Jaarproject journalistiek

Jaarproject journalistiek

zaterdag 29 mei 2010 12:13

Jaarproject (schriftelijk)



Inleiding
 
Journalistiek. Het mooie eraan is dat het getuigt van interesse in de wereld waarin je leeft. Sommige mensen hebben nogal de neiging om oogkleppen op te zetten voor zaken die hen niet rechtstreeks aanbelangen en volgens mij is het de taak van journalisten om de ogen van die mensen te openen. Bovendien is het veel gemakkelijker om je eigen problemen te relativeren als je zaken verneemt die zoveel erger zijn. Er wordt volgens mij in de media echter nog teveel aandacht besteed aan het ‘slechte’ nieuws. Media zijn iets enorm krachtigs: in bepaalde mate kan het iemands doen en denken bepalen.
Dit jaarproject heeft voor mij als doel meer over (de invloed van) journalistiek te weten te komen en eigenlijk ook persoonlijk eens alles op een rijtje te zetten met een soort ‘jaarboek’. In het fotoboek heb ik schoolopdrachten, artikels, gebeurtenissen die mij bezighielden, foto’s, brieven, … bijeengebracht om zo een overzicht te bekomen van waar ik het afgelopen jaar zoal mee bezig geweest ben. Het is af en toe eens nodig om de tijd even stop te zetten en eens stil te staan bij de afgelopen periode. Dat is iets wat mensen veel te weinig doen: alles moet maar vooruitgaan, ook in de journalistiek trouwens. Bovendien kon ik zo mijn journalistieke talenten al een beetje ontwikkelen…
De keuzes van mijn gedichten, boek, film, … over journalistiek zal ik toelichten in de bespreking ervan.
Dan rest mij nog enkel iedereen die dit leest veel plezier te wensen met het lezen van mijn jaarproject!
Jana
 



Boek
 
 

Titel: Het zijn net mensen – Beelden uit het Midden-Oosten
Auteur: Joris Luyendijk
Vertaling? Er wordt momenteel aan verschillende vertalingen gewerkt (Duits, Deens, Hongaars, Italiaans, Arabisch en Engels), de oorspronkelijke taal is Nederlands.
Uitgeverij: Podium (Amsterdam)
Aantal pagina’s: 22O

 
Joris Luyendijk was tussen 1998 en 2003 de Nederlandse correspondent in het Midden-Oosten voor de Volkskrant, NRC Handelsblad en het radio 1- en NOS Journaal. In dit boek beschrijft hij hoe zijn correspondentschap zijn blik op de media voorgoed heeft veranderd. Aan de hand van ervaringen die hij gehad heeft legt hij stukje bij beetje uit hoe het nieuws en de media écht in elkaar zitten, en dat blijkt bijzonder ontnuchterend te zijn. De voornaamste emoties bij het lezen van dit boek waren dan ook verwondering (en af en toe boosheid) om hoe het er aan toe ging. Ook blijdschap en opluchting omdat ik dat op dat moment – en niet tijdens mijn eventueel werk als journalist- aan het ontdekken was (kennis is macht) en omdat het gewoon een zalig boek was om te lezen. Ik was danig onder de indruk tijdens het lezen en had mij met andere woorden voor dit jaarproject – ondanks het toevallig ontdekken ervan- geen beter boek kunnen wensen.  
Door zijn correspondentschap en ervaring met het Midden-Oosten kan Luyendijk naast de wereld van de journalistiek ook op een bewonderenswaardige mannier het leven en de sfeer in een dictatuur en bezette gebieden weergeven. Zonder enige vorm van vrijheid, vol angst en met niet te onderschatten gevolgen voor zijn werk als journalist. Het is heerlijk om bijna zonder het te beseffen enorm veel bij te leren over de oorlog in Irak, in de Gaza-strook, de aanslag van 11 september, de Islam en in het bijzonder zoals eerder al aangegeven, de sfeer die echt in het Midden-Oosten hangt, want zoals Joris zelf zegt: ‘Wat je op het nieuws ziet zijn de uitzonderingen op de regel, en als mensen alleen uitzonderingen krijgen gaan ze die aanzien als regel.’ Wel, met dit boek geeft Joris de ‘regel’ van het Midden-Oosten uitstekend weer. Zijn bijzonder vlotte schrijfstijl maakt het bovendien een zeer aangenaam boek om te lezen, ondanks de zware inhoud: het Midden-Oosten is en blijft een moeilijk onderwerp.
Het boek bestaat uit 3 delen omdat hij respectievelijk in Cairo, Beiroet en Oost-Jeruzalem gewoond heeft en in elk deel vertelt hij over het wonen en werken op die plaats. Bovendien is Joris na een tijdje beginnen werken voor televisie in plaats van voor de krant, twee totaal verschillende media waardoor zijn werk er in elk van de drie woonplaatsen ook helemaal anders uitzag maar wat het nog zo boeiend maakt.
Respect, Joris Luyendijk, voor je eerlijkheid, boeiende informatie, visie en werk als schrijver en journalist.
De informatie die Joris Luyendijk gaf in verband met media en journalistiek komt aan bod in het fotoboek en tijdens mijn examen spreken. Eveneens bij uitgeverij balans verscheen het boek Het maakbare nieuws: antwoord op Joris Luyendijk – Buitenlandcorrespondenten over hun werk, samengesteld door Monique van Hoogstraten en Eva Jinek.
Kaart van het Midden-Oosten
Het Midden-Oosten is een regio in het supercontinent (dit is de term voor meerdere continenten samen) Afrika-Eurazië.




Eindbalansverslag (extra opdracht bij boekbespreking)
 
 
Ik moet tot mijn spijt vaststellen dat ik dit jaar naast de boeken die ik moest lezen eigenlijk niet zoveel boeken gelezen heb. Mijn leessmaak is min of meer hetzelfde gebleven: een boek moet mij liggen, en als het mij ligt kan ik er echt van genieten om het te lezen. Dan Brown lees ik nog altijd heel graag en verder lees ik meestal boeken die mij aangeraden worden, hoe uiteenlopend dan ook.
Wat mij wel opvalt is dat dus niet mijn leessmaak maar wel mijn manier van bespreken en op een boek terugblikken helemaal veranderd is. Ik denk aan mijn wiskundige boekbespreking en ‘Godverdomse dagen op een godverdomse bol’. Ik heb voor mijzelf het nut van boekbesprekingen schrijven, leren inzien: niet noodzakelijk om te controleren of je het boek nu wel echt gelezen hebt maar zeker ook om voor jezelf terug te kijken op het boek en na te denken over wat je er nu eigenlijk van opgestoken hebt, hoe je het lezen ervaren hebt en vooral hoe het boek in elkaar zit. Het is meer voor jezelf dan voor de leerkracht. Vooral met mijn boekbespreking van wiskunde heb ik ontdekt hoe waardevol het kan zijn om eens naar de structuur van sommige boeken te kijken, iets wat ik ga proberen meenemen voor boekbesprekingen van Nederlands waarvoor dat nuttig zou kunnen zijn. Ik had ook nooit gedacht dat ik door een boekbespreking te schrijven nog eens naar een heus debat over dat boek zou mogen gaan, ermee in de krant staan en de auteur ontmoeten, zoals bij ‘Godverdomse dagen op een godverdomse bol’ het geval was, een heel toffe ervaring.
Wat mijn goede voornemens voor het lezen betreft – nu we met mijn fotoboek toch in een nieuwjaarssfeertje zitten : ik ga vooral proberen meer tijd te maken om te lezen en ook eens wat wereldliteratuur proberen, iets helemaal nieuws maar toch iets waar ik zo stilletjes aan aan toe zou moeten zijn.

Poëzie
·         VAN WIJK, J., ‘Journalistiek ontwaken’, internet, (http://eerder.meandermagazine.net/gedichten/gedicht.php?txt=2078&id)

zwarte koffie

zwarte inkt
zwart omkringde ogen

zwarte visie
zwarte nachten
een straat vol bloed, toch onbewogen

zwarte markten
zwarte vlaggen
wapentuig voor ieder kind
 
zwarte laarzen
zwarte baretten
een zachte nucleaire wind

kleurenbeelden
reportages
experts, gevechten,   breaking news

 
slachtpartijen
massagraven
vluchtelingen, interviews

nieuwe groepen
nieuwe heersers
een nieuw meedogenloos bewind

en thuis, heel even:
interesse
totdat Melrose Place begint

Ik koos dit gedicht omdat ik vind dat het zeer goed de menselijkheid van de journalist weergeeft: hele dagen ben je voor je werk bezig met verschrikkelijke gebeurtenissen en dat raakt je wel, maar als je ’s avonds thuiskomt ga je toch op je gemak naar een soap kijken. Ik vind trouwens dat de nadruk bij journalistiek veel te veel op negatieve gebeurtenissen wordt gelegd, wat dit gedicht ook benadrukt.
·         BLAUWVELD, R., ‘Journalistiek doemgedicht’, internet, 2OO6-01-12, (http://www.gedichtenweb.nl/gedicht/Journalistiek-Doemgedicht.html

Morgen zal het heus niet beter gaan.
Dat doen de trendwatchers mij althans verstaan.
Weer het westen tegen het Oosten.
Het Noorden tegen armoedig Zuid.
De economie nauwelijks vooruit.
Moeten wij dan op 2006 toosten?
Geldkoersen vallen met een crash.
Het milieu krijgt een zoveelste dodelijke smash.
Moeder aarde zal koppig blijven beven.
Miljoenen kinderen die niet overleven.
Politici durven “Het Nieuwe” niet aan.
Corruptie zal meer dan ooit bestaan.
In naam van God zal onschuld sterven.
Valse profeten zullen veel status verwerven.
De stem van het volk wordt vermoord.
Palestijnen en Joden nimmer akkoord.
“Aprés nous le déluge”, de zondvloed,
De hebzucht, de razende spoed.
Waanzinnige uren, jaren vechten met de tijd.
De stress, de deadline die aan ons bijt.
Die godverdomse onverschilligheid!
Arbeiden wordt gewoon ijdelheid…
Yankees blijven de wereld terroriseren.
Muzelmannen willen Allah met bloed vereren.
De wapenindustrie zal bloeien, meer dan ooit.
Het weze gezegd: zo komt de mens ER nooit.
Goedheid en idealen worden krijgsgevangenen.
Liefde gefolterd in onderaardse gangen.
Vriendschappen worden opgehangen.
Met sombere klaaggezangen.
Wij wachten op de Engels van Vrede.
“Knuffel elkaar”-2006-Dit is des dichters bede.

Wat ik zo sterk vind aan dit gedicht is dat het geschreven is in 2006 maar dat het evengoed nu zou kunnen geschreven zijn. Het is jammer genoeg nog altijd brandend actueel. Dit gedicht belicht het aspect van journalistiek dat sommige dingen blijven duren en gewoon niet opgelost geraken, bepaalde thema’s komen telkens weer terug. Ik heb dit gedicht creatief verwerkt in mijn fotoboek.
 
·         PORTER, ‘Journaal’, internet, 2007-05-02, (http://www.gedichten-forum.nl/toon_gedicht.php?gedicht_id=38504 )

Journaal
Hoe vaak niet in de middag laat
of als de eerste schemer valt
weemoedig voor me uit gekeken,
niet wetend hoe het nu weer gaat
met deze wereld vol van haat.

Iets verder dan m’n neus gekeken
tot waar de televisie staat,
spuwt het journaal zijn oorlogsvuur
en ik – in ‘t vredig avonduur –
zie hoe hij valt, die man op straat.

Een vrouw snelt toe, in zwart gewaad.
Haar armen hoog in wanhoopsnood,
wijzend nog naar smeulend schroot
waar niemand van te kijken staat.

Met handen wringend in haar schoot
klinkt er een kreet door merg en been
– en radeloos zoekt ze om zich heen,
maar vindt hier niets, niets dan de dood.

Het andere nieuws komt al in zicht,
zoals de warme voorjaarsdagen
die ze voorspellen en vooruit al zagen
om te vertellen in het weerbericht.

Maar zo gelukkig ben ik niet,
want diep geschreven in de rouw
staat op mijn netvlies nog de vrouw
die na vandaag hem nooit meer ziet.

Ingezonden door: Porter

 
Hoeft dit meer uitleg? Dit derde gedicht is zo schrijnend herkenbaar, dat is de reden waarom ik het koos.
De reden waarom mijn 3 gedichten niet zo uiteenlopend zijn is omdat ik zeer veel moeite heb gehad met het vinden van toepasselijke gedichten. Dat is trouwens ook de reden van het feit dat ze allemaal van het internet komen en niet van bijvoorbeeld dichtbundels, boeken, … Tot mijn grote verbazing zijn gedichten over journalistiek zeldzaam of in ieder geval moeilijk te vinden. Maar misschien zegt het feit dat ze niet uiteenlopend zijn op zich al meer dan genoeg: positieve en optimistische gedichten over journalistiek zijn al helemaal niet snel te vinden, er is met andere woorden nog veel werk aan de winkel.

Film 

Titel: All the president’s men ( Naar het boek van Bob Woodward en Carl Bernstein)
Regisseur: Alan J. Pakula
Hoofdrolspelers: Robert Redford als Bob Woodward en Dustin Hoffman als Carl Bernstein

Ik heb ‘All the president’s men’ gezien op een ontspannen tv-avondje in de paasvakantie. ‘De romantiek van de journalistiek’ noemde een bevriende journalist het. ‘Alleen jammer dat het vrijwel onmogelijk is geworden aan dat soort onderzoeksjournalistiek te doen. ‘ Waarmee hij de film in twee zinnen samenvat. De film vertelt het waar gebeurde verhaal van twee journalisten van de Washington Post die een groot schandaal (het zogenaamde watergateschandaal) op het spoor zijn gekomen na een inbraak in het Watergate gebouw in Amerika. Stukje bij beetje leggen ze – ondanks hun zeer uitgesproken en verschillend karakter- samen de leugens en fraude in het team van president Nixon bloot.
 Een bijzonder mooie film over een bijzonder mooi verhaal. Wat moet het leuk zijn zo’n grote zaak op het spoor te komen als journalist: bewijzen zoeken, getuigen uithoren, de spanning van wie je kunt vertrouwen, wat klopt en wat niet, zelf verwonderd zijn door wat je ontdekt. Jammer genoeg gebeurt zoiets niet elke dag.
 
 
‘All the president’s men’ brengt het proces dat voorafgaat aan een krantenartikel tot leven, wat op zich een zeer interessant gegeven  is. Enig nadeel: de film is uitgebracht in 1976 en zowel de journalistiek als de film is op die 30 jaar veel veranderd, wat de film niet noodzakelijk minderwaardig maakt maar onbewust hou je daar wel rekening mee. De eeuwige concurrentiestrijd tussen bladen en kranten die in de film naar voor komt, heeft de tijd overigens wel overleefd… 
Wat de film zo bijzonder maakt is dat de nauwe samenwerking met Bob Woodward en Carl Bernstein zelf ervoor heeft gezorgd dat de film zeer precies weergeeft wat er echt gebeurt is, iets wat toch niet zo vanzelfsprekend is in de filmwereld. Dit is mede mogelijk gemaakt door het feit dat Woodward en Bernstein beroepshalve van alles wat ze meemaakten nauwkeurig notities namen. Woodward en Bernstein mochten samen unieke momenten meemaken en hun verhaal is dan ook op een unieke manier vereeuwigd op het witte doek.
 
Artikels
 

·         DE COSTER, C., ‘Meedrijven in de oppervlakkige nieuwsstroom’, internet, Knack, 2007-12-17, (http://www.knack.be/nieuws/belgie/meedrijven-in-de-oppervlakkige-nieuwsstroom/site72-section24-article10667.html#)
Meedrijven in de oppervlakkige nieuwsstroom
17/12/2007 15:00
Het is schrijnend hoe de Vlaamse media kansen links laten liggen om zich te ontpoppen als een kritische waakhond. Dat zegt het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek, dat onderzoeksjournalistiek financieel ondersteunt met werkbeurzen.

Het Fonds wil de herinnering aan de gedreven journalist Pascal Decroos levendig houden. Maar velen na hem drijven gewoon mee in de oppervlakkige nieuwsstroom, zucht Ides Debruyne, directeur van het Fonds. ‘Journalisten komen er nauwelijks toe om zelf nieuws te maken. De focus ligt op de dagelijkse verslaggeving, het nu-moment is het summum. Grote organisaties zoals de kerk, de politiek, de bedrijfswereld, worden amper in het oog gehouden. Daar is geen tijd voor, en geen geld. Met de verslaggeving over de Europese Unie bijvoorbeeld is het dramatisch gesteld, hoewel 84 procent van onze wetgeving daar wordt gemaakt.’

Met journalistieke luiheid heeft dat weinig te maken, oordeelt Debruyne. Eerder met ons economisch systeem, waarin het steeds moeilijker wordt om aan onderzoeksjournalistiek en duiding te doen. ‘Als de VRT moet kiezen tussen een kant en klare documentaire die door de BBC werd ingeblikt, en een documentaire die hij zelf moet maken? Dan wordt het meestal die van de BBC, want dat is veel goedkoper en neemt minder tijd in beslag. Aan buitenlandse berichtgeving geen gebrek dus op de openbare omroep, maar waar blijft de Vlaamse insteek? Het gaat in steeds meer gevallen om informatie uit de derde hand.’

Volgens de organisatie Reporters without Bordersstaat ons land op nummer 5 als het over de bescherming van journalisten gaat. Maar met die vrijheid wordt nauwelijks iets gedaan, klaagt Ides Debruyne aan. Volgens hem is niet alleen de journalistieke rat race daar een oorzaak van. Ook de dalende verkoop van kranten wereldwijd speelt een rol, die verder wordt aangewakkerd door de groei van allerlei grátis kranten. Ook het feit dat mediabedrijven steeds groter moeten worden om nog te kunnen overleven, is niet echt bevorderlijk voor de onderzoeksjournalistiek in ons land. Net zomin als de steeds complexer wordende internationale context.

PR-talk

‘Steeds meer media, maar steeds minder nieuws’, besluit Debruyne. ‘En het is geen goeie zaak dat bedrijven als Belgacom en Telenet tegenwoordig óók al televisie maken. Alles begint door elkaar heen te lopen. Persagentschappen wakkeren die trend verder aan door cursussen te organiseren voor bedrijven die zichzelf op een optimale manier in het nieuws willen brengen. Geen wonder dus dat de helft tot zelfs 80 procent van de krantenberichtgeving eigenlijk gewone pr-talk is, zoals een recent onderzoek heeft uitgewezen.’

Of het Fonds Pascal Decroos het tij kan keren? Ides Debruyne: ‘We moeten het met een jaarlijkse subsidie van 250.000 euro stellen, waarvan we 125.000 euro kunnen reserveren voor journalistieke werkbeurzen. Schamel in vergelijking met bijvoorbeeld het Vlaams Audiovisueel Fonds, dat – terecht overigens – 1 miljoen euro krijgt voor vorming alléén. Bovendien kampt het Fonds Pascal Decroos met een imagoprobleem. Het Laatste Nieuws bijvoorbeeld wil niet dat ons logo vermeld wordt onder artikels, omdat de grootste krant van het land niet de indruk wil wekken dat ze het van subsidies moet hebben. Terwijl de meeste gedrukte media sowieso subsidies krijgen van de overheid!’

 
Een Vlaams protocol voorziet namelijk dat er elk jaar 1 miljoen euro wordt verdeeld op basis van projecten die de mediabedrijven indienen bij de overheid. Waarom mag het Fonds Pascal Decroos voortaan dat geld niet verdelen, vraagt Ides Debruyne zich af. ‘Dat is op zijn minst een reflectie waard, als men de Vlaamse onderzoeksjournalistiek wil bevorderen. Meer geld voor onthullende journalistiek: dat zou ook tot meer interesse leiden van uitgevers en redacties. Want de gemiddelde beurs die wij kunnen toekennen, bedraagt in de meeste gevallen gemiddeld slechts 4000 euro.’

Toch blijft Debruyne positief over de toekomst van de onderzoeksjournalistiek, hoewel Vlaanderen nog een lange weg te gaan heeft in vergelijking met de Angelsaksische en de Scandinavische landen. Het Fonds Pascal Decroos heeft onlangs bijvoorbeeld de Wobsite gelanceerd: een praktische gids voor wie gebruik wil maken van de Wet op de Openbaarheid van Bestuur (WOB). Ook naar aanleiding van het 10-jarig bestaan van het Fonds in 2008 staan een rist initiatieven op stapel, met een Staten-Generaal van de Journalistiek als het ultieme doel voor 2009.

In 2007 liepen er bij het Fonds 80 aanvragen binnen voor journalistieke projecten, waarvan er 33 werden goedgekeurd – voor een bedrag van 130.000 euro. Geld van de overheid, voor een groot stuk. Of dat dan wel bevorderlijk is voor onafhankelijke en onthullende journalistiek? ‘De vierkoppige jury van het Fonds is een voldoende grote filter’, zegt Ides Debruyne. ‘Het is een anonieme jury, onafhankelijk en niet politiek gebonden. Bovendien wisselen de juryleden elkaar op regelmatige basis af.’ Om de twee jaar, zoals het reglement van het Fonds zegt. Onlangs hebben Daniel Biltereyst (Universiteit Gent) en Geert Sciot (ex-De Morgen) zich geout als ex-juryleden.
Celine De Coster
 
Ik koos dit artikel omdat ik onlangs het fonds Pascal Decroos leerde kennen en ik veel bewondering heb voor wat zij willen bereiken, namelijk meer en vrijere onderzoeksjournalistiek. Zoals bleek uit de reactie op ‘All the president’s men’ door een bevriende journalist: ‘Alleen jammer dat het vrijwel onmogelijk is geworden aan dat soort onderzoeksjournalistiek te doen.’ is er nog veel werk aan de winkel op het gebied van onderzoeksjournalistiek. Veel werk waar het fonds werk van wil maken. 
Het artikel is een uitgewerkt interview met de directeur van het fonds, Ides Debruyne, waarin hij spreekt over het fonds en waar volgens hem de voornaamste problemen liggen wat die onderzoeksjournalistiek betreft. Deze problemen blijken vooral om de financiële kant van de zaak te draaien: zelf op onderzoek uitgaan kost heel veel geld en tijd (en time is money…) en is dus niet zo aantrekkelijk. Onder andere het feit dat mediabedrijven steeds groter moeten worden om te overleven en ook bedrijven als telenet en belgacom televisie beginnen maken, werkt volgens Debruyne niet echt mee. De berichtgeving in het nieuws en de krant draait volgens hem vooral om positieve publiciteit voor een aantal bedrijven en instellingen. Het fonds Pascal Decroos kan een aantal journalisten met een beurs de kans geven om aan onderzoeksjournalistiek te doen maar krijgt in vergelijking met sommige andere bedrijven niet veel geld en heeft het last van een imagoprobleem. Ondanks dit alles blijft het fonds nieuwe initiatieven lanceren en hopen op verbetering.
De stijl van het artikel leest zeer vlot en is duidelijk: citeren uit een interview en daartussen info geven. Het beantwoordt aan wat je doorgaans van een artikel verwacht: niet te moeilijke woorden en weinig ingewikkelde zinsconstructies maar toch zo veel mogelijk informatie geven.
Je kan moeilijk anders dan het eens zijn met de inhoud vrees ik: de nadruk bij de moderne journalistiek ligt op dagelijkse verslaggeving, eigenlijk het herformuleren en uitwerken van persberichten van persbureaus en niet op zelf op onderzoek uitgaan en zelf het nieuws maken. Iets wat Joris Luyendijk ook aanklaagde in zijn boek.
 
·         MAGARDIE,K.  en MESSOUDI, S., ‘Een wereld van diversiteit, ook in de media?’, internet, MO, 2003-01-01, (http://www.mo.be/index.php?id=63&tx_uwnews_pi2[art_id]=1050&cHash=61969d21df)
Een wereld van diversiteit, ook in de media?
1 januari 2003 (MO) – “De wereld verandert, daarom veranderen onze magazines ook.” Die ferme stelling wordt even toegepast op de toegenomen culturele diversiteit in de wereld van vandaag en morgen. Twee journalistes correspondeerden erover: Soaade Messoudi, redactrice bij Wereldwijd Magazine, en Khadija Magardie, een Zuid-Afrikaanse journaliste die het afgelopen jaar twee reportages publiceerde in hetzelfde blad. Soaade schrijft vanuit Londen, haar nieuwe standplaats.
De wereld globaliseert, de media globaliseren, maar het aandeel buitenlands nieuws wordt kleiner en de media slagen er maar niet in de diversiteit van de wereld en de eigen samenleving op een genuanceerde manier in beeld te brengen. De media spelen nochtans een belangrijke rol bij de beeldvorming over verschillende minderheidsgroepen en beïnvloeden zo indirect ook de ontwikkelingen in de multi-etnische samenleving. Journalistiek is geen neutrale activiteit. Journalisten kleuren de werkelijkheid door hun keuzes van onderwerpen, invalshoeken, woordgebruik en stijl van berichtgeving. In hun werkwijze zouden journalisten en programmamakers er rekening mee moeten houden dat sommige groepen kwetsbaarder zijn dan andere, en dat de kansen op harmonisch samenleven worden beïnvloed door hun manier van berichten of uitzenden.

Vooroordelen in het nieuws
Soaade Messoudi: Kutmarokkaantjes, migranten, allochtonen, migranten van de tweede generatie, migrantenproblematiek, nieuwe Belgen … het zijn maar enkele voorbeelden van de woordenschat waarmee de media ons hier om de oren slaan. Vlaanderen is duidelijk nog niet gewoon met diversiteit om te gaan. Ingewikkelde maatschappelijke problemen worden op een simplistische en polariserende wijze benaderd, ook in de media. De nieuwe Belgen – of zijn het allochtonen? – bestaan zo goed als niet voor het Vlaamse medialandschap. Je ziet ze nauwelijks in beeld, en er wordt hoegenaamd geen rekening met hen gehouden als publiek. Als ze al eens het kleine scherm of de voorpagina halen, is het als crimineel, als slachtoffer van racisme, als karikatuur of wegens rellen en andere opstootjes. Goed nieuws over de multiculturele samenleving is geen nieuws. Als Turken in Antwerpen naar aanleiding van de ramadan een gratis maaltijd geven waarop meer dan vierhonderd autochtonen afkomen, wordt daar nergens over bericht. De polarisering gebeurt echter niet altijd op een duidelijk merkbare manier. Soms sluipen de vooroordelen onbewust in het nieuws. Zo viel mij eens op dat er in het journaal een stuk was over de problematiek van de overvolle gevangenissen in België. Vanaf het begin tot het einde werden gevangenen van vreemde origine in beeld gebracht. Zo krijgt de kijker, onbedoeld weliswaar, zijn informatie: niet dat de gevangenissen gewoon vol zitten, maar dat ze vol zitten met vreemdelingen. Op initiatief van de Journalistenbond is er enkele jaren geleden een deontologisch ‘zakboekje’ uitgegeven waarin enkele richtlijnen voor journalisten staan. Zo zou een journalist bijvoorbeeld de origine van een crimineel niet mogen vermelden. Niet zozeer omdat het de vooroordelen versterkt, maar doodgewoon omdat het niet relevant is. Toch gebeurt dat nog dagelijks. Journalisten voelen zich blijkbaar niet moreel verplicht om minderheden te beschermen. Bovendien is hun kennis van andere culturen vaak beperkt. Veel problemen hebben ook te maken met de commerciële logica die de media hanteren. Slagen de media in Zuid-Afrika er beter in de diversiteit van de bevolking te reflecteren?

Ter verantwoording voor commissie
Khadija Magardie: Na de eerste democratische verkiezingen van 1994 werden de Zuid-Afrikaanse media ervan beschuldigd de culturele en etnische diversiteit in het land niet te weerspiegelen. Zowel op het inhoudelijke vlak als wat de samenstelling van de nieuwsdienst betreft. Deze discussie bereikte een hoogtepunt in november 1999, toen de Zuid-Afrikaanse Mensenrechtencommissie (SAHRC) een onderzoek begon naar het racisme in de media. De redacteurs van de geschreven pers en de audiovisuele media moesten voor de commissie verschijnen en zich verantwoorden. Het onderzoek van de SAHRC werd echter zwaar bekritiseerd in mediakringen: het zou niet de juiste vragen opwerpen en focussen op simplistische redeneringen. Maar met dit initiatief slaagde de commissie er wel in het debat over de vraag of ‘de Zuid-Afrikaanse media nog steeds in het verleden leven’ op gang te brengen. De mediacommissie van de SAHRC heeft geprobeerd het probleem van de stereotypering van zwarten in de media aan te kaarten. Ik vind dat de commissie niet echt geslaagd is in dat opzet. De kritiek bleef vooral beperkt tot simplistische onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van het woord ‘zwart’ om negatieve gebeurtenissen te beschrijven: zwarte zondag of zwarte kat. De echte, meer prangende problemen, bleven buiten schot. Bijvoorbeeld: waarom tonen de media altijd beelden van zwarten wanneer het over aids gaat? Je zou de indruk krijgen dat enkel zwarten hier met aids zijn besmet.
Dezelfde vraag kan je stellen in verband met criminaliteit. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat zwarten hier, in tegenstelling tot België, nu eenmaal de meerderheid van de bevolking vormen. In Zuid-Afrika worden minderheden, net als in de rest van de wereld, op een zeer stereotiepe manier in beeld gebracht. Wanneer de pers het over moslims heeft, worden bebaarde mannen getoond, gesluierde vrouwen en religieus geweld. Dat zal zo nog wel een tijdje blijven, vrees ik.
In Zuid-Afrika kunnen mensen met hun klachten wel terecht bij de Broadcasting Complaints Commission, de Advertising Standards Authority of bij de ombudsman van de pers. Deze instellingen hebben veeleer een symbolische waarde. Zij kunnen de media niet dwingen een andere koers te gaan varen of een publieke verontschuldiging afdwingen. Toch zitten deze raden wel tot over hun oren in het werk. Wat de films, feuilletons, tekenfilms of documentaires betreft: ook daar is er een probleem van stereotypering. We worden overspoeld door de Amerikaanse populaire cultuur, omdat die een stuk goedkoper is dan eigen producties. Van andere culturen, Afrikaanse of zelfs Europese, krijgen we weinig te zien.

Eindelijk een migrant
Soaade: Allochtonen op Vlaamse redacties zijn op één hand te tellen. De media klagen steen en been dat ze wel allochtone journalisten of presentatoren willen, maar dat ze er geen vinden. ‘Ze moeten in de eerste plaats toch competent zijn’, is het argument – waarmee men meteen zegt dat allochtonen dat vanzelfsprekend niet zijn. Als een allochtoon er in Vlaanderen al in slaagt op een redactie te geraken, moet hij of zij vaak opboksen tegen een stortvloed van vooroordelen en verwijten over positieve discriminatie. Je houdt je best gedeisd. Na mijn studie Communicatiewetenschappen aan de Brusselse VUB ben ik op de nieuwsredactie van onze Vlaamse commerciële zender VTM beland. Daar werd ik onmiddellijk aangesproken op mijn anders-zijn. Een van de redacteurs vertelde mij toen hoe blij hij was dat er eindelijk een migrant (ook al ben ik in België geboren) en een vrouw (mét diploma nog wel!) in de media terechtkwam. Het is op die redactie dat ik voor het eerst besefte welke lange weg Vlaanderen nog heeft af te leggen.

In de media getuimeld
Khadija: Ik herken mijn verhaal in het jouwe. Net als jij hebben ook mijn bazen mij openlijk laten weten dat ze blij waren dat een gekleurde vrouw voor hen werkte. Ik denk dat in Zuid-Afrika de werkgevers, na de apartheid, erop gebrand waren te bewijzen dat zij helemaal niet racistisch zijn. Ik weet niet hoe het er in België aan toe gaat, maar in Zuid-Afrika bestaat een wetgeving die bedrijven verplicht rekening te houden met raciale quota. In elke jobadvertentie kan je onderaan lezen dat de werkgever een gelijkekansenbeleid voert en achtergestelde Zuid-Afrikanen speciaal aanmoedigt te solliciteren. Natuurlijk is er nog heel wat hypocrisie en zijn sommige bazen er diep in hun hart helemaal niet zo gelukkig mee, maar dat is bijzaak. Ik werk al sinds 1994 als journalist. Datzelfde jaar heb ik mij ook bekeerd tot de islam. Voordien was ik katholiek. Ik ben mijn carrière als journalist begonnen bij Al Qalam (Arabisch voor ‘Het Woord’), een klein gemeenschapskrantje van de Muslim Youth Movement of South Africa in Durban. Ik behaalde mijn universitair diploma in de sociale en politieke wetenschappen in 1996 en onmiddellijk daarna reageerde ik op een advertentie van de South African Broadcasting Corporation (SABC). Zij waren op zoek naar stagiairjournalisten. Er waren slechts twaalf plaatsen beschikbaar. Ik ben door de selectie gekomen en ben zo op de radio- en de televisienieuwsdienst beland.
Makkelijk heb ik het niet gehad. Ik werd geconfronteerd met heel wat vooroordelen omdat ik een hoofddoek draag. Mensen namen mij niet serieus en vroegen mij telkens weer hoe lang ik al in de journalistiek zat. Binnen de SABC ben ik wel nooit op vooroordelen gebotst. Integendeel zelfs. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat ze in hun selectie rekening moeten houden met de raciale quota. Zelf denk ik dat ik mijn positie heb verdiend. Ik heb zelfs volledig gesluierd stand ups gedaan voor de camera. Op de redactie had niemand daar moeite mee, en ook het publiek heeft daar nooit een zaak van gemaakt. Ik heb op diverse afdelingen van de SABC gewerkt. Ik ben ook producer geweest voor het Continental News Channel van SABC-Africa. In 1999 ben ik er weggegaan om te beginnen werken voor The Mail and Guardian (M&G). Zelf zie ik dat als mijn echte doorbraak, omdat het een uitstekende krant is en omdat mij die job werd aangeboden. Aanvankelijk waren ze bezorgd of ik wel genoeg ‘vrijgevochten’ zou zijn om mijn job als journalist naar behoren te kunnen doen. Intussen heb ik mij wat dat betreft voldoende bewezen. Sinds ik bij M&G werk, gingen heel wat deuren voor mij open. Inmiddels schrijf ik ook voor buitenlandse tijdschriften. Sommige klanten reageren nog verrast wanneer ze mij ontmoeten. Sommigen hebben er schijnbaar moeite mee te geloven dat gesluierde vrouwen hun werk goed zullen doen.
Zes maand geleden kreeg ik een aanbod van Special Assignment, Zuid-Afrika’s beste actualiteitsprogramma. Sinds juni 2002 werk ik daar nu als producer. Ik denk dat ik deze positie vooral te danken heb aan mijn verkiezing in 2001 tot ‘Afrikaanse journalist van het jaar’ door de internationale nieuwszender CNN. Een zeer prestigieuze prijs. Ik ben dus redelijk makkelijk in de media getuimeld: ik denk dat ik gewoon op het juiste moment op de juiste plaats was. In het Zuid-Afrika van na de apartheid waren werkgevers immers verplicht om mensen van alle kleuren werk te verschaffen. Ik heb de nodige ervaring en competentie, maar omdat ik vrouw, kleurling en moslim ben, had ik zeker een extra duwtje in de rug.

Van het scherm geweerd
Soaade: Een gekleurde en gesluierde vrouw die het nieuws brengt? Ik denk dat we daar echt nog niet aan toe zijn. Er iets té donker of té vreemd uitzien, volstaat om in Vlaanderen van het scherm te worden geweerd. Enkel in entertainment of muziekprogramma’s duikt er af en toe een donkere of exotische schoonheid op. Ik denk dat het een goede zaak is dat bedrijven in Zuid-Afrika verplicht worden rekening te houden met de raciale samenstelling van de bevolking. In België zou dat ook moeten. Nederland past dat systeem trouwens al een tijdje toe. Het enige initiatief in Vlaanderen bestaat over migranten in de media – waarvan ik weet heb – is de Mediacommissie, een initiatief van de migrantenorganisaties in samenwerking met de openbare omroep VRT. Alleen beperkt het initiatief zich voorlopig blijkbaar tot het organiseren van debatten.

Treinramp of cricket?
Khadija: In Zuid-Afrika is er toch het een en het ander aan het veranderen in de media, zeker wat de samenstelling van de nieuwsredacties betreft. Er zijn nu meer zwarten, gekleurden en ook vrouwen. De kans om het te maken of op te klimmen, is eveneens toegenomen. Het zou best kunnen dat dit te danken is aan het overheidsbeleid van positieve actie. De Zuid-Afrikaanse media hebben inmiddels ook wel ingezien dat gekleurde journalisten vaak makkelijker toegang krijgen tot bepaalde informatie dan blanke reporters. Niet in de laatste plaats vanwege de vele taalbarrières die er in dit land nog zijn.
De diversiteit van de Zuid-Afrikaanse geschreven pers hangt samen met de inhoud en het lezerspubliek. The Sowetan bijvoorbeeld wordt vooral door zwarten gelezen, ook al is het een Engelstalige krant. Business Day heeft duidelijk vooral blanke lezers. Natuurlijk hangt dat nauw samen met de inhoud van die bladen. Een veelgehoorde grap onder zwarte journalisten gaat als volgt: er moet een keuze worden gemaakt tussen een verslag over een treinramp met heel wat doden in Soweto of een voor Zuid-Afrika slecht afgelopen crickettoernooi, de ‘blanke’ kranten zullen dan veeleer het cricket op de voorpagina brengen. Dus, als je het mij vraagt, zou ik zeggen dat de Zuid-Afrikaanse media inhoudelijk de etnische en culturele diversiteit van het land wel weerspiegelen, maar dat er nog veel werk aan de winkel is wat de aanwezigheid van zwarten of kleurlingen op redacties betreft. Het zal wellicht nog een tijdje duren vooraleer zij sleutelposities zullen innemen in de zogenaamd meer serieuze publicaties of in de kwaliteitspers.
Auteur: Khadija Magardie en Soaade Messoudi.
 Dit artikel is het resultaat van twee vrouwelijke journalisten die correspondeerden over vrouwen, kleurlingen, moslims en allochtonen in de media en de verschillen hieromtrent in Vlaanderen en Zuid-Afrika. De media hebben een enorm grote invloed op hoe wij naar de wereld kijken maar jammer genoeg is er nog veel werk aan de winkel: we krijgen maar al te vaak te maken met vooroordelen en stereotype beelden en het is nog altijd niet gemakkelijk om als allochtoon een job te vinden bij de media. Je zou kunnen stellen dat de (redacties van de) media geen weerspiegeling zijn van de diversiteit van de bevolking. In Zuid-Afrika begint stilletjes aan de situatie de verbeteren: ten slotte is daar een heel groot deel van de bevolking een kleurling, maar toch is er ook daar nog veel werk aan de winkel.
Het onderwerp van dit artikel sprak me aan: met ‘Het zijn net mensen’ had ik al een beeld gekregen van hoe de media in het Midden-Oosten in elkaar zitten en in dit artikel wordt de toestand in Zuid-Afrika en Vlaanderen besproken. Ik vind  het bewonderenswaardig van die twee vrouwen dat ze ondanks hun ‘anders-zijn’ (zoals ze het zelf noemen) toch een voorname plaats konden verwerven in de media en zelfs prestigieuze prijzen winnen, voor de belangrijkste programma’s en kranten werken, … Het valt niet te ontkennen dat vrouwen, allochtonen, kleurlingen en moslims nog veel te vaak voor problemen komen te staan bij het zoeken van een job in de media.
De stijl van het artikel komt niet vaak voor: een correspondentie tussen twee journalisten. Het taalniveau lag hoger dan bij het vorige artikel, maar het was zeker niet te moeilijk om vlot te kunnen lezen. Ze schrijven aan elkaar hoe zij de kwestie in hun land aanvoelen, waardoor hun taalgebruik redelijk persoonlijk maar toch ook zakelijk blijft.
 
 
Nawoord
Mijn doel is bereikt: het maken van dit jaarproject heeft me dingen bijgebracht, en niet weinig ook. Eerst en vooral ben ik blij met opdrachten als dit omdat je er beter mee leert werken met bronnen, informatie op het internet, … Verder heeft dit jaarproject mijn geromantiseerd beeld van journalistiek zwaar aangetast, maar dat zie ik meer als een voordeel dan als een nadeel. Zo kom ik immers niet voor al te grote verrassingen te staan mocht ik ooit het journalistieke circuit op gaan. Ik moet eerlijk bekennen dat ik even getwijfeld heb of ik wel nog veel zin had om journaliste te worden, maar deze alinea’s in het nawoord van Joris Luyendijk op zijn boek hebben me opnieuw overtuigd:
Het is een heel verhaal, deze vier soorten verandering, en ik besef hoe vaag en misschien zelfs onrealistisch veel ervan klinkt. Tegelijk heb ik de afgelopen jaren zoveel enthousiaste reacties gekregen van jonge journalisten, dat ik er het volste vertrouwen in heb dat er snel een nieuwe generatie opstaat die de nieuwe journalistiek zal gaan vormgeven. Kwaliteitsmedia hebben een zodanig snel slinkend en vergrijzend publiek, dat er wel iets móét gebeuren. Hetzij de kwaliteitsmedia gaan fundamenteel anders werken, of ze verdwijnen — en maken alsnog plaats voor Nieuwe Journalistiek. Het kunnen prachtige tijden worden, helemaal nu internet en moderne informatietechnologie deuren opengooien waarvan we niet eens wisten dat ze dichtzaten.
En zo zal het gebeuren dat over een paar jaar mensen zullen terugkijken en zich hoofdschuddend afvragen: ‘Dat de media toen zo in elkaar zaten, niet te geloven.’ ‘Geen wonder dat jongeren daar geen zin meer in hadden,’ zal een ander zeggen, waarna iemand uit de boekenkast van haar ouders een ongelezen exemplaar van Het zijn net mensen trekt, een paar bladzijden leest en roept: ‘Wat een achterhaald boek!’
Deze zinnen hebben me doen inzien dat het helemaal niet de bedoeling is van zijn boek om jongeren te ontmoedigen om in de journalistiek te stappen maar juist het tegendeel: nieuwe generatie, het is aan jullie: maak er iets van. Hij rekent net als zo velen op de nieuwe generatie om te proberen de vorige generaties in te halen en hun fouten recht te zetten, een zware en misschien wel onmogelijke taak, maar alles begint bij (naïef) geloof en vertrouwen: ‘Yes we can!’ Als er een ding zeker is, dan is het dat de functie van journalistiek en de mannier waarop aan journalistiek gedaan wordt grondig moet worden herbekeken. En dat is tot mijn eigen verbazing -weliswaar niet altijd even uitgesproken en in verschillende gedaanten- herhaald in zowel mijn boek, film, artikels en gedichten zelf. Keer op keer kwam diezelfde conclusie in mijn besprekingen bovendrijven, toeval? Ik denk het niet.
 
 
 
Bibliografie
 
Boek:    LUYENDIJK, J., Het zijn net mensen, Amsterdam, Uitgeverij Podium, 2006
Gedichten:
·         VAN WIJK, J., ‘Journalistiek ontwaken’, internet, (http://eerder.meandermagazine.net/gedichten/gedicht.php?txt=2078&id)
·         BLAUWVELD, R., ‘Journalistiek doemgedicht’, internet, (http://www.gedichtenweb.nl/gedicht/Journalistiek-Doemgedicht.html
·         PORTER, ‘Journaal’, internet, 2007-05-02, (http://www.gedichten-forum.nl/toon_gedicht.php?gedicht_id=38504 )

Film:      All the presidents men, onder regie van Alan J. Pakula, met Robert Redford en Dustin Hoffman, uitgebracht in 1976
Artikels:
·         DE COSTER, C., ‘Meedrijven in de oppervlakkige nieuwsstroom’, internet, Knack, 2007-12-17, (http://www.knack.be/nieuws/belgie/meedrijven-in-de-oppervlakkige-nieuwsstroom/site72-section24-article10667.html#)
·         MAGARDIE,K.  en MESSOUDI, S., ‘Een wereld van diversiteit, ook in de media?’, internet, MO, 2003-01-01, (http://www.mo.be/index.php?id=63&tx_uwnews_pi2[art_id]=1050&cHash=61969d21df)
 
Internetsite: http://www.deredactie.be     
Bronnen gebruikt voor de bespreking:
·         http://www.google.be
·         http://nl.wikipedia.org
·         http://www.jorisluyendijk.nl

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!