Leegstand aanpakken zonder zicht op probleem?

donderdag 13 augustus 2015 01:16

Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten tasten de kwaliteit van de
omgeving aan. Gebouwen laten leegstaan terwijl er een grote vraag is naar
bedrijfsruimte, betekent dat er onnodig onbebouwde ruimte wordt aangesneden en
dat terwijl open ruimte schaars is. De aanpak van dit probleem vereist een
doordachte visie. Uit antwoord van het stadsbestuur op een schriftelijke vraag is
gebleken dat Oostende, de Stad-aan-zee over geen overzicht beschikt van
leegstaande of verwaarloosde bedrijfsterreinen en panden. Dit is te betreuren
want hoe ontwikkel je als stad een aanpaksvisie als je geen zicht hebt op het probleem  

Volgens het stadsbestuur worden maar twee leegstaande bedrijfspanden
opgevolgd. Dit terwijl er zeker veel meer staan te verloederen in de
stad-aan-zee. Ook een navraag bij de ondernemersorganisaties in de regio
leverde geen resultaat op. Telkens werd de aanvragers doorverwezen naar het
stadsbestuur. Er blijven veel pertinente vragen onbeantwoord: hoeveel
leegstaande bedrijfspanden zijn beschikbaar voor de markt; zijn ze te koop of
te huur; hoeveel m2 en waar liggen ze precies? Verder is het van cruciaal
belang om naast de gebouwen te weten wat de verhouding is tussen  bezette grond en leegstaande grond. Men moet
ook de tendens goed kunnen inschatten in termen van het aantal aanvragen: zijn
ze in stijgende of dalende lijnen? Het is duidelijk dat economische vooruitgaan niet au serieux wordt genomen in Oostende,
vertel mij anders eens hoe je een economische beleid kan uittekenen zonder over
de juiste data te beschikken? Bovendien blijkt uit het antwoord van het stadsbestuur weinig visie op
de aanpak van het probleem 

Evolutie in West Vlaanderen
van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten.

Bekijken we even het aantal opnames in West Vlaanderen van leegstand en /
of verwaarlozing bedrijfsruimten: In 2012, 2013 en 2014 leek het even beter te
gaan (onder de 500) dan de cijfers van 2004 die op 578 stond. Goed nieuws, zou
men denken. Misschien wel voor andere steden en gemeenten maar voor Oostende kennen we de
tendens niet.   

Grafiek 1 – Opnames in de
inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten

(zie hieronder voor grafiek)  

Leegstand bestrijden door toepassing van een heffing

De toepassing van een heffing is een manier om leegstand te bestrijden.
Daarvoor is een inventaris van leegstaande en /of verwaarloosde
bedrijfsruimten onontbeerlijk. De Vlaamse overheid verplicht de eigenaars van
dergelijke gebouwen  onder bepaalde
voorwaarden tot betaling van een heffing. Deze heffing heeft vooral de
bedoeling om eigenaars aan te zetten leegstand en verwaarlozing te vermijden. De
eigenaar moet een heffing betalen na twee opeenvolgende registraties in de
inventaris. De opbrengst van de heffing komt dan terecht in het
Vernieuwingsfonds. Met dit fonds ondersteunt de Vlaamse overheid de sanering
van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten (voor details zie hier). Een slimme overheid
bestrijdt leegstand. Dat Oostende geen betrouwbare inventaris heeft stelt nog
een bijkomende probleem op: eigenaars kunnen geen aansprak maken op het
Vernieuwingsfonds. Dit komt doordat één van de vier voorwaarden voor het
toekennen van de subsidie is dat “het onroerend goed moet in de Inventaris zijn
opgenomen”

Grafiek 2 – opnames in de inventaris
omwille van leegstandskenmerken
 

(zie hieronder voor grafiek)

In totaal worden er ongeveer
430 ha of een oppervlakte zo groot als ongeveer 270 voetbalvelden,
bedrijfsruimtes onbenut. In plaats van nieuwe ruimte aan te snijden zoals
vermeldt staat in de beleidsnota van de Vlaamse minister van Economie en
Innovatie zou het dus veel verstandiger zijn om de bestaande ruimtes optimaal
te benutten.

Oostende zou een heffing al vanaf het tweede jaar
van leegstand moeten invoeren. Door die jaar na jaar te laten oplopen zullen
eigenaars daadwerkelijk de noodzaak voelen om iets te doen.  

Grafiek 3 – subsidies voor
saneringswerken aan leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten
 

(zie hieronder voor grafiek)

Uit grafiek 3 blijkt dat naast Antwerpen, de provincie West Vlaanderen het
hoogste subsidiebedrag heeft aangevraagd in 2014 voor saneringswerken. In 2009
en 2010 was West Vlaanderen koploper in de subsidieaanvraag. Oostende zit al
jaren kansen te missen. Moet het stadsbestuur zich niet dringend herpakken, is
de terechte vraag van vele bezorgde burgers.  

Verder, de huidige markt voor bedrijfsvastgoed boomt voor panden rond de
150m2 oppervlakte. Eigenaars aansporen tot het herinrichten van grotere
panden in kleinere entiteiten zou een belangrijke factor kunnen zijn want
dit heeft verschillende voordelen. De huur- of verkoopsopbrengsten voor de
eigenaars kunnen hoger liggen, en ondertussen wordt een gat in de markt gevuld
want veel start-ups, zelfstandigen en kleinere ondernemers zijn op zoek. Nu
moeten deze uitwijken naar gemeenten buiten Oostende.

De Stad-aan-zee heeft zich wel in juni aangesloten bij Biz Locator, een
databank voor commerciële panden die te koop of te huur staan. Het lidmaatschap
van Oostende in de stuurgroep van de steden en gementen die het proefproject
gaat opvolgen is zeker toe te juichen. Hopelijk wordt het project  eind 2015 in Oostende verder ontwikkeld.  

De auteur, Collins Nweke is gemeenteraadslid in Oostende waar hij de economie opvolgt
voor Groen

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!