De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

In het hol van de leeuw. De infobrochure voor de kunstenaar.

donderdag 5 mei 2022 19:40
Spread the love

Tijdens mijn lange wandelingen doorheen het verstedelijkte gebied waar ik woon, struinde ik onlangs voorbij het plaatselijk kantoor van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Onmiddellijk oefende het een zekere aantrekkingskracht op mij uit. Niet dat het gebouw getuigde van enige bijzondere architectonische waarde, integendeel, het was eerder gebouwd naar de banale doch morbide bunkerarchitectuur uit de jaren tachtig van de vorige eeuw waar men als toegift aan de toen allengs vrolijk vooruit-denderende modernisering het buitenschrijnwerk in een blinkend rood tintje had geschilderd. Een rood dat nu – veertig jaar later – overigens al behoorlijk wat van haar glans verloren had. Maar niet getreurd.

Ik had het geluk om tijdens de openingsuren te passeren en uit pure nieuwsgierigheid betrad ik de inkomhal. Het was er keurig. Binnen aan de infobalie stond een rekje met publicaties die zomaar voor het grijpen lagen en een petieterig klein werkje daarin vroeg mijn speciale aandacht. Het was de ‘infobrochure voor de kunstenaar’ waar bovendien op kunstige wijze met veel krulletjes het woord ‘kunstenaar?’ was gezet. Ik kon niet nalaten meteen een exemplaar te nemen en het door te lezen alvorens een blik te gunnen aan de juffrouw die zich achter het plexiglas van de infobalie had verschanst.

Op bladzijde één vernam ik dat deze brochure bestemd was voor de uitvoerende, vertolkende of scheppende kunstenaar die zijn kunst beoefent als hoofdberoep, bijberoep of zelfs als hobby. Op bladzijde twee werd duidelijk vermeld dat deze brochure uitleg geeft over de bijzondere regeling in de werkloosheidsreglementering die reeds vanaf 1 januari 2001 voor kunstenaars geldt. Op bladzijde drie las ik vervolgens wat te doen wanneer u de kunst enkel als hobby beoefent en op bladzijde vier wat er gebeurt als u een activiteit verricht als scheppend of vertolkend kunstenaar met een arbeidsovereenkomst of een statuut. Kortom, het bezat alle vitale informatie voor dat troepje ongeregeld dat zich artistiekgewijs vandaag nog op de arbeidsmarkt zou durven wagen.

Wie zoals ik echter niet thuis is in de administratieve regelgeving van ook maar enige dienst, laat staan de werkloosheidsvoorzieningen van het Rijk of voor wie dat allemaal worst zal wezen, is het toch even slikken welke voorwaarden er worden gesteld en hoeveel mogelijke statuten er bestaan om mensen het leven zuur te maken wanneer zij zich creatief doorheen dit leven wensen te begeven. Enfin, deze gedachte schoot mij toch spontaan te binnen.

Op bladzijde ik-ben-de-tel-even-kwijt las ik wat er gebeurt als u uw artistieke activiteit als zelfstandige in hoofdberoep uitoefent en op de bladzijde daaropvolgend, wat u moet doen als u uw artistieke activiteit als zelfstandige in bijberoep zou uitoefenen. Kortom opnieuw, een hoop variabelen met moeten en zullen, en dan had ik nog geeneens de ondertussen prangend vragende blik van de juffrouw achter het plexiglas naar behoren kunnen beantwoorden.

“Het is maar voor dit boekje,” bracht ik tenslotte ietwat stamelend uit, terwijl ik mezelf vervloekte omdat ik me daags voordien nog had voorgenomen niet meer aan dat verontschuldigen te doen. Je bestaansrecht staat immers niet ter discussie en wat gratis is, dat is gratis. Al had ik beter niet in de bek van dat paard gekeken natuurlijk. Maar toen, op dat moment zwaaide ik wel triomfantelijk met het boekje in de hand naar de juffrouw en veinsde ik een glimlach terwijl ik zo snel als ik kon, maakte dat ik weg was.

Ik had echter mijn rug amper gekeerd toen ik zowaar mijn naam door de inkomhal hoorde klinken. Een breed geschouderde en gemaskerde man kwam me tegemoet gelopen. Hij neigde me zijn hand aan te bieden maar om een of andere reden weerhield hij zich hiervan. “Daniël,” zo ging hij verder door: “Hoe is dat nog met u? Man dat is lang geleden! Wat komt gij hier zoeken? Kan ik u met iets helpen?” Er volgden nog een reeks vragen terwijl ik mij het hoofd brak over wie deze man kon zijn en waar hij mij zo zeker van wist te kennen, maar er schoot mij niets te binnen. Ik verviel dan maar in mijn automatische piloot van knikken, gemoedelijk glimlachen, stamelen en opnieuw knikken ten teken dat ik de persoon in kwestie volkomen begrepen had. Niet dus.

Het is overigens ook niet de eerste keer dat mij zoiets overkomt. Soms verklaar ik in alle eerlijkheid dat het een aandoening is, dat ik namen en gezichten vergeet en dat me pas na uren, soms dagen te binnen schiet wie de persoon in kwestie is. Soms vraag ik op de man af wie ik voor mij heb en waarvan zij mij menen te kennen, maar dat was hier niet het geval en Freddy, zo bleek de man te heten, was een spraakwater uit zichzelf en verklapte aldus nietsvermoedend zijn naam en dat hij hier aan het werk was als vakbondsafgevaardigde, maar niet waarvan hij mij kende. Hij begeleidde werklozen die om wat voor redenen dan ook naar het kantoor van de RVA werden gesommeerd en verleende een soort van legale bijstand, verklaarde hij nog. Terwijl ik nog steeds aan het knikken was.

Als ik wou mocht ik zelfs even meekijken. Hij ging dat wel regelen en zeggen dat ik een stagiair was of zoiets. Dat foefje werkt altijd, zo gaf hij te kennen en nog voor ik de infobrochure voor de kunstenaar in mijn jas had kunnen stoppen en vriendelijk bedanken voor het aanbod, troonde hij me al mee naar een bureautje verderop in de gang. Het bureautje had een glazen wand, was voorzien van een vergadertafel met plexi-schermen, een aantal stoelen en twee vrouwen die stilzwijgend zaten te wachten achter een stapel dossiers. “Je hoeft niet veel te zeggen,” gaf Freddy nog mee vlak bij de inkomdeur: “En meer nog, het is zelfs beter dat je helemaal niets zegt,” verduidelijkte hij toen hij de deur openzwaaide en mij met een overtuigde zet het bureautje induwde.

“De volgde,” ging hij meteen van start tegen de dames aan de overzijde van de tafel, “heeft vijf jaar geleden zijn werk opgezegd omwille van de onhoudbaarheid van de situatie, de onnoemelijke stress, de te grote verantwoordelijkheid en de te lage verloning volgens de wettelijke barema’s. Hierin vindt u al de details, Sandra,“ en hij overhandigde een van de dames een flinterdun pakketje over de plexi-schermen heen. “Ge zult zien dat meneer hier geen intentie heeft om zich in de werkeloosheid te installeren. Hij heeft overigens in heel zijn loopbaan, van hoeveel jaar?” Zo vroeg hij mij plots, maar nog voor ik iets kon zeggen ging hij al verder: “In zijn dertigjarige carrière is hij nog gene ene keer werkloos geweest. En nadat hij – weliswaar vrijwillig – zijn werk had opgezegd, is hij uit pure miserie, Sandra, dat moet ge er echt bij noteren – uit pure miserie – is hij dan maar zelfstandig geworden.”

Ik stond aan de grond genageld. Freddy bleek zowaar een van de pot gerukt verhaal uit zijn duim te zuigen voor de twee dames achter de vergadertafel en waarvan ikzelf ook nog eens het onderwerp bleek! Of althans toch het sprekend voorbeeld. Ik voelde me danig voor schut gezet. Doorgaans was ik het immers die verhalen verzon met personages en situaties en alles erop en eraan. Al geef ik grif toe dat ze er bij mij minder spontaan uitvloeien dan bij Freddy het geval was. Misschien is hij in zijn vrije tijd ook wel schrijver, zo begon ik mij stilletjes af te vragen en terwijl een van de dames mij van onder het plexi-scherm een blad te ondertekenen vroeg, verklaarde Freddy nog voor het voltallige bureautje dat ik binnen een week of twee op de hoogte zal worden gebracht van de beslissing van het kantoor en dat ik nadien opnieuw contact moet opnemen met de vakbond, want dat dan de hele aanvraagprocedure opnieuw moet worden opgestart.

Wat bij mij opnieuw een heleboel vragen deed rijzen maar waarop ik hier niet zal ingaan wegens irrelevant. Freddy begeleidde me met twee volledige passen nog naar de deur van het bureautje en zwaaide me tijdens een opkomende hoestbui nog vriendelijk gedag. Eenmaal terug thuis en nog steeds geen idee waar ik Freddy kon plaatsen, begon ik dan maar de overige pagina’s van de infobrochure voor de kunstenaar door te nemen.

Bleek dat wanneer u als kunstenaar in het regime van de niet aan de RSZ onderworpenen een kleine vergoeding mocht ontvangen, zijnde maximum 112,44 € per dag, dat u deze prestatie op uw controlekaart moet vermelden. U ontvangt dan immers geen uitkering voor deze dag. Wat mij een wat vreemde redenering leek, maar gelukkig, zo las ik verder, hebben dergelijke kleine vergoedingen geen invloed op het bedrag van uw uitkering. Tenminste niet indien het jaarlijks netto belastbaar bedrag van uw inkomsten lager ligt dan € 3.871,92. Een geluk bij een ongeluk, dacht ik nog, want dat is omgerekend goed 322,66 € per maand aan maximaal te verkrijgen inkomsten. En daar kan je als werkloze kunstenaar al heel wat kunst voor maken me dunkt, laat staan een leven op bouwen.

Uit armoede heb ik de infobrochure dan maar bij het oud papier gegooid. Gedachten van mensonwaardigheidsontplooiing schoten mij te binnen, waarna ik mij snel naar mijn schrijftafel begaf om het een en het ander neer te pennen en Freddy zowaar een nieuw leven te gunnen.

 

 

 

 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!