbeelden bewezen heeft.
Dat is wel anders dan de anderen. Ik heb het gevoel dat we misschien …

Crosland :  Tot welke gezindte behoort u ?
Gardiner :  Ik ben atheïst.
Burgemeester :  Hebben atheïsten een geweten volgens u ?
Gardiner :  Oh ja !  Ik ben lid van de Britse Socialistische Partij en van de Socialistische Zondagsschool.
Crosland :  Ik zou weigeren.  Wat u ook doet, ik zal me tegen uw beslissing keren.
Burgemeester :  Dat zal niet het minste verschil maken.
Crosland :  Het is zo vreemd om een man te horen praten zoals hij dat doet.
Burgemeester :  Ik denk dat ik me ga terugtrekken.

Het
Tribunaal trok zich terug en beraadslaagde gedurende twintig minuten. 
Tijdens de pauze sprak de E.H. Lark de hoop uit dat er na de terugkomst
van de rechtbank en de voorlezing van het verdict geen protesten zouden
zijn.  Er moesten nog veel andere belangrijke zaken volgen, en hij wilde
de overeenkomst niet breken die gemaakt was in aanwezigheid van de
burgemeester en de heer Gardiner.

Het verdict
Na de terugkeer van
het Tribunaal zei de burgemeester dat ze enige moeite hadden gehad om
tot een beslissing te komen, maar dat ze  bij meerderheid besloten
hadden, dat de verzoeker zich terecht een gewetensbezwaarde mag noemen. 
Ze betreurden dat een man van zijn talenten en vaardigheden niet kon
inzien dat de belangen van zijn land op dit moment in een tegengestelde
richting gaan.  Maar gelet op het feit dat zij geloofden in de
oprechtheid van zijn overtuigingen, verordenden ze een tijdelijke
vrijstelling voor twee maanden die kan uitgbreid worden naar vier
maanden.
Gardiner :  Ik kan de beslissing niet accepteren.  Ik denk dat ik het recht heb om in beroep te gaan.
De burgemeester zei dat hij daarop hoopte.  Hij wilde dat de zaak verder onderzocht werd.

NvdR
:  In beroep werd het verzoek van Arthur Gardiner verworpen.  Hij werd met vijf andere dienstweigeraars naar het front gestuurd en een grote massa nam afscheid van hen in Huddersfield Railway Station en zong er The Red Flag.  De overheid behandelde deze deisntweigeraars als criminelen en velen onder hen werden eerst naar tuchtkampen zoals Richmond Castle gestuurd, vooraleer ze op de boot naar Frankrijk werde gezet.  Na de oorlog hadden vele dienstweigeraars die overleefd hadden, het moeilijk om zich opnieuw een plaats in de gemeenschap te verwerven.  Voor Arthur Gardiner liep het anders.  Hij zou het nog tot burgemeester van Huddersfield maken.  



A Crowd of conscientious objectors to military service during the first world war at a special prison camp. Photograph: Hulton-Deutsch Collection/Corbis




dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!