De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Kapitalistisch Realisme, is er geen alternatief?

zondag 10 april 2022 14:30
Spread the love

Boekbespreking
Kapitalistisch realisme, is er geen alternatief?
Mark Fisher

Nederlandse vertaling, Menno Grootveld, Starfish Books, 2022
Oorspronkelijk titel: Capitalist Realism, Is There No alternative?, 2009

Nihilistisch hedonisme, is specifiek voor het laatkapitalisme. Zo lijkt Mark Fisher te zeggen in Kapitalistisch Realisme. Het is een gevoel, of een houding, ten gevolge van het feit dat, naar een uitspraak van Frederic Jameson en Slavoj Zizek, het makkelijker is om je het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme en dat, zo lijkt het althans, het kapitalisme niet alleen het enige levensvatbare politieke en economische systeem is, maar ook dat het nu zelfs onmogelijk is geworden om je een coherent alternatief voor te stellen.
Handelen is dus zinloos. There Is No Alternative!

Uiteraard is deze provocatie slechts een positie om de lezer aan het denken en – uiteindelijk – aan het handelen te zetten.
In Kapitalistisch Realisme, nu voor het eerst in Nederlandse vertaling, gebeurt dit in korte hoofdstukken waarbij de auteur kapitalisme voornamelijk als een cultuurhistorisch fenomeen behandelt. Hij komt daarin tot opmerkelijke vaststellingen en vragen. Zoals deze: wat gebeurt er wanneer jongeren niet langer in staat zijn om verrassingen te produceren, cultuur derhalve steriel wordt en waar de oude strijd tussen detournement en recuperatie lijkt te zijn beslecht?

Men hoeft het hier niet mee eens te zijn, maar de denkoefening maken is alvast interessant. Te meer daar, zoals men kan weten, het kapitalistisch realisme een zeker anti-kapitalisme allerminst uitsluit.

Het kapitalisme is wat resteert als overtuigingen zijn ingestort op het niveau van rituele of symbolische uitwerking, en alles wat overblijft de consument-toeschouwer is die door de ruïnes en relikwieën sjokt.” Met deze wat fatalistische insteek lijkt ook de auteur zich doorheen de materie te slepen op zoek naar een alternatief. Een alternatief dat hij tenslotte op het niveau van het verlangen plaatst, omdat het juist daar is waar het kapitalisme haar sterkte haalt.

In het hoofdstuk ‘Kapitalistisch realisme als droomwerk en geheugenstoornis’ lijkt de auteur te willen zeggen dat de cynische houding van de mens in het laatkapitalisme, een soort overlevingsstrategie is, of alvast een aanpassingsstrategie waarin de mens de realiteit en ook diens eigen verlangen aanpast aan de nood of de wens om door te gaan.

Realistisch zijn,” zo betoogt de auteur immers: “betekende ooit zoiets als in het reine komen met de realiteit die als solide en onwrikbaar werd ervaren. Het kapitalistisch realisme brengt echter met zich mee dat men zich ondergeschikt maakt aan een realiteit die oneindig plastisch is en zichzelf op elk moment kan herconfigureren.” Het is misschien wel de enige manier om gezond te blijven te midden van de voortdurende instabiliteit van het kapitalisme, zo denkt de auteur verder. Al is dat met een houding die enkel kan worden volgehouden wanneer er sprake is van een bijna-totale afwezigheid van iedere kritische reflexiviteit. In de praktijk zal cynisme, of subjectieve desinvestering dus ook nodig zijn om door te kunnen gaan met – bijvoorbeeld – arbeid die totaal zinloos en demoraliserend werkt. Een onderwerp dat door David Graeber later nog zal worden uitgediept (Bullshit Jobs, a Theory, 2018).

Fisher, betoogt echter dat deze ‘zinloosheid’ essentieel is voor het kapitalisme. Het resulteert namelijk in een cultuur die enkel het heden en het onmiddellijke bevoorrecht en daarmee ook het onvermogen voedt om nieuwe herinneringen te maken. Het zou een beknopte beschrijving kunnen zijn van de postmoderne impasse, maar: “Als geheugenstoornissen een dwingende analogie bieden voor de haperingen in het kapitalistisch realisme, (dan) zouden dromen model kunnen staan voor het soepel functioneren ervan.” Dromen vullen immers de gaten op in onze herinneringen en zijn een geconfabuleerde consistentie die anomalieën en tegenstrijdigheden netjes verhult.

Dromen over een betere wereld kan dus voldoende zijn om aan de huidige wereld te weerstaan, maar is niet afdoende om hem te veranderen. Net zoals een anti-etatische retoriek in het neoliberalisme per definitie niet gericht is tegen de staat op zich, maar eerder tegen bepaalde vormen van gebruik van staatsfondsen..

Het in de eerste plaats duiden en begrijpen van de ambivalente houding van de mens, de burger of de consument is essentieel om ook maar enige verandering mogelijk te maken, maar natuurlijk ook begrijpen waar macht zich situeert. “Het tot zondebok maken van een onmachtige regering,” bijvoorbeeld: “komt voort uit kwade trouw en uit een voortdurende vijandigheid jegens de betuttelende staat die niettemin samengaat met een weigering om de gevolgen onder ogen te zien van het buitenspel zetten van de overheid door een mondiaal kapitalisme.” Anders gezegd: “Hoewel mensen nu worden aangesproken als consumenten, kunnen ze het nog steeds niet helpen dat ze zichzelf zien als burgers.”

Een mooi voorbeeld dat hierin wordt aangehaald is op basis van een artikel waarin de vraag wordt gesteld wie er wordt veronderstelt te recycleren? Op het eerste zicht kan je zeggen dat iedereen, ongeacht zijn of haar politieke overtuiging, moet recycleren. Ja, niemand zou zich tegen dit gebod moeten verzetten. Zo wordt echter de eis om te recycleren gesteld in een ruimte waar ideologie altijd haar werk doet. En door recycling tot de verantwoordelijkheid te maken van iedereen, besteedt de structuur haar verantwoordelijkheid gewoon uit aan de consument, waardoor het zelf in onzichtbaarheid verdwijnt.

In plaats van te zeggen dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering, zou het niet beter zijn te zeggen dat niemand verantwoordelijk is en dat dat nu juist het probleem is? “De oorzaak van de eco-catastrofe is (immers) een onpersoonlijke structuur die geen subject is en dat niet in staat is om verantwoordelijkheid uit te oefenen. Het collectief subject bestaat niet, (…) en het beroep op de ethische urgentie sluit het ontstaan van een dergelijk subject (ook) permanent uit.”

Ja, waarom verbieden we bijvoorbeeld plastics niet gewoon op het niveau van de productie in plaats van de consument op te zadelen met een ethisch probleem? Nu het beroep op individuele verantwoordelijkheid nog nooit zo luid geklonken heeft, is het noodzakelijk om in plaats daarvan in te zetten op structuur in zijn meest totaliserende vorm. We moeten ons realiseren dat individuele verantwoordelijkheid weinig impact heeft op het gedrag van kapitaal of bedrijven.

Een opdoffer misschien voor alle gutmenschen, maar evengoed verplaatsbaar naar andere heikele punten in de hedendaagse politiek. Of het nu over de immunisatie gaat tegen een zekere virale infectie of de hang naar oorlogsgekletter; ethische verantwoordelijkheden opleggen aan individuen die door bedrijfsstructuren en haar politieke vertegenwoordigers worden afgeketst, is een tactiek die, zoals Zizek heeft betoogd, het kapitalistische systeem gebruikt om zichzelf te beschermen.

En zelfs wanneer het misloopt zijn de spreekwoordelijke ‘slechte appels’ vaak nog beschermd omdat het systeem dan wordt ingeroepen ter bescherming… Maar het is niet zo dat bedrijven de geheimzinnige actoren achter dit alles zijn; ze worden zelf beperkt door en zijn slechts uitdrukkingen van de ultieme oorzaak die-geen-subject-is: het kapitaal.

Hoe ons van dit alles los te koppelen?
Vrijheid, zo laat Spinoza zien, is iets dat alleen bereikt kan worden wanneer we de werkelijke oorzaken van onze daden kunnen doorzien, wanneer we de ‘droevige hartstochten’ die ons bedwelmen en bekoren terzijde kunnen schuiven.”
Fisher pleit hier voor een ascese, voor het afstappen van ‘de weg van de minste weerstand’ of het traject van het genotsprincipe dat door het kapitalisme bejubeld en in stand gehouden wordt. Het is immers niets anders dan een verslavingsmechanisme met een hedonistisch motief, waarin je goed voelen (en er goed uitzien) uiteindelijk het enige is wat belang heeft en waar moraliteit simpelweg vervangen is door gevoel.

In dat oogpunt kan recent artikel mogelijk een antwoord aangeven,
https://libertaireorde.wordpress.com/2022/04/10/soberheid-als-kwestie-van-rechtvaardigheid-en-solidariteit%EF%BF%BC/?fbclid=IwAR1kHf7Hu9Uvs35zNTxb2zJ28xxMnE5FgIxPcCHfyzIb-zbDl7OlH_iQhe8

maar de bespreking daarvan gaat voorbij aan de initiële opzet van dit artikel.

Kapitalistisch Realisme van Mark fisher, is een klein en vlot leesbaar werkje met grote impact. Het beschrijft de ideologische situatie (sinds de val van de Sovjet-Unie) waarin de logica van het kapitalisme de grenzen van het politieke en sociale leven is gaan afbakenen.

Helaas legde de auteur met zijn zelfgekozen dood in 2017 mede een zware hypotheek op de slaagkansen van eender welk protest of coherent alternatief tegen deze gang van zaken. (Een vergelijking met de dood van Kurt Cobain (Nirvana) dringt zich mogelijk op, maar is ook hier niet van belang.)

Uiteindelijk geeft Fisher in Kapitalistisch Realisme toch een noot mee aan de toekomstige generatie(s): “Het doel van een werkelijk nieuw links moet niet het overnemen van de staat zijn, maar het ondergeschikt maken van de staat aan de algemene wil.” Hij lijkt daarin tevens te willen zeggen niet vies te zijn van een paternalistische opvoedingstechniek “in de veronderstelling dat ze kunnen omgaan met culturele producten die complex en intellectueel veeleisend zijn.”

Food For Thought.

 

 

 

 

 

 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!