LeffingeLeuren: een groots klein festival

LeffingeLeuren: een groots klein festival

maandag 20 september 2010 22:52

Het huizenhoge cliché dat de titel van dit verslag meegekregen heeft, moést ergens gebruikt worden en lag eigenlijk ook al vast. LeffingeLeuren bevestigde dit jaar nogmaals dat het een ietwat onderkend, maar briljant festival is met een prijs/kwaliteit-verhouding die zelden geëvenaard wordt.

De affiche was vermoedelijk al de beste ooit, en de weekendkaarten waren dan ook uitverkocht. Met een groter festivalterrein én uitgebreide camping was het anders slaperige dorpje bij Middelkerke helemaal klaar voor opnieuw een zeer aangenaam en muzikaal hoogstaande editie.

De prijs van de camping is, gezien de beperkte service, evenwel een tegenvaller: 11,5 euro. De festivaltickets zélf zijn ook een pak duurder in vergelijking met vroeger, maar op dat vlak is Leffinge dan ook sterk geëvolueerd, wat de prijzen enigszins rechtvaardigt.

Voor het overige ziet het festival eruit zoals je kan verwachten van een klein evenement dat binnen z’n categorie tot de absolute top behoort: prima organisatie, degelijk geluid en een gezellige sfeer. Enige minpuntje is het publiek, dat vaak veel te jong (en dus wat luidruchtig en onwetend) uitvalt. Daar kan de organisatie niks aan doen; sowieso is de programmatie gericht op fijnproevers louter dan scholieren. Voor tieners die een eerste festival willen doen, is Leffinge anderzijds wel ideaal. Toch kon dit de pret niet bederven in de afgelopen editie.

Dat zou absurd zijn, als je als festivalbezoeker bijvoorbeeld de luxe hebt om Leffinge aan te vatten met een optreden van Amatorski in Zaal de Zwerver (een briljante luxe is het trouwens om een concertzaal op een festival te hebben). De Gentse band, bekend om een belachelijk gehyped nummer, bewees zonder problemen dat ‘Come Home’ tot hun mindere werk behoort. De rest van hun oevre heeft meer persoonlijkheid en is beduidend vernieuwender. Het Vlaamse antwoord op Sigur Ros zou geen slechte manier zijn om hen te beschrijven. Prima optreden, ondanks een wat babbelgraag publiek en het niet spelen van hun beste nummer, ‘Same stars we shared’.

Babylon Circus bleek de ideale naam te zijn om in de grote tent de boel degelijk op gang te trekken. Ze hebben al een aantal hitjes die goed werken bij een divers publiek en zijn dan ook het prototype van een festivalband. Hoewel wat té hippie-achtig bij momenten, was ook dit een sterk concert.

Iemand die verloren leek gelopen te zijn op de affiche was Paul Weller. Of ook weer niet: LeffingeLeuren programmeert graag onbekende of onderschatte grootheden uit het buiteland. Het draait uiteindelijk om de kwaliteit, en die heeft Paul Weller natuurlijk. Het werd een klasse-optreden, evenwel zonder échte hoogtepunten. Het publiek lustte het logischerwijze niet heel erg graag en bovendien was het geluid wat belabberd bij momenten. Toch kon deze Britpoples geslaagd worden genoemd.

Een klein nadeel op het festival is de beperkte capaciteit van Zaal de Zwerver. Daardoor moest de passage van het hippe Balthazar geruild worden voor de commerciële éénheidsworst van Tocadisco. Muzikaal gezien waardeloos, maar wel het optreden dat het meeste volk trok over het hele weekend. Opnieuw wordt een belangrijke tendens bevestigd: met name een jonger publiek gaat voor het feestgevoel, liefst zonder al te veel complexiteiten. ‘Whoa whoa’ roepen (ook volledig nààst de beat) hoort daar uiteraard ook bij.

De tweede dag begon pas écht bij Le Peuple de l’Herbe, wat zonder twijfel het meest energieke optreden van het weekend werd. Het collectief klinkt absoluut niet Frans en vormt alweer een voorbeeld van geëngageerde hip hop, vrij van negatieve cliché’s. Nouja, zoals hip hop oorspronkelijk bedoeld werd, quoi.

Perfect daarbij aansluitend was Roots Manuva, ook bekend van z’n werk met Gorillaz. Ook hier niks aan te merken op de sterkte van het optreden, al viel het geluid wat tegen en konden een aantal nummers niet overtuigen. Duidelijk een zaalact.

Vierde keer Abysnthe Minded op Leffinge, en dus telkens een beetje hoger op de affiche. Vreemd genoeg moest de band liefst een half uur zélf soundchecken. Ook tijdens het optreden werd duidelijk dat Absynthe Minded nog net iets beter zal moeten kunnen doen om zich te onderscheiden. Het gaat op zich om zeer mooi gemaakte muziek die live ook nog eens overkomt, maar de band zélf is vaak niet veel meer dan zanger Bert Ostyn, met al de beperkingen van dien.

Het cliché voor Lee ‘Scratch’ Perry blijft (gedeeltelijk) rechtop: ofwel zeer slecht, ofwel een geniaal feestje. Nu was het ergens tussenin, daar zijn trage dub op zich goed gebracht werd (vooral dankzij een prima band) en de 74-jarige legende redelijk nuchter leek. Maar: het ging te traag. Pas op het einde werd getoond wat het potentieel kon geweest zijn van dit optreden. Niet dat we veel meer kunnen vragen van een bejaarde man, natuurlijk.

Ode aan de held die vlak na het optreden van Perry geniale dubstep loeihard door de PA liet blazen. Het bleek de perfecte opwarmer te zijn voor Mixmaster Mike, oftewel het bekendste knoppengenie die vaak ook in dienst van Beastie Boys werkt. Begrijp het niet verkeerd: hij is echt wel geniaal, maar we zien hem toch liever bij de drie veertigers uit New York. Echt slechte platen draaien deed-ie niet, maar er zat anderzijds ook geen persoonlijkheid in een set die om de nanoseconde van nummer veranderde.

Soms zaten er echt prachtige ingevingen tussen, afgewisseld met de vetste dubstep die op de man op z’n laptop had staan. Uiteindelijk verwaterde de boel echter, wat nog eens duidelijk maakt dat dj-sets (deze keer écht live) niet om kwantiteit, maar om kwaliteit draaien.

Zondagen op Leffinge hadden vroeger de slechte naam van saai en sfeerloos te zijn. Enerzijds omwille van de (oudere) dagjesmensen, en anderzijds omdat veel andere bezoekers s’anderendaags op de schoolbanken moeten zitten. De organisatie had daar dit jaar iets uitstekends op gevonden: Blackbox Revelation relatief vroeg programmeren als publiekstrekker, wat een schot in de roos bleek te zijn. Hun optreden was niet beter dan vorig jaar, maar de nog steeds piepjonge band maakte duidelijk veel technische progressie sinds de vorige passage; er was zelfs plaats voor een heus potje jammen in het midden van de set, en de overgang tussen ‘I think I like you’ en ‘Do I know you’ was pure klasse. Nu nog wat origineler uit de hoek komen en werken aan die drumpartijen!

Dankzij de strategische programmatie viel het optreden van 65 Days of Static helemaal niét in het water. Deze band heeft nog niet de herkenbaarheid van Explosions in the Sky, maar compenseren dit door zowaar ‘dansbare postrock’ te maken. Het sloeg ook aan, want zelfs met een wat te rustig eerste deel, ontplofte de boel vanaf hun bekende ‘Radio Protector’. Prachtig om deze band nog eens te zien.

Admiral Freebee liet zijn amateuristische onderbroekenlol voor één keer thuis (misschien door het feit dat Flip Kowlier nu in z’n band zit), maar vermits zijn Engelse teksten nog steeds ondermaats zijn, ging het richting een échte Amerikaanse band: Viva L’American Death Ray Music. Een mondvol voor een optreden in het kleine, gezellige Café De Zwerver (dat fungeerde als ‘vierde podium’, na de tent, de zaal en het Marktplein). Het werd een interessante show, vooral bestaande uit experimentele blues met duidelijke Malinese invloeden. Een goede ontdekking, met andere woorden.

De afsluiter van LeffingeLeuren 2010 is vermoedelijk de grootste band die het festival ooit al wist te strikken. Niemand minder dan Wilco sloot een vreemd genoeg niet uitverkochte festivaldag af. Na de zegetochten op Pukkelpop en in de AB vorig jaar, kan men bezwaarlijk nog stellen dat dit een Amerikaanse band is voor een Amerikaans publiek. Ook hier zijn ze bekend, zij het niet goed genoeg. Ergens kan gesteld worden dat ze niet thuis horen op een kleine setting als Leffinge, maar ze kozen zélf voor een bescheiden Europese tournee, wat hun komst naar deze uithoek dus perfect rechtvaardigt.

Op vraag van de organisatie bracht de band geen gewoonlijke marathonset, wat jammer was voor de fans, maar gezien de omstandigheden ook begrijpelijk. Klagen konden we evenwel niet: deze band kan liedjes maken als geen ander, volgens de Gouden Snede van de moderne popmuziek. Daar eindigt het niet bij: werkelijk élk nummer plakt moeiteloos aan je brein, en wordt meestal in een cocon van avantgardistische noisebreakdowns en onnavolgbare gitaarsolo’s gestopt. Van de bovenste plank dus, en dat in een dorpje dat ooit onstond rond een mesthoop. Er waren enkel maar hoogtepunten, en hoewel de reactie van het publiek lauw was, amuseerde de band zich duidelijk. Kortom: precies wat verwacht mocht worden van een band als Wilco.

Datzelfde geldt ook voor de rest van de affiche en het hele festival op zich. Zondagnacht kon met veel plezier naar de desolate camping getrokken worden, en van het optreden van Wilco wordt nog weken nagenoten. Volgend jaar zal het kleine LeffingeLeuren, zonder gigantische marketingmachines en met de ideale rust na een drukke festivalzomer, opnieuw één van de meest genietbare evenementen worden dat ons festivallandschap te bieden heeft. Oh, en de 1Minute Awards voor kortfilms zal natuurlijk ook opnieuw plaatsvinden, als uniek aspect van een al even uniek festival.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!