Jerusalem Post

Jerusalem Post

zondag 21 november 2010 16:01

Mijn vorig bezoek aan Israël was deel van een lange reis, dit bezoek is een tijdelijke verhuis. Bij een reis verlies je, zonder schuldgevoel, voor een tijdje je band met de realiteit: geen nieuws, kranten lees je slechts onregelmatig en dan nog vooral voor het buitenlands nieuws.

Bij mijn aankomst in Israël was ik direct op zoek naar een bron van informatie die me kon helpen met het meten van de hartslag van Jeruzalem. Na een grondig speuren in het Israëlische kranten-landschap bleven de Haaretz en de Jeruzalem Post over als mogelijke bronnen van informatie. De eerste wordt hier als extreem-links en anti-Israëlisch bestempeld en om een nuchtere kijk te kunnen behouden heb ik dan maar besloten om de Jeruzalem Post te benoemen tot mijn vaste bron van informatie. Het verschil tussen een reis en een verblijf is misschien het verdiepen in de locale actualiteit, een teken van integratie in de maatschappij.

Met een woonplaats tussen de scheidingsmuur en de wijk Silwan kon ik af toe de efficiëntie van de krant controleren. Zowel bij een schietincident met een veiligheidsagent als bij het schieten op mensen die over de muur trachten te klimmen kon ik de tijd tussen het horen van de knallen en het verschijnen van het nieuws op hun nieuwssite chronometreren.

Een tijdje geleden gaf een rechter het bevel om enkele Palestijnse huizen en enkele woningen van kolonisten in Silwan te ontruimen voor 18 november. Voor één keer werd er hier niet in termen van “eigen volk eerst” gedacht en de Israëliërs begonnen direct na de uitspraak met het vernielen van de Palestijnse huizen terwijl de joodse kolonisten de kans kregen om zelf hun spullen te nemen en op te hoepelen. Toen deze kolonisten op woensdagavond hun huizen nog niet verlaten hadden vreesden de Palestijnen dat hun buurtbewoners van een ander geloof onder zware tijdsdruk zouden komen te staan om de wil van de rechter in te lossen. De Palestijnen beschikken niet over bulldozers om te helpen met de verhuis van de andere en zodoende hebben ze maar naar hun oude recept gegrepen: de molotovcocktail (hier ook soms al lachend “Silwan-thee” genoemd). Het gebruik van deze cocktail is steeds het startschot van een nieuw nachtje rellen en toen ik woensdag onder de wol kroop werd ik gewekt door een resem schoten. Ik kroop uit bed om de verlichte muur te bekijken maar alles leek even rustig als steeds en dus ondernam ik maar een tweede poging tot slaap. Vijf minuten later vielen er nieuwe schoten, luidere knallen en het geluid van geschreeuw door de straat. Ik hoorde Jamilla in paniek telefoneren in de gang en met haar vele ervaring in het gebied geraakt zij niet meer zo snel onder de indruk van rellen, de omvang van deze incidenten moesten zelfs voor deze iets extraordinair zijn. We kropen samen het dak op met de verrekijker en het fototoestel. Veel viel er niet te zien maar we hoorden van dichtbij het gefluit van kogels of bommen gevolgd door felle witte lichtflitsen die van achter de huizen oprezen. De trilling van de knal kan je kennen als je op een festival ooit eens zat voor de boxen in slaap gevallen bent: je voelt een trilling maar weet niet juist of het van de omgeving komt, vanuit de grond of vanuit jezelf. Elk om beurt daalden we van het dak af om het nieuws te controleren maar we werden er niets wijzer van. De twee molotovcocktails in het joodse huis waren toegelicht maar de rellen in de straat verdienden zowel die avond als de volgende dagen blijkbaar geen aandacht terwijl er aan Palestijnse zijde toch enkele gewonden moeten gevallen zijn (volgens de Palestijnen in de buurt).

Een dag later was de rust tussen Palestijnen en Israëliërs net teruggekeerd toen een onvoorzichtige chauffeur 4 mensen van hetzelfde gezin heeft doodgereden in de Mount Of Olives. De familie ging op oorlogspad en legde één winkel van de familie van de chauffeur in de as, verwondde drie “vijandige” familieleden met kogels en zond één lid van de familie naar het hiernamaals. Onlusten trokken door de wijk en door het mogelijke gevaar voor uitbreiding werd gans de wijk hermetisch afgesloten, binnen de afgesloten zone brandden de auto’s verder. Zowel gisteren als vandaag waren de meeste winkels in de buurt uitzonderlijk gesloten en durfde niemand over het incident spreken. De begrafenisstoet passeerde net met veel lawaai en agressie door de lege straten en niemand durft ook maar iets over de gebeurtenis te lossen.

Zowel de rellen van woensdag en van vrijdag vonden plaats op minder dan tweehonderd meter van de Oude Stad en waren over grote delen van de stad merkbaar. Toch vond de Jerusalem Post het nieuws niet belangrijk genoeg om er ook maar één woord aan vuil te maken. De aanval op één veiligheidsagent en één “terrorist” die de muur wil overkruipen worden uitvoerig besproken maar wanneer de Palestijnen door Israëliërs of door elkaar worden beschoten blijkt dit niet genoeg nieuwswaarde te hebben om te publiceren. De Jerusalem Post, voorheen de Palestinian Post, bericht misschien niet negatief over de Palestijnen maar bericht er blijkbaar volledig niet meer over. Er heerst een algemeen stilzwijgen over twintig procent van de stadsbevolking, behalve natuurlijk als ze de andere tachtig procent van de bevolking aanvallen.

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!