De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Zal oorlog voeren het eeuwige lot zijn van de mens? Een vooruitblik in tijden van H-bom en MAD. 

zondag 14 augustus 2022 17:36
Spread the love
Update. Op 28 augustus zijn maandenlange internationale besprekingen bedoeld om nieuwe kernwapenverdragen te maken, afgesprongen zonder resultaat…
In een stuk in Oikos (102) ontwikkelt voormalig hoofdredacteur van Wereldwijd en MO Gie Goris een kritiek op de bestaande wereldorde en de VSA, vertrekkend van het indrukwekkende gegeven dat de drie machten samen van het Leger van de VSA in de jaren negentig 25 miljard ton brandstof gebruikte. Dat is een vijfde van het totale verbruik van dit land. Vanuit die vaststelling en andere observaties, pleit de vooraanstaande journalist om alsnog werk te maken van een demilitarisering en op die  manier een ecologisch vredesdivident mogelijk te maken. Het kan vandaag toch niet meer dat de nieuwste jachtvliegtuigen zoals de F-35 per volle tank 28 ton CO  uitstoten? Op een uur gebruiken deze toestellen gemiddeld 5600 liter brandstof. De droom om te blijven pogen de oorlog uit te bannen, klinkt op het eerste zicht verstandig en zelfs wijs. Zeker waar Goris opmerkt dat niemand na de invasie door de Russen heeft gepleit voor een verdubbeling van het budget van Diplomatie. De diplomatie kampt met onderfinanciering en onderbemanning. Het zou nochtans heel goed en intelligent zijn, dat lijkt vanzelfsprekend, de andere naties, hun geschiedenis, waarden en verzuchtingen en hun (autoritaire) leiders beter te kennen. Om dan eventueel adequater te reageren wanneer zo een leider zich warmloopt voor oorlog… Toch? Mij lijkt dat oorlog voor altijd bij het menselijke lot zal horen. Als we ons openstellen voor deze zeer lastige waarheid, en voor dit allergrootste van de gevaren van vandaag, kan bevrijding volgen. Beheersing van het probleem, dat blijft echter zeer onzeker.

 

———–

 

Persoonlijk mag ik dus graag andere klemtonen leggen. Ik heb de laatste jaren veel oorlogsgeschiedenis bestudeerd, zoals bij Prof Manchester met als centrale figuur Churchill (de befaamde trilogie van in totaal 3000 pagina’s, The Last Lion) en diverse werken van de toonaangevende historicus, Anthony Beevor.  Het valt op dat in 1880-90, toen Churchill afstudeerde aan de militaire academie van Sandhurst, het land – Engeland- meer rijkdom bezat dan Duitsland en Frankrijk samen. Burgers hadden veel te spenderen in de eerste supermarkten in Londen. Tegen 1945 was die rijkdom verdampt. Heden is het een arm land. De kost om Hitler en zijn regime buiten te borstelen, ook juist militair, was vreselijk hoog. Tot in 2012 heeft het UK honderden miljoenen van de leningen daartoe aangegaan bij de VS terugbetaald… Dus: oorlog voeren en legers onderhouden als wereldmacht is inderdaad extreem duur. De meeste rijken zouden juist daaraan finaal ten onder gaan. Ook al de Romeinen. Toch zijn, mij dunkt, legers altijd en overal nodig; omdat de mens is wat hij is, belligerent.

We mogen nog altijd tevreden en dankbaar zijn dat de Britten, pas na twee jaar bijgestaan door de overmachtige Amerikanen, en na een jaar door de ook machtige en talrijke Russen (die intussen ook verarmd zijn), ons van Gestapo en SS hebben gered.

Het standpunt van Goris lijkt mij daarom verstandig maar toch vooral een simplisme. Het  betreft een nieuwe formulering van de eeuwige maar ijdele hoop op een mensheid zonder wapens, die al mooi bezongen wordt in bepaalde bijbelboeken. Wat niet wegneemt dat streven naar minder uitstoot gezien de absoluut nieuwe situatie wat betreft ontsporing van de natuur op planetaire schaal, een hoogst behartenswaardige doelstelling vormt.

Goris fulmineert – op het eerste gezicht een logische reactie – tegen de “viriele kant van de mens”, van de Homo sapiens die inderdaad een zwak heeft voor oorlog. Ik schreef zelf in een opiniestuk in De Standaard dat bedoeld was om de waardigheid van de vrouw mee op te waarderen, dat “oorlog een uiting (is) van ontspoorde mannelijke agressie” (“Vrouwelijke waarden als maatschappelijk medicijn”, 1997). Maar dat is een eis die je filosofisch niet kan volhouden. Je kunt moeilijk de werkelijkheid verwijten dat er vrouwen én mannen bestaan. Of je de identiteit van onze soort nu bekijkt als geschapen door een universele kracht die de kosmos doorzindert en die je als God benoemt, dan wel dat je de mens ziet als een product van miljoenen jaren evolutionaire ontwikkeling (beide perspectieven komen voor mij in de limiet samen).

 

Moet de mens dan veel meer gaan knuffelen, zoals onze bekende biologische broer?

Valt oorlog te bestrijden met meer liefde? Als je in deze brede filosofische kritiek op de mens bepaalde wetenschappelijke kennis inbrengt, is het duidelijk dat zulk scenario niet direct tot de mogelijkheden behoort. Als twintiger geloofde ik er eerlijk gezegd zelf nog in: als de mens nu eens meer tot tederheid en seks kon zijn toevlucht nemen om  conflicten te ontmijnen, zoals de Bonobo, en niet langer, zoals de Gorilla en de Chimpansee, geregeld kleine oorlogjes zou voeren en op geweld ging vertrouwen, zou het dan allemaal niet goed komen? Kon de ultieme oorlog dan vermeden worden, vroeg ik mij af? Tastbaar teder contact verhoogt dadelijk het gehalte van oxytocine in het bloed, het “vertrouwenshormoon”. Vrede, verstaan als het beperken van grof geweld lijkt dan binnen bereik. Kan de indruk van de historicus dat oorlogen altijd weerkeren, echt duurzaam gedimd?

 

 

Intussen, als kersverse zestiger, lijkt mij dit geloof een blijk van (ook weer typisch menselijke) hubris, overmoed, en naïviteit. Wij zullen onze toekomst als Mens in moeten zoals wij zijn. In de eerste honderdduizend jaar zie ik de Homo sapiens niet dermate grondig veranderen en meer “liefdevol” worden in zijn optreden, met veel meer tederheid en erotiek in de omgang met meer medemensen. Ik denk, ook juist vanuit mijn deels universitaire vorming in de zoölogie, de culturele antropologie, de theologie en de psychologie niet dat zulke drastische koerswijziging onze soort zal gelukken, ook al is de reis door de tijd die ons wacht, nog lang: binnen ongeveer dertien miljard jaar zal de zon opbranden en zal de aarde verschrompelen. Helaas. Wij gaan dit niet kunnen doen.

Op 1 maart 1954 lieten de Amerikanen een H-bom ontploffen op het Bikini-atol (Manchester, o.c, p. 925). Sinds de komst van deze Waterstofbom, die in tussen in de legers van een rits naties beschikbaar is, zijn we echt een nieuw tijdperk binnen getreden.

De mens lijkt te martiaal, te mannelijk en te militair van inborst, om op de lange termijn een gigantische catastrofe te kunnen vermijden.

Zeker als je enkele fundamentele zaken in rekening brengt, waar soms weinig aandacht voor is in het publieke debat. Zo zijn de laatste jaren de meeste internationale Atoomwapenverdragen opgezegd, die het gevaar van een armageddon hadden moeten inperken. De Waterstofbommen en de krachtige ballistische raketten om hen ter bestemming te brengen op het hoofd van de vijand zijn groter en krachtiger dan ooit. China lijkt daarbij de kroon te spannen, allicht samen met de VSA. Even belangrijke factor is een eenvoudig concept uit de demografie en de zoölogie dat heet “bevolkingsdruk”. De zeven miljard mensen waaruit de wereldbevolking intussen bestaat, vormen op termijn een hoge risico-factor. Geleerden met weinig feeling voor basale drijfveren hebben het gedurende decennia ontkent in alle toonaarden, maar fenomenen als de genocide in Rwanda in 1994 wijzen op de realiteit dat ook bij de mens “overpopulatie” tot extreme agressie kan aanleiding geven over de lange termijn. Ter herinnering, in dat Afrikaanse land zijn op honderd dagen tijd een miljoen mensen gedood. De vraag is niet of dit soort ramp zich ooit kan herhalen, maar waar ter wereld het volgende kruitvat ligt dat tot geweldige ontploffing komt.

De hoop op het blijven werken van de “Wederzijdse afschrikking” met atoomwapens, (Mutually Assured Destruction of – met een toepasselijk codewoord, MAD) vanuit de veronderstelling dat geen enkele natie (of leider!) een totale vernietiging wil, lijkt mij op de lange termijn een zijden draadje waaraan het lot van de gehele mensheid bengelt.

De woorden van Churchill, die aan de basis liggen van de MAD- doctrine en die hij sprak in november 1953 voor het House of Commons zijn de volgende (Manchester p. 922):

 

“It may be that (…) when the advance of destructive weapons enables everyone to kill everybody else, nobody will want to kill anyone at all. At any rate, it seems pretty safe to say that a war which begins by both sides suffering what they dread most – and that is undoubtedly the case at present – is less likely to occur than one which dangles the lurid prizes of former ages before ambitious eyes.”

 

Net zoals Churchill, die vanaf 1946 jarenlang geregeld uit zijn slaap werd gehouden, en in zijn laatste decennium, van 1955 tot 24  januari 1965, vaak de toestand van de wereld en de mensheid somber inzag, vanwege de mogelijkheid van een universele vernietiging door de komst van de nieuwe, superkrachtige bommen, maak ik mij bezorgd.

 

Fin de partie

 

 

Naakt gaan leven dan maar?

Volgens sommigen is een algemene bekering tot naturisme een mogelijke oplossing. Wie zijn kleren aflegt, legt zijn harnas af. Dat werkt merkwaardig ontwapenend, onder naturisten blijken zich ongelofelijk veel open en vriendelijke gesprekken voor te doen, in bossen en stranden wereldwijd. Zelfs indien zulke zwenking naar tastbare, diepmenselijke openheid zou te realiseren blijken, of wanneer het Westen gaandeweg (weer, maar dan op meer authentieke manier dan ooit in de geschiedenis) op intense manier de vredelievende religie van Jezus Christus zou gaan volgen, lijkt mij de belligerente natuur van de man en de mens een realiteit waar wij niet buiten kunnen.

Wat de waardevolle rol van religie, ook juist in aanvulling van de rol van wetenschappen, betreft, drukt Mark Eyskens het adequaat uit in volgende passage van zijn boek “De vraagtekenzaaier”, dat kortelings in het Engels wordt vertaald:

Het geloof gaat niet om meetbare of ervaarbare fysische verschijnselen, maar om Waarden die de mens meer tot mens moeten maken, zoals onder meer in de blijde boodschap beschreven staat. Dit heeft te maken met een fundamentele kwalitatieve en existentiële dimensie. De mens kan meer mens worden als hij gelooft en hoopt te kunnen delen in de goddelijke waarden. Zijn geloof wordt aldus een vooruitgangsgeloof, waarbij het goddelijke in de geschiedenis treedt als een aantrekkingskracht voor wie er zich voor open stelt. Dit is een verhaal over een ethisch gebeuren dat in zeer grote mate verschilt van het wetenschappelijke onderzoeksdomein.

De kans lijkt mij echter klein dat er ooit veel mensen zullen gevonden worden die voldoende tijd, energie en aandacht zullen besteden aan die gesublimeerde weg. Aan spiritualiteit, meditatie, innerlijke vrede en aan zorg voor de medemens, die in de ren op materieel gewin grotendeels vergeten bron van voldoening en vrede. Dit is de levensweg die overigens zowel het boeddhisme als het christendom als bepaalde strekkingen binnen de islam zoals het Soefisme, nastreven en blijvend mogelijk maken. De mens lijkt eerder voor eeuwig het meest belligerente creatuur. Wij raken niet af van onze primitieve, strijdbare reflexen. Een realiteit en een identiteit die op de lange termijn op een mooie dag naar alle waarschijnlijkheid fataal zal aflopen.

Intussen kan ik met dit perspectief persoonlijk wel verder leven en verder werken; dat wens ik ook iedereen onder de tijdgenoten. Je grote zorgen maken over wat er op de (zeer) lange termijn kan gebeuren, is nog nooit een ideaal recept gebleken, zeker niet voor wie van zichzelf beseft dat hij een kleine, gewone mens is, en in de limiet zijn wij dat natuurlijk allen. Stug doordoen, in nederige toewijding en als het moet met krachtige hand ingrijpen om het ergste in te dijken, lijkt het enige dat er op zit, of dat haalbaar wordt. Zoals Churchill het geregeld zegde, mompelde, om vrienden en familie aan te moedigen in de oorlogsjaren: “KBO!”-  Keep Buggering On. Dat is een grappige, grootsprakerige uitroep met seksuele connotatie: op het einde lijkt de kringloop rond. De grote religieuze tradities weten en verkondigen het al sinds millennia: de mens is een heerlijk, een fantastisch wezen. Hij is echter ook altijd een gevallen creatuur, een gebroken figuur.

Het beste waar wij kunnen op hopen, lijkt mij dat de soldaten en generaals die de komende oorlogen gaan uitvechten, hun noblesse bewaken. Dat zij de wetten, regels en de fair-play die het oorlog voeren beheersen, hoog in het vaandel gaan plaatsen. En ten tweede dat de nieuwe wapens gaandeweg tenminste een kleinere ecologische voetafdruk zullen hebben. Omdat oorlog bij uitstek een kwestie betreft van “leven of dood”, met strijd die intense emoties loswrikt, lijkt mij dit op zich al geen sinecure.

 

Epiloog

Zulke openhartige omgang met de betreffende zeer lastige waarheid, zulke onverdeelde aandacht voor het wellicht meest bedreigende gevaar van onze tijd, het kan zorgelijk en bezwarend lijken. Toch hangt er potentieel ook een verlichting, een bevrijdend effect aan vast. Als je een grote angst kunt koesteren voor een heel groot iets, zoals traditioneel “de vreze Gods”, krijg je het beneficiair effect dat je van kleine, banale angsten bevrijd raakt. Daarover gaat mijn volgende blog Met welke mindset kan je van kleine angsten bevrijd raken?

 

Lees- en kijksuggesties

“The Last Lion. Winston Spencer Churchill. Dl. III. Defender of the Realm 1940-1965.” William Manchester en Paul Reid. Bello, 2015.

“De Bonobo’s, schalkse apen met menselijke trekjes”. Prof. Hilde Vervaecke, Davidsfonds, 2002.

“Gorilla’s in the mist”. Diane Fossey, 1983.

NBV21. De nieuwe bijbelvertaling, 2021. Querido facto, 2021

“A Political History of the World. Three Thousand Years of War and Peace”. Jonathan Holslag. Pelican, 2018.

“Darkest Hour”. Film door Joe Wright met Oscar voor beste acteur Garry Oldman.

 

 

 

Hoofdillustratie: een beeltenis van een bommenwerper, gemaakt met recyclagemateriaal door een krijgsgevangene (POW) in Noorwegen in 1943. Eigen foto bij bezoek aan het oorlogsmuseum op de Lofoten, februari 2022.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!