De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Links geweld (5): Kants blik op de Franse Revolutie, geschiedenis en geweld

Links geweld (5): Kants blik op de Franse Revolutie, geschiedenis en geweld

dinsdag 21 december 2021 10:15
Spread the love

In het vorige deel bespraken we de repliek van Brits conservatief Edmund Burke op de Franse Revolutie van 1789. We zagen hoe ‘de geschiedenis’, in de zin van een singuliere seculiere chronologische verhaling van wat geschiedt, optrad als oordelende actor in Burkes pleidooi tegen de Franse Revolutie. Burke plaatste een eeuwenoude traditie – een traag opgebouwd palimpsest aan deugden en vrijheden – van de gentlemen en de clerus tegenover de maakbaarheid van het heden uitgedragen door de Franse revolutionairen. Dit palimpsest kan ook beginnen ontbinden, waardoor zoiets als de Glorious Revolution (1688-89) wél legitiem was voor Burke, en de Franse Revolutie niet. Nog vóór de executie van de koning was Burke ontzet door de mars op Versailles als aanslag op de koninklijke soevereiniteit. Burke zag de geschiedenis evenwel niet als een puur ondermaans fenomeen. God is opperste soeverein van het staatsbestel, en goddelijke voorzienigheid opereert in zekere zin in de hedendaagse politiek.

 

In dit vijfde deel rond links geweld bespreken we de houding van Duitstalig filosoof Immanuel Kant (1724-1804) tegenover de Franse Revolutie, en de rol van geweld in de geschiedenis. Kant bejubelde de soevereiniteit van het volk, keerde zich tegen de executie van Louis XVI, maar hield de rest van zijn leven, als toeschouwer en niet deelnemer, vast aan zijn Jakobijnse sympathieën. Politiek was hij was een linkse republikein. Hoe begreep Kant de Franse Revolutie als een spanning tussen ervaringsruimte en verwachtingshorizon? Op welke wijze zag Kant de rol van geweld hierin, en in ‘de geschiedenis’ breder?

 

Kant ontwaarde een doelgerichtheid van de menselijke soort tot een morele gemeenschap. In Kants opvatting zijn de zelfzuchtige passies van individuele mensen de motor van ‘de geschiedenis’. “Antagonisme van de mensen in de gemeenschap”, aangewakkerd door de passies van individuele mensen, is de wijze waarop de natuur de mens haar aanleg tot de rede, zelfs de telos – het doeleinde – van de mensheid, verwezenlijkt. [1] In Kants opvatting is ‘de geschiedenis’ het verhaal van de mensheid als soort, meer bepaald: haar vooruitgang op vlak van rationaliteit, vrijheid en moraliteit. In contrast met Burke wordt God geweerd uit Kants notie van geschiedenis. Het is ‘de natuur’ die de rol van teleologische bepaler overneemt: “menselijke handelingen [zijn] volgens algemene natuurwetten bepaald”. [2] En verderop: “De natuur heeft gewild, dat de mens alles wat de mechanische ordening van zijn dierlijk bestaan te boven gaat, helemaal uit zichzelf voortbrengt en aan geen ander geluk of volkomenheid deelachtig wordt als wat hij zichzelf, vrij van instinct, door zijn eigen rede heeft verschaft”. [3] De natuur “doet het [de verwezenlijking van de moraliteit van de mensheid] zelf, of wij het nu willen of niet (‘fata volentem ducunt, nolentem trahunt’)”.[4] Uit de “tweedracht van mensen” resulteert eendracht, “zelfs tegen hun wil in”, door de doelmatige werking van de natuur. [5]

 

Kant zocht een praxis – een theoretisch gefundeerde praktijk – richting vrede en de mogelijkheid van eeuwige vrede op. Oorlog paart zich aan vrede, vrede aan oorlog: oorlog is een onmenselijke relatie tussen mensen. Vrede is dan de menselijke relatie tussen mensen, de op de universele rede gefundeerde verhouding en verbinding tussen rationele wezens. [6] Mensen kunnen via oorlog transformaties verwezenlijken – positieve en negatieve – maar oorlog is geen garantie op vooruitgang. Kants redenering luidt dat de menselijke geschiedenis aantoont dat de natuur, bij middel van oorlog, de voorwaarde bereidt voor een politieke praxis richting eeuwige vrede, richting “een innerlijk-volmaakte staatsinrichting” dat zich ook veruiterlijkt. [7] Oorlog en (gewelddadige) revolutie zijn bij Kant geïntegreerd in de geschiedenis van de mensheid als (mogelijke) momenten van vooruitgang: de natuur heeft ervoor gezorgd dat mensen overal ter wereld kunnen wonen, en uit drift en noodzaak hebben ze de wereld rond bevolkt. De natuur dwong via oorlog, gepaard aan laatstgenoemde, de mensheid tot min of meer wettelijke relaties. [8] Na de oorlog komt de “handelsgeest”, die “niet tezamen met de oorlog kan bestaan”, en uiteindelijk meester wordt over elk volk.

 

Was de Franse Revolutie dan een voorwaartse stap voor de mensheid volgens Kant? Ja, het was een vooruitgang gericht op een rationeel staatsbestel die de waardigheid en zelfbestemming van elk mens zou garanderen. Zelfs een revolutie gevuld met gewelddaden, moord en plunder, kon verdedigd worden wanneer die revolutie een burgerlijke constitutie poogt te vestigen die de voorafgaande overstijgt. Voor Kant was het legitiem geweld te gebruiken om een ander binnen te halen in een rechtsmatige samenleving. Kant verduidelijkte dat een succesvolle revolutie die een nieuwe rechtmatige overheid installeert niet bestraft mag worden door de voorafgaande staat. Als zo’n revolutie niet slaagt, dan zijn ze als rebellen wel te bestraffen.

 

De echte revolutie gebeurt eerst op het niveau van het denken en cultuur, en is niet (zo gemakkelijk) terug te draaien. Op die basis wordt dan vooruitgang met politiek (diplomatie) bereikt. Een oorlog voeren is op zich een te groot risico om te nemen. Een revolutie die gewelddadig is botst op een gelijkaardig probleem: politieke veranderingen at gunpoint afgedwongen, zijn snel om te draaien naar oudere onderdrukkende regimes. Een bestaande legitieme overheid proberen omver te werpen is steeds illegitiem: de vraag is dus wat ze legitiem maakt. De aard van moraliteit in het politieke bestel bepaalt de legitimiteit van de bestaande, nieuwe of oude overheid. Het denken hervormen richting vooruitgang gebeurt in kleine stappen, “langzaam, maar zeker”. ‘Zeker’ is het sleutelwoord, omdat Kant diep vasthield aan een vooruitgangsgeloof voor de menselijke geschiedenis. Hervorming in het denken maakt nieuwe politieke veranderingen mogelijk, en hierop moet worden ingezet ten goede van de mensheid. Met Kant kun je dus zowel individuele daden van geweld, zoals de executie van de koning of tijdens de Terreur van de Franse Revolutie, veroordelen als immoreel, én de Revolutie als geheel toch verbetering zien brengen in de rationale organisatie en moraliteit van de menselijke gemeenschap.

 

Wat was Kants meer concrete verwachtingshorizon gegeven zijn beroep op de natuur en vooruitgang? Voor Kant was een burgerlijke grondwet een republikeinse, die door gelederen de politieke beslissingen bemiddelt. De republikeinse herverdeling van de macht verzekert dat individuen of groepen niet door die macht gecorrumpeerd worden in hun vrij oordeel van de rede. Om eeuwige vrede te bereiken is een republiek dus noodzakelijk. Vanuit de republiek als natiestaat kan een vredevolle internationale organisatie opkomen: een Volkerenbond. Van daaruit kan de mensheid komen tot kosmopolitisch recht, die de vrede bewaakt en bewaart onder de mensheid. Koselleck schrijft dat het Völkerbund-concept een puur verwachtingsconcept was, zonder overeenstemming met een empirisch verleden. [9] Dit is de kern van Kants vooruitgangsgeloof: in de geschiedenis van mensheid is de werking van de natuur te ontwaren, die ons aan het maken is tot volwaardige redelijke wezens, verbonden in een rationeel staatsbestel gefundeerd op de hoogste vorm van moraliteit. De geschiedenis werkt niet meer als generationele palimpsest: elke generatie ploegt en ploetert sneller en sneller ten einde de vervolmaking van de mensheid. Toch blijft het belangrijk om erop te wijzen dat dit geen voorspelling van de toekomst à la Marx toelaat. De werking van de natuur biedt geen voorspellende kracht voorbij het “praktisch opzicht” en “het tot een plicht maakt toe te werken naar dit doel”. [10]

 

Kants opvatting van de geschiedenis is teleologisch of doelmatig: in de geschiedenis van de mensheid garandeert de natuur eeuwige vrede via het mechanisme van menselijke inclinaties – niet voorspelbaar van de toekomst, behalve in brede zin van een vooruitgang in moraliteit. Enkele begrippen duiken op die in het vervolg van deze reeks nog belangrijk zullen blijken: de natuur als actor voor de geschiedenis, vooruitgang geboekt in weerwil van menselijke passies, de rationaliteit van het staatsbestel, en het belang van moraliteit. In het volgende deel gaan we in op Georg Wilhelm Friedrich Hegels interpretatie van de Franse Revolutie en de Terreur.

 

De Coene Pieter, Gent

Noten:

[1] Immanuel Kant, De idee der geschiedenis (Kampen: Kok Agora, 1988): p. 40.

[2] Kant, De idee der geschiedenis, p. 33.

[3] Kant, De idee der geschiedenis, p. 38.

[4] Immanuel Kant, Naar de Eeuwige Vrede (Amsterdam: Boom, 2004): p. 89.

[5] Kant, Naar de Eeuwige Vrede, p. 83.

[6] Emiliano Acosta en Gertrudis Van de Vijver, “While Reading Kant’s Perpetual Peace”, in Philosophy of War and Peace, uitgegeven door Danny Praet (Brussel: VUBPress, 2017): 131–144.

[7] Kant, De idee der geschiedenis, p. 53.

[8] Kant, Naar de Eeuwige Vrede, p. 85-89.

[9] Koselleck, “Erfahrungsraum und Erwartungshorizont”, p. 371-72.

[10] Kant, Naar de Eeuwige Vrede, p. 92.

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!