De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

KLM, weiger medewerking aan de uitzetting van Venant R naar gevaarlijk RFwanda!

KLM, weiger medewerking aan de uitzetting van Venant R naar gevaarlijk RFwanda!

maandag 26 juli 2021 04:21
Spread the love
KLM, WEIGER MEDEWERKING AAN DE UITZETTING VAN VENANT R NAAR GEVAARLIJK RWANDA!
ZIE OOK

AAN DE KLM

DIRECTIE EN MANAGEMENT
Onderwerp:
Dringend verzoek, niet mee te werken aan de dreigende
uitzetting van de heer Venant R naar Rwanda
Reden:
Oneerlijke rechtsgang aldaar, dreigende kans op een oneerlijk
proces, dreigende kans op foltering
Geachte Directie
Geacht Management
De tijd dringt!
Daarom is het van groot belang, dat u onderstaande goed
tot u laat doordringen!
Het betreft de dreigende uitzetting van de heer Venant R naar onveilig
Rwanda [in onderstaande licht ik dit nader toe]
De heer Venant R wordt, volgens de aan mij verstrekte betrouwbare
informatie, op maandagochtend 26 juli 11.05 op Schiphol  overgedragen aan de Rwandese autoriteiten.
11.05 is tevens het tijdstip van vertrek:
KLM vluchtnummer naar Kigali: KL0537
ACHTERGROND:
De reden van de uitlevering van de heer Venant R is, volgens de mij
bereikte, betrouwbare informatie, een door de IND [Immigratie en Naturalisatiedienst] [1] geuite beschuldiging van medeplichtigheid aan
genocide.
Nog afgezien van het feit, of deze IND beschuldiging gebaseerd is op
doorwrochte feiten, is de kwestie waar het hier om gaat het feit,
dat in Rwanda van een eerlijke rechtsgang geen sprake is en in een
aantal gevallen verdachten zelfs zijn gefolterd.
Dat zo toegelicht.
Er is zelfs in 2016 door een Kamermeerderheid gepleit voor opschorting
van uitlevering van verdachten aan Rwanda, vanwege het ontbreken van
een eerlijke rechtsgang. [2]
Niet alleen de Tweede Kamer maakt gewag van de oneerlijke rechtsgang in
Rwanda:
Ook is het te lezen in het Thematische Ambtsbericht over Rwanda 2016 [3]
Ik citeer [bladzijde 27]
” Het proces tegen Joel Mutabazi en vijftien anderen eindigde in oktober 2014. Joel Mutabazi, een voormalige lijfwacht van president Kagame, werd beschuldigd van het organiseren van aanvallen op de regering en werd veroordeeld tot levenslang. Hij kondigde aan in beroep te zullen gaan. Veel van zijn mede-aangeklaagden verklaarden voor de rechtbank dat zij waren gefolterd en waren gedwongen bekentenissen af te leggen. De rechtbank liet echter na deze aantijgingen te onderzoeken” [4]
Ook noemt Amnesty International in haar rapportage over Rwanda [2020[
verdwijningen, excessief politiegeweld en-weer-oneerlijke processen. [5]
Kortom:
Een Gevaarlijk Land om naartoe uitgezet te worden!
Bovendien verbiedt het Anti Folterverdrag [door Nederland ondertekend
en geratificeerd]
uitzetting bij gevaar van foltering [6]
UW VERANTWOORDELIJKHEID
U, Directie en Management, hebt hierin een directe verantwoordelijkheid
omdat u de facilitator bent van het vervoer van de uit te zetten vluchteling naar een land waar een oneerlijk proces en eventuele foltering dreigt.
Een land, waarin mensen verdwijnen [7]
En komt u niet aan met het Verhaaltje, dat u vervoersplicht hebt: [8]
Dat klopt  niet [zie noot 9]!
En het beste bewijs daarvan is dat u destijds geweigerd hebt, mee te werken aan de uitzetting van Lili en Howick naar Armenie [10], waarvoor
ik u nog gecomplimenteerd heb [11]
Handel nu dan ook zo als in het geval van Lili en Howick
Dat is uw humanitaire en beschavingsplicht
Zo niet, dan zal ik u mede verantwoordelijk houden voor eventuele
mensenrechtenschendingen, de heer Vincent R aangedaan.
Ik verwacht van u, dat u het juiste doet en NIET meewerkt aan
deze uitzetting.
Vriendelijke groeten
Astrid Essed
Amsterdam
NOTEN
[1]
IMMIGRATION AND NATURALISATION SERVICE
[2]
PARLEMENTAIRE MONITOR
KAMERMEERDERHEID: SCHORT UITLEVERING VAN VERDACHTEN
AAN RWANDA OP
23 SEPTEMBER 2016

Op initiatief van de ChristenUnie pleit een meerderheid van de Tweede Kamer voor opschorting van uitlevering van verdachten aan de Rwanda. In Rwanda kunnen verdachten niet rekenen op een verdediging die voldoet aan internationale standaarden. Processen verlopen daardoor oneerlijk. Vervolging van Rwandese verdachten gebeurt wat de ChristenUnie betreft voorlopig in Nederland. Een Kamermeerderheid van PvdA, D66, SP en GroenLinks steunen het initiatief.

ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind: “In Rwanda is er op dit moment helaas geen sprake van een eerlijke rechtsgang. Dat is onder meer bevestigd door M.R. Witteveen die als officier van justitie jarenlang onderzoek heeft gedaan in Rwanda. Ook Amnesty International heeft regelmatig gewaarschuwd voor het Rwandese rechtssysteem. In het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt bovendien aangegeven dat de rechtspraak beïnvloed kan worden door de politiek, het leger of vermogende zakenlieden. Daarnaast is er amper sprake van een adequate juridische verdediging. Nederland staat op het punt om twee genocideverdachten uit te leveren aan Rwanda. Iedereen heeft er baat bij dat juist genocideplegers vervolgd worden, maar dan moet Nederland er ook zeker van zijn dat er sprake is van een eerlijke rechtsgang. Daarom pleit een meerderheid van de Tweede Kamer er gelukkig voor om de uitlevering aan Rwanda op te schorten en het proces in Nederland te laten plaatsvinden”.

Schriftelijke vragen namens de leden Voordewind (ChristenUnie), Recourt (PvdA), Sjoerdsma (D66), Gesthuizen (SP) en Voortman (GroenLinks) aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Minister van Buitenlandse Zaken over de uitlevering van verdachten aan Rwanda?

  • 1.
    Is het juist dat Nederland medewerking verleent aan de uitlevering van twee verdachten[1] van (indirecte) betrokkenheid bij de genocide aan Rwanda nu er geen juridisch beroep tegen de uitlevering meer openstaat?
  • 2.
    Wat is uw reactie op de deskundige adviezen van mr. M.R.  Witteveen, die als expert door het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgezonden is geweest als adviseur voor de Rwandese autoriteiten en die onlangs heeft opgetreden als expert getuige te Londen in een vergelijkbare uitleveringszaak, die stelt dat Rwandese verdachten in Rwanda geen kans hebben op een eerlijk proces omdat er geen sprake is van adequate verdediging die voldoet aan de meest elementaire internationale standaarden[2]?
  • 3.
    Hoe verhoudt de voorgenomen uitlevering zich tot de constatering in het ambtsbericht dat verschillende bronnen suggereren dat de rechtspraak slechts ‘in theorie onafhankelijk’ is terwijl er sprake is van ‘politieke invloed op processen waarbij militairen, leden van de politieke oppositie of vermogende zakenlieden zijn betrokken[3]’?
  • 4.
    Bent u op basis van het voorgaande ook niet van mening dat het in ieders belang is en daarom verre de voorkeur verdient als van genocide verdachte personen in Nederland worden berecht, waar de onafhankelijke waarheidsvinding is gegarandeerd en de kennis en ervaring voorhanden is en dat dat belang veel zwaarder weegt dan dat de feiten worden berecht daar waar ze gepleegd zijn?
  • 5.
    Bent u bereid om uitleveringen aan Rwanda op te schorten zolang er in Rwanda geen sprake is van een eerlijke rechtsgang en/of tot de uitleveringsrechter in Londen een definitief oordeel heeft gegeven? Bent u bereid verder onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de rechtspleging in Rwanda in genocide zaken, omdat er op zijn minst gerede twijfel is over de eerlijkheid daarvan?

[1] Jean Claude Iyamuremye en Jean Baptiste Mugimba

[2] Zie ook paragraaf  2.7, kort geding uitlevering Rwanda, 27 november 2015, http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:13904

[3] Ambtsbericht Rwanda, Ministerie van Buitenlandse Zaken, augustus 2016, p. 46.

EINDE BERICHT
[3]
THEMATISCH AMBTSBERICHT OVER MENSENRECHTEN EN
JUSTITIE IN RWANDA
18 AUGUSTUS 2016

In dit ambtsbericht – dat de periode van december 2011 tot en met juli 2016 beslaat – wordt ingegaan op relevante ontwikkelingen die aansluiten op de situatie in Rwanda.

Download ‘Thematisch ambtsbericht over mensenrechten en justitie in Rwanda 2016’

GEDOWNLOAD AMBTSBERICHT
ZIE
file:///C:/Users/Essed/Downloads/tab-rwanda-2016%20(3).pdf
[4]
ZIE NOOT 3
[5]
AMNESTY INTERNATIONAL
REPORT RWANDA 2020

RWANDA 2020

The authorities took measures to promote the right to health during the COVID-19 pandemic and promised accountability for excessive use of force by police officers. Reports of enforced disappearances, arbitrary detention, excessive use of force, unfair trials and restrictions on the right to freedom of expression continued.

Right to health

In March, the authorities responded rapidly to the COVID-19 pandemic, imposing a strict nationwide lockdown and suspending commercial flights. They provided free treatment and mass testing. Until mid-May, the government covered the cost of mandatory quarantine for travellers entering the country. Thereafter, it offered subsidized provision.

Children’s rights

In January, the UN Committee on the Rights of the Child reviewed the government’s report and commended Rwanda’s progress in reducing poverty and infant and child mortality rates, improving access to education and health services, and fighting HIV/AIDS. Meanwhile, it urged the government to take further measures to tackle sexual exploitation and abuse of children, to ensure that protection of children with disabilities included those with intellectual and psychosocial disabilities, and to ensure the police fully respected the rights of children living on the streets.

Sexual and reproductive rights

In May, the President pardoned 36 women convicted for abortion. All except eight of them were arrested and convicted after 2018 Penal Code revisions. While abortion remained illegal in most circumstances, the 2018 Penal Code introduced legal exceptions in cases of rape, incest or forced marriage.

Right to life

On 17 February, the Rwanda National Police announced that the popular singer Kizito Mihigo had been found dead that morning in his cell in Remera police station in the capital, Kigali. Three days earlier the Rwanda Investigation Bureau (RIB) had confirmed his arrest on charges which included joining “terrorist” groups and attempting to cross the border illegally. There was no independent investigation into his death. The National Public Prosecution Authority concluded he died by suicide and that there was no basis for criminal charges, in a finding based on a RIB investigation and the Rwanda Forensic Laboratory.1

Enforced disappearances

Enforced disappearances of political opposition members continued and several probable cases from previous years remained unresolved. In June, Venant Abayisenga, a member of Development and Liberty for All (DALFA-Umurinzi), and former member of the United Democratic Forces (FDU-Inkingi), both unregistered opposition political parties, was reported missing. He had been acquitted in January of forming an irregular armed group and released from prison. He told the media that he was tortured in detention. His whereabouts remained unknown at the end of the year.

Rwanda had not ratified the International Convention for the Protection of All Persons from Enforced Disappearance.2

Excessive use of force

In September, following an outcry on social media in response to police use of excessive, and at times lethal, force, including in response to alleged curfew violations, the President and the Minister of Justice condemned the actions of individual police officers. They said these actions violated operational guidelines and promised to hold perpetrators accountable. On 9 September, a police spokesperson said several officers were in custody while investigations and prosecutions were ongoing.

unfair trials

On 31 August, the RIB announced the arrest of Paul Rusesabagina, famed as the manager of Hotel des Milles Collines where over 1,200 people sought refuge during the 1994 genocide. He was later charged with offences including terrorism, arson, kidnap and murder in relation to his support for an armed group. He had left Dubai overnight on 27/28 August in mysterious circumstances; in court in November, he said that he had been abducted and blindfolded with his arms and legs bound. The authorities refused to explain how he arrived in Kigali but asserted that due process had been followed. He was initially denied access to a lawyer hired by his family and chose two lawyers from a list of pro bono advocates. From November he was represented by the lawyer chosen by his family. He remained in pre-trial detention at the end of the year, after three requests for release on bail were denied.3

Right to truth, justice and reparation

In May, Félicien Kabuga, acknowledged as a chief financier of the 1994 genocide, was arrested by French authorities in a Paris suburb. In 1997 the International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR), which tried genocide cases until 2015, indicted him on seven counts of genocide and related crimes. He was transferred to the custody of the International Residual Mechanism for Criminal Tribunals (IRMCT) in The Hague in October, and a plea of not guilty was entered during a pre-trial hearing in November.

In May, the IRMCT Chief Prosecutor confirmed DNA tests had proved that Augustin Bizimana, whom the ICTR had indicted in 2001 for genocide, had died in 2000 in the Republic of the Congo.

The authorities sought the extradition of genocide suspect Aloys Ntiwiragabo from France. In July, a preliminary investigation for crimes against humanity was launched in France after a journalist located him in Orléans, about 100km south-west of Paris.

Arbitrary detention

A night-time curfew was introduced in response to the COVID-19 pandemic. Police instructed those alleged to have violated the curfew to report to centres, including open-air stadiums, where they remained until the end of curfew the next morning. The police spokesperson said these were not “detention or prison facilities” but “central grounds used to control movements during curfew hours as well as sensitization centres with space for physical distancing, where people are educated on the pandemic and safety practices.”

In July, the Rwanda National Police published a list of 498 motorists (including some registration plate details) who, since April, had allegedly ignored orders and not reported to the centres. Those who did not report to the police within an allotted time were warned they would be arrested. Several similar lists were published on a regular basis until October.

Freedom of expression

In April, several YouTube bloggers reported on allegations that soldiers raped women and committed other human rights violations during lockdown in the Kangondo II neighbourhood known as “Bannyahe” in Kigali. Although the Rwanda Defence Force announced on 4 April that they were holding five soldiers suspected of involvement in these crimes, four bloggers who reported on the abuses and other consequences related to the authorities’ COVID-19 response, were later arrested. Two of the bloggers were provisionally released later the same month, and one was released on bail in May while Dieudonné Niyonsenga, also known as Cyuma Hassan, and his driver, Fidèle Komezusenge, remained in detention at the end of the year. The Rwanda Media Commission said that bloggers were not recognized as journalists and were “not authorized to interview the population.”

Refugees and asylum-seekers

In late August, UNHCR, the UN refugee agency, and the governments of Rwanda and Burundi began to facilitate organized returns of Burundian refugees from Rwanda.

EINDE VERSLAG AMNESTY INTERNATIONAL
[6]
ARTIKEL 3, ANTI FOLTERVERDRAG
1. No State Party shall expel, return (“refouler”) or extradite a person to another State where there are substantial grounds for believing that he would be in danger of being subjected to torture.
CONVENTION AGAINST TORTURE AND OTHER CRUEL, INHUMAN OR
DEGRADING TREATMENT OR PUNISHMENT
ONDERTEKEND EN GERATIFICEERD DOOR NEDERLAND
[7]
ZIE NOOT 5
[8]
”Onze referentie:6397669001Geachte mevrouw Essed,
Vriendelijk dank voor uw bericht. We waarderen uw bezorgdheid. Vanwege privacy en veiligheidsredenen kunnen we niet bevestigen dat deze persoon met ons reist. Het is overigens niet ongebruikelijk dat luchtvaartmaatschappijen in opdracht van de autoriteiten passagiers vervoeren. KLM is daar geen uitzondering op. Voor vragen en opmerkingen over het overheidsbeleid verwijzen we naar de autoriteiten.
Verder zal ik niet inhoudelijk ingaan op uw email.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Met vriendelijke groet,
PASSENGER BUSINESSMw. T.van der Linde
Customer Care
KLM Nederland
DEZE KLM REACTIE STAAT VERMELD IN MIJN VOLGENDE BRIEF, DIE EEN ANTWOORD IS OP BOVENSTAANDE KLM REACTIE
KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING SOMALISCHE VLUCHTELING/REACTIE OP BRIEF KLMASTRID ESSED3 MEI 2013
https://www.astridessed.nl/klm-medeplichtigheid-aan-uitzetting-somalische-vluchtelingreactie-op-brief-klm-2/
[9]

Is er een verplichting om mee te werken aan uitzettingen?Met betrekking tot een eventuele verplichting om mee te werken met uitzettingen, is Hoofdstuk 5, paragraaf C van Annex 9 van het Verdrag van Chicago relevant. Deze paragraaf ziet specifiek op “deportees”, en moet worden gelezen in samenhang met de niet-bindende Guidelines die IATA (de internationale organisatie van luchtvaartmaatschappijen) opstelde over de verwijdering van “deportees”. Echter, nergens wordt er een verplichting aan luchtvaartmaatschappijen opgelegd om mee te werken aan het uitvoeren van uitzettingen. Daar waar sprake is van een “deportation order”, gaat het om het bevel aan de vreemdeling om te vertrekken, niet om een bevel aan de luchtvaartmaatschappij om uit te zetten. De Guidelines definiëren zo’n “order” als: “A written order, issued by the competent authorities of a State and served upon a deportee, directing that person to leave that State” (cursivering toegevoegd), een terugkeerbesluit dus. Ook is sprake van “making arrangements with an aircraft operator for the removal of a deportee” (punt 5.19). Hieruit blijkt dat medewerking plaatsvindt op basis van een overeenkomstmet de vervoerder, niet op basis van een verplichtingvan de vervoerder.’

VERBLIJFBLOGMOET KLM MEEWERKEN AAN DE VERWIJDERING VAN AFGEWEZEN ASIELZOEKERS?
MAARTEN DEN HEIJER

JORRIT RIJPMA

THOMAS SPIJKERBOER
http://verblijfblog.nl/?p=2707

TEKST

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat het Kinderpardon wordt verruimd en dat in afwachting daarvan de betreffende kinderen niet worden uitgezet. Staatssecretaris Harbers wil de uitzetting niet opschorten en KLM voert aan dat het moet mee werken. Bestaat er zo’n verplichting voor luchtvaartmaatschappijen?

Door Maarten den Heijer, Jorrit Rijpma  en Thomas Spijkerboer

Staatssecretaris Harbers wil geen verruiming van het Kinderpardon, en wil daarom ook geen uitzettingen opschorten. Er is een moreel beroep gedaan op de KLM om niet mee te werken aan de uitzetting van kinderen die onder het pardon zouden kunnen vallen. De KLM voert aan dat zij op basis van haar vervoersplicht geen andere keuze heeft dan mee te werken aan uitzettingen. Rust op luchtvaartmaatschappijen de verplichting uitzettingen te faciliteren?

Wat zijn de verplichtingen van vervoersondernemingen?
De Vreemdelingenwet somt de verplichtingen op van vervoersondernemingen (luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar ook botennaar Engeland of busmaatschappijen):

  • zij moeten het nodige doen om te voorkomen dat vreemdelingen zonder toestemming naar Nederland komen; controles aan de incheckbalie gaan niet alleen over of u een ticket heeft, maar ook over de vraag of u een Nederlands paspoort heeft, of een visum als dat vereist is (artikel 4 lid 1 Vw);
  • op bepaalde, speciaal aangewezen vluchten is het verplicht om kopieën te maken van de reisdocumentenvan de passagiers (artikel 4 lid 2 Vw);
  • er kan gevraagd worden gegevens over de passagiers en de bemanning aan de grensbewaking te geven (artikel 4 lid 3 Vw);
  • als vreemdelingen aan de grens (in de praktijk vooral: op Schiphol) worden geweigerd, moet de luchtvaartmaatschappij hen weer mee terugnemen en ze gratis naar een plek buiten Nederland brengen (artikel 65 lid 1 onder a Vw; gratis: zie artikel 65 lid 2 Vw);
  • als vreemdelingen binnen zes maanden nadat ze zijn binnengekomen worden aangehouden, moet de vervoersmaatschappij waarmee ze zijn gekomen ze gratis naar een plek buiten Nederland brengen (artikel 65 lid 1 onder b Vw; gratis:zie artikel 65 lid 2 Vw).

Deze Nederlandse bepalingen vormen voor het overgrote deel de omzetting in Nederlands recht van Europeesrechtelijke verplichtingen. Artikel 26 lid 1 onder a van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst en artikel 3 van Richtlijn 2001/51 zeggen dat een vervoerder een geweigerde vreemdeling die hij zelf heeft aangevoerd moet terugnemen en ergens anders heen moet brengen.

Die bepalingen zijn in lijn met het internationale recht. De toepasselijke regeling is te vinden in hoofdstuk 5, paragraaf B van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago over de burgerluchtvaart. Die bevat een verplichting voor de luchtvaartmaatschappij om aan de grens geweigerde vreemdelingen mee terug te nemen (punt 5.11). Maar ook hier gaat het enkel over vreemdelingen die die luchtvaartmaatschappij zelf heeft aangevoerd, zogenaamde “inadmissible persons”. Punt 5.11 ziet immers specifiek op iemand die wordt “teruggebracht” naar de luchtvaartmaatschappij (“returned to the aircraftoperator for removal from the State”, punt 5.9, cursivering toegevoegd).

Is er een verplichting om mee te werken aan uitzettingen?
Met betrekking tot een eventuele verplichting om mee te werken met uitzettingen, is Hoofdstuk 5, paragraaf C van Annex 9 van het Verdrag van Chicago relevant. Deze paragraaf ziet specifiek op “deportees”, en moet worden gelezen in samenhang met de niet-bindende Guidelines die IATA (de internationale organisatie van luchtvaartmaatschappijen) opstelde over de verwijdering van “deportees”. Echter, nergens wordt er een verplichting aan luchtvaartmaatschappijen opgelegd om mee te werken aan het uitvoeren van uitzettingen. Daar waar sprake is van een “deportation order”, gaat het om het bevel aan de vreemdeling om te vertrekken, niet om een bevel aan de luchtvaartmaatschappij om uit te zetten. De Guidelines definiëren zo’n “order” als: “A written order, issued by the competent authorities of a State and served upon a deportee, directing that person to leave that State” (cursivering toegevoegd), een terugkeerbesluit dus. Ook is sprake van “making arrangements with an aircraft operator for the removal of a deportee” (punt 5.19). Hieruit blijkt dat medewerking plaatsvindt op basis van een overeenkomst met de vervoerder, niet op basis van een verplichting van de vervoerder.

Punt 5.19.1 bevestigt enkel de regel dat de luchtvaartmaatschappij en de gezagvoerder (zelfs als de luchtvaartmaatschappij een ticket heeft verkocht om een vreemdeling mee uit te zetten) altijd het laatste woord houden ten aanzien van de veiligheid aan boord en van de vlucht zelf, en dat zij indien deze in geding is verdere medewerking aan uitzettingen mogen stopzetten. Daartoe hebben piloten uitgebreide bevoegdheden gekregen in het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Verdrag van Tokio, artikelen 6 t/m 10). Dit wordt ook onderstreept in de Guidelines (punt 1.2), die stellen dat de overeenkomst tussen de uitzettende staat en de luchtvaartmaatschappij niets afdoet aan de bevoegdheid van de gezagvoerder. Piloten van Lufthansa weigeren regelmatig mee te werken aanuitzettingen, en die bevoegdheid hebben ze.

Een luchtvaartmaatschappij heeft dus de verplichting om mee te werken aan de deportatie van vreemdelingen, maar alleen

  1. als die maatschappij de vreemdelingen zelf heeft aangevoerd, en
  2. als die vreemdelingen meteen na aankomst worden geweigerd, of als die vreemdelingen maximaal zes maanden na aankomst worden aangehouden en dan worden teruggestuurd.

Is er een andere verplichting voor vervoerders om mee te werken aan uitzettingen?
Behalve als het gaat om de verplichtingen die hierboven werden beschreven, hoeven vervoersmaatschappijen geen overeenkomsten te sluiten met staten die vreemdelingen willen uitzetten. Dat vloeit alleen al voort uit de contractsvrijheid die ook vervoersmaatschappijen hebben. De vervoersplicht waar de KLM zich op beroept, die inhoudt dat een passagier die een geldig ticket heeft in principe dient te worden vervoerd, beschermt de gerechtvaardigde belangen van de passagier die zelf wil vliegen, en dus bijvoorbeeld niet enkel op grond van een lichamelijke beperking aan de gate geweigerd kan worden. De vervoersplicht beschermt niet de belangen van de uitzettende staat. Als een luchtvaartmaatschappij geen ticket verkoopt aan een staat voor een uit te zetten vreemdeling, ontstaat ook geen vervoersplicht. Virgin Atlantic weigert sinds vorige zomer deportaties uit te voeren, net als verschillende Amerikaanse maatschappijen.

Kortom: behalve de wettelijke verplichtingen zoals die zijn neergelegd in de Vreemdelingenwet zijn luchtvaartmaatschappijen niet verplicht om mee te werken aan uitzettingen. Zoals de Nederlandse Vreemdelingencirculaire het in paragraaf A1/9 treffend zegt: “De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied.” Tot het terugbrengen van anderen zijn vervoerders niet verplicht.

Vallen potentiële pardonkinderen onder de wettelijke vervoersverplichting?
Sowieso zou het alleen gaan om kinderen die met de KLM naar Nederland zijn gevlogen. Met andere kinderen (hier geboren, over land of met een andere luchtvaartmaatschappij gearriveerd) heeft de KLM immers niets te maken.

Maar ook voor kinderen die per KLM zijn gekomen is het niet goed voorstelbaar dat de KLM verplicht is ze terug te brengen. Kinderen die onder het nieuwe pardon zouden kunnen vallen zijn immers al een hele tijd in Nederland. De verplichting om mensen terug te brengen geldt alleen als mensen hier met de betreffende luchtvaartmaatschappij zijn aangekomen en vervolgens maximaal zes maanden na binnenkomst zijn aangehouden (artikel 65 lid 1 Vw). Het is eigenlijk uitgesloten dat kinderen die korter dan zes maanden geleden naar Nederland zijn gekomen (we hebben het dan over de late zomer van 2018) onder het nieuwe pardon zouden gaan vallen.

De conclusie is daarom: op grond van de wet zijn luchtvaartmaatschappijen, en dus ook de KLM, niet verplicht om mee te werken aan de verwijdering van kinderen die mogelijk onder het nieuwe Kinderpardon vallen. Mogelijk heeft de KLM, los van een wettelijke verplichting, een overeenkomst met de Nederlandse staat gesloten, waarin zij zich verplicht tot het vervoeren van iedereen die Nederland wil uitzetten. In dat geval heeft de KLM zich dus enkel zelf gebonden en zou zij dit contract kunnen beëindigen als zij dat wil.Maarten den Heijer is universitair docent internationaal recht aan de Universiteit Amsterdam, Jorrit Rijpma is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Leiden en Thomas Spijkerboer is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

[10]

NRC

KLM WEIGERDE MEE TE WERKEN AAN UITZETTING LILI EN HOWICK6 DECEMBER 2019
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/06/klm-weigerde-mee-te-werken-aan-uitzetting-lili-en-howick-a3982909

De avond voor de uitzetting van de Armeense tieners Lili en Howick annuleerde luchtvaartmaatschappij KLM hun vliegtickets.

KLM weigerde vorig jaar september mee te werken aan de uitzetting van de Armeense kinderen Lili en Howick. Op de avond voor hun vertrek annuleerde de luchtvaartmaatschappij hun tickets.

Een directeur van KLM gaf de Dienst Terugkeer en Vertrek – onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid – te kennen dat de luchtvaartmaatschappij de kinderen niet wilde vervoeren, bleek uit het donderdag gepubliceerde rapport over de uitzetting van de Armeense tieners.KLM bevestigde vrijdag, na berichtgeving van De Telegraaf, dat het inderdaad medewerking had geweigerd. Waarom de tickets van Lili en Howick geannuleerd werden, is niet bekendgemaakt. „Wat we in algemene zin kunnen melden is dat we vóór elke uitzetting onze eigen risicoanalyse doen en daar worden meerdere veiligheidsaspecten in gewogen. Ook over de aard en weging van deze aspecten communiceren we niet, omdat dit security-informatie betreft.”
Lili en Howick ontglipten in die nacht – van 7 op 8 september – aan het toezicht van de autoriteiten en voogdijstichting Nidos, nadat een laatste verzetsprocedure bij de rechter was gestrand. De politie zette een grote opsporingsactie op, die tot veel publieke verontwaardiging leidde. Eerder tekenden meer dan 100.000 mensen een petitie om uitzetting van Lili en Howick te voorkomen. Uiteindelijk gebruikte de toenmalige staatssecretaris Mark Harbers (Migratie, VVD) zijn discretionaire bevoegdheid om de uitzetting van de twee tieners tegen te houden.

NOSKLM WEIGERDE LILI EN HOWICK TE VERVOEREN BIJ UITZETTING6 DECEMBER 2019

https://nos.nl/artikel/2313460-klm-weigerde-lili-en-howick-te-vervoeren-bij-uitzetting.html

TEKST

Luchtvaartmaatschappij KLM heeft vorig jaar geweigerd mee te werken aan de uitzetting van Lili en Howick. De tickets van de Armeense asielkinderen werden vorig jaar september op de avond voor de vlucht geannuleerd, staat in een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid.

De directeur-generaal van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) kreeg de avond voor uitzetting om 19.30 uur een telefoontje van een directeur van KLM. Die vertelde dat de luchtvaartmaatschappij niet zou meewerken aan het vertrek van de twee.

KLM bevestigt naar aanleiding van het nieuws, dat naar buiten kwam via De Telegraaf, dat het bedrijf de tickets inderdaad geannuleerd heeft. Over individuele gevallen wil het bedrijf niets kwijt. “Wat we in algemene zin kunnen melden is dat we voor elke uitzetting onze eigen risicoanalyse doen en daar worden meerdere veiligheidsaspecten in gewogen.” Die analyse heeft geleid tot het besluit.

Medewerkers van de DT&V gingen op zoek naar een vlucht van een buitenlandse luchtvaartmaatschappij een dag later, op 8 september. Dat leverde resultaat op: om 13.15 uur zouden de twee op het vliegtuig stappen. Maar zover kwam het nooit. Die nacht verdwenen Lili en Howick.

Fouten

Later bleek dat ze in het huis van hun opa en oma in Wijchen hadden verbleven, wat al bekend was bij instanties, en daarna naar een onbekende bestemming waren gebracht. Kort nadat toenmalig staatssecretaris Harbers de kinderen uit veiligheidsoverwegingen alsnog een verblijfsvergunning had gegeven, doken ze op.De precieze toedracht van de verdwijning blijft onduidelijk, maar vorige maand werd bevestigd dat meerdere instanties fouten hebben gemaakt bij de zaak.
INSPECTIE JUSTITIE EN VEILIGHEIDMINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID’RAPPORT HET VERTREKPROCES VAN DE ARMEENSE KINDEREN

Royal Dutch Airlines@KLMAls antwoord op @lodewijkhofKLM heeft vervoersplicht als de autoriteiten iemand uitzetten. >>11:16 a.m. · 11 apr. 2017·Salesforce – Social Studio

[11]

OVER KLM VERVOERSPLICHT/BRIEF AAN KLM OVER WEIGERING

MEE TE WERKEN AAN DE UITZETTING VAN LILI EN HOWICK/

VOORZICHTIG COMPLIMENT?

ASTRID ESSED

18 DECEMBER 2019

Over KLM vervoersplicht/Brief aan KLM over weigering, mee te werken aan uitzetting Lili en Howick/Voorzichtig compliment? | Astrid Essed

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!