Kroniek van een déjà-vu, Hoorzitting Commissie Cultuur in het Vlaams Parlement

Kroniek van een déjà-vu, Hoorzitting Commissie Cultuur in het Vlaams Parlement

donderdag 30 december 2010 11:55

Hoorzitting Vlaams Parlement, Commissie Cultuur, 16 december 2010

Dames en Heren,
personeelsleden van de betrokken instellingen, Mevrouw de Minister, parlementairen, intendanten, zakelijke en artistieke leiders, danku voor de gelegenheid het woord tot u te mogen richten.

En danku voor deze ervaring. Die echter ook een déjà-vu is: Het fusie-idee komt als een slingerbeweging elke paar jaar terug. Nu eens naar deze, dan naar gene zijde slaand.

Het zou al te gek zijn als vakbonden iets tegen samenwerking zouden hebben. “Samen sta je sterk” is ons devies. Hier kan men mss iets leren van vakbonden.. af en toe mogen we dat wel eens zeggen. Want ad hoc zoeken we in zovele dossiers – daar waar mogelijk – hoe we de krachten kunnen bundelen. Het beste bewijs: we zitten hier vandaag ook samen als een Gemeenschappelijk vakbondsfront.

Laten we dezelfde oefening – het zoeken naar mogelijke samenwerkingen, wat wij als vakbonden en jullie als parlementairen toch dienen te betrachten, hier ook doen. En dus in plaats van al te makkelijk kritiek leveren, hebben we gezocht naar waardevolle zaken die in dit ontwerp van plan voor de instellingen staan. Sommigen zouden ons durven verdenken van enig cynisme, maar wij zitten hier wel degelijk om te helpen om van deze zaak een gedragen verhaal te maken.

Met andere woorden: Op dit moment is dit geen gedragen verhaal. Niet voor het betrokken personeel – tenslotte het kapitaal van deze instellingen. En ook niet voor de stuurlui die er samen met hun personeel – ere wie ere toekomt – al jaren in slagen Vlaanderen heel stevig op de culturele wereldkaart te zetten.

De bijkomende besparingen leggen een bijkomende druk op alle instellingen. Reeds in 2010 werd er bespaard omwille van de crisis, er werd een kaasschaaf besparing toegepast in alle instellingen. Ook nog eens in 2011 is de kaasschaaf bovengehaald. Hierdoor is de situatie zeer precair voor alle instellingen, ook voor de grote. Sommige instellingen hebben wel enige reserve, doch de situatie wordt bijna onhoudbaar. Wanneer we weten dat de grote instellingen 12 miljoen bijkomende middelen vroegen en dat de adviescommissies 5,2 miljoen bijkomende middelen adviseerden, dan is het plaatje duidelijk. Er wordt het uiterste gevraagd van het personeel om toch de doelstellingen te halen.

We zitter hier samen om een synergienota te bespreken. Al zeggen we een aantal heel belangrijke zaken over de orkesten, toch focussen we voonamelijk op de fusieplannen Ballet-Opera.

Ook willen we nog even duidelijk stellen: Al kleuren we als vakbonden de term ‘overleg’ misschien wel op een andere manier in, toch doen we niet aan Minister-bashing. Maar ook niet aan het aan de paal nagelen van onze instellingen! Want de steeds hogere en ook waargemaakte ambities van de instellingen leiden op dit moment tot een steeds hogere werkdruk, stress, ziekte, burn-out tot en met dodelijke ongelukken. De efficiëntielimieten zijn op een aantal vlakken nu reeds duidelijk bereikt!
Welke waardevolle zaken lezen we in de synergienota?
(En hierna citeren we een aantal zaken letterlijk):
• Het is de “doelstelling om tot een sterker profiel te komen van de Vlaamse kunstinstellingen, onderlinge collegialiteit en een verankerde spreiding”.
• De nota verwoordt een “ambitie om een uniek eigen profiel te ontwikkelen”.
• De nota wil door “afgesproken samenwerking een meerwaarde te betekenen voor de eigen werking en voor het kunstenlandschap ver buiten de grenzen van Vlaanderen”.
• We lezen ook de overtuiging dat: “opera en ballet zich creatief moeten kunnen bewegen op het vlak van beide disciplines.”
• De nota stelt letterlijk dat er een “specifieke artistieke werking voor zowel opera als ballet” dient te zijn, met een “autonome werking voor beide disciplines”.
• “Synergie tussen productiehuizen en tussen presentatieplekken”
Het was in de eerste plaats het Ballet die deze terechte bekommernis uitte. Wij sluiten ons aan bij het idee dat hier betere afspraken dienen bekomen te worden, zonder dat de ene instelling de andere daarvoor factureert. En dat er garanties geboden worden aan de eigen productiehuizen om te kunnen spelen op de bestaande presentatieplekken.
• “Voldoende aandacht voor talentontwikkeling, creativiteit en begeleiding van beloftevolle makers, musici, zangers en dansers”.
Dat lezen wij uiteraard graag. Reeds eerder hebben we onze grote bekommernis geuit voor de kwetsbare groep van vervangers, freelancers, extra’s en jonge afgestudeerde kunstenaars. Met welke middelen echter gaat men deze “voldoende aandacht” garanderen. Of gaat men hier een bijkomende verplichting op de schouders van de instellingen laden die nu reeds geconfronteerd worden met slinkende middelen?

Welke bijkomend te nuanceren zaken staan er in de synergienota
& enkele kanttekeningen bij sommige adviezen.
• “De infrastructuur blijft onderbenut”:
– Als men het heeft over een aantal speelplekken is dit ten dele correct. De vraag is of men voldoende middelen heeft om nog meer te programmeren.
– Als dit als een kritiek zou geïnterpreteerd worden naar sommige productiehuizen dient men enkele feiten in het achterhoofd te houden:
Bij enkel ongenuanceerd het aantal voorstellingen tellen, zou onderbenutting van de infrastructuur een conclusie kunnen zijn. Echter, een sportploeg doet ook meer dan enkel competitie spelen. Namelijk voorbereiden, trainen, oefenwedstrijden. En tiens, daar heb je ook een infrastructuur – een oefenveld bijvoorbeeld – voor nodig. Is dit oefenveld dan onderbenut?
– Tezelfdertijd lezen we in sommige adviezen kritiek op het rentabiliseren van de eigen zaal. Hier kunnen we niet goed meer volgen: Waarom zou het rentabiliseren van een eigen zaal – via bijvoorbeeld academische zittingen en andere evenementen wat geld in het laatje brengt – een bron van kritiek moeten zijn. Integendeel lijkt ons dat net goed zakelijk beheer.
• “De betrokkenheid van de instellingen met de rest van het culturele veld is beperkt”.
Vindt men samenwerking door bijvoorbeeld de Vlopera met vele tientallen organisaties dan te beperkt? Ook voor ons mag alles altijd meer zijn, maar men dient niet tezelfdertijd te ontkennen wat reeds gebeurt.
• “De onderbenuttiging van musici en koorleden”.
Niets is zo ergerlijk dan ongefundeerde statements, die niet gebaseerd zijn op facts en figures. Net zoals bij de vorige fusieplannen, lanceert men de mythe van een generalistische onderbenuttiging. Toendertijd was die gebaseerd op cijfers van een besparingsjaar in de opera én gewoonweg een verkeerde overschatting van het aantal orkestmusici. Nu is ze gebaseerd op geen enkel onderbouwd cijfer… En ja, ook een sportploeg heeft misschien twee keepers. Zich echter focussen op de ‘groep’ van keepers om dan een volledige ploeg te beschuldigen van onderbenuttiging is voor ons alleszins enkele bruggen te ver…
• Laten we toch ook maar eens een blik op de geschiedenis werpen: Het GSO, Groot Symfonisch Orkest, voorloper van het Brussels Philharmonic werd een wereldautoriteit op het vlak van mondernistische muziek net OMDAT het groeide van een losse structuur naar een pool van musici NAAR een vast ensemble. Hoe snel vergeet men soms..
• Bij het punt verloning willen we toch even iets rechtzetten:
In de beleidsbrief van de minister lezen we dat “de sociale partners” tegen het integreren van de podiumkunstensector (pc304) in de VIA (Vlaamse Intersectorale akkoorden) zijn. Dit klopt niet! Het zijn de werkgeversorganisatie Verso en de vakbonden van de “witte woede” die tegen zijn.
Wij hebben in tegendeel samen met werkgeversorganisatie Oko een eisenbundel overhandigd aan de minister i.v.m. het VIA. Wij vinden het namelijk onaanvaardbaar dat het ene gesubsidiëerde personeelslid (uit het sociaal cultureel werk) wel onder het VIA valt en het andere gesubsidiëerde personeelslid (uit de podiumkunsten) niet. Ze zijn tenslotte beiden personeel gesubsidiëerd door de Vlaamse Overheid. Wij blijven dus eisen dat het paritair comité 304 ook opgenomen zou worden in het VIA.
Positief is dat er een loonstudie van de verschillende instellingen zal gemaakt worden (tegen juni 2011). Dan zal men kunnen zien dat de lonen laag zijn in vergelijking met onderwijs of zelfs in vergelijking met onze federale culturele instellingen (zoals de nationale opera of het Nationaal Orkest van België).
• We stellen vast dat in de adviezen van verschillende organisaties men voorbijgaat aan het jaar 2009. Toevallig een jaar waar zowel het Brussels Philharmonic als het Ballet beduidend betere cijfers kunnen voorleggen. Wij betreuren dit. Het lijkt ons niet ernstig dat een verbetering in de cijfers van het Brussels Philharmonic in de Adviezen ‘behandeld’ wordt met een enkel zinnetje . Noch dat een stijging in de eigen inkomsten van het Ballet in 2009 – tot 22,99% – gewoonweg helemaal niet vermeld wordt. En dat ondanks de duidelijke en uitgebreide replieken van deze organisaties.
Toch ook maar even meegeven dat het Ballet in Nederland 11,76 mio kreeg in 2009 en een eigen inkomstenpercentage haalde van 9%.
• Het is ook vreemd dat men in de Adviezen kritiek levert op overige samenwerkingsverbanden terwijl dit net een speerpunt is van de synergienota van de Minister. Hoe men de samenwerking met het opleidingproject Sabattini of met de Balletschool zakelijk irrelevant kan noemen, dat gaat ons petje te boven. Of denken we maar aan het vele werk van de Vrienden van het Ballet die ook inkomsten genereren.

Welke zijn de krijtlijnen om wel een gedragen verhaal te kunnen maken als het gaat over samenwerking tussen Ballet en Opera:
• Behoud van het personeel, zowel bij Opera als Ballet
• Garanties naar behoud van de eigenheid en specifieke kennis bij de instellingen: Het zou een ernstige fout zijn te denken dat alles inwisselbaar is. Dit geldt niet alleen voor de orkesten. Want ook menen dat een atelier van een reizend dansgezelschap net hetzelfde is als een honkvaster operagezelschap zou getuigen van nét niet genoeg inzicht in de materie.
• Beide organisaties dienen een evenwaardige artistieke eindverantwoordelijke (intendant/leider – term is te kiezen) te krijgen.
• Aparte budgettaire garanties: Beide artistieke disciplines dienen namelijk een werkbare enveloppe te hebben die niet kan benut worden door de andere.
Beide organisaties blijven dus volwaardige business units.
• Beide disciplines dienen hun eigen artistieke programmatie te maken. Dit belet niet dat er momenten van samenwerking kunnen en moeten afgesproken worden.
• Harmonisatie EN herwaardering van de lonen in alle departementen. Minimum minimorum een harmonisatie, die dan uiteraard enkel naar boven genivelleerd kan worden.
• Time is of the essence. En dat is een dubbele boodschap: Enerzijds kunnen een aantal zaken quasi niet gerealiseerd worden voor 2013 gezien elk zichzelf respecterend operahuis ter wereld een drietal jaar vooruit dient te plannen.
Anderzijds dient men hic en nunc oplossingen te concretiseren voor de vraag van het Ballet naar speelplekken en speelmomenten op structurele basis. Zonder dat de ene instelling de andere daarvoor blijft factureren. Het gebrek aan collegialiteit is schokkend. Maar lijkt verdedigbaar zolang een en ander niet verankerd wordt in de Beheersovereenkomsten.

Welke mogelijke structuren om dit alles te bewerkstelligen?
Als we even terugdenken aan de waardevolle zaken uit de synergienota die we opsomden en we leggen daar de krijtlijnen naast om tot een gedragen verhaal te komen, dan komen we al een eind ver: respect voor de eigenheid, beide disciplines die moeten kunnen bestaan, een eigen profiel. Dergelijke dingen kunnen verankerd, zelfs gebetonneerd worden in de op stapel staande beheersovereenkomsten.

Het grootste struikelblok blijkt en blijft voor alle betrokkenen een structuur waar men in het organogram bovenaan een intendant zet. Even duiden: deze functie van intendant betekent in het wereldje dat dit de persoon zou zijn die àlle artistieke lijnen zou uitzetten voor beide disciplines, te weten ballet en opera. Dit is eigenlijk een contradictio in terminis. Of gaat minstens in tegen een aantal zaken die de synergienota zelf opsomt over twee unieke profielen en disciplines.
Men kan evengoed denken aan een coördinator. In de nationale opera kent men bijvoorbeeld de functie van een financial controller.

Voor vergelijkingen die nu gemaakt worden in dit dossier – vergelijkingen met het buitenland – dient men op te letten en de broodnodige nuanceringen te maken:
Ook wij hebben onze antennes uitgestoken. Ook wij kennen voorbeelden in het buitenland die wel een gezamenlijk intendant kennen. Echter, die ‘functioneren’ met heel wat interne spanningen. Tezelfdertijd is het heel wat makkelijker dergelijke spanningen weg te masseren als men over budgetten beschikt die 3, 4 zelfs 5-maal hoger liggen dan de bescheiden middelen waarmee onze instellingen dienen te functioneren.
We kennen ook voorbeelden zonder gezamenlijke intendant.

In plaats van zich vast te rijden in een stellingenoorlog kan men een groot stuk bekommernis wegnemen door nièt een zeer moeilijk werkbare structuur te creëren, maar wel door alternatieven ernstig te overwegen. Alternatieven die het beoogde doel ook mogelijk maken: namelijk samenwerkingen, clustering, collegialiteit, betere spreiding, speelplekken voor iedereen, enz.

We durven hier een alternatief, een zogenaamd ‘scenario NTGent’ naar voor te schuiven (voor het Ballet): Het NTGent kampte enkele jaren geleden ook met een grote schuld. Nochtans kon deze instelling in alle onafhankelijkheid zijn artistieke koers verder zetten terwijl men er een schuldafbouwtraject toeliet dat over vele jaren gespreid wordt. Het is maar een idee, maar te overwegen waard.

Zich focussen op die nieuwe zogenaamd zaligmakende eenheidsstructuur ‘BalOpera’ creëerde onvermijdelijk een aantal ballorige mensen.

Als we over structuren spreken, dan hebben we het echter over instrumenten om een doel te bereiken. Het instrument an sich doet er ons inziens dan minder toe dan het te bereiken doel.

Wij drukken de hoop uit dat onze boodschap luisterende oren heeft bereikt en dat er een oprechte bereidheid is om in overleg constructief te kunnen werken aan het verder succesverhaal van onze schitterende Vlaamse Culturele Instellingen.

Gemeenschappelijk Vakbondsfront
ACV Transcom Cultuur
ACOD Cultuur
ACLVB
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!