Jamila Ben Azzouz: “Ooit was ik Nicole De Smedt”

dinsdag 16 november 2010 16:35

In DM van 15/11 stellen VLD-politici Somers & Keulen vast dat slechts weinige allochtonen in België regent wiskunde of fysica worden. Of magistraat. Maar is dat ook wel zo? Stromen mensen van allochtone afkomst in de bedrijfswereld niet door naar de ‘hogere jobs’? Of krijgen wij hen niet te zien of te horen?

Jamila Ben Azzouz is HR Manager Senior Consultant bij Galilei/Randstad. Zij licht een tip van de sluier in een interview van Francis Marissens, stafmedewerker aan het Regionaal Integratiecentrum Foyer.

Diversiteit in de bedrijfswereld: het kan wel degelijk

Jamila Ben Azzouz:

“Ooit was ik Nicole De Smedt”

Lang niet alle allochtone jongeren belanden in het beroepsonderwijs. En lang niet allemaal komen ze daarna in de werkloosheid terecht. Er zijn ook behoorlijk wat mensen die carrière maken en ook in de bedrijfswereld hoge ogen gooien. Jamila Ben Azzouz studeerde in 1996 af aan de ULB als klinisch psychologe. Momenteel is ze opgeklommen tot HR Manager Senior Consultant.

“We zijn echt geen witte raven meer. Ik heb best ook veel vriendinnen die een aardige positie in een bedrijf bekleden. Het kan dus zeker. Misschien komen we er zelf niet genoeg mee naar buiten. Eigenlijk zijn we een stille meerderheid, terwijl in de media voortdurend een luide minderheid aan bod komt. We zouden dus best ook de vele goeie voorbeelden tonen. In de praktijk leef je natuurlijk je leven, bouw je aan je carrière, heb je een gezin. Maar af en toe daagt het wel. Jonge mensen hebben nu éénmaal rolmodellen nodig.”

“Zelf had ik ouders die achter ons aanzaten. En die ook schouderklopjes gaven: knap, dat heb je goed gedaan. Wie geen zelfvertrouwen heeft, die krijgt ook geen vleugels. Wie geen positieve voorbeelden heeft, denkt zelf vaak negatief. Die denkt automatisch: ik kan dat niet. En dus is er ook een gebrek aan ambitie. Als je vader heel z’n leven werkloos is, dan is dat voor de kinderen hun referentiekader. Zoiets is spijtig. Als ook daarrond alles negatief is, je bvb geen prikkels krijgt op school, dan zit je vast. In zo’n omgeving kan je niet bloeien.”
“Mijn pa had niet gestudeerd. Hij was destijds naar België gekomen om in de mijnen te werken en belandde vervolgens in de bouw. Toch was hij een heel intelligente man, ook emotioneel. En hij was erg charismatisch. Zijn stelling was dat elke generatie beter moet zijn dan de vorige, want anders was het een verloren generatie. Dus lag de lat hoog. De rechtstreekse omgeving zet mee de toon, zeker op cruciale momenten. En lang niet alleen in het eigen gezin, ook op school bijvoorbeeld.”
“Zelf had ik een juf wiskunde die bijna letterlijk haar neus voor me ophaalde. En ik haatte dus wiskunde. Maar een leraar Nederlands die trok me als het ware omhoog, haalde het beste uit mezelf. Dat zorgde ook wel wat voor druk: ik wilde me voor hem bewijzen, ging nog harder m’n best doen voor Nederlands. Er staan nog te weinig mensen in het onderwijs die zo’n positivisme uitstralen.”

Was Jamila Ben Azzouz soms slachtoffer van racisme? Tijdens haar schooljaren of later op de werkvloer? “Weinig of niet. De eerste keer toen ik het echt voelde was bij m’n zoektocht naar een appartement. Dan is je naam plots een probleem, stuurt men je echt vaak wandelen met de boodschap: ‘ach, het is net verhuurd’. Bij het solliciteren heb ook ik toch wel tegen vooroordelen moeten vechten. Geen antwoord krijgen is niet fijn, maar of het echt racisme is, weet je natuurlijk niet.”
“Destijds heb ik wel heel wat studentenjobs gedaan. Toen ben ik ook een tijdje in een call center gaan werken, maar dat moest wel onder een andere naam. Nicole De Smedt heette ik toen. Een naam die ik nooit zal vergeten.”

“Toen ik in 1998 bij Randstad solliciteerde, kwam ik voor een interview terecht bij een manager die super was. Eindelijk een gesprek waarin ik tenvolle als persoon werd benaderd. Ik voelde me gewaardeerd, gerespecteerd ook. Dat was voor mij de echte start.”
“Randstad is echt uitgegroeid tot een kleurrijke organisatie. Diversiteit blijft er niet bij woorden. Al is het ook hier moeilijk om de juiste mensen te vinden. Dit bedrijf wil géén discriminatie, ook geen positieve. De eisen zijn niet min, en de lat mag niet naar beneden. De geschikte persoon, daar gaat het om, niet de afkomst van de mensen.”
“Niet het juiste diploma, of op school afgehaakt: dat is een probleem. Want dan kan je zelfs niet beginnen solliciteren. Kennis, kunde en attitude, dat zijn drie waarden die samen een doorslaggevende rol spelen. De werkloosheid is inderdaad groot in Brussel, maar de problematiek is niet simpel. Je kan moeilijk zeggen: doe dit en het is opgelost. Zo werkt het niet.”

“Toch ligt de verantwoordelijkheid zeker niet alleen bij werkzoekenden. Ook de bedrijven moeten mee-evolueren, zich voluit openstellen voor diversiteit. Waar we vroeger op symposia nog werkten rond de vraag ‘Is diversiteit een troef?’, is dat nu reeds voorbijgestreefd. Want de diversiteit is gewoon een realiteit. De echte vraag is dus hoe men er mee omgaat, hoe men de diversiteit zo goed mogelijk kan integreren in een organisatie. Bedrijven moeten daarin ook hun werknemers begeleiden, zowel die van allochtone afkomst als de andere. Binnen een onderneming speelt bijvoorbeeld ook vaak onderhuidse diplomatie. Dat zijn dingen die je niet leert op school. Werk daar dus aan, schakel bijvoorbeeld een peter of meter in die zich over een nieuwkomer ontfermt.” (FM)

Woluwe, 1 oktober 2010, interview naar aanleiding van de officiële opening van Divedtool, een nieuwe expo voor meer diversiteit op de werkvloer. Klik ook door naar de video over de voorstelling op de Europese Commissie

N.a.v. het vermelde artikel in De Morgen ‘Geen integratie maar emancipatie’ schreef Loredana Marchi, directeur van Integratiecentrum Foyer ook een opiniestuk: “Integratie is emancipatie”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!