Johan Huizinga

Johan Huizinga

zondag 23 oktober 2016 14:09

Knalprestatie van Maarten Boudry !

Een essay schrijven over cultuurpessimisme zonder dat begrip naar behoren te definiëren. En er nog in slagen van het gepubliceerd te krijgen ook. Het moet gezegd, het heeft wat weg van de Sokal-affaire.

“Cultuurpessimisme” is echter een vlag die vele ladingen dekt.

De term “cultuurpessimisme” duikt voor het eerst op in de geschriften van de vrij onbekende Verlichtingsfilosoof Eduard de Roussillon. Het begrip staat er diametraal tegenover het vooruitgangsgeloof. In het vooruitgangsgeloof is men van oordeel dat er aan de wereld een proces ten grondslag ligt dat diezelfde wereld zich altijd zal ontwikkelen naar een betere wereld.

“Men moet al een echte cultuurpessimist zijn om daar blind voor te zijn”, schreef de Roussillon.

Het moet echter gezegd, Eduard de Roussillon was niet meteen de meest begaafde der Verlichtingsfilosofen. Uit de context van zijn “Au bord de la foi” blijkt duidelijk dat hij “cultuurpessimisme” en “achteruitgangsgeloof” als synoniemen beschouwt. Elke vorm van kritiek was een bewijs van een achterlijk achteruitgangsgeloof.

Scherpe reactie kwam er van de Rus Vladimir Lavrov.

Hij zag de geschiedenis van de wereld als een grafiek met pieken en dalen.

“We kunnen moeilijk volhouden dat de wereld er op vooruit gaat als duizenden mensen gedood worden in een nietsontziende oorlog, als tienduizenden mensen omkomen van honger en dorst, als honderdduizenden mens op de vlucht zijn voor naderend onheil. Het is de taak van de cultuurpessimist om de vinger op de wonde te leggen”.

“Cultuurpessimist” wordt gebruikt in de betekenis van “cultuurcriticus”.

“Kritiek” is niet noodzakelijk een bewijs van een achteruitgangsgeloof, het kan een bewijs van een (tijdelijke) achteruitgang zijn.

Hoezeer men het ook kan betreuren, een nieuwe dimensie in het debat werd aangebracht door de postmodernistische denker Georg Zweifel.

“Kritiek is altijd tijdsgebonden. Hij die kritiek levert in de periode van een opwaartse trend is een cultuurpessimist terwijl hij die kritiek levert in de periode van een neerwaartse trend eerder als cultuuroptimist moet beschouwd worden.”

Sedert Georg Zweifel moet “kritiek” altijd in termen van “terechte kritiek” en “onterechte kritiek” bekeken worden. De vraag is natuurlijk welk medium het best geschikt is om dat onderscheid te maken.

De voor cultuurpessimist (wat is dat?) versleten Johan Huizinga suggereerde het spel.

Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.

Het gevaar van een mystiek dreigt.

Tenzij de rede (van Maarten Boudry) mystiek is en het spel universeel.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!