De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Jessica – uit het liefdesleven van een aanstaande verloofde in China

Jessica – uit het liefdesleven van een aanstaande verloofde in China

woensdag 8 mei 2013 16:02
Spread the love

Twee jaar geleden studeerde Jessica af aan het Nanjing Institute of Arts, de belangrijkste kunstschool van de provincie Jiangsu (??). Op de unief, waar ze kunstgeschiedenis studeerde, ontdekte ze dat ze studeren saai vindt. Veel liever werkt ze in het privéschooltje waar buitenlanders Engelse les geven aan Chinese kinderen. Zij bereidt de lessen voor, assisteert de buitenlanders en geeft zelf ook les. Haar Engels heeft ze zichzelf geleerd.

25 is ze, geboren in 1989. In het westen zou ze zeggen dat ze 24 was, maar in China wordt het jaar in moeders buik ook als een jaar geteld. 1989, dat was het jaar van de slang en nu, 24 jaar later (2 maal een cyclus van 12 jaar), is het opnieuw het jaar van de slang.

Voor haar moeder betekent dat maar één ding: haar dochter is klaar voor een man.

Dit is een neerslag van een jaar uit het liefdesleven van een jonge vrouw in China.

2012

Tijdens de wekelijkse frisbeematch ontmoet Jessica een Fransman. Ze wordt verliefd en vraagt hem om haar Frans te leren. Hij wordt haar leraar, hij wordt iets meer, hij breekt haar hart, en nu hoeft ze hem nooit meer terug te zien.

Over Quinten heeft ze haar ouders nooit wat verteld. “Natuurlijk niet!” zegt Jessica, “Ze zouden nooit akkoord geweest zijn! Mijn ouders gaan zelfs niet akkoord als ik nog maar voor een weekendje naar Shanghai ga. Maar ik ga toch. Ik vertel het hen achteraf wel, dan kunnen ze niks zeggen, ha!”

Als autodidact trekt ze als geen ander haar plan. Ze werkt zes dagen per week, met maandag als verlofdag. Ze vindt het best fijn om bij de kindjes te zijn op de school, maar toch zou ze liever wat anders gaan doen nu. “Ik ontmoet graag nieuwe mensen. Vroeger ging ik in het weekend uit en maakte ik veel nieuwe vrienden, maar dat gaat nu niet.”

22 april 2013

Het regent pijpenstelen en het stof op straat (wegen veranderen in grote zandputten omdat er nieuwe metrolijnen gegraven worden) wordt een laagje slijk. Van onder haar paraplu zegt Jessica: “In je hart is er plaats voor maar één persoon. Of dat nu een Chinees is of een Fransman en of die Fransman nu goed voor jou was of niet, dat doet er niet toe, er is maar plaats voor één persoon. In mijn hart kan er niemand meer bij.”

8 april 2013

We zitten op het terras van de German Bakery, een etablissement waar je broodjes met sla, ham en mayonaise kan eten. Jessica drinkt een glas chocomelk, ik een cola. De vrachtwagens en bulldozers denderen voorbij, een oud vrouwtje rent kwiek en gezwind de straat over, zoals alleen Chinese oude vrouwtjes dat kunnen. De rammelende bus maakt geen aanstalten om te vertragen voor het vrouwtje. Een seconde later loopt ze gebogen aan de andere kant van de straat. Ze had dood kunnen zijn. Er is zoveel wat mis kan lopen hier op straat en toch komt het (meestal) altijd goed. God moet een zwak hebben voor de Chinezen.

Vlak bij ons staat er een stelletje te zoenen. Een Amerikaanse vriend van me zei ooit dat mensen in Europa zo opzichtig kunnen zoenen in het openbaar. “Je wilt dat niet zien, maar je kan niet anders dan ernaar kijken. Het is als een magneet voor je ogen.” Terug in China kunnen Jessica en ik niet anders dan er wat om lachen, om het zoenende stel. Mocht ik de vijftig gepasseerd zijn en in de jaren ’80 al een keer in China zijn geweest, dan zou ik nu kunnen schrijven “China is niet langer het China van vroeger” of “China verandert razendsnel”, maar ik ben dus veel te jong, ik weet niets van China af, en daarom kan ik alleen maar schrijven: “In China zoenen de jonge koppels er lekker op los. Over seks wordt hier niet geniepig gedaan.”

1 februari 2013

Met enkele vrienden gaan we Jessica bezoeken in Yangzhou, de stad waar ze opgegroeid is, in het noorden van Jiangsu. Samen met een jongen die wij nog nooit gezien hebben wacht ze ons op aan het busstation. Jessica is opgemaakt, en ook de jongen ziet er netjes uit, glimlacht vriendelijk, spreekt op een zachte toon. Onattent is hij ook al niet: de zware kist met geschenkjes die wij mee hadden genomen voor Jessica’s familie graait hij onmiddellijk uit onze handen. Hij zal ze de hele dag met plezier dragen. We kunnen hem niet overtuigen om eens af te wisselen, ook niet wanneer zijn hand blauw uitslaat. Na de middag draagt hij in zijn andere hand Jessica’s tas – dat is iets wat Chinese jongens en mannen doen: de handtas van hun lief of vrouw dragen. Niemand van ons twijfelt eraan dat de jongen een mogelijke kandidaat is.

1 april 2013

Op de eerste verdieping van het Koreaanse restaurant vraag ik of het niet wat geworden is met die jongen in Yangzhou. “Neen. Hij is een slechte jongen. Ik had daarna op Valentijnsdag met hem afgesproken om samen wat te gaan doen en hij heeft me gewoon laten wachten, een uur lang, zonder zelfs maar iets te laten weten. Schoft.”

Ze had hem leren kennen via een nichtje. Het nichtje had hun nummers doorgegeven en zo konden ze elkaar leren kennen. In China worden geliefden meestal geïntroduceerd.

15 maart 2012

“Het voordeel van geïntroduceerd worden is,” zeggen Tian Hui en Bing Xin, beide studentes aan Nanjing University, “dat de matchmaker als neutrale persoon goed kan inschatten wie bij wie past. Zelf kan je dat niet goed zien. Er is meer kans op succes als het via iemand anders gaat.” Wanneer ik iets vraag over liefde, dan lachen ze even. Plots heeft Tian Hui het druk met wat te regelen op haar iPhone en Bin Xin begint haar schoenen te bestuderen. All Stars, gele.

“Hoe gaat dat dan precies in zijn werk, wanneer de matchmaker een combinatie gevonden heeft? Spreekt die dan een plek af waar de twee elkaar kunnen ontmoeten?” “Ja,” zegt Bing Xin, “dan stelt de matchmaker de twee snel aan elkaar voor, dan vertrekt hij en dan kunnen ze elkaar beter leren kennen.”

“Of hij geeft gewoon hun nummers door.”

“Wat als je zelf iemand ontmoet, bijvoorbeeld op de metro?”

“Dat gebeurt eerder zelden.”

Ze vragen hoe ik mijn vriendin heb ontmoet.

“Op een filmfestival.”

“En wie heeft jullie voorgesteld?”

“Zij heeft zichzelf aan mij voorgesteld geloof ik. En toen zijn we wat gaan drinken”

Vinden ze grappig. “En toen?”

“En toen? Dat zijn jullie zaken niet!”

Vinden ze nog grappiger.

22 april 2013

“Moet het iemand van Yangzhou zijn, of is Nanjing ook OK?” vraag ik aan Jessica. “Nanjing is ook goed, want Nanjing ligt ook in de provincie Jiangsu en in Jiangsu is het onderwijs heel goed (Jiangsu ligt in het ontwikkelde oosten van China en is een van de rijkste provincies van het land, JD). Met iemand uit Hebei, het platteland, moet je bij niet afkomen, want de mensen daar zijn dom. Het onderwijs is er heel slecht.”

“Moet hij in Yangzhou gaan wonen met jou?” “Ja, dat zou goed zijn,” zegt ze. “Mijn ouders hebben trouwens net het hele huis vernieuwd, omdat het tijd wordt dat ik iemand vind. We zouden samen in het nieuwe huis kunnen wonen, want ik wil zorgen voor mijn moeder. Maar dat hoeft niet per se. Ergens anders in Yangzhou mag ook, of in Nanjing.”

“Stel dat het wat geworden was met Quinten en jij, wat had je dan gedaan?” Ze zegt: “Dat zou een probleem zijn.” “Zou jij niet in Frankrijk willen gaan wonen? Je bent toch een fan van Frankrijk?” “Eigenlijk wel. Voor een tijdje. En dan zou ik erg hard werken en mijn ouders genoeg geld opsturen zodat ze het goed zouden stellen zonder mij. Ze zouden een dienster in huis moeten nemen en ik zou die moeten betalen. Dat is mijn plicht als dochter. En later, als mijn ouders bejaard zijn, dan wil ik er zelf voor zorgen. Dan zou mijn man mee moeten komen naar China.” Het begint te druppelen. Er hingen al de hele dag regenwolken in de lucht. “Buitenlanders hebben geen gevoel voor verantwoordelijkheid,” zegt Jessica. “Met een buitenlander trouwen is een slecht idee.”

“Je bent zelf behoorlijk westers in je denken. Je leert Engels om zelfstandig en onafhankelijk te kunnen zijn,” zeg ik tegen Jessica, “verzet je je niet tegen je familie?” “Ik verzet me wel, je moest eens weten! Al jarenlang verzet ik mij! Ik weet niet wat er zou gebeurd zijn als ik me niet had verzet, met zo’n moeder als de mijne. Nee, ik doe waar ik zin in heb. En ik ben financieel onafhankelijk. Maar nu wordt het tijd om een verantwoordelijke keuze te maken, en daarbij wil ik mijn moeder en mijn familie niet teleurstellen. Ik moet een jongen kiezen om mee te trouwen.”

“Wat voor jongen zou je willen?”

“Weet ik niet. Chinese jongens zijn allemaal_,” ze denkt even na, “allemaal zo, zo, ja, zo dom en lelijk. Ik weet niet of er een tussen zit waarmee ik wel gelukkig kan zijn.” Ze zegt het als had ze net een bitter medicijn gedronken.

23 oktober 2012

Chinese meisjes van tussen de 20 en de 25 zonder vriendje komen het wekelijks te horen: “Heb je nu nog geen lief?” Het zijn hun moeders, hun vaders, hun kakelende tantes, hun zatte nonkels, hun vervelende neefjes, hun schattige nichtjes, hun eigen vrienden die hen bestoken met de vraag over de belangrijkste kwestie van hun leven. “Het is om moe van te worden,” zegt Duan YiNa, professor aan de Normal University van Nanjing. Duan is in de dertig en zelf ongehuwd. “Naar huis gaan met de verlofdagen is vooral een stressvolle onderneming. Ze blijven maar doorhameren over trouwen. Ondertussen reageer ik al niet meer,” zegt ze. “Ik laat hen maar vragen. En trouwen doe ik niet. Ik ben gesteld op mijn vrijheid.”

17 april 2012

Lu Yang, 23, eveneens een slang, staart wat rond. Ze weet niet goed wat het zal worden met haar toekomst. Nochtans zit de wind haar in de rug: de hele campus kent haar omdat ze de mooiste is en de slimste. Volgend jaar mag ze naar Beijing Normal University en onlangs is ze lid geworden van de Partij (twee privileges waarvoor miljoenen zouden tekenen). “Dat van de Partij, dat is niet omdat ik geloof in de politiek. Ik heb daar niets mee te maken. Mijn vader heeft gezegd dat ik dat maar moest doen, dat het goed zou zijn voor mijn toekomst. Hij heeft waarschijnlijk gelijk. Je vader is tenslotte je vader, je luistert daarnaar.” Ze wil graag carrière maken, een goede professor worden, “maar dan vind ik nooit een man. Chinese mannen houden niet van vrouwen die te veel gestudeerd hebben. Er wordt weleens gezegd in China dat er drie soorten van vrouwen bestaan: getrouwde vrouwen, niet getrouwde vrouwen en vrouwen met een doctoraat. Ik wil eerst iemand vinden vooraleer ik doctoreer, maar ik weet niet wie.”

Ze heeft een Koreaans vriendje, ook dát weet iedereen op de campus. Een maand eerder heeft ze hem mee naar haar thuis genomen, “als vriend”. “Mijn ouders weten van niets. Ze gaan vast niet akkoord.”

22 april 2013

 “Wat ik van plan ben,” zegt Jessica, “is een jongen te zoeken die bij me past. Die jongen zal vermoedelijk in Yangzhou wonen, want daar heeft mijn familie de meeste connecties. Ik zal ontslag nemen in Nanjing en werk zoeken in een Engelse school in Yangzhou. Zo kan ik hem beter leren kennen. Als het klikt, dan kunnen we na twee jaar trouwen. Na enkele maanden ,of zelfs een jaar, kan je niet weten of iemand geschikt is voor jou of niet. En ik wil niet, zoals zovele Chinezen, na enkele maanden alweer scheiden. Het percentage van scheidingen in Nanjing ligt op 50 procent!

En trouwens, het is slecht om kinderen te maken na je dertigste.”

Even samenvatten. Ik zit tegenover een meisje uit China dat verliefd is op een jongen uit Frankrijk waar ze niets meer mee te maken wil hebben en in alle kalmte bespreekt ze haar plannen om met een Chinese jongen (“allemaal lelijk en dom”) te trouwen en kinderen te maken. Binnen drie jaar.

“Ik snap het niet!”

“Ik kan mijn ouders niet teleurstellen,” zegt ze nogmaals, “dat is niet verantwoord. Je moet verantwoordelijk zijn. Natuurlijk snap jij dat niet, jij bent een buitenlander!”

Ik wil iets vragen over verantwoording aan jezelf, maar ik stop mijn Westerse individualisme weg in mijn zak, onder mijn volgesnoten zakdoek (want dat vinden Chinezen vies, doekjes volsnuiten met snot en dan in je broekzak stoppen). “Dat gaat hier zo in China,” zegt ze, “altijd al geweest”.

Ik herinner me plots dat er die jongen uit Peking is, wiens nummer ze me ooit heeft doorgegeven zodat ik er zou kunnen overnachten als ik zou willen. “Ja, dat is een aardige jongen,” zegt ze. “Maar hij woont in Peking (3000 kilometer ten noorden van Nanjing) en hij wil niet naar hier komen, want hij heeft zijn eigen zaakje opgericht met enkele vrienden.” Blijkbaar hebben ze het al besproken met z’n tweeën en hebben ze doodleuk de verstandigste keuze gemaakt. Ik vraag me af hoe dat gaat, zo’n gesprek.

“Hoe gaat dat dan, zo’n gesprek, als je een jongen ontmoet?”

“Vorige week heb ik een date gehad,” zegt ze. “Een man van 31. Een kennis van een kennis van mijn tante. Ik wilde hem niet zien, maar ik wilde geen gedoe, dus ik heb zijn nummer opgeschreven. Gedurende een week hebben we gechat met elkaar via QQ (de Chinese MSN) en WeChat (een razend populaire Chinese app waarmee je kan chatten, bellen en foto’s doorsturen, JD) en toen hebben we een moment vastgelegd om elkaar te zien. We hadden het allebei erg druk en daarom hadden we de afspraak gepland om acht uur. ’s Morgens. Hij wachtte me op in zijn 4X4 en toen hebben we twee uur rondgereden in de stad. Hij heeft me de hele tijd door vragen gesteld waarop ik geantwoord heb.”

Een date om acht uur ’s morgens in een 4X4.

“Wat voor vragen?” vraag ik.

“Vreemde vragen,” zegt ze. “Hij wilde weten hoeveel ik verdien per maand!” Ze wordt er kwaad van: “Dat vraag je toch niet? Ik heb geantwoord dat hij maar éérst moest zeggen hoeveel hij verdiende.” “En toen vroeg hij ook of ik seks van liefde kon onderscheiden. Ik wist niet wat ik hoorde! Wat een vraag is dát nu om te stellen aan je eventuele verloofde?”

“En?”

“En? Wat en?”

“En wat heb je dan geantwoord?”

“Niet natuurlijk! Natuurlijk niet! Dat is compleet absurd! Wat een vraag, wat een idee! Kan jij dat dan?”

“Wat?”

 “Liefde van seks onderscheiden?”

“Ik zou wel willen, maar ik denk van niet. En heb jij dan ook vragen gesteld aan hem?”

“Nee, want ik hoefde niets te weten.”

“En toen?”

“Toen keek ik zomaar voor me uit zonder iets te zeggen, want ik wilde zo snel mogelijk weg uit die auto en toen vroeg hij of ik naar hem wilde kijken omdat hij mijn gezicht wilde zien; ik zei van niet en weet je wat hij toen gedaan heeft? – toen heeft hij mij zomaar bij mijn kin vastgenomen, mijn hoofd naar hem toegedraaid en heeft hij me gezoend. Drie keer. Ik was helemaal overstuur. Schoft.”

8 april 2013

 “Dus als alles goed gaat, dan heb je binnen de drie jaar een kindje. Dan ben jij acht- of negenentwintig, dat is nog net op tijd. Wat als dat kindje een meisje is, en ze bereikt de 25 en jij bereikt de 50, wat gaat er dan gebeuren, denk je?”

“Dan zal ze mogen trouwen met de man die ze zelf kiest en graag ziet. Van eender waar op de wereld. En ze zal haar tijd mogen nemen om een goede man te vinden. Maar ook niet té lang, want het is slecht om na je 30ste nog kinderen te kopen.”

*

Ik vraag of me af of ik tegen dan zal kunnen schrijven “China is niet meer het China van toen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!