De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Memoires van een covid-trol. (6)

woensdag 1 september 2021 20:04
Spread the love

Ik had geen zicht op wie de Gezondheidsbeweging leidde noch had ik enig idee met hoeveel wij waren. Ik was slechts een radertje in die hele machine. En dan nog eentje dat helemaal aan het uiteinde ervan bungelde. Ik heb nooit misbruik gemaakt van mijn positie en ik had op een mailtje na, helemaal in het begin, slechts contact met mijn vriend en Ron-Nie, mijn collega-sparringpartner. Van de rest wist ik niets behalve de officiële berichten die online werden verspreid.

Zoals ik reeds vertelde, was dit voor mij ook maar een spel. Ik ben maar een kleine garnaal. Ik begrijp dat iedereen op een gegeven moment zijn of haar hoofd wel eens moet buigen voor iets of iemand. Ik kies dan al gauw de weg van de minste weerstand. Waarom moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan? Dat is mijn standpunt. Ben ik daarom een lafaard, laat staan een crimineel?

Van mijn vriend heb ik nadien niets meer gehoord. Het is te zeggen, niet meer van hemzelf. Ik heb wel vernomen dat hij ergens is opgepakt met een valies vol geld. Het stond in de krant. Daar viel dus niet aan te twijfelen. Ikzelf heb er niets aan overgehouden. Juist genoeg om te overleven. Dat kan je nagaan aan de hand van mijn loonfiches en bankafschriften. Ik heb gedaan wat iedereen zou gedaan hebben. Correctie, ik heb gedaan wat praktisch iedereen heeft gedaan.

Ik verbaas mij er alleen over, net als velen allicht, hoe we zover van ons doel zijn kunnen afdwalen? We startten een oorlog tegen een virus, maar de stappen om dat virus te kunnen verslaan, brachten ons enkel maar verder van ons doel. Uiteindelijk vochten we zo lang totdat we al niet meer wisten waarvoor we vochten, behalve dan misschien om ons gezicht te redden. Wie zal het zeggen? Maar als je mij beschuldigd, weet dan dit: dan beschuldig je ook jezelf. Ik ben immers niet anders dan alle anderen. Ik ben gewoon je spiegelbeeld. En als je het anders wil zien, dan zal je jezelf eerst maar eens moeten veranderen, niet mij.

Ik weet dat dat vakantiehuisje in het Zachte Frankrijk er ook niet meer van zal komen en dat ik al blij zal mogen zijn als ik mijn kinderen tot op het einde van hun hogere studies kan blijven ondersteunen. Maar pas op, voor dat laatste zal ik oprecht dankbaar zijn. Die prestatie is niet te onderschatten. Mocht je mij dat twintig of dertig jaar geleden gevraagd hebben, toen ik ergens tegen het ochtendgloren nog aan een plakkerige toog pinten stond te hijsen, had ik je vast vol ongeloof aangekeken.

Maar de wetenschap is in alles mijn enige leidend voorbeeld geweest. Ik heb natuurlijk geen woorden voor de ongecontroleerde reactie op het falen van de methode. Het loslaten van alle maatregelen was een flater van jewelste. Om nog maar te zwijgen over het openlijk discrimineren van de vaccin-weigeraars. Dat laatste opende immers de deur voor de publieke schandpalen en quasi lynchpartijen die daaropvolgend in het lang en het breed in de pers zijn verschenen. Maar bovenal, de vaccin-weigeraars niet toelaten tot het openbare leven en tegelijkertijd de positief geteste maar wel gevaccineerde mensen wel alle toegang daartoe verlenen, dat was een openlijk toegeven van de irrelevantie van het medisch-wetenschappelijk narratief. Een narratief dat we nochtans zo zorgzaam en selectief hadden opgebouwd. Hoe konden we dergelijk beleid nog verder blijven verdedigen?

Voortaan draaide het immers niet meer om de volksgezondheid, maar alleen nog maar om controle en macht. Ik durfde niet meer te protesteren. Ik dacht al aan de reactie die ik ging krijgen van mijn vriend. Ik volgde zijn posts op de voet en merkte bij hem een ongemeen groeiend enthousiasme dat ik niet meer kon thuisbrengen. Het neigde naar fanatisme. Ook Ron-Nie bleef zonder omzien doorgaan.

Maar wanneer je de wetenschap veronachtzaamd, is het normaal dat mensen door het lint gaan, zo dacht ik toen en zo denk ik nu nog steeds. De gruwelijke dood van onze geliefde professor Barabas heeft ons toen allen zeer diep geschokt. Niemand verdient het immers om levend verbrand te worden. Dat is barbaars. Enkel koelbloedigheid heeft ons er toen van weerhouden het hoofd te verliezen, maar echt verbaasd was ik niet over het feit dat zoiets uiteindelijk kon gebeuren. En hoewel ik nu, na al die maanden toch stilaan mijn twijfels begin te krijgen over de ware toedracht bij diens dood, was het maatschappelijk gezien al bij al misschien wel een billijk zoenoffer.

De waterval van de evenementen, het aandikkende cijfermateriaal, de snelgroeiende kennis, de stijgende maatschappelijke spanningen, ze brachten hoe dan ook allen de temperatuur in de snelkookpan tot haar hoogtepunt. Zeer binnenkort zouden we het verlossende fluitsignaal te horen krijgen. Dat kon niet anders. Het stond buiten kijf. De sisser bleek een algemene desinteresse te zijn. Van vandaag op morgen, als bij toverslag, was die daar. Het was eigenlijk een zeer teleurstellende ontnuchtering.

Misschien was het de officiële aankondiging van de boostercampagne en de argeloze loslippigheid dat er na deze campagne nog andere in het verschiet lagen. Een vierde, een vijfde, zelfs een zesde en een zevende, ja het stond allemaal al gepland. De bestellingen waren immers reeds geplaatst. Vier miljard dosissen voor vijfhonderd miljoen inwoners in de hele Europese Unie? Dat kon je niet verbergen. Het was duidelijk. De mensen konden nog rekenen en ze keerden zich van ons af. Sneller nog dan dat ze oorspronkelijk tot ons waren toegekomen.

En dan mochten we hier en daar nog een paar miljoen dosissen aan de arme landen schenken, het enthousiasme dat bij aanvang van de beweging had geleefd, was bekoeld. Het was toen dat ik die berichtjes van mijn vriend ontving. Ik wist niet wat te doen. Ik trachtte vergeefs nog tal van discussies te voeren op het internet, maar ook daar leek iedereen wel offline te zijn gegaan. Ron-Nie schoot mij niet ter hulp. Of het ene nu het gevolg was van het andere of omgekeerd, dat kan ik niet zeggen. Uiteindelijk hield ook ik het voor bekeken. Ik logde uit en sloot mijn laptop af zoals het moet. Dat is wat ik altijd doe. Ik volg de regels. Dat is hoe ik in het leven sta. Ik heb daar niets meer aan toe te voegen.

 

 

‘Memoires van een covid-trol’ is een fictief vervolgverhaal in 6 delen. Dit is deel 6.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!