Kafka

Kafka

woensdag 20 oktober 2010 19:40

Van uit alle windstreken komen hier mensen heen om een positieve stempel op de Israëlische maatschappij te drukken, maar vaak merken ze bij vertrek dat het stempelkussen bij aankomst reeds aardig uitgedroogd was, veel beweging valt er hier niet in te krijgen.

Buitenlandse vrijwilligers voor het Israëlische leger of jihad-strijders voor Hamas gaan resoluut voor de gewapende strijd tegen één bevolkingsgroep, anderen trachten niet zozeer te vernietigen maar eerder iets op te bouwen binnen één of beide gemeenschappen. Israël trekt al sedert jaar en dag van over gans de wereld jongeren aan die de handen uit de mouwen willen steken in verschillende Kibboets terwijl er aan de Palestijnse zijde vooral binnen NGO’s aan een beter gebied wordt gewerkt, allen volgen hun eigen ideeën over dit mediagenieke conflict.

Velen stromen toe met een vooringenomen stelling voor of tegen een bepaalde bevolkingsgroep en stellen na verloop van tijd hun scherpe vooroordelen bij, anderen komen met een neutrale houding om beide groepen aan vrede te helpen maar lopen tijdens hun verblijf desillusies op door de acties van één of ander kamp. Goed aankomen is vaak geen zekerheid door de strenge grenscontroles, hoe je hier buitenkomt is nog een groter vraagteken.

Sedert mijn aankomst in dit gebied woon ik samen met Peter die er in geslaagd is aan dit profiel van de modale vrijwilliger een volledig nieuwe dimensie te geven. Bijna een half jaar geleden vertrok hij om een fietstochtje te maken van zijn vaderland Oostenrijk naar het Aziatische Singapore. In manier van verplaatsing kan hij reeds als een buitenbeentje gezien worden maar ook zijn motivatie om hier te geraken was niet gericht op het conflict.

Hij had een maand of vier geleden gans Turkije doorkruist om aan Syrische grens te vernemen dat hij onmogelijk een visum kon verkrijgen om eens snel door dit land te rijden. Door deze overmacht dan maar de boot naar Cyprus genomen om opnieuw via zee in Tel Aviv aan te meren. Zoals zovele onorthodoxe reizigers belandde hij te Jeruzalem in het Peacehouse van Ibrahim en leerde er de joodse, Canadese Lisa kennen. Lisa organiseert zomerkampen voor Palestijnse kinderen in de bezette gebieden en zoals iedere organisatie die dit soort kampen organiseert had ze een groot tekort aan vrijwilligers om deze te begeleiden. Als je zo’n fietstocht aanvangt heb je geen exacte datum van aankomst en Peter had dus wel enige marge om zich eens enkele dagen te engageren. Eventjes je goed hart tonen en met een verlicht gemoed fiets ga je wellicht een stukje sneller de bergen over.

Als sportieve, avontuurlijke dertiger had hij reeds aardig wat van de wereld gezien maar het lot van één kleine Palestijnse, bedoeïen-jongen kon hij na het kamp niet van zich afzetten. De bengel was doofstom en had geen enkele kans om ooit te horen omdat de toegang tot Israëlische hospitalen zeer moeilijk is voor hem en indien dit toch zou lukken konden zijn ouders zich nooit een gepast hoorapparaat veroorloven. De verderzetting van de fietstocht werd even langer in de ijskast gelaten en Peter contacteerde de ouders om hun toestemming te vragen om op eigen initiatief hun zoontje naar dat kleine beetje geluk te mogen leiden. Een periode van ouderlijk vertrouwen winnen werd ingezet en na enkel dagen waren de ouders overhaald door dit nobele plan. Moeilijkste stap achter de rug zou je denken maar dan begint het vele werk hier nog maar.

Weken waren nodig om vergunningen te krijgen om als westerling een minderjarige over de muur mee te krijgen. Je tast volledig in het duister of je al dan niet een vergunning zal krijgen en zo ja, wanneer deze zal verkregen worden. Niet evident om op deze onzekerheid een ziekenhuisafspraak vast te leggen. Nog eens enkele weken later was het onderzoek voltrokken en kon Peter overgaan tot het zoeken naar een hoorapparaat voor de Palestijnse jongen. Voor hij aan dit hoofdstuk kon beginnen moest hij wel eerst opnieuw een reisje naar Egypte ondernemen om een verlenging van zijn visum te verkrijgen. Iedere toerist mag drie maanden bepaalde stukken van het land bewandelen maar dan moet je er onherroepelijk terug uit. Op hoop van zegen keerde de wielrenner ,na enkele dagen Egypte, terug naar de grens waar hij gelukkig een gepast verhaal kon verzinnen zodat de pubers aan de grenspost zijn boekje nogmaals wilden afstempelen. Jezus zou maar beter goed beginnen voorbereiden als hij nog steeds van plan is om hier terug neer te dalen. Grote kans dat de excentrieke profeet anders de toegang tot Israël wordt geweigerd.

In Israël zelf werden er veel te veel documenten gevraagd om dit merkwaardige duo aan medische apparatuur te helpen en zo werd er beroep gedaan op een Oostenrijks bedrijf die de hoop van de jongen wel naar Israël wou verschepen. Peter heeft hier geen eigen adres en moest dus de buitenlandse levering laten aanmeren in de postbus van Ibrahim. In andere landen zou dit geen probleem zijn maar hier is het hoogst verdacht dat een Palestijnse man een pakketje voor een Oostenrijker ontvangt met als inhoud wat materiaal dat voor een Palestijns kind bedoeld is. In plaats van hoorapparaatjes kreeg Peter nog wat lege documenten in zijn handen geduwd. Deze konden dan weer ingevuld worden, vervolgens naar één of andere dienst verzonden worden waarna men weer weken op een antwoord kan wachten.

De vele vertragingen, verplaatsingen en de aankoop van het apparaat hadden Peter niet enkel veel tijd gekost maar nam ook een flinke hap uit zijn budget. Gelukkig had hij nog wat media-connecties van uit de tijd dat hij nog bekend was en in Oostenrijk werd onder invloed van een mediacampagne wat geld ingezameld om al zijn onkosten te dekken.

Niet enkel Oostenrijk reageerde want ook een Israëlische journalist vernam de kafkaiaanse toestanden waar de eenzame fietser mee geconfronteerd werd. Peter, die toch aan het wachten was, liet de kans niet onbenut om deze wantoestanden in de Israëlische media aan te kaarten. Eind deze week zou de jongen zijn eerste klanken moeten kunnen horen maar Peter zal nog moeten wachten tot hij zijn gal heeft gespogen over de Israëlische bureaucratie vooraleer hij terug op zijn zadel kan gaan zitten.

Met open mond stond ik naar dit verhaal te luisteren en met groot respect voor de man vroeg ik de Oostenrijker waar hij zijn bekendheid had verdiend. Met veeleer schaamte dan trots vertelde Peter dat hij tien jaar profrenner bij grote teams was geweest en na aandringen kon ik zelfs de bekentenis afdwingen dat hij in 1996 als vijfde in de Ronde Van Frankrijk was geëindigd.

Zijn palmares samen fietsen was een harde, lange tocht geweest maar de papiermolen van Israël moest als uitputtingsslag zeker niet onder doen.

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!