Koppig Kunst Blijven Maken

zondag 17 november 2019 20:41

Kunstenaars die afkomstig zijn uit minder ontwikkelde landen of uit landen waar een oorlog woedt en die vandaar gemigreerd zijn naar Europa, of beter gezegd: die geen andere mogelijkheid hadden dan te migreren, hebben het in hun nieuwe omgeving bepaald niet makkelijk. Op een continent waar de landen zo ontwikkeld zijn, de kunst op zo’n hoog niveau staat, is het voor deze kunstenaars haast onmogelijk om een plek te vinden. Bovendien is het al snel duidelijk dat het land dat ze hebben achtergelaten in werkelijkheid niet achtergebleven is.

Het ontwikkelde land waar de kunstenaar zijn leven voort wil zetten, kijkt eerst naar waar de kunstenaar vandaan komt. Wat is zijn of haar land van herkomst, wat is zijn of haar religie, taal, afkomst, wat is het artistieke verleden van het land van de kunstenaar? Liggen de grenzen van de kunstenaar buiten Europa, dan wordt deze nieuwkomer in een dienovereenkomstig hokje gestopt.

Maar wat een kunstenaar tot kunstenaar maakt is precies de regio waar hij of zij vandaan komt. Is het soms niet zijn cultuur, de kleuren en het licht van die streek? Behoren deze dingen echter niet tot de vaste normen van het ontwikkelde land, dan wordt de kunstenaar jammer genoeg in één haal aan de kant gezet, hij behoort meteen tot de afvallers.

Laat ik een voorbeeld geven. De vragen die ik bij mijn eerste exposities het vaakst te horen kreeg, waren: ‘Maakt u dan kunst?’, ‘Zijn er nog andere kunstenaars in uw land?’ en ‘In islamitische landen is het toch verboden om kunst te maken?’

Wanneer je kennismaakt met galeriehouders, wanneer je met hen over jezelf en je land van herkomst praat, krijg je geregeld opmerkingen te horen als: ‘Nou, voordat we voor kunst naar mensen als jij en mensen uit jouw land moeten…’ Aan hun gezichten kun je zien dat het allereerste wat ze je vragen is: ‘Waar kom je vandaan?’ Dat is de houding die ze zich aanmeten, zelfs nog voordat ze een blik op je werk hebben geworpen. Doordat die neiging zo sterk is en er zoveel van dit soort formuleringen en toespelingen worden gemaakt, werpen ze meteen al een muur op tussen hen en jezelf.

En dan speelt er tegelijkertijd het mechanisme van ‘grote vissen eten kleine’: van jou en het land waar je vandaan komt wil de kunstwereld niets weten, maar diezelfde kunstwereld beraamt ondertussen wel allerlei plannen om te profiteren van de markt in landen die groter en machtiger zijn dan het jouwe. China, de reusachtige kunstmarkt van Azië. De Chinese markt spreekt miljoenen aan. De pareltjes die haar internationale macht heeft gecreeërd verblinden de Europese kunstmarkt. Nu de economie van het land sinds zo’n jaar of tien reusachtige proporties begint aan te nemen, wint de oude kunst – die dateert van zo’n vierduizend jaar voor Christus – in Europa en Amerika aan waarde. En het werk van kunstenaars die prachtig hedendaags werk maken, is opgenomen in een groot aantal collecties. Maar degenen die dit soort plannen beramen zijn er zelf natuurlijk ook het slachtoffer van. Terwijl Amerika en Europa de Chinese kunstmarkt overspoelen, veroveren Chinese kunstenaars de Amerikaanse markt. Dat is makkelijk gezegd, in China zijn er tenslotte 60 miljoen mensen die kunst maken. Ik denk dat het aantal kunstenaars in alle Europese landen samen nog niet de helft is. Dat maakt van China vanzelfsprekend een grote vis.

Voor ons valt daar niks aan te doen. Wij zijn geen China. Ons land heeft een piepkleine kunstmarkt, en het lijkt erop dat die ieder moment de geest kan geven. Zou er ooit nog eens een dag komen dat zo’n markt iets in de melk te brokkelen heeft? Ik weet het niet. Op dit moment zijn er geen tekenen die daarop wijzen, en ik denk dat het nog eeuwen gaat duren voordat daar verandering in komt.

Dan onze migrantenkunstenaars. Zolang dit de situatie is, zal een kunstenaar die om wat voor reden dan ook naar Europa is gemigreerd, eerst op zoek gaan naar een manier om economisch het hoofd boven water te houden. Met kunst zal dat niet lukken, dat realiseert de kunstenaar zich wel. Hij probeert zijn tanden op elkaar te zetten, houdt zich voor dat als je je leven aan de kunst wijdt, je soms jezelf een tijdje moet opgeven, dat is nou eenmaal de prijs die je betaalt. Hij geeft zichzelf daarom wat tijd. Probeert zich ondertussen aan de situatie aan te passen. Want de gedachte accepteren dat hij in de kunstwereld nooit een plek zal kunnen vinden, is voor een kunstenaar zoiets als eigenhandig een dolk in zijn hart planten. Om te voorkomen dat die gedachte vat op hem krijgt, klampt hij zich als een plantje dat aan de rand van een ravijn groeit, vast aan het idee dat in de toekomst alles beter zal zijn.

Is dat tenslotte niet wat uit Malevich’ donkere, in vrijheid uitmondende vierkant duikt en ieder gevaar trotseert?

Nederlandse vertaling van ‘İnadına Sanat’. Vertaling uit het Turks en lichte redactie door Hanneke van der Heijden. 10 november 2019

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!