De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Links geweld (1)

Links geweld (1)

zaterdag 23 oktober 2021 06:21
Spread the love

Wat volgt is een meditatie over links geweld vanuit de optiek van de politiek van tijd. De bijdrage beweert niet uitputtend te zijn, noch als geschiedkundig narratief, noch als theoretische oefening. Ik heb geen doctrinaire lijn of vooraf bepaalde positie die ik wil bewijzen. Anders gezegd, wat volgt is een relaas van mijn denkproces, gestoffeerd met literatuur, vanuit een onbestemd verlangen. De auteurs, de theorie, de historische fenomenen en gebeurtenissen die de revue passeren zijn mijn eigen selectie, waarvan de verantwoording ligt in het inzicht dat geboden wordt in het fenomeen geweld, voor ons, vandaag. De aanleiding is een persoonlijke onvrede over de effectiviteit van politieke mobilisatie in België ten aanzien van klimaatsverandering.

Onvrede, omdat betogingen en spijbelacties in de wind worden geslagen door blijvend politiek verzuim van min-of-meer verkozen Belgische regeringsleden.

Onvrede, omdat links – en eenieder maakt voor zichzelf uit of die daartoe behoort – in neoliberale tijden zich heeft laten verleiden door de ‘ideologie van de tekst’: de overtuiging dat taalkundig, epistemisch geweld  in identiteitspolitiek (op andere wijze dan de Vlaamse ontvoogdingsstrijd) het doelwit bij uitstek moet zijn van politieke actie. In plaats daarvan, of in dialoog ermee, wil ik geweld een hernieuwde plaats bieden voor links in een burgerlijke democratie.

Waarom tijd? Mijn overtuiging is dat we links geweld vruchtbaar kunnen analyseren vanuit het denkraam ‘tijd’. Anders gezegd, mijn aanvangspunt is dat ‘tijd’ een ideologisch beladen dimensie van het politieke vormt, en als zodanig inzicht kan bieden in geweld dat politieke doeleinden beoogt. Aandacht voor de tijd of het temporele als dimensie van het politieke is natuurlijk niet nieuw: de waarde die ik hecht aan besproken figuren en fenomenen ligt vaak in de positionering ertegenover – denk aan de notie ‘vooruitgang’ bijvoorbeeld. Wat ik in de kijker wil zetten is de reflectie over geweld die ze oproepen.

Waarom dan, in het licht van temporaliteit, geweld? Enerzijds door de grote nadruk op links dat geweld een ongewenst fenomeen is dat uit de samenleving verbannen moet worden, zichtbaar bijvoorbeeld in de ‘micro-politiek’ rond ‘lastigvallen’ en ‘geweld in de taal’. Anderzijds door catastrofale opvattingen over van klimaatsverandering en het kapitalisme, die voorlopig in België leiden tot demonstraties, ludieke acties en occasionele, korte bezetting van plekken.

 

Hoe te beginnen? Immanuel Kant (1724-1804) schetste in zijn Naar de eeuwige vrede een pad waarin geschiedenis, voorzienigheid, oorlog en vrede hun gepaste plekken kregen. Kant zocht een praxis – een theoretisch gefundeerde praktijk – richting vrede en de mogelijkheid van eeuwige vrede op. Oorlog paart zich aan vrede, vrede aan oorlog. Oorlog (geweld) is een onmenselijke relatie tussen mensen. Vrede is dan de menselijke relatie tussen mensen, de op de universele rede gefundeerde verhouding en verbinding tussen rationele wezens. Mensen kunnen via oorlog transformaties verwezenlijken – positieve en negatieve – maar oorlog kan niet garanderen dat vooruitgang wordt geboekt voor een cultuur, natie of mensheid (zoals Acosta & de Vijver opmerken). Daarnaast is filosoferen over oorlog zonder betrokken te zijn in haar gevolgen, onverantwoord. Voor Kant kon echte vooruitgang van de mensheid pas geboekt worden met politiek (diplomatie), en is oorlog een te groot risico om te nemen. Een revolutie die gewelddadig is botst op hetzelfde probleem: politieke veranderingen at gunpoint afgedwongen, zijn snel om te draaien naar oudere onderdrukkende regimes. Echte revolutie gebeurt op het niveau van denken en cultuur, en zijn niet (zo gemakkelijk) terug te draaien. Het denken hervormen richting vooruitgang gebeurt in kleine stappen, “langzaam, maar zeker”. Hervorming van het denken maakt nieuwe politieke veranderingen mogelijk, en hierop moet worden ingezet ten goede van de mensheid.

 

Een gewelddadige revolutie, zoals Kant die vanuit Königsberg zag ontvouwen in Frankrijk, ontkent mensen hun capaciteit van de rede, om voor zichzelf de waarheid van vrijheid, gelijkheid, en broederschap, in te zien (schrijven Acosta & de Vijver). Gewelddadige oorlog verklaard door een despotisch heerser – zoals Kant die kon waarnemen in meerdere gevallen – is één zo’n ontkenning van de samenspraak met de burgers gehekeld door Kant. Voor Kant was een burgerlijke grondwet een republikeinse, die door gelederen de politieke beslissingen bemiddelt. De republikeinse herverdeling van de macht verzekert dat individuen of groepen niet door die macht gecorrumpeerd worden in hun vrij oordeel van de rede. Om eeuwige vrede te bereiken is een republiek dus noodzakelijk. Vanuit de republiek als natiestaat kan een vredevolle internationale organisatie opkomen, en vanwaaruit  de mensheid kan komen tot kosmopolitisch recht, die de vrede bewaakt en bewaart onder de mensheid.

 

In Kants opvatting van het pad richting vrede in de geschiedenis van de mensheid zit een doelmatigheid, een teleologie: de natuur garandeert eeuwige vrede door het mechanisme van menselijke inclinaties – niet voorspelbaar van de toekomst (!) maar voldoende voor praktische doeleinden. De motor van de geschiedenis is de zelfzuchtige passies van de mensen. “Antagonisme van de mensen in de gemeenschap”, aangewakkerd door de passies van individuele mensen, is de wijze waarop de natuur de mens haar aanleg tot de rede, zelfs de telos, het doel, van de mensheid, verwezenlijkt. Menselijke geschiedenis toont aan dat de natuur, bij middel van oorlog, de voorwaarde bereidde voor een politieke praxis richting eeuwige vrede, richting “een innerlijk-volmaakte staatsinrichting” dat zich ook veruiterlijkt. Oorlog en (gewelddadige) revolutie zijn bij Kant geïntegreerd in de geschiedenis van de mensheid als (mogelijke) momenten van vooruitgang: de natuur heeft ervoor gezorgd dat mensen overal ter wereld kunnen wonen, en uit drift en noodzaak hebben ze de wereld rond bevolkt. De natuur dwong, via oorlog met dat laatste gepaard ging en daaruit voortkwam, de mensheid tot min of meer wettelijke relaties. Oorlog (geweld) is het instrument bij uitstek geweest om mensen tot in een staat te dwingen.

 

Historische actoren ageren volgens hun passies en eigenbelang meer dan volgens morele principes, vond ook Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831). Gedragen wij ons volgens principes met het doel vrijheid te verwezenlijken? Neen, zegt Hegel. De rede gebruikt onze zelfzuchtigheid om haar doelen te verwezenlijken. Achter onze rug vindt het doeleinde van het verloop van de geschiedenis plaats.

 

Voor Hegel was geschiedenis een rationeel proces, conformerend aan wetten, en verloopt ze naar de noodzaak van het begrip. Voor Hegel waren deze wetten teleologisch: ze zijn voor hun doeleinde. Het doel, bij Hegel, is de essentie van het ding. Het is wat moet verklaard worden, maar pas verwezenlijkt wordt door de activiteit van bepaalde actoren. Hegel contrasteerde zijn begrip van vooruitgang met het typische 18e-eeuws Verlichtingsidee, volgens dewelke geschiedenis bestaat uit graduele verbetering. Hegel merkt op dat conflict en strijd in zo’n opvatting worden uitgesloten van de ontwikkeling van spiritualiteit, of de verwording van de zelfbewust geest. Net als bij Kant wordt geweld in Hegels schema ingebracht, nu als noodzakelijk moment ten tijden van verschil, innerlijke deling en zelfvervreemding van de geest, zoals Beiser aanstipt. Hegel hield vast aan een opvatting van cultuur als organisme, onderworpen aan de ontwikkeling van de natuur. Net als een organisme, is historische ontwikkeling dialectisch: het beweegt van een rudimentaire eenheid naar onderscheiding tot re-integratie (eenheid-in-verschil). Geschiedenis gedraagt zich, schreef Hegel, volgens de wetten van de geest. Anders gezegd, vooruitgang in de geschiedenis heeft betrekking op de ontwikkeling van geest tot zelfbewuste geest, tot vrijheid.

 

Als de geschiedenis verloopt volgens (organische) wetten, hebben wij als historische actoren wel keuzevrijheid? Zijn wij überhaupt historische actoren?

Een mogelijk Hegeliaans antwoord hierop stelt dat het doel of de betekenis van het leven komt uit het vervullen van mijn plaats in de ‘goddelijke orde’, nu begrepen als een immanente orde. Een mens, hoewel die een “oneindig waardige” innerlijke bron van morele waarden bezit, is niet bij machte haar leven – buiten diens gedragenheid in de geschiedenis – betekenis te geven, de waarden te vormen waarmee zij leeft (in contrast met Nietzsche later die eeuw zou beklemtonen). Neen, die waarden, zedelijkheid, verwezenlijken zich pas in de grotere gehelen: samenleving, staat en geschiedenis. Het doel van het leven ligt besloten in een specifieke vorm van leven op aarde: z’n politieke vorm. Net als bij Kant is dat de staat, hoewel de latere Hegel eerder monarchie boven republiek verkoos. De individuele (historische) actor moet haar levensbetekenis vinden door zich te verzoenen met het geheel waarin ze zich bevindt. Niettemin was Hegel geen totalitair denker (daar komen we in het tweede deel nog op terug): ondanks zijn romantische blik op het klassieke Athene eerde Hegel de burgerlijke rechten en vrijheden – zo pleitte hij voor gelijke burgerrechten voor Joden – die met de klassieke grote politieke revoluties eind 18e eeuw voor het eerst in grondwetten werden verankerd.

 

Zowel bij Kant als Hegel merken we dus een integratie van geweld in een breder vooruitgangsschema van de geschiedenis. Kant zag oorlog als onmenselijk, maar kende wel de strijdvaardigheid tussen mensen de bemiddelende rol toe waarmee de mensheid haar innerlijke natuur zou verwezenlijken. Zo zou een globaal staatsbestel tot stand kunnen komen die de vrede garandeert. Hegel erkende ‘het rationele’ in de bestaande werkelijkheid, en hervorming is mogelijk door ‘het ware’ te zien als dat wat rationeel is: de werkelijkheid kan via de rede hervormd worden. We mogen niet op de feiten vooruitlopen en dit marxistisch lezen. Kant gaf het lijden van onze generatie betekenis door te stellen dat ‘een’ volgende generatie de welvarende vrede zou oogsten. Hegels ‘list van de rede’ brengt de menselijke passies (en ‘wereldhistorische’ figuren) ertoe om de harmonie tussen ratio en passie te verwezenlijken, de rede te belichamen in de meest perfecte sociale organisatie (een bepaald soort staat). Geen van beiden beweerden met hun filosofie van de geschiedenis de huidige ‘objectieve’ omstandigheden te analyseren om een revolutie te starten, een doorgedreven klassenstrijd te voeren met het dictatuur van het proletariaat, zoals marxisten later zouden doen.

 

Kant en Hegel leiden ons naar de Franse Revolutie van 1789. In het volgende stuk vang ik me daarom aan met Hegels bekende passage in zijn Fenomenologie over die omwenteling.

 

De Coene Pieter, Gent

 

Literatuur:

Immanuel Kant, De idee der geschiedenis, Kampen: Kok Agora, 1988.

Immanuel Kant, Naar de Eeuwige Vrede, Amsterdam: Boom, 2004.

Emiliano Acosta en Gertrudis Van de Vijver, “While Reading Kant’s Perpetual Peace”, in Philosophy of War and Peace, uitgegeven door Danny Praet (Brussel: VUBPress, 2017): 131–144.

G.W.F. Hegel, Phänomenologie des Geistes, Berlijn: Suhrkamp, 2020.

G.W.F. Hegel, Vorlesungen über die Philosophie der Geschichte, Berlijn: Suhrkamp, 2020.

Frederick C. Beiser, Hegel, New York: Routledge, 2005.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!