Je mag kiezen: Jansen of een bankier

Je mag kiezen: Jansen of een bankier

maandag 10 oktober 2011 18:41

    Zoals te verwachten is het proces Jansen in de media een emo-spektakel geworden. Voor de familieleden en de directe betrokkenen weegt het proces onvermijdelijk erg zwaar. En dat wordt mediatiek dan ook uitgespeeld. Mensen zijn geshockeerd door het optreden en de woorden van Jansen, door de beslissing van de rechter om beelden van Jansen te weigeren en de VRT te beschuldigen – zonder een schijn van bewijs, maar dat  is een ander en even triestig verhaal. Foto’s in de kranten moeten de emoties zichtbaar maken of beklemtonen. Die emoties zijn reëel genoeg, en in de omstandigheden ook heel begrijpelijk. Men zou die dan ook kunnen respecteren door ze niet te beklemtonen, door ze te omzeilen. Maar dat doet de société du spectacle natuurlijk juist niet. Van pijnlijke gevoelens en zelfs van het respect ervoor wordt een spektakel gemaakt dat de emoties telkens weer ophitst. In het neoliberale systeem spelen de media dan ook een kapitale rol. Het emotionalisme van het spektakel leidt de aandacht zeer efficiënt af van waar het in de wereld werkelijk om gaat. En in het proces Jansen gaat het natuurlijk om gerechtigheid. Wat dat betreft is de zaak echter vrij eenvoudig: Jansen is schuldig en hij zal zwaar gestraft worden. Dat weten we nu al. De emotionele heisa dient niet de gerechtigheid of enige andere menselijk zaak, het spektakel staat enkel ten dienste van de opwindende lol van het neoliberale systeem. Daarvan fungeren de media tegelijk als een uiting en als een middel.
    De media zouden b.v. aan het publiek enige verheldering kunnen geven. Maar dat doen ze niet. De gerechtspsychiaters waren het voor één keer eens met elkaar en ze oordeelden dat Jansen een pervert is, een zeer ernstig geval zelfs. Alles wat we tot nu toe van hem gezien en gehoord hebben bevestigt dat ook. Perversie is één van de duidelijk herkenbare structuren van het subject en tot die structuur behoort de miskenning van de ethische wet. En de pervert bekleedt in die structuur tegen wil en dank de meesterpositie. De miskenning vertoont een steeds herhaald patroon. Waar de wet zelf als basisschema heeft: “Neen, gij zult niet”, dat wil minimaal zeggen: er is een grens aan uw genot, antwoordt de pervert daarop met het patroon: “Ik weet het wel…maar toch…” Ik weet wel dat de wet dit verbiedt, maar er zijn omstandigheden die me razend maken. Ik weet wel dat ik fout heb gedaan, maar ze hebben het verdiend, want ….Ik mag dan al fout zijn, maar zo erg was het dan ook weer niet, want mijn slachtoffers hebben vrijwillig meegewerkt. Ik heb iets vreselijks gedaan, maar eigenlijk weet ik het niet meer hoe het allemaal gebeurd is, want ik was buiten mezelf. Of ik was dronken. En dus was ik het eigenlijk niet die het deed, of ik ben niet helemaal verantwoordelijk. De pervert kan ook heel menselijk zijn. Het is echt onvergeeflijk wat ik heb gedaan, ik zal me steeds schuldig blijven voelen, ik word er radeloos van. Kijk eens hoe menselijk ik ben. Tegelijk demonstreert hij een totaal onvermogen om zich in te leven in het lijden van anderen. Zijn menselijkheid reikt niet verder dan de nauwe grenzen van zijn egobeeld, maar op dat punt kan hij dan ook in hysterische buien uitbarsten. Tegelijk kan hij meesterlijk zijn kille retoriek uitspelen. Want de pervert kan ook erg verstandig zijn. Hij heeft opgepikt hoe psychologen pathologisch gedrag verklaren. En dus zegt hij: mijn vader mishandelde mij. Of: ik werd thuis misbruikt, ik ben zwaar getraumatiseerd. Ook dit is weer zeer menselijk. Al deze dingen kan men in het geval van een perversie verwachten, want ze behoren tot een bekende structuur. Het geval Jansen illustreert dit.
   Perverten kunnen een gediversifieerd en uitgebreid sociaal leven hebben en zich voordoen als gezellige wezens. Zo schermen ze hun latente structuur af. Ze weten maar al te goed dat ze voor hun genot een afscherming nodig hebben en die kunnen ze ook uitstekend organiseren. Maar omwille van de heel specifieke ‘menselijkheid’ van de pervert kan deze structuur zichzelf moeilijk aan anderen meedelen of overdragen. De meeste mensen schrikken terug voor de systematische kilheid ervan. Maar dictatoriale organisaties, en meer algemeen systemen van de meester, bieden aan de verborgen perverten een uitstekend onderdak om hun private luststructuur uit te leven. Er vallen dan ook geregeld monsters uit de kast, meestal achteraf, en de mensen reageren dan met afschuw. De meesterpositie heeft inderdaad iets demonisch. Daar ligt echter ook de uitzonderlijke aantrekkingskracht van de perversie. In structuren en organisaties die op meesterverhoudingen berusten, en dus ongelijkheid en onrechtvaardigheid vereisen, zoals de totalitarismen van de vorige eeuw en het globale neoliberale systeem van onze eeuw, zijn perverten onmisbaar. Ze bewegen er zich in als vissen in het water.
   Wanneer de media op dergelijke samenhangen zouden wijzen, konden ze misschien de hele zaak enigszins verhelderen en de mensen deskundig begeleiden. Alleen, zo iets verkoopt men niet zo goed op de markt als emoties en spektakel. Pas die leveren lol op.

    We vinden dezelfde perverse structuur terug in de meesterlijke representanten van het neoliberalisme. Ook zij weten wel dat het spel dat ze spelen ethisch niet door de beugel kan, maar ze zitten nu eenmaal in een structuur waar ze niet uit kunnen. Wij overtreden allemaal wel eens de wet. Maar de pervert moet dat wel doen en in bepaalde omstandigheden is het werkelijk onweerstaanbaar. Zo gaat het met de meesters van het kapitaal. De bankier is zeer menselijk. Hij staat ten dienste van zijn klanten en is graag bereid ze te helpen. Ook al heeft hij het zeer moeilijk, want er zijn de tekorten, de marktschommelingen, de concurrentie, je weet het wel. Maar de bankier staat pal, hij werkt zich kapot voor het genot van zijn klanten. Hij doet dat met nagenoeg technologische dwang, koel en precies. Want zo legt zijn genotmechanisme hem dat op, en daar is voor warme medemenselijkheid geen plaats. De klanten, virtueel alle andere mensen, staan ten slotte als middelen ten dienste van zijn genot. Als de bankier zijn service aan de mensen digitaal kan organiseren, doet hij dat ook, kil en clean. Zijn rationaliteit noopt hem er immers toe zich te beperken tot zijn ‘kerntaken’, zoals dat in het jargon genoemd wordt, en eenvoudige bediening behoort daar enkel toe, wanneer het moet. Met de obligatoire glimlach. De meesters van het kapitaal beheersen echter ook de retorische technieken van de medemenselijkheid – net als Jansen: geen van zijn buren kon geloven dat hij de vreselijke dader was. Is het menselijke wezen geen onpeilbaar raadsel? Wie luid op durft zeggen wat een evidentie is, dat het kapitalisme intrinsiek onethisch is, heeft het niet begrepen. De meesters van het kapitaal, of hun representanten, krijgen in de media dan ook uitvoerig de kans om te tonen hoe redelijk en hoe ethisch ze wel zijn. Ze kunnen er zelf echt niets aan doen, noch aan de financiële toestand, noch aan hun eigen goedheid, want zo is nu eenmaal de werkelijkheid. De Heer Davignon roept de media samen om te verklaren dat hij ook wel eens wat meer belasting wil betalen. Begrijp dit goed: hij wil het zelf wel, uit vrije keuze. Zo een ethisch wezen is hij. Het verschil is dat hij die ethiek vrijwillig kiest, wel eens. Daardoor miskent hij de wet, de dura lex die geldt voor ieder van ons, altijd, zonder dat we ervoor kiezen. De meesterspeculanten omzeilen steeds de wet die ze kennen. Wanneer er stemmen opgaan om hun spel aan regels te onderwerpen, vinden ze steeds dat dit toch contraproductief zou zijn. En dat klopt: productief is vooral het geliberaliseerde spel, zo veel mogelijk van regels bevrijd. En natuurlijk, ze weten als specialisten zelf best wel hoe ze die dingen moeten aanpakken. Ze zullen dus zichzelf regels opleggen. Voor de pervert is dat de ideale positie.
    Wanneer in het voorgaande veralgemenend van de bankier sprake is, wordt daarmee natuurlijk enkel de grootmeester bedoeld en niet de kleine bankier om het hoekje. Die kan misschien best simpel en goedaardig zijn. Het hele mechanisme in de wereld doorziet hij ook niet. Uit de media zou hij daar ook niets over kunnen leren.
    De media stellen zich ten dienste van het financiële spel. Ze berichten er uitvoerig over alsof alle mensen zelf speculanten waren en dus direct bij het spel van de meesters als mogelijke genieters betrokken. Ze laten geregeld specialisten duidingen geven. Daarbij valt op dat al die duidingen vanuit verschillende hoeken komen en niet zelden mekaar volkomen tegenspreken. De duidingen bevestigen daardoor de onduidelijkheid. Wordt morgen vervolgd. Ik kan de spanning bijna niet uithouden. De lol van het emo-spektakel kan dus blijven duren.
  
    Niet alle perverten betekenen een even groot gevaar voor de maatschappij. Maar sommigen betekenen een bijzonder groot gevaar. Ze moeten ofwel opgesloten worden ofwel binnen een strenge beregeling gebracht die hun door de politiek wordt opgelegd.

Angry Old Man Two

Website: nothingifnotcritical.net

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!