De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Links geweld (1bis)

Links geweld (1bis)

zaterdag 20 november 2021 10:00
Spread the love

Wat volgt is een meditatie over links geweld vanuit de optiek van de politiek van tijd. De bijdrage beweert niet uitputtend te zijn, noch als geschiedkundig narratief, noch als theoretische oefening. Ik heb geen doctrinaire lijn of vooraf bepaalde positie die ik wil bewijzen. Anders gezegd, wat volgt is een relaas van mijn denkproces, gestoffeerd met literatuur, vanuit een onbestemd verlangen. De auteurs, de theorie, de historische fenomenen en gebeurtenissen die de revue passeren zijn mijn eigen selectie, waarvan de verantwoording ligt in het inzicht dat geboden wordt in het fenomeen geweld, voor ons, vandaag. De aanleiding is een persoonlijke onvrede over de effectiviteit van politieke mobilisatie in België ten aanzien van klimaatsverandering. Onvrede, omdat betogingen en spijbelacties in de wind worden geslagen door blijvend politiek verzuim van min of meer verkozen Belgische regeringsleden. Onvrede, omdat links – en eenieder maakt voor zichzelf uit of die daartoe behoort – in neoliberale tijden zich heeft laten verleiden door de ‘ideologie van de tekst’: de overtuiging dat talig, epistemisch geweld in identiteitspolitiek (op andere wijze dan de Vlaamse ontvoogdingsstrijd) het doelwit bij uitstek moet zijn van politieke actie. In plaats daarvan, of in dialoog ermee, wil ik geweld een hernieuwde plaats bieden voor links in een burgerlijke democratie.

 

Waarom tijd? Mijn overtuiging is dat we links geweld vruchtbaar kunnen analyseren vanuit het denkraam ‘tijd’. Anders gezegd, mijn aanvangspunt is dat ‘tijd’ een ideologisch beladen dimensie van het politieke vormt, en als zodanig inzicht kan bieden in geweld dat politieke doeleinden beoogt. Aandacht voor de tijd of het temporele als dimensie van het politieke is natuurlijk niet nieuw: de waarde die ik hecht aan besproken figuren en fenomenen ligt vaak in de positionering ertegenover – denk aan de notie ‘vooruitgang’ bijvoorbeeld. Wat ik in de kijker wil zetten is de reflectie over geweld die ze oproepen.

 

Waarom dan, in het licht van temporaliteit, geweld? Enerzijds door de grote nadruk op links dat geweld een ongewenst fenomeen is dat uit de samenleving verbannen moet worden, zichtbaar bijvoorbeeld in de ‘micro-politiek’ rond ‘lastigvallen’ en ‘geweld in de taal’. Anderzijds door catastrofale opvattingen over van klimaatsverandering en het kapitalisme, die in België voorlopig leiden tot demonstraties, ludieke acties en occasionele, korte bezetting van plekken.

 

Dit onderzoekje kan handig gebruikmaken van een heuristiek geboden door Reinhart Koselleck. Kosellecks heuristiek biedt twee gekoppelde termen: de ervaringsruimte en de verwachtingshorizon. Ervaring is verleden dat huidig wordt gemaakt. De gebeurtenissen zijn er in ingelijfd en herinnerd. Binnen de ervaring werkt een rationele en een onbewuste motor. Verwachting is toekomst dat huidig wordt gemaakt. Het is gericht naar het nog-niet, het nog-niet-ervarene. Ervaring gebaseerd op het verleden fungeert als een soort palimpsest. Ervaring wordt tot een totaliteit gemaakt, waarbinnen vele lagen van eerdere tijden tegelijkertijd aanwezig zijn. De horizon van verwachting is de lijn waarachter een nieuwe ervaringsruimte zich zal openen, maar nog niet gezien kan worden. [1]

 

Kosellecks these luidt dat sinds de Nieuwe Tijd, de Neuzeit, ervaring en verwachting steeds meer van elkaar gescheiden zijn. Hij situeert de aanvang van deze scheidingsperiode, deze “zadelperiode” in de tweede helft van de 18e eeuw. Twee werelden worden door deze auteur met elkaar gecontrasteerd: de boer-en-ambachtswereld vooraf aan de 18e eeuw, en de Nieuwe Tijd, de Neuzeit. Eerstgenoemde wereld kende er technologische, intellectuele, politieke, en artistieke ontwikkelingen op lange termijn die doorheen de generaties konden ingepast worden in de ervaringsruimte en de verwachtingshorizon. Deze ruimte en horizon werden gekarakteriseerd door natuurlijke ritmes en cycli, en door christelijk einde der tijden denken. De overgangsperiode naar de Neuzeit werd in de eerste plaats gekarakteriseerd door de notie vooruitgang (progressus, Fortschritt, progrès, progress). Geschiedenis als begrip veranderde van betekenis. Het werd geformuleerd en ervaren als uniek in haar individuele gebeurtenissen, en in z’n geheel als een totaliteit geopend naar een progressieve toekomst.

 

Intellectuele, technologische, politieke, artistieke veranderingen werden als in versnelling ervaren, om een unieke samenloop te vinden in de loop van de tweede helft van de 18e eeuw. Vooruitgang, volgens Koselleck, omvatte de assimilatie van gebeurtenissen die niet langer, als vb. exemplum, afgeleid konden worden uit verleden ervaringen. Vooruitgang “onderhield een potentieel utopische surplus, en het leidde tot de cataract der gebeurtenissen van de Franse Revolutie”. [2] Zo citeert Koselleck Duitstalig historicus Woltmann, die in 1799 schreef:

“De Franse Revolutie was voor de wereld een fenomeen, dat de spot leek te drijven met alle historische wijsheid, en dagelijks kwamen er nieuwe fenomenen uit voort, waarover men de geschiedenis steeds minder kon bevragen.” [3]

Een toekomst die niet kon worden afgeleid uit ervaring “loste” de zekerheid van een verwachting dat wetenschappelijke uitvindingen en ontdekkingen een nieuwe wereld zouden inleiden, aldus Koselleck:

“Generaties leefden in een gemeenzame ervaringsruimte, maar hun perspectief werd gebroken door politieke generatie en sociale standpunt. Men kende zich – en kent zich –  sindsdien in een overgangsperiode, die het verschil tussen ervaring en verwachting in verschillende temporele fasen laat verlopen.” [4]

 

Nu we onze opzet verduidelijkt hebben, rijst de vraag: waar te beginnen? Ik heb ervoor gekozen aan te vangen met de Franse Revolutie, en dit voor de komende blogposts als onderwerp te houden. We kunnen de Franse Revolutie namelijk niet op een drafje behandelen. Dat de benoeming van ‘links’ (en ‘rechts’) op het politieke speelveld, en dus ‘links geweld’, haar oorsprong vindt tijdens de Franse Revolutie is slechts een van de mindere redenen om meer ruimte te bieden aan dit fenomeen.

 

De Franse Revolutie is, in zekere zin, de stichtende mythe van de moderne Europese wereld. Haar invloed op de voorbije twee eeuwen is zo groot dat haar tekort doen ons inzicht in ‘links geweld’ sterk benadeeld. Hoewel in geschiedschrijving de voorbije paar decennia haar impact soms geminimaliseerd is, meer aandacht besteed is aan de Atlantische wereld waaraan Frankrijk eind 18e eeuw deelnam, en het bon ton geworden is de Haïtiaanse Revolutie een eretitel toe te kennen in het tijdperk van de grote revoluties, blijft de Franse Revolutie onmiskenbaar primus inter pares. [5]

Een kort relaas van de ‘historische feiten’ brengt ons onvermijdelijk op het veld van uiteenlopende interpretaties over de Revolutie. Niettemin zal ik met de nodige kunstgrepen het ene van het andere proberen te scheiden, d.i. de feiten waar algemene consensus over bestaat weergeven zonder een ingebouwde doelgerichtheid, noodzakelijkheid of vermijdelijkheid eraan toe te kennen. Ik baseer me voor het komende relaas grotendeels op het werk The French Revolution: A Very Short Introduction van William Doyle (Oxford: Oxford University Press, 2001). We kunnen minstens vier rode draden, vaak in elkaar verstrengeld, neerschrijven die belangrijk waren voor de Revolutie: de aard van het staatsbestel, politieke economie, religie en oorlog. Voor het leesgemak deel ik onderstaand relaas op in verschillende fasen.

 

Fase 1. Het verhaal begint met de schuldenberg van de Franse koning. Drie grote oorlogen in de 18e eeuw belastten de Franse kroon met zware schulden die ze niet kon afschrijven. Vooral de competitie met Groot-Brittannië op zee, die draaide rond economische hegemonie in West- en Oost-Indië, was desastreus geweest. Daarnaast had koning Louis XVI militaire hulp beloofd aan de Nederlandse Republiek in geval van een Pruisische invasie, maar die rode lijn werd zonder meer overschreden. Dit bracht de militaire macht van de Franse monarchie verder sterk in diskrediet. In 1788 faalde de oogst faliekant terwijl fysiocratische ‘vrije export’ de voorraden deed slinken. Mensen werden ontslagen, broodprijzen stegen, vraag naar goederen uit de manufactuur daalde. Een generatie aan economisch beleid van deze school op de kap van de gewone man en vrouw vernietigde die laatsten hun vertrouwen dat de koning bescherming zou bieden bij hongersnood. Hervormingsplannen voor de financiële crisis leidden in 1788 tot de bijeenroeping van de Staten Generaal – een bijeenkomst die de drie standen vertegenwoordigde: clerus, adel, en derde stand – voor het eerst sinds 1614.

 

Fase 2. De bijeenroeping van de Staten Generaal creëerde een machtsvacuüm: de koning was niet aan zet, en er bestond de grootste onduidelijkheid over het hoe-en-wat van de Staten Generaal. Haar uiteindelijke samenkomst in mei 1789 bracht weinig zoden aan de dijk, tot ene Sieyès voorstelde om de tiers état eenzijdig te laten handelen. Dit leidde tot de oprichting van de Assemblée Nationale in juni van dat jaar. Een symbolische opheffing en invoering van alle belastingen etaleerde haar positie als soeverein machtshouder. Terwijl Louis XVI een Koninklijke Sessie met eigen programma voorbereidde, kwam de Assemblée samen in het beroemd geworden binnenshuis tennisveld. In de Assemblée Nationale werden feodale lasten, rechten en voorrechten, alsook de omkoop in posten afgekalfd. De Assemblée kondigde gelijkheid van belastingen af, en ontnam de Kerk haar tienden. Op 26 augustus 1789 riep de nu-genaamde Assemblée Nationale Constituant (omdat ze de taak had een grondwet uit te schrijven) de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger uit, en bereidde de basis van een constitutionele monarchie, gecontroleerd door verkozen vertegenwoordigers van prominente mannen met bezit.

 

Fase 3. Onder de Parijse bevolking groeide de onrust, vergroot door opgevorderde regimenten, en de desertie van Parijs haar permanente garnizoen. Opstandelingen plunderden voor bloem en wapens. In juli 1789 trekken zij richting de staatsgevangenis van de Bastille, slachtten de commandant af en braken het af. In de Bastille werden ongenoemde personen zonder rechtszaak als staatsgevangenen vastgehouden, via de koninklijke lettres de cachet. De val van de Bastille, die koninklijke macht belichaamde, symboliseerde de staat van verval van de monarchie. Ook in provinciale steden en op het platteland raakte de bevolking steeds meer in vervoering. Duizenden vrouwen, gemobiliseerd door schijnbare contrarevolutionaire plannen van de koning, bestormden het koninklijk paleis in Versailles en bedreigden het leven van de koningin. Ze eisten en kregen voor elkaar dat de koninklijke familie meeging naar Parijs. Louis XVI werd gevangene tot de omverwerping van de monarchie in augustus 1792. Louis XVI zijn aanvaarding van de hervormingen konden de populaire vijandigheid niet bedwingen. Radicale publicisten en volksrevolutionairen eisten de onttroning van de koning. Republicanisme kende, ondanks verzet van bepaalde leden van de Assemblée, steeds meer bijval. De grondwet van 1791 werd in haast afgewerkt en aan de koning gepresenteerd. Deze stemde in, waarna de Assemblée Législative overnam.

 

De precaire positie van de Franse koning lokte internationale reactie op: in augustus 1791 kwamen de Habsburgse keizer en de koning van Pruisen op de proppen met de Verklaring van Pillnitz, die een inval van Parijs beloofde mocht Louis XVI iets overkomen. Duizenden geëmigreerde legerofficieren hoopten op een tegenoffensief met buitenlandse legers. De slavenopstand in de Caraïben, gevolgd door tekorten aan koffie en suiker, zorgde voor toenemende paranoia. Het Franse leger leek zwak te staan, wat Louis XVI deed hopen op eigen beterschap. Hij verklaarde de Habsburgse keizer de oorlog in april 1792.

 

Fase 4. De oorlog eiste van iedereen stellingname. De Revolutie hing aan een zijden draadje. Met haar stond of viel de natie. Vrijwilligers kwamen de linie versterken, waarvan sommigen uit Marseilles, die de naar hen genoemde hymne zongen. Parijs bleef gebukt gaan onder paranoia en angst. De Pruisische invasie van Frankrijk en hun inname van Verdun brachten niet bepaald beterschap op dat vlak: zo’n 1400 doden vielen in de nasleep van Pruisische inbraken in gevangenissen. Het Franse leger sloeg terug met zes maanden militair succes dat godsgewild leek. Niet enkel Frankrijk, maar geheel Europa leek zich te openen voor een revolutionair leger dat liberté, egalité et fraternité beloofde. De internationale steun aan Louis XVI maakte hem een buitenlandse vijand: vrijwilligers en Parijse rebellen – de sans-culottes – vingen aan met een aanval op het koninklijk paleis. De Assemblée hief daarop de monarchie op, en bracht een nieuw lichaam, de Convention, tot stand. De Convention werd geënt op mannelijk stemrecht, en zou een republikeinse grondwet voor het land uittekenen. Ondertussen beleefde Louis XVI zijn laatste dagen: een rechtszaak tegen hem eindigde in voorspelbare schuld. Enkel de straf stond onder beraad, maar de druk om rechtvaardigheid te doen gelden was te groot. Op 21 januari 1793 werd Louis XVI, ofte Louis Capet, onthoofd.

 

De executie was een internationaal schandaal. Groot-Brittannië en de Nederlandse Republiek, Spanje en Italiaanse staatjes voegden zich bij de vijanden van de Franse republiek. De Gironde factie geloofde in open oorlogsvoering met behoud van de revolutionaire impuls en integriteit. De Jacobijnse club, ofte Montagnards, zagen geen veilig alternatief om te sans-culottes tevreden te stellen, en dit leidde tot de uitsluiting van de Girondines uit de Conventie. Provinciale steden als Marseille, Bordeaux en Lyon braken uit in revolte tegen het extremisme en de instabiliteit in Parijs. Ze werden aanzien als verraders door de Convention die er de controle herwon. Duizenden lieden werden ter dood veroordeeld – geveld door de kogel, verdrinking, en vooral de guillotine, die vanaf april 1792 garant stond als meest humane executiemiddel van rationele mensen. Een spiraal van dodelijk geweld bracht verschillende kringen tot de guillotine. Het Parijse revolutionaire tribunaal, dat alle politieke rechtszaken doornam, werd de blikvanger van geweld.

 

Fase 5. Jaar II van de Republiek zou het jaar van Terreur worden. In september 1792 voerden sans-culottes de druk op om terreur tot algemeen regeringsprincipe te maken. De Jacobijnen overwonnen in de Convention, en wisten hun machtspositie te verstevigen door een grondwet en verkiezingen uit te stellen. Binnen enkele weken arresteerde de Convention verdachten, breidde het een revolutionair tribunaal uit voor politieke misdaden, legde prijscontroles op voor alle basiswaren, voorzagen gezondheidszorg en dergelijke meer. De revolutionaire sans-culottes kregen de taak boeren te dwingen hun overschotten af te geven om de steden te voeden. De Girondines alsook Marie-Antoinette, de weduwe van Louis XVI, werden naar het schavot gestuurd. Religie werd aanzien als de levenslijn van de contrarevolutie: afgevaardigden begonnen hun districten te ontkersten, kerken sloten, een nieuwe kalender werd aangenomen, de Cultus van het Opperwezen werd gepropageerd als staatsreligie voor het volk… Deze Grote Terreur-periode, jaar II van de ‘Republiek van Deugd’, maakte iedereen verdacht. Sommigen zagen de spiraal van geweld met de guillotine als geesteskind van Robespierre (die trouwens ultralinkse tegenstanders had). Robespierre werd buiten de wet gesteld, en samen met z’n meest nabije kameraden werd hij op 28 juli 1793 via guillotine vermoord. (Beloofde) sociale voorzieningen zoals gezondheidszorg, maximumprijzen op basiswaren, en gratis onderwijs werden opgedoekt.

 

De terreur kwam tot een einde, maar de religieuze breuklijn, de kwestie van monarchie versus republiek, en de oorlog bleven drukkend aanwezig. Thermidoranen zouden alles doen om de grond onder het jacobijnisme weg te halen. Sans-culottes verloren hun elan. Katholieken en royalisten sloegen letterlijk terug op sans-culottes en Jacobijners, en in het zuiden bracht de Witte Terreur een informele maar brutale retributie op zij die lokaal de macht gehad hadden tijdens Jaar II van de Republiek. Robespierre en de Jacobijnen werden gedegradeerd tot het vuil van de straat. Franse legers waren ondertussen bezig met triomfantelijke overwinningen: ze lijfden het (Oostenrijkse) grondgebied van het latere België in, brachten de Nederlandse Republiek tot hun knieën, en sloten vrede met de Pruisen en Spanjaarden. De Oostenrijkers kregen het hard te verduren met een leger onder Napoleon Bonaparte, en de Britten werden ook naar de onderhandelingstafel gedreven. In Saint-Domingue, zowat de meest winstgevende vleugel van het Franse moederland, groeide een opstand tegen de slavernij en voor de liberté uitgedragen in continentaal Frankrijk. Deze ‘grootste slavenopstand in de geschiedenis’ bracht de eerste afschaffing van de slavernij tot stand, bekrachtigd door de Conventie in 1794. Pogingen om imperiale controle te herwinnen mislukten.

 

Fase 6. De Thermidoranen vonden dat de Revolutie danig was ontspoord. Ze zochten contact met de katholieken en royalisten – kerken heropenden en er was sprake de monarchie te herstellen. Er werd werk gemaakt van een nieuwe grondwet, die in 1795 in voege zou treden. De nieuwe constitutie keerde vernieuwingen zoals sociale zorg terug, en steunden, nog meer dan in 1791, op de grote landeigenaars. Er zouden jaarlijkse verkiezingen komen, en een roterend, vijfhoofdig uitvoerende macht, het Directoraat.

 

Fase 7. Het Directoraat kreeg het al snel aan de stok met vrijgelaten Jacobijnen die de grondwet van 1793 wilden herstellen. Zo werd een Jacobijnse coup in de kiem gesmoord. Verkiezingsresultaten die niet strookten met de machtshebbers werden in 1797 ongeldig verklaard, en 177 afgevaardigden werden gezuiverd. Verdere verkiezingen werden idem aangepast volgens wat toen politiek opportuun was. Napoleon Bonaparte nam vanaf dan een sleutelrol in. Hij trok in 1798 naar Egypte om Groot-Brittannië te koeioneren, maar lokte een nieuwe vijandige coalitie uit. Rusland zond troepen naar Italië, waar de volksmassa’s in opstand kwamen tegen het Franse juk. In datzelfde jaar kwam het nog tot een boerenopstand in het geannexeerd Belgisch gebied, dat evenwel snel de kop werd ingedrukt.

 

Fase 8. Dezelfde Sieyès die we in de Staten-Generaal aantroffen, zocht als directeur een geschikte generaal om een coup te plegen. Bonaparte ontsnapte uit Egypte en hielp Sieyès in de opheffing van de wetgevende raden in 1799. Eerstgenoemde zou zijn bondgenoot overtreffen en de beslissende hand hebben in het opstellen van een nieuwe, meer autoritaire, grondwet, geratificeerd na referendum. Bonaparte kreeg zo goed als onbeperkte macht als Eerste Consul van de Republiek. Kort daarop volgde het verlies van de Oostenrijkers, en een vredesverdrag met de Britten. Met de paus Pius VII werd een verdrag gesloten dat katholieke godsdienst toeliet in ruil voor de erkenning dat het sinds 1789 geconfisqueerde land niet meer aan de Kerk toekwam. Het Directoraat en de Jacobijnen waren in diskrediet gebracht. Napoleon Bonaparte kroonde zichzelf in 1804.

 

Sta mij toe hier het verhaal af te kappen.

Dit historisch relaas op niveau van gebeurtenissen heeft een aantal kernkwesties van de Franse Revolutie onderbelicht gelaten: waar draaide het nu allemaal om? Wat is het politiek-ideologisch belang van deze Revolutie? Meer specifiek voor onze interesse hier: hoe werd tijd ideologisch beladen? En hoe interpreteren we van daaruit het opgesomde geweld?

In het volgende deel moeten we ons mengen in een lange geschiedenis van interpretatie en discussie. We zullen de focus leggen op het jaar II van de Republiek, het jaar van de Terreur. Toch zullen we nog dieper moeten gaan, en de vraag stellen hoe opvattingen over tijd op zich het spel bepaald hebben. We zullen de intellectuele geschiedenis van de 18e eeuw moeten induiken om te begrijpen hoe ‘tijd’ als concept en als ideologisch beladen dimensie van het politieke werkzaam was in het fenomeen dat we de Franse Revolutie noemen. Daarna zullen we interpretaties van prominente 18e- en 19e-eeuwse stemmen de revue laten passeren.

 

De Coene Pieter, Gent

 

[1] Reinhart Koselleck, “‘Erfahrungsraum’ und ‘Erwartungshorizont’ – zwei historische Kategorien, in Vergangene Zukunft: Zur Semantik geschichtlicher Zeiten
(Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 2010): 349-375.

[2] Koselleck, “‘Erfahrungsraum’ und ‘Erwartungshorizont'”, 367.

[3] Koselleck, “‘Erfahrungsraum’ und ‘Erwartungshorizont'”, 366.

[4] Koselleck, “‘Erfahrungsraum’ und ‘Erwartungshorizont'”, 367.

[5] De Haïtiaanse Revolutie wordt hier niet uitgebreid behandeld, maar is voer voor later.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!