Eline: “Ik denk dat de meeste mensen niet zo bezig zijn met de crisis omdat velen het nog niet zo hard voelen. Ik heb zelf een hogere studie gevolgd, maar vond niet echt de job die bij mijn opleiding aansloot. Ik ben opnieuw beginnen studeren voor leerkracht omdat daar meer kansen zitten, denk ik.”

“Ik heb een spaarrekening bij Fortis en vind het frustrerend dat mijn bank allerlei onethische dingen doet met mijn geld zonder dat ik daar iets over te zeggen heb.”

INDIGNADO’S

vrijdag 28 oktober 2011 20:38

Indignado’s bezetten vandaag nog steeds het financiële hart van de wereld en schreeuwen slogans als “you are only 1%, we are 99%”. Wat me als econoom enigszins verbaast, is dat velen onder ons amper weten welke wanpraktijken de “verontwaardigden” aanklagen. Een gebrek aan interesse? Ik denk het niet, gezien “de gewone man” als eerste met de gevolgen van een financieel-economische crisis wordt geconfronteerd. Zij zijn het die hun werk verliezen, de eindjes aan elkaar moeten knopen en moeten hopen dat een economische heropleving niet lang meer op zich laat wachten. Niet de bedrijfsleiders die er warmpjes bijzitten en binnenkort met nieuwe projecten zullen komen aanzetten. Mijn ervaring leert dat de oorzaak van het gebrek aan informatie te wijten is aan de manier waarop de crisis aan bod kwam in de pers en media. De teksten en gesprekken waren gewoon te langdradig, te saai en te moeilijk om er als “leek” inzicht in te krijgen. Neem zelf de proef op de som en vraag iemand zonder economische opleiding om de recente crisis te verklaren en je hoort hem of haar stammelen: “iets met rommelhypotheken”, “ongeoorloofde risico’s” of “een gebrek aan bedrijfsethiek”. Laat me daarom op een eenvoudige manier het ontstaan en de gevolgen van de crisis schetsen. Wie weet voelt u zich daarna wel een beetje verontwaardigd?!

De westerse samenleving geëvolueerd naar een materiële wegwerpmaatschappij, waarin status wordt verkregen door het bezit van een mooie wagen, een trendy gsm of een eigen woning. Deze sociale druk leidt echter voor velen het begin in van een ware financiële nachtmerrie. We willen ons allemaal zo graag refereren aan een groep mensen met een hoger inkomen en/of status, dat we ongewild in de val lopen van marketeers en reclamemakers. Vergis u niet: marketeers zijn sluw en weten hoe ze onze psyche moeten bespelen. Ze overtuigen ons over te gaan tot consumptie en laten ons geloven dat we op die manier “het geluk” zullen vinden waar we altijd al van droomden. Helaas creëren we op die manier negatieve saldo’s op onze zichtrekeningen en maken we onszelf – net voor we onze kredietkaart tevoorschijn halen – wijs dat we ons dadelijk even gelukkig zullen voelen als de personen die we in de reclame zagen. Helaas komen we al snel tot de vaststelling dat dit niet het geval is en gaan we in ons onderbewustzijn op zoek naar mogelijke verklaringen voor deze desillusie. En net dan, wanneer we er het meest vatbaar voor zijn, worden we opnieuw geconfronteerd met “gelukkige mensen” in reclames. Het gevolg, we geven we er ongewild opnieuw aan toe. Een vicieuze cirkel.

“Gelukkig” voor onze gemoedstoestand hoeft een negatief saldo niet noodzakelijk het einde van de rit te betekenen en kunnen we nog altijd een beroep doen op banken om een lening aan te gaan. Vooral in de Verenigde Staten – het land waar alles geoorloofd “big” is – waren in 2007 steeds meer consumenten er rotsvast van overtuigd dat een eigen woning het ultieme statussymbool geworden was. Vastgoedkantoren deden er gouden zaken en de  Amerikaanse bevolking deed massaal beroep op goedkope leningen bij de banken. De banken speelden hier handig op in en gaven de Amerikaanse consument volgende boodschap mee: “wij gaan samen voor uw droomhuis”. Banken konden de vraag naar leningen nauwelijks volgen en de Amerikaanse economie piekte tot ongeziene hoogten. “The american dream” op haar best.

Het risico dat de debiteur of schuldenaar niet betaalt, wordt door banken gecompenseerd met hypotheken. Dit betekent dat wanneer de schuldenaar in gebreke blijft en hij of zij de terugbetalingsverplichtingen niet kan nakomen, de woning eigendom wordt van de bank en deze openbaar kan worden verkocht om het nog verschuldigde bedrag aan te zuiveren. Tot hier zaten de Amerikaanse banken in een comfortabele positie: ze bezaten immers hypothecaire schuldvorderingen op hun klanten en de Amerikaanse woningen werden overgewaardeerd.

Het probleem ontstond echter toen de Amerikaanse banken de hypothecaire vorderingen gingen omzetten in “effecten” (i.e. financiële beleggingsproducten) en deze massaal gingen verhandelen op de internationale kapitaalmarkt. Het doel van deze “effectisering”? De tegoeden rechtstreeks omzetten in liquide middelen of “geld”. Eens deze effecten – ook wel Mortgage Backed Securities genoemd – verkocht werden, werd de koper van het effect de nieuwe eigenaar van de schuldvordering en kreeg hij het recht om de woning van de Amerikaan te verkopen indien deze zijn of haar schuld niet langer kon afbetalen. Onder meer Fortis bleek uitermate geïnteresseerd in deze aanvankelijk risicoloze beleggingsproducten en kocht massaal hypothecaire effecten van Amerikaanse banken. Toen de Amerikaanse Centrale Bank (Federal Reserve.) in 2007 de Amerikaanse rentevoeten liet stijgen om zo een inflatie of algemene prijsstijging af te remmen, ontstonden de problemen pas echt. Een stijgende rentevoet impliceert immers dat ook de maandelijkse afbetalingsverplichtingen van de Amerikaanse consumenten de hoogte inging en velen de loodzware terugbetalingsverplichtingen niet langer konden nakomen. Gelukkig hadden de banken nu het recht om de woning te verkopen en dit verlies te recupereren. De verkoop van de woningen bracht echter door een overwaardering van de Amerikaanse vastgoedmarkt onvoldoende geld op om de openstaande schuld af te lossen. Dit laatste deed de waarde van de zogenaamde “Mortgage Backed Securities” dalen. Banken die dergelijke rommelkredieten hadden aangekocht, riskeerden plots miljarden te verliezen. Aandeelhouders werden ongeduldig, spaarders trokken zich massaal terug en verschillende banken kwamen tijdelijk in geldnood te zitten. Lehman Brothers, een gevestigde waarde op de Amerikaanse beurs, ging er aan ten onder en ook ons geliefde Belgische Fortis moest uiteindelijk kleur bekennen. Het gaf toe dat het door “inschattings- en managementfouten” verleid was geweest om op korte termijn grote winsten te incasseren met de aan- en verkoop van geëffectiseerde hypotheken. Meneer Lippens, met grote dollartekens in de ogen, had even daarvoor wel verkondigd dat elke verstandige belegger zo snel mogelijk Fortis-aandelen moest kopen. De “brave huisvaders” die Meneer Lippens op zijn woord namen, liepen met hun ogen open in de val. De waarde van het Fortis-aandeel kelderde niet veel later toen alle Fortis-aandeelhouders in de gaten kregen dat hun geld belegd was geweest in risicovolle “hypetheken” en Fortis zware verliezen zou incasseren. Het gevolg is bekend: onze Belgische Kroonjuwelen raakten in geldnood, moesten ontmanteld worden en vonden onderdak bij het Franse BNP Paribas. Bonafide aandeelhouders zagen hun zuurverdiende spaarcenten in rook opgaan en bleven in de kou staan. Meneer Lippens, in een ver verleden voorvechter en grondlegger van transparantie en ethiek in het Bank- en Assuratiewezen (i.e. de zogenaamde Code Lippens), verliet in het heetst van de strijd het toneel. Ziek, zoals werd gemeld in de media? Of noemen we het schaamte?

De rest van het verhaal is bekend: het gebrek aan vertrouwen bij consumenten vertraagde de consumptie en zette bedrijven er wereldwijd toe aan om over te gaan tot saneringen, kostenbesparingen, het afbouwen van inefficiënte productie-eenheden, enz. Via het “multiplicator-effect” kwam de globale economie in een neerwaartse spiraal terecht en bracht in haar schoot de wereldwijde economische crisis. Ook internationale overheden deelden in de brokken toen de economische crisis tot budgettaire tekorten leidde. Het gevolg is bekend: Griekenland en Spanje gingen over tot massale besparingen. Besparingen waar de “gewone burger” het slachtoffer van is geworden en tot “verontwaardigde” reacties leidt.

De vraag rijst: “hoe moet het nu verder?” Moeten we met deze kennis nog vertrouwen hebben in de kortetermijnvisie die bankiers, bedrijfsleiders en winstgedreven beleggers er vaak op nahouden? Moeten we blijven vertrouwen op ethische codes die niet juridisch afdwingbaar zijn? Moeten we als klant akkoord gaan met de gouden parachutes die bepaalde CEO’s ontvangen voor hun malafide praktijken en gebrek aan managementcompetenties? Het antwoord van de indignado’s is alvast zeer duidelijk.

Natuurlijk is het gemakkelijk om bankiers met de vinger te wijzen en hen verantwoordelijk te achten voor de huidige problemen. Telkens wanneer we ons benadeeld voelen, hebben we de neiging een zondebok te zoeken. Iemand waar we onze eigen fouten en ontgoochelingen kunnen op afschuiven en zodat we niet te kritisch hoeven te zijn voor onze eigen gedragingen. Toch moeten we durven toegeven dat bedrijven enkel groot en machtig worden door ons, consumenten. Dat banken enkel kunnen beleggen in zogenaamde “rommelhypotheken” omdat wij – spaarders – hen onze zuurverdiende spaarcenten toevertrouwen. Misschien moeten wij met z’n allen dus durven toegeven dat onze drang naar “méér”, “groter” en “beter” ook een belangrijke rol heeft gespeeld in de huidige ontwikkelingen. Wij zijn het toch die geloven dat consumptie en status onze behoefte aan “geluk” bevredigt?!

Daan Creupelandt

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!