“Je moet vooral je plaats kennen in het festivallandschap”

Dit weekend vindt in het Park aan de Donkvijvers voor de 19e keer Feest in het Park plaats. Sinds enkele jaren is het een vierdaags festival met op zondag een gratis festivaldag met voornamelijk Vlaamse artiesten. DeWereldMorgen sprak met Wim Merchiers, café-baas én programmator van het eerste uur. Met zoveel ervaring en werkjaren op de teller werd het een boeiend overschouwend en erg open gesprek.

maandag 18 augustus 2014 10:28

Zoals
vele festivals begonnen als een muziekevenement in de stad, groeide het de
laatste jaren uit tot een meerdaags festival met een eigen gezicht gaande van
soul en funk over electro en lounge naar dub-step en techno. 

Eerst evenDeWereldMorgen.be terug naar de ontstaansgeschiedenis van het
festival…

Wim: “19 jaar geleden deden
we een randprogrammatie op de Bierfeesten in Oudenaarde. Maar gaandeweg werden we
te groot en zag men dat niet graag gebeuren. Vandaar het idee om een eigen
evenementDeWereldMorgen.be voor jongeren op te zetten in Oudenaarde omdat dat toen niet bestond. In
het stadspark hielden we drie gratis edities, maar toen ook dat te groot werd,
verhuisden we naar de Donkvijvers, waar we nu nog steeds zitten.”

Kan je de evolutie doorheen de jaren evenDeWereldMorgen.be schetsen?

Wim: “Van in het begin
programmeerden wij reggae en dub(step). We zijn beetje bij beetje gegroeid en nooit
bewust willen groeien, maar telkens wel getracht om de vorige editie te
evenaren. We zijn blij dat we naast andere grote festivals een eigen
programmatie kunnen aanbieden. Soms worden er interessante groepen gepresenteerd,
zoals Sonic Youth enkele jaren geleden. Dan is er wel een grote opkomst, maar
is het tegelijkertijd erg moeilijk om dat de volgende editie te evenaren. Daar
moet je dus voldoende rekening mee houden.

Terugkijkend zie ik nu
een aantal zaken die een langzame groei verwezenlijkt hebben: LeeDeWereldMorgen.be ScratchDeWereldMorgen.be Perry
met de eerste uitverkoop met 6000 bezoekers, The Orb die toen het ambient-genre
op de kaart zetten en zoals eerder al vermeld Sonic Youth. Nu kennen we al een
paar jaar aan een stuk een kleine groei tot 12.000 bezoekers op zaterdag.”

Welke mensen zakken zoal af naar Oudenaarde?

Wim: “Feest in het Park
trekt hoe langer hoe meer een diverser publiek: mensen uit de regio, maar ook
meer uit de rest van Vlaanderen en zelfs internationaal. Je mag de regio niet
verwaarlozen! Daarom programeren we een gezonde mix. Dit jaar is er minder
dubstep, maar meer drum & bass, reggae en soul: subgenres waarin we de
betere namen kunnen strikken. Gezelligheid is ook belangrijk voor ons. We
besteden dan ook veel aandacht aan de inrichting en de decoratie van het
festival. Donderdag en vrijdag daagt er een ietsDeWereldMorgen.be jonger publiek tegenover
zaterdag en zondag. Mensen uit Frankrijk komen geregeld naar het festival, maar
ook mensen uit de andere buurlanden vinden steeds meer de weg naar ons
festival.”

We hebben ook meegedaan aan een campagne van
de Vlaamse overheid, waarbij buitenlandse bloggers, die zelf konden aangeven
welk festival ze wilden verslaan, uitgenodigd werden. Feest in het Park werd er
toch vaak uitgekozen, wat wijst op een grote bekendheid. We deden vorig jaar
ook als enige Belgische festival tot op het einde mee om de titel van beste kleinschalige
festival.

Hoe zet je programmatorisch een festival op?

Wim: “Je hebt enerzijds
de Belgische groepen en anderzijds de internationale groepen. Wij programeren,
behalve zondag dan, niet vaak de typische Vlaamse artiesten zoals De Mens, maar
wel de interessante Belgische namen die recent een album uitbrachten. Daarnaast
ben je voor de buitenlandse acts afhankelijk van hun Europese tours en wat er
aangeboden wordt. Mijn visie op het festival maakt dat ik op sommige groepen
een bod doe en op andere – meer punk, metal of rockgerichte – groepen niet.”

Feest in het Park vindt altijd een week na Pukkelpop
plaats. Ondervinden jullie daar concurentie van?

Wim: “Soms is dat
moeilijk, maar uiteindelijk vis je altijd wel in iemands vijver. Wij hebben een
unieke positie in het festivallandschap: minder commercieel dan Pukkelpop,
minder alternatief dan Dour Festival en minder familiegericht dan Cactus
Festival. Sommige groepen kunnen bijvoorbeeld niet op Pukkelpop spelen, omdat
het niet in hun tourschema past. Vaak krijgen wij dan het aanbod. Of soms
hebben zij geen interesse voor een bepaalde groep en wij dan weer wel. Je moet
vooral je plaats kennen in het festivallandschap: zo kan het wel gebeuren dat
een buitenlandse groep die vorig jaar zijn album op Pukkelpop voorstelde dit
jaar bij ons staat. Maar daarmee is die groep nog niet achterhaald. Begrijp je?”

Kan je een tipje oplichten van het financiële plaatje?

Wim: “We krijgen een
kleine subsidie van de stad Oudenaarde, maar vooral veel logistieke steun. Dan
is het ook logisch dat je iets terug doet voor de gemeenschap. Vandaar het idee
om voor de inwoners van Oudenaarde een gratis festivaldag in te richten met een
iets populairdere en Vlaamsere programmatie.

Het is bovendien niet
evident voor een kleine stad als Oudenaarde om duizenden festivalbezoekers én kampeerders
op te vangen. Dat geeft dus wat overlast voor de plaatselijke bevolking. Daarnaast
geeft zo’n festival uiteraard ook een economische meerwaarde: de horeca en de
winkels doen tijdens die dagen gouden zaken. Ook het verenigingsleven wordt
nauw betrokken bij het festival en krijgt daarvoor van ons financiële steun.

We hebben Oudenaarde
ook op de kaart gezet, lang voordat het het centrum van de Ronde van Vlaanderen
werd. Ik ken ook heel wat jongeren die hier in de streek komen fietsen nadat ze
op Feest in het Park geweest zijn.”

En hoe gaan jullie met sponsoring om?

Wim: “Wat wij proberen
te bereiken is actieve reclame: een product linken aan het festival en zijn
bezoekers om op die manier een meerwaarde te creëren. Zaken die nuttig zijn
voor de festivalgangers bereiken op die manier vlot het publiek.
Kampeerspullen, zelfs tenten, kunnen gehuurd of gekocht worden, zodat de
bezoekers die niet zelf moeten meesleuren. Ook het inrichten en soms zelfs
programeren van een bepaalde tent gebeurt om een aangename clubsfeer te
bekomen. Er zijn ook sponsors die een DJ meenemen. Anderen bieden internet aan
of bieden de mogelijkheid om kledij te wassen. Nog anderen hebben een
inruilstand of delen uurschema’s uit. Als ze toffe dingen doen met het publiek
mogen ze gerust aanwezig zijn! Bij het samenwerken met een sponsor denken we
daar goed over na, want de creatie van een meerwaarde blijft voorop staan. En
uiteindelijk weten bedrijven dat die actieve reclame voor hun meer oplevert dan
hun logo op een spandoek.

Het zorgt voor een goede
wisselwerking. Je moet altijd zoeken naar de juiste combinatie tussen een
bepaalde sfeerschepping en het product. Dat vinden wij enorm belangrijk. Het is
ook mede door de bedrijfssponsoring dat festivals mogelijk worden. Want dit
kost handen vol geld.”

Wat vind je van de huidige evolutie naar meer luxe op
de festivals en campings?

Wim: “Met ons publiek van
ouderen uit de regio en jongeren die daar geen geld voor hebben, is dat
voorlopig geen optie. Al evolueren wij ook naar een iets comfortabeler manier
van festival-beleving. Maar ik kan goed begrijpen dat Graspop zijn iets ouder
publiek in de watten wil leggen met hun Metaltown. Ook voor VIP’s bieden wij iets
aan, maar het blijft binnen de perken. Op die manier geef je ze ook de
mogelijkheid om hun klanten uit te nodigen. Het belangrijkste is dat je je
eigenheid blijft behouden!”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!