Lang leve de rare redeneringen van Jan Blommaert

Lang leve de rare redeneringen van Jan Blommaert

zondag 21 december 2014 13:03

De barones, de hoogleraar, de afkorting en de
voornaam

In bijna alle
commentaren op bijdrages van Jan Blommaert wordt hem hetzelfde
verweten. Door vriend en vijand. Hij zou polariseren, aan tweedeling
doen, de boel ophitsen, enzovoort. Maar in een reactie op zijn
laatste opiniestuk gaat een zekere FKJ een andere toer op:
“Tja, Jan. Behoefte aan een kerstreces? Je maakt toch wel enkele
heel rare redeneringen hoor.”

Directe aanleiding
van Jan Blommaerts opiniestuk was de door forse besparingen
uitgelokte uitspraak van de wereldberoemde choreografe Anne Teresa De
Keersmaeker, die trouwens ook barones is: “Is er nog plaats voor
ons in Brussel, of moeten we een andere stad zoeken als basis?”

Eerder een smeekbede
dan een dreigement, vond ik, eerder in lijn met de mecenas-filosofie
van de Rand-adepten dan met de arrogantie die financieel machtigen
zich permitteren. In elk geval niet in lijn met het respect dat deze
dame behoort te krijgen in plaats van erom te moeten vragen.

Ik moet u om een
inspanning vragen, mocht u die nog niet geleverd hebben. Deze blog
zal namelijk moeilijker te volgen zijn als u niet eerst het
opiniestuk
van Jan Blommaert
en de reactie erop van FKJ heeft gelezen. Dat
zal grotendeels erg aangenaam zijn en wie weet ook leerrijk.

Beste FKJ,

Je suggereert dat
Jan overwerkt is en daarom niet meer zuiver kan redeneren. Rare
redeneringen zou hij maken. Zelf begin je – na de kleineringen aan
het adres van de heer Blommaert – je betoog met: “Ook bedrijven
maken unieke producten, en als ze hun product niet meer verkopen
verdwijnt ook hun markt. Er zal zich heus niemand anders op de markt
van bv. de filmrolletjes smijten, hoor. Of op de gloeilamp.” Het
kan misschien ‘hun’ markt zijn voor ‘hun’ producten die verdwijnt,
maar daarom verdwijnt ‘de’ markt natuurlijk niet. Er was geen markt
meer voor die specifieke producten en daarom stopte de productie.
Niet andersom. Dat is één van jouw ‘rare redeneringen’.

Voor Anne Teresa De
Keersmaeker is er wél een markt en ze is niet zinnens om haar
productie te stoppen. De onvervangbaarheid van De Keersmaeker, die
Jan Blommaert onderstreept, is van groot belang. Gloeilampen en
filmrolletjes waren niet alleen vervangbaar, maar voorbijgestreefd.
Dat is onze nationale trots van de danswereld niet. Inhoudelijk heb
je er duidelijk niks van begrepen. Of willen begrijpen.

De tweedeling tussen
de sectoren, waarvan je het bestaan in twijfel trekt en eerder
toeschrijft aan de verbeeldingskracht en dissidentie van Jan
Blommaert, is in feite inherent aan het huidige economische klimaat
en aan het verschil tussen de “markten”. De waarde van het
product van kunst is namelijk geen à priori becijferbaar gegeven, in
tegenstelling tot die van consumptiegoederen. Een kunstenaar heeft
geen businessplan. Er is geen enkele kunstenaar ter wereld waarvan
iemand op voorhand kan zeggen wat de waarde van diens productie zal
worden. En als je het erg scherp stelt heeft kunst in feite geen
waarde in economische zin. Maar ze is ontegensprekelijk van
onschatbare waarde voor de mens, zijn vooruitgang en welzijn.

Meneer Blommaert
zegt in tegenstelling tot de karikatuur die jij ervan probeert te
maken bijna letterlijk dat filmrolletjesfabrikanten inderdaad
verdwijnen: “Het verdwijnen van concrete ondernemingen is een
vanzelfsprekend effect van concurrentie, ze worden binnen de kortste
keren vervangen door andere ondernemingen.”

Andere
ondernemingen. Nieuwe ondernemingen, maar ook bestaande concurrenten
die wel mee waren geëvolueerd.

Hij zegt ook nog:
“als er een duidelijke markt is, komt er een aanbod om aan die
vraag te voldoen.” En voor wie hardleers is – wie het schoentje
past, trekke het aan – nog eens voor alle duidelijkheid: “Die
elementaire regels zeggen ook – het concurrentiebeginsel – dat
elke economische actor moeiteloos te vervangen is door een andere als
ze dezelfde producten naar dezelfde markt kan dragen.”

Je hebt er dan voor
gekozen om ‘dezelfde producten’ heel eng te definiëren en de klok
zelfs een decennium terug te draaien. Gloeilampen worden al lang niet
meer verkocht en naar filmrolletjes is het heel hard zoeken. Maar
iedereen heeft wel halogeen, led, spaar en andere moderne lampen in
huis. En digitale camera’s, geheugenkaarten, smartphones, tablets,
printers, computers. Door het verdwijnen van analoge fotografie
verdwijnt natuurlijk niet de markt van de fotografie, alleen zijn er
andere actoren. Door het verdwijnen van de gloeilamp is de markt voor
lampen niet ineengezakt, integendeel zelfs. Dat is innovatie. Er is
geen enkele reden om aan te nemen dat enkel een schuldeconomie waarin
winstmaximalisatie centraal staat kan zorgen voor innovatie. Tenzij
je gelooft dat alle mensen gekocht moeten worden, dat iedereen enkel
gemotiveerd kan worden door potten met goud. Voor een deel klopt dat
natuurlijk, en dat is ook het schunnige aan onze
consumptiemaatschappij. Het rad dat voor onze ogen wordt gedraaid.

Het valt mij
trouwens op dat je het zonder uitleg en dan nog als understatement
een ‘ondoordachte uitspraak’ vindt dat mensen als Jan Blommaert een
coöperatieve onderneming zouden kunnen oprichten. Je vindt het even
ondoordacht als de uitspraak van De Keersmaeker. Je vergeet uit te
leggen waarom. Jan Blommaert zegt dat ondernemen een activiteit is
die hij desnoods succesvol zou kunnen uitvoeren. Als hypothese. Jij
lijkt het een belachelijk idee te vinden. Waarom? Ik twijfel er niet
aan dat de heer Blommaert een succesvolle onderneming zou kunnen
oprichten en de juiste mensen bijeen zou krijgen om eender welk
product te produceren en te verkopen. Maar ik hoop van niet. Ik hoop
dat hij zijn ding blijft doen en blijft schrijven en lesgeven – in de
breedste zin.

Uit je betoog blijkt
dat je een onuitgesproken premisse hanteert; enkel het huidige
systeem kan zorgen voor vooruitgang, innovatie, enzovoort,
waarschijnlijk met de Pay peanuts, get monkeys-gedachte in het
achterhoofd. Zou Anne Teresa De Keersmaeker dan een aap zijn? CEO’s
zijn supermannen die het verdienen om schandalig rijk te worden. Want
er bestaat wel degelijk zoiets als ‘schandalig’ rijk zijn. Het
schandaal is namelijk dat dat gratis geld is, op de kap van alle
anderen. En hoewel geld vaak enkel maar cijfertjes op een scherm
lijken, staat het in feite voor middelen. Hoe meer van die middelen
verzameld worden door enkelingen, hoe schaarser ze zijn voor iedereen
anders.

Je zegt zelf:
“Gebrek aan toekomstvisie, middelmaat en mismanagement is een
gruwel voor élke sector.” Ja, natuurlijk, maar ik zie niet in wat
dat met de tekst van Jan Blommaert te maken heeft. Bovendien is de
vraag wat je onder toekomstvisie en middelmatigheid verstaat. Om het
duidelijk te stellen: wat is de meerwaarde van succesvolle bedrijven
die een duidelijke toekomstvisie hadden en zeker boven de middelmaat
uitsteken, zoals Coca-Cola, Heinz, McDonalds, Nike, Monsanto, noem
maar op. Worden we daar beter van, dat zulke bedrijven dankzij hun
bovenmatige expansiedrang en toekomstvisie incontournable zijn
geworden?

Maar mismanagement
is inderdaad de doodsteek voor elk bedrijf. En precies in een
coöperatief bedrijf is de kans op mismanagement het kleinst. Maar ik
vermoed dat je niet veel over de materie in kwestie weet. Je zegt de
hele tijd evidente dingen, zoals “bedrijven zijn een verzamelpunt
voor R&D” en “Als een gemeenschap geen stimulansen en
kansen geeft aan talent, dan ontstaat er een brain drain”. 
Pleit Jan Blommaert ergens voor het afschaffen van bedrijven of
onderwijs of zo? Heb ik iets gemist? Alsof dat niet zou kunnen in een
samenleving waarin coöperatief zou ondernomen worden. Ik ben er
zelfs van overtuigd dat het tegendeel waar zou zijn. Dat bovendien
mensen ook een stuk gezonder en gelukkiger zouden zijn. En het ligt
er maar aan hoeveel zo’n brain moet kosten, natuurlijk. Niemand heeft
een brein zo groot dat het miljoenen euro’s waard is. In een
coöperatieve onderneming zou dat dan ook niet mogelijk zijn. Daar
kan je toch niet tegen zijn?

Je stelt dat Jans
tweedeling niet opgaat. Ik denk van wel, weliswaar afhankelijk van
wat je er precies mee bedoelt natuurlijk. Er zijn gigantische
verschillen tussen de culturele sector en de bedrijfswereld waarbij
motivatie, middelen en doel de meest voor de hand liggende zijn. Maar
jouw tweedeling, degene die voorondersteld blijkt en onuitgesproken
blijft, is die tussen de goeie, klassieke, winstmaximalisatiemarkt en
de slechte, utopische, alternatieve vormen van ondernemen. Nochtans
hebben ze allebei hetzelfde doel: producten en diensten aanbieden die
verkocht kunnen worden zodat de onderneming winst maakt. Maar het
doel van een coöperatieve onderneming* is inderdaad niet om zoveel
mogelijk winst te maken, koste wat kost. Wat natuurlijk lijnrecht
ingaat tegen de groei-economie die steunt op de criminele
schuldeneconomie en vice versa. Er zou geen tweedeling moeten zijn,
maar ze is er inderdaad. Dankzij ons megalomane economisch systeem.

Je sluit af met het
soort poging tot verzoening dat me onwillekeurig in gedachten
terugstuurde naar de prefectuur van het Jezuïtencollege in mijn
vroege puberteitsjaren: “We komen verder met het samenwerken tegen
kortzichtige dommigheid in alle sectoren, dan met het opzetten van de
verschillende sectoren tegen mekaar. Toch?” Ik beschouw het als een
even geloofwaardig reikende hand als die van de regering naar de
werknemersbonden, maar ben toch gecharmeerd dat je wil samenwerken
tegen kortzichtige dommigheid. Dat treft. Ik ook. En professor
Blommaert zeker.

Met vriendelijke
groet,

Dieter

Chantage van inferieure producenten

Zoals Jan Blommaert
duidelijk stelt, maken we een grote fout door ons te laten
intimideren door de dreigementen van transnationals. We nemen hun
macht ook veel te serieus. Geld is alleen maar macht als geld god is.
Er is niks unieks aan hun producten behalve misschien de marketing,
en hoeveel mooier zou de wereld niet zijn zonder reclame? Er is heus
niet maar één goeie ketchup, één hippe sportschoen of één goeie
softdrink in de wereld. Meer nog, cola drinken is gewoon slecht voor
de gezondheid. Mocht Coca-Cola nooit hebben bestaan en zonder reclame
nu geïntroduceerd worden, geen zinnig mens zou het willen drinken.
Ik had het geluk een vader te hebben die het goedje niet in huis
haalde en wanneer hij mij betrapte op het nuttigen ervan zei hij
steevast dat ik 8 klontjes suiker met kleurstoffen aan ‘t drinken
was. Ieder mag daar zijn gedacht over hebben (en voor zich houden),
maar ik ben blij dat mijn vader een sterke persoonlijkheid had en
weerstand bood aan de indoctrinatie van de vele multinationals die
ons inferieure en soms schadelijke producten proberen aan te smeren.

Het is fout dat we
het vanzelfsprekend moeten vinden dat transnationals soms zo goed als
geen belastingen betalen, en in elk geval altijd veel minder dan een
kmo, een kleine zelfstandige of een werknemer.

We moeten af van de
gedachte dat we blij moeten zijn dat er superrijken zijn. Niemand
wordt daar beter van.

Laat ze inderdaad
maar gaan. We pikken de chantage niet langer.

Als we mensen zoals
Anne Teresa De Keersmaeker verliezen door ons te beperken tot die
dwaze markteconomie, verliezen we schoonheid. En dat is
onvervangbaar. Onschatbaar. Onbetaalbaar.

* Wat is een
coöperatieve onderneming?  “De Internationale Coöperatieve
Alliantie (ICA) formuleert het zo: ‘A co-operative is an autonomous
association of persons united voluntarily to meet their common
economic, social, and cultural needs and aspirations through a
jointly-owned and democratically-controlled enterprise.’ Een
coöperatieve heeft geen leden, het zijn de leden die een
coöperatieve hebben,” zo zeggen Lieve Jacobs en Wim Van Opstal
in Sampol blz. 44-49 van april 2013 Wat
is coöperatief ondernemen?”: 

https://d3khrtt6n8eqzp.cloudfront.net/s/hcjwsxq/assets/SAMPOL_april_2013_Jacobs___Van_Opstal.pdf

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!