De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Journalistiek enkel voor beroepsjournalisten?

Journalistiek enkel voor beroepsjournalisten?

zondag 4 april 2010 02:54
Spread the love

Activisten die over een patattenveld lopen, achterna gezeten door een meute agenten, een interview ‘on the spot’, enkele betogers die met hun neus in de modder wachten tot ze opgepikt worden door een overvalwagen, het waren dit soort beelden die ik draaide op de bomspotting- actie aan Kleine-Brogel gisteren. Zo te zien was wat ik deed een illegale daad. Toen ik net voor ik weer naar huis wilde vertrekken nog snel even wat beelden wilde maken van arrestaties werd ik namelijk zelf opgepakt.

Ik had me nochtans goed voorbereid die dag. Op de achterkant van mijn fotografenvest had ik een fluo lapje met in zwarte letters ‘Press’ bevestigd, mijn medewerkers- en perskaart van de nieuwssite waar ik stage loop had ik duidelijk zichtbaar op de voorkant van mijn vest gespeld en mijn lidkaart van de Vlaamse Vereniging voor Journalisten (VVJ) zat grijpensklaar in mijn binnenzak. Zoals het een echte journalist betaamd had ik me de hele voormiddag als toeschouwer opgesteld: ik zorgde ervoor dat de politie niet voor de voeten liep, ik bleef op een veilige afstand van ‘den draad’ en identificeerde me wanneer me dit gevraagd werd. Tot ik dus die ene ‘flik’ tegenkwam.

‘Hedde gij een perskaart?’ Alleen al de manier waarop deze leidinggevende agent naar mijn persdocumenten vroeg, voorspelde niet veel goeds. Ik toonde hem netjes het kaartje dat ik aan m’n vest gespeld had en haalde mijn VVJ lidkaart boven. ‘Boeit dieje gast, en pakt zijne camera af, want hij heeft geen perskaart’ zei hij tegen zijn ondergeschikten en hoewel ik nog probeerde tegen te pruttelen, was voor hem hiermee de kous af. Mijn collega, een fotograaf, onderging hetzelfde lot. Mijn andere collega, een beroepsjournalist, beschikte wel over het juiste blauwe kaartje, hij mocht dus vrij beschikken. Toen hij het opnam voor zijn stagiar/cameraman, ik dus, werd ook hij bedreigd met arrestatie, dus na wat argumenten over en weer droop hij noodgedwongen af richting zijn wagen. Intussen vulde een agente een standaardformulier in waarin werd aangegeven dat ik gearresteerd werd wegens ‘voorbereiding misdrijf’. Whatever..

De agente die me wat later in de boeien sloeg, fluisterde me toe dat deze leidinggevende flik ‘gene gewone’ was, zelf was ze gelukkig vriendelijk genoeg om me langs voren te boeien, zodat ik mijn camera zelf kon vasthouden. Dat was geen overbodige luxe, want enkele minuten later zat ik geboeid in een overvolle arrestatiewagen, die me via enkele hobbelige wegen naar het hart van de militaire basis voerde.

In het busje werden de inzittenden geëntertaind door een politieagent die aldoor grapjes meende te moeten maken over de geurtjes die de activisten volgens hem bij hadden, over de ‘persvrijheid in België’ en die meende dat ik moest weten dat zijn gebruikelijke werkterrein, namelijk Antwerpen, er zo erg aan toe was, dat hij niet kon begrijpen dat ik me bezig hield met een domme actie zoals deze. Omdat het gangpad tussen de arrestanten volgepropt stond met hun spullen en omdat deze agent zonodig achteraan in het busje moest gaan staan, besloot hij dat hij maar even met zijn ‘boots’ over deze bezittingen kon wandelen. Zijn gedrag verwonderde me helemaal niet, want zijn leidinggevende had even voordien al gelijkaardige uitspraken over stinkende activisten gedaan, hij zou voor zijn gedrag zeker niet op de vingers getikt worden.

Op de basis aangekomen moest ik net als alle andere arrestanten mijn bezittingen afgeven, inclusief mijn camera van enkele duizenden euro’s. Na wat discussie over het al dan niet afstaan van mijn kostbaarste bezit, mocht ik samen met een agent naar een tentje vertrekken, waar mijn bezittingen in een zakje gestoken werden. Ook van mijn camera zou ik even afstand moeten doen, werd me duidelijk gemaakt. Voor de zoveelste keer startte ik de discussie dat ik een journalist was, dat men een gegronde reden moest geven voor mijn arrestatie en dat ik mijn kostbare videocamera niet zomaar wilde afgeven.

Na wat vijven en zessen werd de procureur erbij gehaald, een wat oudere man in burgerkledij. Ook hij bekeek mijn ‘persdocumenten’, waarop hij opmerkte dat de kaarten waarover ik beschikte niet als geldig beschouwd werden. Omdat hij mijn documenten niet zomaar kon negeren, besliste hij dat ik samen met enkele rechercheurs, iemand van het parket en een aantal militairen naar een andere plek zou gaan waar mijn beelden bekeken zouden worden.

Ik werd samen met mijn collega-fotograaf naar een gebouwtje op de basis gebracht, waar de beelden die ik op mijn tape had staan, grondig geanalyseerd werden. Na een grondige fouille, controle van mijn persdocumenten en een ondervraging, werd beslist dat mijn tapes zogenaamd ‘illegaal materiaal’ bevatten. Ik had namelijk enkele beelden gemaakt van activisten die over de omheining van het militair domein geklauterd waren. Omdat de draad van dit domein duidelijk zichtbaar was, had ik me schuldig gemaakt aan het filmen van een militair domein, wat dus strafbaar blijkt te zijn. Wanneer ik echter vrijwillig afstand zou doen van mijn beeldmateriaal, zou ik mijn camera terugkrijgen en onmiddellijk vrijgelaten worden. Zoniet riskeerde ik vervolging en inbeslagname van mijn apparatuur. Dat zowat alle aanwezige journalisten wel eens een beeldje van ‘de draad’ gemaakt hadden was evenmin een argument. Ook het VRT journaal bevatte die dag dus ‘illegale’ beelden.

Omdat ik mijn camera niet wilde kwijtspelen en omdat ik niet wist wat de juridische gevolgen zouden kunnen zijn, koos ik voor de eerste optie. Ik legde een verklaring af waarin ik instemde met de vernietiging van mijn tapes, waarin ik toegaf de militaire basis in beeld te hebben gebracht en waarin ik aangaf opgepakt te zijn als journalist. Twintig minuten later was ik weer een vrij man.

Dat ik mijn tapes kwijtspeelde was voor mij een probleem, ik had al enkele dagen gespendeerd aan een algemene reportage over bomspotting, de in beslag genomen cassettes bevatten de afsluitende beelden voor deze reportage. Dat ik enkele uren verloor door mijn arrestatie was ook vervelend, ik was immers van plan in de vroege middag te vertrekken om tegen ‘s avonds klaar te zijn met mijn montage. Wat me echter het meest stoorde was het feit dat men me zomaar kan oppakken als journalist.

Ok, toegegeven, ik beschikte niet over de officiële perskaart uitgereikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en ook het medium waarvoor ik werk  klinkt niet meteen bekend in de oren van een doordeweeks agent. Maar ik beschikte wel over documenten waarmee ik kon aantonen dat ik een student journalistiek ben, die aangesloten is bij de VVJ en momenteel stage loopt bij een journalistiek medium. Bovendien was ik in het gezelschap van een beroepsjournalist die duidelijk maakte dat ik zijn stagiair was. Volgens mij kon er geen twijfel bestaan over het feit dat ik om professionele redenen aanwezig was op deze actie.

Dat ik geen nationale perskaart op zak heb is trouwens niet zo verwonderlijk. Om die te krijgen moet je kunnen aantonen dat je gedurende drie jaar je brood verdiend hebt met journalistiek als hoofdberoep, je mag intussen geen commerciële activiteiten uitvoeren, etc.. Ik zou de journalisten die zonder deze kaart dagelijks de baan opgaan om nieuws te vergaren trouwens de kost niet willen geven, zelfs bij de VRT lopen er een aantal rond die het zonder dit blauwe kaartje moeten stellen. En dan heb ik het nog niet over al die cameramannen, geluidsmannen en technici die vaak in het gezelschap van journalisten vertoeven.

Hoewel ik geen kaas gegeten heb van mediarecht, denk ik toch te weten dat eenieder die regelmatig nieuws vergaart, als journalist beschouwd wordt voor de wet, met wettelijke bescherming tot gevolg. Ook meen ik me te herinneren dat ‘journalist’ geen beschermde titel is, terwijl ‘beroepsjournalist’ dit wel is. De komende dagen wil ik me dan ook informeren over deze wettelijkheden. Het zou me immers verbazen indien enkel beroepsjournalisten met het juiste kaartje hun beroep correct mogen uitoefenen. Terwijl de ‘gewone’ journalisten maar beter kunnen uitkijken dat ze niet de verkeerde flik tegen het lijf lopen, die hen zonder pardon de bak kan zou kunnen indraaien. Indien dit realiteit zou zijn, zouden zowat alle regionale reporters, alle journalisten in bijberoep, alle studenten journalistiek en alle burgerjournalisten beter een andere bezigheid gaan zoeken, omdat ze altijd het risico zouden lopen van hun apparatuur en vrijheid beroofd te worden door de politie.

Mij kan het echt niets schelen dat erkende beroepsjournalisten gratis met de trein mogen reizen, korting krijgen op magazines, bepaalde rechtzaken mogen opvolgen en achter de politielinies mogen lopen op betogingen, ik gun het hen van harte. Ik ben zelfs bereid om nog drie jaar te wachten tot ik ook beroeps kan worden. Ik begrijp zelfs dat het niet zo maar mogelijk is om alle zelfverklaarde journalisten van deze voordelen te laten genieten. Ik wil echter wel in staat zijn om net als hen mijn ‘job’ te kunnen doen zonder in de boeien gelsagen te worden, vorige week als student, deze week nog als stagiair en over enkele weken als volwaardig en wettelijk beschermd, afgestudeerd journalist, al dan niet met de ‘juiste’ perskaart. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!